Wil de rechtspraak van plaatsvervangers af?

Mijn wenkbrauwen werden zelden zo aan het fronsen gebracht als door het lezen van een recent nieuwsbericht (d.d. 27 augustus 2012) van dhr. Van den Emster, voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak. In het bericht stelt de voorzitter dat de rechtspraak terughoudend moet zijn bij het inschakelen van plaatsvervangers. Mijn eerste gedachte was: de rechtspraak is al heel terughoudend. Na allerlei rumoer van de afgelopen jaren zijn de regels die gelden voor plaatsvervangers serieus aangescherpt opdat (schijn van) belangenverstrengeling vermeden wordt en het aanzien van de rechterlijke macht redelijkerwijs niet ter discussie kan komen te staan.

Honorair plaatsvervangers met een mening

Toch is er kennelijk wéér een akkefietje, want de Raad was er als de kippen bij om te verklaren dat de rechtspraak wel wat minder gebruik zou kunnen maken van (honorair) plaatsvervangers. Het gaat hier – als ik afga op het nieuwsbericht – om een zaak waarin een meervoudige fiscale kamer van de rechtbank te B. de wet heeft uitgelegd en het gelijkheidsbeginsel heeft toegepast (LJN BX3386).

Fiscale wetsuitleg. Gaap, zou je denken. Maar het effect is kennelijk dat de Staat veel geld misloopt. Het was in elk geval reden voor lichte consternatie in de media (en er is vast ook wel over getwitterd door allerlei beter en minder goed ingevoerde lieden). Wat was namelijk het geval? Een van de drie rechters was een plaatsvervanger die in het dagelijks leven hoogleraar fiscaal recht is én die kennelijk al een oordeel over de juridische kant van de zaak in een juridisch geschrift had neergelegd.

Als ik dus goed heb begrepen, is het problematische dus dat die hoogleraar dus al een mening klaar had? Tja, geldt dat niet voor elke rechter die al een soortgelijk geval beslist heeft? Bedoelt de voorzitter van de Raad te zeggen dat een hoogleraar die plv-rechter is en die in wetenschappelijke zin iets heeft verdedigd dat vervolgens in een uitspraak terechtkomt, zich bezondigd heeft aan vermenging van wetenschap en rechtspraak?

Wetenschappelijk oordeel

Als de uitspraken zoals ze op de website van de Raad staan, werkelijk zo bedoeld zijn, dan vind ik dat bedroevend. Ik voel me als hoogleraar eigenlijk ook wel aangesproken. Ze komen op mij over als een verdachtmaking van wetenschappelijke oordelen. De wetenschappelijke betrokkenheid bij het onderwerp – en het feit dat je er als hoogleraar een wetenschappelijk oordeel over hebt – lijkt me toch juist de basis van het plaatsvervangerschap. Als de plaatsvervanger bij voorkeur ondeskundig moet zijn, neem dan een leek. We verwijten een medisch hoogleraar toch ook niet dat hij zijn wetenschappelijke werk toepast in het ziekenhuis? Het zou erger zijn als hij dat niet deed. Bovendien: er zitten toch nog twee rechters op die zaak? Als ik hen was, zou ik me door dit bericht goed in mijn hemd gezet voelen.

Als het hebben van een wetenschappelijk oordeel over de te beslissen materie een beletsel is, dan wordt het plaatsvervangerschap voor wetenschappers (met een oordeel) onwerkbaar en onzinnig. Misschien kunnen we het instituut dan maar beter direct opdoeken?

Oplossingen

De ‘oplossingen’ die de voorzitter aandraagt, zijn bovendien onwerkbaar. Terughoudend gebruik van plaatsvervangers betekent dat ze niet op belangrijke zaken ingezet mogen worden, zo begrijp ik het nieuwsbericht. Tenzij het belang alleen afgemeten wordt aan de geldelijke inzet, lijkt me dat een onwerkbaar criterium. Of het een belangrijke zaak is, blijkt vermoedelijk pas achteraf als er verongelijkt over getwitterd wordt tijdens de komkommertijd. En dan kun je die plaatsvervanger er niet meer vanaf halen.

Ook zou meer gebruik moeten worden gemaakt van een deskundigenbericht – dat is een stuk transparanter dan die hoogleraar die al over de materie heeft gepubliceerd, zo lijkt de redenering. Ik hoop toch van harte dat ik dit verkeerd heb begrepen. Hoe kan voorlichting door een deskundigenbericht een alternatief zijn voor het rechterlijk oordeel? De expertise van plaatsvervangers wordt toch veelal ingezet (zo ook kennelijk hier) voor het vormen van een rechtsoordeel? En daarover gaan deskundigen niet, dat moet de rechter toch echt zelf doen.

