M en de participatiemaatschappij

Deze zomer bezocht ik M. ‘Hij noemt mij ‘professor’ en soms ‘Buruma’ en ik noem hem bij zijn voornaam. Maar wij kennen elkaar al jaren en hij is maar drie jaar ouder dan ik. Toen ik hem op de galerij van zijn flat de hand drukte voelde ik de ogen van twee buurvrouwen in mijn rug – verbaasd over de hartelijkheid van de begroeting van de hen onbekende meneer en hun grofkorrelige buurman.

Het zal een jaar of zes geleden zijn dat hij mij aansprak op het stationsplein. Een grof gebouwde kerel met een stoppelbaard, vet haar en een wantrouwende blik in de ogen. “U bent toch Buruma?” Hij wachtte het antwoord niet af. “Ik moet met u praten.” Ik had haast, wilde van hem af en mompelde dat hij maar een afspraak moest maken met mijn secretaresse. Ik had er niet op gerekend dat hij dat ook zou doen. Maar hij deed het. Hij reed met een tractor naar de universiteit en vroeg daar net zo lang door tot hij haar had gevonden. Asha, zo heette mijn secretaresse, heeft een grote mensenkennis: ze heeft heel wat mensen afgepoeierd maar tegen M zei ze dat hij over een week moest terugkomen om te horen of het kon. Ik heb hem ontvangen en dat was het begin van een wonderlijke relatie.

M is veroordeeld tot gevangenisstraf en tbs met opname wegens het doodschieten van de echtgenoot van een voormalige vriendin. Hij zegt het niet gedaan te hebben. In elk geval onderging hij tussen 1989 en 2002 diverse behandelingen onder meer met een antipsychoticum. Hij kon goed schilderen maar na de behandeling met de cisordinol werden de olieverfjes er niet beter op. Inmiddels is hij weer op zijn oude niveau en medicatie heeft hij niet meer. Wel zegt hij nog steeds dat het leven hem onrecht heeft aangedaan: de veroordeling, de behandeling in de inrichting, zijn broer, een prostituee die hij al van oudsher kent.

Wat ik zojuist in een paar zinnen noteerde, is een vrucht van heel wat gesprekken. In het begin schold-ie. “Je moet wat doen Buruma, anders gooi ik een bom naar die hele universiteit. Je weet dat ik die kan maken. Makkelijk zat. Kunstmest en dan haal ik de kalk eruit…”. Een secretaresse die het gebulder op een zomerse dag bij openstaande deuren hoorde, wilde de politie bellen, maar Asha wist haar te sussen: “Het is M; een beetje een eigenaardige man. Maar hij heeft het zwaar gehad.” Ik geloof niet dat hij haar ooit heeft uitgescholden, ook niet als het leven zelf weer eens erg had tegengezeten.

Soms kwam hij met een medewerker van een alternatieve reclasseringsinstelling die veel voor hem heeft gedaan. Zo heeft deze een huisje op een industrieterrein geritseld, omdat M niet kon blijven in een eerder toegewezen woning die zou worden afgebroken. Het huisje was een bouwvallige bungalow die in de jaren 60 aan een garagewerkplaats moet zijn gebouwd. M was er aanvankelijk blij mee, want hij kon op het plaatsje het oud ijzer opslaan dat hij in de stad met zijn tractor verzamelde. Dat oud-ijzer leverde een aanvulling op zijn Wajong-uitkering op – hij is een keer door collega’s beroofd van een lading. Maar als in het bedrijf van de buurman auto’s werden gespoten, drong de verf zijn slaapkamer binnen. M ging erover klagen bij milieuambtenaren van de gemeente. Toen die hem niet geloofden of niet begrepen, begon hij te schelden. In eerste aanleg is hij vrijgesproken, maar de officier ging in hoger beroep en toen is hij toch veroordeeld. “Dat is onrecht, Buruma, ik kwam aangifte doen en ze luisterden niet”.

Toen hij me eerder het verhaal van de verf hoestend en rochelend had verteld, heb ik hem naar een huisarts gestuurd van wie ik wist dat ze wel vaker moeilijke en niet-betalende mensen hielp. M had groot vertrouwen in haar en terecht. Toen hij een paar jaar geleden ging buurten bij jongelui die een Occupy-tentenkampje hadden opgeslagen, is hij in elkaar gezakt. De activisten belden de huisarts die dadelijk kwam. Het was iets ernstigs. Ze vertelde me later dat ze een paar dagen nadien was gebeld door de GGD die ervan hadden gehoord: dat ze echt niet zomaar naar deze man toe had moeten gaan en of ze wel wist dat hij heel gevaarlijk was. Ze was verbijsterd. Ik ook, al had M me al zo vaak verteld dat hij ‘op de zwarte lijst’ stond. Op mijn vraag wat dat dan wel was, had hij me ongelovig aangekeken. “Dat weet je toch wel Buruma.”

