Losse flodder

Toegegeven: toen ik in de Volkskrant las dat het kabinet van iedereen die een wapenvergunning aanvraagt, gegevens als ras, etniciteit, religie en/of levensovertuiging wilde vastleggen, was mijn eerste gedachte niet "dat geloof ik niet". Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik eerst even met weemoed terugdacht aan de tijd dat we nog een ministerie van Justitie hadden, met verstandige bewindslieden die luisterden naar het advies van minstens zo verstandige ambtenaren.

Maar na een tijdje - ruim voor de reactie van het ministerie, overigens - kwam de twijfel. Dit kon toch niet kloppen? Zoiets bedenkt toch niemand? Om principiële redenen niet, maar ook omdat het geen nut heeft? En als het wel zo bedacht was, dan moeten de Raad van State en de Autoriteit Persoonsgegevens toch zulke ernstige bezwaren gemaakt hebben dat het kabinet erop zou zijn teruggekomen? Gedreven door die twijfel ben ik de stukken maar eens gaan lezen (de auteur van het Volkskrantartikel heeft het over een concept van een wetsvoorstel dat volgende maand naar de Tweede Kamer gaat; ik baseer me op het in juni ingediende wetsvoorstel). En al snel werd me duidelijk dat het allemaal toch wat anders lag.

Om te beginnen: er staat in het wetsvoorstel en de memorie van toelichting niet dat het kabinet “ras of etnische afkomst” wil vastleggen. Of “politieke opvattingen of levensbeschouwelijke overtuiging”. Of dat het de verlening van een wapenvergunning van dergelijke gegevens wil laten afhangen. Wat er staat, in artikel 44, is “Ten behoeve van de taakuitoefening op grond van de artikelen 35, 36 en 37 van de wet kan de korpschef persoonsgegevens verwerken waaruit ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen kan blijken, alsmede gegevens betreffende gezondheid, strafrechtelijke veroordelingen of strafbare feiten bedoeld in paragraaf 3.1 en 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming.” Relevante zinsneden daarin zijn: "kan persoonsgegevens verwerken” en “waaruit ras of etnische afkomst … kan blijken” (cursivering MK). Twee maal "kan" - dat is toch iets anders dan "willen". Maar hier kom ik later nog even op terug, want er staat ook “bedoeld in …van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming”.

Aha, denk ik dan. Dit artikel gaat zo te zien niet over het verzamelen van gegevens (het vragen naar – bijvoorbeeld - ras) maar over gegevensbescherming. Privacy dus. En dat betekent dat we even in die uitvoeringswet moeten kijken, of in de AVG zelf. Doen we dat, dan blijkt dat al die persoonsgegevens die in art. 44 genoemd worden, zogenoemde “bijzondere persoonsgegevens” zijn, die je alleen mag “verwerken” (registreren, bewaren, verstrekken) als dat in de wet is geregeld. Zoals hier dus.

Mooi. Dat verklaart dus het waarom van dit artikel – ervan uitgaande dat het kabinet wil dat de politie die gegevens kan verwerken. Maar waarom zou het kabinet dat willen? Het is toch ondenkbaar dat op basis van etniciteit of religie besloten zou worden een wapenvergunning te verlenen of te weigeren? En inderdaad, in het wetsvoorstel staat ook niet dat dat de bedoeling is, en ook niet in de artikelen die door het voorstel ongewijzigd blijven.

Daarom maar eens in de memorie van toelichting gekeken, want daar zou toch moeten staan wat de bedoeling is van het verzamelen van dit soort gegevens. En inderdaad – het staat er. Of eigenlijk: er staat niet dat het kabinet wil dat de politie deze gegevens gaat verzamelen. Er staat dat de politie, teneinde de afweging te maken of aan iemand een wapenvergunning zal worden verstrekt, allerlei gegevens zal gebruiken en dat niet van te voren vastgesteld kan worden welke dat zullen zijn: “Omdat in het geval van vuurwapens sprake is van een algemeen verbod, waarop voor enkele doeleinden («redelijk belang» in de zin van de wet), zoals beoefening van de schietsport of de jacht een uitzondering wordt gemaakt, wordt in de afweging of iemand een wapen kan worden toevertrouwd een breed scala aan gegevens betrokken. Er wordt gekeken naar het strafrechtelijk verleden, beschikbare informatie over de psychische gesteldheid van de aanvrager en de informatie afkomstig van referenten. Op voorhand is niet bekend welke informatie over de aanvrager in de politiesystemen aanwezig is of met name door de referenten naar voren worden gebracht.” Klinkt me redelijk in de oren. Na de schietpartij in Alphen, in 2011, wilde half Nederland (in elk geval het kabinet samen met een groot deel van de Tweede Kamer, getuige dit debat) dat de politie alle beschikbare informatie zou betrekken bij het beslissen over een wapenvergunning. Daar lijken me zeker ook verklaringen van referenten bij te horen. Die bijvoorbeeld zoiets zouden kunnen zeggen als “Ik ken aanvrager al jaren als een steunpilaar van de kerk / synagoge / moskee / tempel” – iets waar je op z’n minst een veronderstelling over iemands religie op zou kunnen baseren. Om maar te zwijgen over de mogelijkheid dat iemand zou menen dat uit een combinatie van zijn voor- en achternaam en geboorteland, iets gezegd zou kunnen worden over etniciteit en dat daarom deze gegevens niet geregistreerd mogen worden. Niet zo gek dus, maar dat terzijde, dat dat artikel 44 waarover nu ophef ontstond, al sinds 28 juli jl. in de Wet wapens en munitie staat (met terugwerkende kracht tot 25 mei, toen de AVG van kracht werd). Nou begrijp ik dat het niet echt relevant is, of iets mij redelijk in de oren klinkt. Daarom dus ook maar eens gekeken naar wat de deskundigen zeggen. De Raad van State en, omdat het over persoonsgegevens gaat, de Autoriteit op dat gebied. Ik begin maar even met die laatste, want die is volgens mij het meest uitgesproken. In het advies dat de Autoriteit Persoonsgegevens in 2017 uitbracht, is de conclusie dat de regering in de toen voorgelegde versie van het wetsvoorstel en de toelichting daarop, onvoldoende duidelijk maakte waarom verwerking van de in de wet genoemde bijzondere persoonsgegevens mogelijk moet zijn. Ik kan niet nagaan of de AP tevreden is met de aanpassingen en aanvullingen die naar aanleiding hiervan in de memorie van toelichting zijn doorgevoerd, maar in elk geval lees ik in het advies niet dat de AP zegt dat die gegevens in dit kader beslist niet verwerkt zouden mogen worden.

