Wie staat er boven de wet?

Een categorisch antwoord (‘niemand’) is verleidelijk, maar we kennen in het recht wel degelijk het fenomeen ‘onschendbaarheid’. De NJV-vergadering is dit jaar aan dat thema gewijd,1 zij het dat in de preadviezen gekozen is voor ‘immuniteit’ als sleutelwoord. Wanneer een rechtssubject immuniteit geniet, is, zo licht het voorwoord toe, tegenover hem geen handhaving van bepaalde rechtsregels door rechter of autoriteit mogelijk.

Immuniteit creëert daarmee een uitzonderingspositie voor het betreffende subject. De vergadering krijgt meteen een richting mee. De preadviseurs constateren een groeiend ongemak met en zelfs weerstand tegen immuniteiten. Steeds minder wordt een bijzondere positie in het recht geaccepteerd. Niemand staat toch boven de wet? Wanneer we het thema even op ons laten inwerken en vervolgens het preadvies ter hand nemen, verbaast ons niet dat parlementaire immuniteit voorwerp van bespreking is (preadviseur Schutgens), dat de volkenrechtelijke immuniteit van de VN onder de noemer ‘Srebrenica voorbij’ op de agenda staat (Schrijver) en evenmin dat de strafrechtelijke onschendbaarheid van de Staat tegen het licht wordt gehouden (Van Sliedregt). Meer moeite moeten we doen om ons een voorstelling te maken bij immuniteiten in het privaatrecht. Dat geldt ook voor preadviseur Verheij die niet voor niets volgens het voorwoord een ‘speurtocht’ doet.

Wellicht omdat ‘echte’ immuniteit voor aansprakelijkheid nauwelijks voorkomt (neem art. 42 WRRA: rechterlijk ambtenaren zijn niet persoonlijk aansprakelijk te stellen), stelt Verheij zijn filter grover af: voor hem kwalificeren alle gevallen waarin van normale regels van aansprakelijkheid en schadevergoeding wordt afgeweken. Hij is daarbij niet alleen geïnteresseerd in gevallen van niet-aansprakelijkheid, maar ook in verhoogde drempels voor aansprakelijkheid, aansprakelijkheidsplafonds en in het fenomeen dat bepaalde schade buiten aansprakelijkheid wordt gehouden. Dat levert vervolgens een waslijst aan gevallen op, soms voor de hand liggende (art. 6:164 BW: niet-aansprakelijkheid kinderen onder 14) maar herhaaldelijk ook minder voor de hand liggende (onverhaalbaarheid van brandweerkosten en de leer van de formele rechtskracht bijvoorbeeld). Bij de verhoogde drempel voor aansprakelijkheid noemt Verheij terecht de staatsaansprakelijkheid voor rechterlijke uitspraken, maar de recentelijk in art. 1:25d Wft verankerde uitsluiting van aansprakelijkheid van de financiële toezichthouders zou ik nu juist een echte immuniteit noemen (dat zij wegvalt bij opzet of grove schuld maakt dat niet anders). Ik kan mij wel goed voorstellen dat Verheij limieten en aansprakelijkheidsplafonds in de beschouwingen betrekt al was het maar omdat zij in het kader van beteugeling van een (mogelijk) uit de hand lopende aansprakelijkheidslast een alternatief zijn voor immuniteit. Zo had de aansprakelijkheid van financiële toezichthouders op basis van art. 6:110 BW gelimiteerd kunnen zijn, in plaats van wettelijk uitgesloten. Minder voor de hand liggend echter en wat mij betreft te weinig met immuniteit te maken hebbend zijn de beperkte kring van gerechtigden bij vergoeding van personenschade (art. 6:107-108 BW) en het fixatiestelsel bij wettelijke rente. Die mogen ons een doorn in het oog zijn, met onschendbaarheid of immuniteit hebben zij slechts gemeen dat zij niet leiden tot volledige vergoeding of onbeperkte aansprakelijkheid. Met de vraag of een bepaalde persoon vol in de wind moet staan of eventueel of juist in meer of mindere mate uit de wind moet worden gehouden heeft dat te weinig raakvlakken. Dat realisere men zich bij lezing van het rijke preadvies van Verheij: meer dan een beschouwing over immuniteiten is het een stuk over bijzondere regels en regimes in het aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht.

