Juristen: snel naar Wetenschapsagenda.nl

Stel, u worstelt met de vraag of afnemende financiële middelen in de zorg in combinatie met een groeiend aantal dementerende ouderen de komende jaren zal noodzaken tot aanvullende juridische waarborgen om een waardig bestaan voor een ieder te kunnen blijven garanderen. Of u wilt weten in hoeverre ons Nederlandse fiscale regime nog wel concurrerend is, gegeven de sterk globaliserende arbeidsmarkt.

En wellicht vraagt uw collega zich af of de regeling productenaansprakelijkheid niet aan herijking toe is onder invloed van een steeds diffusere grens tussen fysiek en virtueel. Wel: dergelijke vragen zijn deze maand in te dienen via ‘wetenschapsagenda.nl’. Wie weet prijken ze eind dit jaar temidden van vele andere op de Nationale Wetenschapsagenda.

Eind 2014 gaf het kabinet opdracht aan de zgn. “kenniscoalitie” om een Nationale Wetenchapsagenda (NWA) op te stellen. Inmiddels is een stuurgroep ingesteld o.l.v. Beatrice de Graaf en Alexander Rinnooy Kan met vertegenwoordigers van diverse organisaties (NWO, VSNU, KNAW, VNO/NCW, etc.). Ze moeten komen tot een ‘inspirerende, tot de verbeelding sprekende wetenschapsagenda’. Een agenda die, in navolging van Duitsland, het VK en Denemarken, de Nederlandse respons en invulling moet zijn van de Europese Horizon-2020 agenda. Behalve dat, wordt ook beoogd een betere aansluiting van wetenschappelijk onderzoek op zowel maatschappelijke als economische kansen en behoeften te realiseren.

Iedereen kan vragen indienen. Wetenschappers, bedrijfsleven, publieke sector en burgers. Kortom, ‘wetenschapsagenda.nl’ staat ook open voor rechters, OvJ, wetgevingsadviseurs, advocaten en anderen die voor het recht een rol zien bij de aanpak van maatschappelijke en economische vraagstukken. Tot nu toe leggen de betrokkenen bij de wetenschapsagenda een nogal sterke relatie met de Europese thema’s (de zgn. Grand Challenges1 zoals duurzaamheid, gezond ouder worden, voedselveiligheid, etc.). Natuurlijk kan juridisch onderzoek dienstbaar zijn aan deze uitdagingen. En niets ten nadele van het belang van dergelijk onderzoek. Maar er is veel meer. Het nader doordenken van zowel de Nederlandse als de Europese rechtsstaat is immers evenzeer wezenlijk bij de aanpak van maatschappelijke en economische vraagstukken. Hoe bijvoorbeeld kunnen we een Grexit (uit de Euro) of een Brexit (uit de Unie) vermijden of in goede banen leiden en de EU minder afhankelijk laten zijn van nationale regeringen? Welk juridisch fundament is dan nodig en betekent het onherroepelijk een verschuiving van macht naar de Europese instanties, of zijn er ook andere mogelijkheden om een sterkere Europese rechtsstaat te realiseren? Een Nationale Wetenschapsagenda waar het thema Rechtsstaat op ontbreekt lijkt me ondenkbaar.

Kortom, als juridische gemeenschap moeten we deze maand vragen aanleveren. Maar wat voor vragen zijn zoal geschikt? Een helder antwoord op die vraag blijkt nog niet zo eenvoudig. Om vragenstellers een aanknopingspunt te bieden werd onlangs een filmpje getoond van premier Rutte die als historicus en politicus een vraag over de diepere oorzaken en dilemma’s rond de bloeiperiode van het Romeinse Rijk op tafel legde. Maar Rinnooy Kan liet zich na het zien ervan kennelijk ontvallen: “Dat is een beetje een domme vraag.” Welke vragen dan wel? Duidelijk is dat ze in ieder geval niet te specifiek en gedetailleerd moeten zijn. En bij voorkeur raken ze meerdere disciplines of sectoren. Dus niet: “Hoe ziet de toekomst van het goederenrecht er uit?” Maar wel: “Op welke wijze zal het Nederlandse goederenrecht zich moeten ontwikkelen wil ons land de concurrentiepositie op de mondiale markt van online dienstverlening verstevigen?” Of: “Dwingen de inzichten in de neurowetenschappen tot een andere beoordeling van (al dan niet strafrechtelijke) aansprakelijkheid in geval van “opzettelijk” handelen?” En: “Zijn er juridische technieken te verzinnen waardoor wordt voorkomen dat regelgeving (compliance, voorzorg, aansprakelijkheid) een belemmering vormt voor innovaties en voor flexibel reageren op complexe problemen?” Vragen kunnen situaties proberen te verklaren: "waarom zijn sommige landen succesvoller dan andere in het creëeren van een gunstig investeringsklimaat en welke rol speelt wetgeving daarbij? Vragen mogen ook over onzekere toekomsten gaan: “met welke reguleringsinstrumenten bieden we betere garanties tegen onzekerheden van sterk globaliserende financiële markten?”. “Welk potentieel draagt Big Data in zich voor kwaliteitsverbetering van rechtspraak en welke grenzen moeten hier worden gesteld met het oog op de rechtsstatelijke positie van de rechtsspraak?”. “In welke mate dient een op solidariteit gebaseerde regelgeving grenzen te stellen aan de verworvenheden die humane biotechnologie onze samenleving te bieden heeft?” De rode draad door de voorbeelden is: vragen moeten een brede herkomst hebben en daarmee herkenbaar zijn voor maatschappelijke partners binnen en buiten het juridisch domein.

Na indiening, worden de vragen beoordeeld op hun ‘geschiktheid voor de wetenschapsagenda’. Ze moeten zich lenen voor wetenschappelijk onderzoek en een uitdaging dan wel een kans voor de Nederlandse wetenschap vertegenwoordigen. Belangrijk is of de vraag ‘onderzoekbaar’ is. Voor de bovengestelde vragen over onzekere toekomsten betekent dit dat de vraag ‘onderzoekbaar binnen tien jaar’ is. Niet dat het antwoord er dan moet zijn. Wel dat het onderzoek binnen die termijn op de rails moet staan. Na de validatie volgen deze zomer discussiebijeenkomsten, waarna de stuurgroep keuzes maakt en eind dit jaar de agenda presenteert.

Van diverse kanten is de vrees geuit dat de rol van het recht en rechtswetenschappelijk onderzoek onvoldoende op het netvlies van de stuurgroep en de “kenniscoalitie” staat. Of dat werkelijk zo is, valt op dit moment moeilijk te zeggen. In ieder geval moeten we als juridische gemeenschap toch vele aan het recht gerelateerde maatschappelijke en economische uitdagingen weten te formuleren om zo voor recht, regulering en de toekomst van de rechtsstaat een prominente rol in de Nationale Wetenschapsagenda te garanderen. Kortom, snel naar Wetenschapsagenda.nl.


Dit Vooraf is ook gepubliceerd in NJB 2015/634, afl. 13, p. 803.


1. Zie https://ec.europa.eu/programmes/horizon2020/en/h2020-section/societal-challenges

Corien Prins

Naam auteur: Corien Prins
Geschreven op: 30 maart 2015

Hoogleraar Recht en Informatisering aan de Universiteit van Tilburg

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.