De Raad van State dan? Die zou ook wel eens kritisch kunnen zijn. Nou – ja en nee. In zijn advies constateert de Raad dat nog niet duidelijk is, welke gegevens in het kader van de Europese richtlijn die aanleiding is tot de wetswijziging, verwerkt moeten worden. Dat is voor de Raad geen reden om te zeggen: doe dan maar niet. Integendeel. Het advies is, te zorgen voor een wettelijk grondslag waarbinnen alles wat eventueel nodig is, mogelijk wordt gemaakt. Concreet: bied veel ruimte in de wet en leg vast dat later in een Algemene maatregel van bestuur (waarover de Tweede Kamer niet hoeft te beslissen) geregeld kan worden om welke gegevens het precies gaat. Dit advies heeft het kabinet overgenomen - zie het voorgestelde art. 35, lid 2.

Ten slotte nog die Europese richtlijn. Pittige kost, die ik niet helemaal doorgekauwd heb. Maar wat me wel duidelijk wordt (er is ook een handige wiki-pagina), is dat die richtlijn vooral bedoeld is om verspreiding van allerlei vuurwapens te voorkomen, en dat ze niet voorschrijft welke gegevens m.b.t. personen die een vergunning aanvragen, moeten worden vastgelegd (wel weer dat die gegevens 30 jaar moeten worden bewaard en uitgewisseld moeten worden en dat dat allemaal moet gebeuren binnen de grenzen van de geldende privacy-regelgeving).

Blijft nog het punt waarop flink wat mensen (in en op allerlei media) aansloegen: hoe komt de regering erbij om in een wet te spreken over “ras”? Afgezien van de historische connotatie - dat is toch geen hanteerbaar begrip (zoals in een beduidend beter artikel in de Volkskrant wordt duidelijk gemaakt)? Het antwoord lijkt me - los van het concrete geval, waarin het komt doordat in de AVG waarnaar de wet verwijst, van “ras” gesproken wordt - nogal simpel. Ooit is het woord “ras” in de wet gekomen (zie o.a. artikel 1 van de Grondwet, art. 137 c en d van het Wetboek van strafrecht, art. 14 EVRM). Sindsdien is het behalve een omstreden biologisch begrip ook een juridisch begrip geworden, waaraan in de jurisprudentie een geheel eigen betekenis is gegeven. Iets waar je allerlei vraagtekens bij kunt plaatsen, maar wat in elk geval in de juridische context hanteerbaar is – en in sommige wetsteksten onontkoombaar.

Betekent dit alles nu dat er sprake is van een door de media opgeklopt gevalletje “niets aan de hand”? Nou, dat ook weer niet. De in de Europese Richtlijn opgenomen bepaling dat de persoonsgegevens in de nationale en internationale registers bewaard moeten blijven tot 30 jaar na vernietiging van het vuurwapen of essentiële onderdelen, maakt de indruk van - om in stijl te blijven - een te groot vuurwapen om een mug te doden, zelfs al is daar dan aan toegevoegd dat de toegang tot die gegevens voor bestuurlijke doeleinden beperkt moet blijven tot 10 jaar en alleen in het kader van strafrechtelijk onderzoek tot 30 jaar mogelijk zal zijn. En dat de huidige regering niet van plan is om naar ras, religie etc. te vragen als iemand een wapenvergunning wil hebben, is natuurlijk geen garantie voor de toekomst. Feit is dat de voorgestelde wet de deur op zijn minst op een kier zet om dat te doen. Een aanvulling, bijvoorbeeld in artikel in art 35, lid 2, lijkt me wenselijk, waarmee dan wordt geregeld dat van sommige "bijzondere persoonsgegevens" niet bij AMVB kan worden vastgesteld dat ze moeten worden verzameld en vastgelegd.

Maar hoe dat ook zij: de (oorspronkelijke) berichtgeving in de Volkskrant blijkt een losse flodder. Kennelijk laat ook deze krant zich, als dat zo uitkomt, leiden door het adagium dat je een bericht dat het goed zal doen op de voorpagina, niet kapot moet checken. Dat is een treurige constatering, die slechts ten dele wordt gecompenseerd door de conclusie dat het met het ministerie waar inmiddels Justitie weer voorop staat, minder treurig gesteld is dan ik even vreesde.

 

Dr. M.M. (Max) Kommer is socioloog / criminoloog en tot voor enkele jaren werkzaam bij het ministerie van (Veiligheid en) Justitie

Naam auteur: Max Kommer
Geschreven op: 1 oktober 2018

Strategisch adviseur

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.