De regeltjes rondom plaatsvervangers zijn de afgelopen jaren op goede gronden aangescherpt, maar dit bericht had beter niet de wereld ingezonden kunnen worden. Het komt op mij over als een overtrokken reactie op het zoveelste akkefietje. Kritiek omdat de rechterlijke beslissing kennelijk in het verlengde van een wetenschappelijke opvatting ligt, moeten we die serieus nemen? Of heb ik een beslissend detail over het hoofd gezien? Als de rechterlijke macht wetenschappelijk werk niet meer ten grondslag wil leggen aan rechterlijke oordelen, gooi dan al die plaatsvervangers er direct uit. En sluit ook de gerechtsbibliotheek, want daarin staat ook wetenschappelijk werk.

Prof. mr. W.H. van Boom is honorair plaatsvervanger en hoogleraar Privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Dit artikel verschijnt ook in NJB afl. 34, 2012.

 

Naam auteur: Willem van Boom
Geschreven op: 3 oktober 2012

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Philip schreef op :
Omdat civiele rechtspraak primair procedeerontmoediging tot doel heeft, is een plaatsvervanger even effectief als de burgers er maar in geloven dat de plaatsvervanger voldoende kennis heeft om voor rechter te spelen terwijl daarmee kosten worden bespaard. Voor advocaten biedt het een mogelijkheid om ook iets nuttigs voor de overheid te doen voor de procedeerontmoedigende declaraties die ze aan justitiabelen geven.
a.zecha schreef op :
Substitutie van specifiek gekwalificeerd personeel door personeel met andere kwalificaties komt veel voor indien er bezuinigd moet worden of anderszins tekorten moeten worden opgeheven. Vaak wordt daarbij stilzwijgend aangenomen dat aan de resultaten niet veel zal veranderen.
Niets is m.i. minder waar vermits andere kwalificaties niet vanzelfsprekend passen in de functie-eisen waarvoor specifieke kwalificaties gevraagd en vereist worden.

In het onderwijs, in de gezondheidszorg en in de sociale zorg vindt de inschakeling van substituanten reeds geruime tijd en op ruime schaal plaats. De gevolgen zijn bepaald niet onverdeeld positief. Europese e.a. internationale vergelijkende rapportages geven een wat ander beeld dan de binnenlandse informatieverstrekking doet.
De typische Hollandse "gidsland" hype ten aanzien van deze deelgebieden werd erdoor enigermate getemperd.

Het opgemelde pleit m.i. voor de terughoudendheid van de voorzitter van de Raad voor Rechtspraak om substituanten in te schakelen in de zittende magistratuur.
a.zecha
Antoni Brack schreef op :
Ik maak van deze gelegenheid gebruik om adhesie te betuigen met het stuk van collega-hoogleraar Van Boom. De reactie van de Raad voor de Rechtspraak is (ook) mij volstrekt in het verkeerde keelgat geschoten en de meest vriendelijke kwalificatie die ik er voor kan bedenken is: hoogst ondoordacht. De gronden van mijn verontwaardiging staan in het stuk van Van Boom.
Het lijkt mij relevant te vermelden dat ik sinds ruim tien jaar raadsheer-plv ben in het Hof Arnhem en hoogleraar Bedrijfsrecht Universiteit Twente.
Frits Jansen schreef op :
Het probleem is dat burgers vaak niet De Juridische Methode begrijpen, d.w.z. dat rechters gemotiveerde, zo veel mogelijk rationele beslissingen nemen, conform wetgeving en jurisprudentie, met een correctiemogelijjheid van collega's (in meervoudige kamers), en anders in beroep en cassatie.

Door publiekelijk te pleiten voor terughoudendheid bij het gebruikmaken van rechter-plaatsvervangers kan de onjuiste indruk bevestigd worden dat rechters een al te persoonlijke c.q. politieke afweging maken. En dat is koren op de molen van populisten die vinden dat De Politiek rechtstreeks (en niet alleen via wetgeving) de rechterlijke macht moet aansturen, en bijv. rechters moet kunnen ontslaan die niet streng genoeg straffen.

Natuurlijk, die machtenscheiding is maar lastig. Dictators kunnen veel efficiënter werken.
Wil de rechtspraak van plaatsvervangers af? ← BijzonderStrafrecht.nl schreef op :
[...] het volledige artikel nu op NJBlog of vanaf aankomende vrijdag in het NJB (aflevering 34, 2012). « Spreekrecht moeder [...]

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.