Natuurlijk is M een moeilijke man. Dat beseft hij zelf ook. Soms is hij nog steeds boos: hij vindt dat ik niet genoeg doe om zijn onschuld te bewijzen. Maar bij hem op de bank met een kop koffie, hij met een jointje, was daar niets van te merken. Daar zaten we – twee mannen van rond de zestig – te kletsen over zijn schilderijen, de boer die hem als jonge jongen had leren lassen, de tractor waarmee hij nog steeds rijdt al is het oud-ijzer nu te zwaar voor hem, en de onbegrijpelijkheden van het recht.

Advocaten, politiemensen en reclasseringsmedewerkers hebben vast hun handen vol aan mensen zoals M. Maar op die bank hoorde ik ook de keerzijde: “Wat moeten ze nou van me, Buruma? Wat kan ik?” Voor M valt er weinig te participeren en dan is het verleidelijk hem te beschouwen als niet meer dan een veroordeelde of een uitkeringstrekker. Zijn vragen deden me echter beseffen dat ook hij recht heeft op erkenning van zijn fundamentele waardigheid, wat er ook zij van zijn maatschappelijke verdiensten.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2014/1575, afl. 30, p. 2109.

 

Bron afbeelding: Kamil Porembinski

Ybo Buruma

Naam auteur: Ybo Buruma
Geschreven op: 9 september 2014

Raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Frits Jansen schreef op :
Een detail misschien in het geheel, maar wel een detail dat Buruma kan aanpakken. De man werd veroordeeld omdat hij begin te schelden. Omdat hij een ambtenaar beledigde? In het huidige politieke klimaat heerst de mening dat wie een (politie-)ambtenaar beledigt "keihard" moet worden aangepakt.

Dat eventuele beleidigingen worden vervolgd en niet te snel worden geseponeerd kan ik billijken. Een probleem is evenwel dat de definitie van "belediging" sluipenderwijs wordt opgerekt. Als mijn buurman "klootzak" tegen mij zegt en ik vervolgens aangifte doe wegens belediging word ik hoogstwaarschijnlijk uitgelachen.
Als ik "klootzak" zeg tegen een agent is dat materieel hetzelfde delict. En past dus ook geen straf.
Een belediging is een uiting waardoor iemand gekrenkt wordt. Als een agent zou geloven dat hij inderdaad een klootzak is als hij daarvoor wordt uitgemaakt is dat inderdaad krenkend. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Het is meer een verwensing, een uiting van hevig ongenoegen. Ook wordt vaak over gebrek aan "respect" gesproken wordt. Mar dan is straf absoluut geen oplossing: wie geen respect heeft kun je bang maken met straf, waardoor hij zich wellicht onthoudt van bepaalde uitingen, maar "respect" betreft een mening en die verander je niet met straf.
M.J. Hoogendoorn schreef op :
@a.zecha

Dank voor de heldere uitleg en fijn dat er eindelijk een woord voor is.
a.zecha schreef op :
@M.J. Hoogendoorn
Woordvindingsdrang bevordert de taal evolutie en zorgt er voor dat er van een "levende" taal kan worden gesproken. Ik wil deze drang daarom niet als een symptoom van lijden beschouwen.
.
M.J. Hoogendoorn schreef op :
@a.zecha

Wat moet ik mij voorstellen bij woordvindingsdrang? Ik heb menig woordenboek erop nageslagen maar heb het helaas niet aangetroffen. Lijd ik nu aan woordvindingsdrang? Of is het woord zelf het resultaat van woordvindingsdrang?
a.zecha schreef op :
Dit mild ironische maatschappij kritische verhaal over onze politieke eufemistische woordvindingdrang kan een glimlach oproepen bij die genen die er geen slachtoffer van zijn geworden. Tegen elke rede in – met de moed van wanhoop – mogen wij hopen dat het toenemend aantal van NN oorlogsvluchtelingen in onze participatiemaatschappij welkom zijn.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.