Die kunnen overigens rekenen op een koele ontvangst. Zijn inventarislijst wordt liefst driemaal de maat genomen: hoe te denken over afwijking van normale regels van aansprakelijkheid en schadevergoeding vanuit rechtseconomisch, sociaalpsychologisch én juridisch perspectief? Hoofdlijn van het betoog: alle seinen staan op rood. Niet alleen staan rechtseconomen negatief tegenover beperkte aansprakelijkheid en is het vanuit gedragswetenschappelijk perspectief nauwelijks mogelijk om ‘evidence based’ fundament te geven aan immuniteit voor of beperking van aansprakelijkheid, ook de juridische invalshoek (mensenrechten, bescherming slachtoffers/zwakke partijen, gelijkheid) levert enkel negatieve indicaties op.

Dat het preadvies uitmondt in nogal wat aanbevelingen aan wetgever en rechter verbaast dan niet. Vrijwel steeds strekken zij tot het plaveien van de weg naar aansprakelijkheid: hervorming van art. 6:107-108, afschaffing van limieten, heroverweging van het fixatiestelsel bij wettelijke rente, versoepeling van staatsaansprakelijkheid voor onrechtmatige rechtspraak, versimpeling van de leer van de formele rechtskracht, in meer gevallen smartengeld, meer betekenis voor de mate van verwijtbaarheid in het algemeen en, in dat verband in het bijzonder, stevige verhoging (verdubbeling, eventueel zelfs verdrie- of verviervoudiging bij opzet of oogmerk) van smartengeldbedragen.

Hoewel ik sympathiek sta tegenover diverse van zijn voorstellen, springt het cumulatie-effect in het oog. Per saldo laat Verheij de aansprakelijkheidslast stevig groeien. Waar Spier en Bolt in hun NJV-preadvies nota bene in tijden van voorspoed, we schreven 1996, een bezorgd geluid lieten klinken over de uitdijende reikwijdte van het aansprakelijkheidsrecht, laat Verheij in bij uitstek sombere tijden de teugels nadrukkelijk vieren. Dat is lef hebben. Ik schat in dat NJV, beleidsmakers en rechters anno 2013 een behoudender koers zullen kiezen om economie en samenleving niet al te zeer te belasten. Niet voor niets is er juist nu, al is, zoals Verheij overtuigend stelt, de argumentatie van de wetgever zwak en gaat deze voorbij aan wetenschappelijk onderzoek, een immuniteit voor financiële toezichthouders ingevoerd. Het enig echt veelzeggende maar onuitgesproken argument vormen de potentieel immense consequenties van een onbeperkte aansprakelijkheid voor de schatkist en daarmee voor de samenleving. Ik zeg niet dat andere oplossingen (limitering ex art. 6:110 bijv.) onmogelijk waren, wel dat het geen toeval is dat juist nu voor immuniteit wordt gekozen. Anno 2013 staat een enkeling wel degelijk boven de wet, in ons aller belang.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2013/1298, afl. 20, p. 1313.


Bron afbeelding: AlicePopkorn


1. Immuniteiten. Het recht opzijgezet?, Deventer 2013, waaraan ook de komende Voorafjes zijn gewijd.

Ton Hartlief

Naam auteur: Ton Hartlief
Geschreven op: 14 mei 2013

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Maastricht

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

a.zecha schreef op :
Aansluitend bij mijn voorgaande reactie een korte reactie toe.
Zoals gesteld werd is uit het artikel op te maken dat bij verwijtbare fouten vanwege de staat zonder immuniteit de financiële consequenties uit publieke middelen worden vergoed. Inderdaad het begin van een cirkelargumentatie - wat m.i. inherent is aan partijpolitieke logica - die wordt gesloten door de conclusie te trekken dat burgers (dus) de schade betalen.
Impliciet wordt te kennen gegeven dat de partijpolitieke bestuurders ten bate van burgers boven de wet staan. .
Hetgeen mij sterk doet denken aan “tunnel” redeneringen van het openbaar ministerie die tot een gewenst moeten doel leiden..
a.zecha
De jaarvergadering van de NJV over Immuniteiten — NJBlog schreef op :
[...] Hartlief, Wie staat er boven de wet? NJB 2013/1250, afl. 20. [...]
a.zecha schreef op :
De beantwoording van een vóórgaande vraag die politieke wetgevers en bestuurders (de binitas politica) steevast uit de weg gaan is: “wat houdt bestuurlijke verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid de facto in”.
Uit het artikel begrijp ik dat mogelijke (onbeperkte!?) schadevergoedingen uit publieke middelen een punt van zorg van de auteur is. Dat kan m.i. zeer efficiënt worden beperkt door een “eigen bijdrage” van betrokken bestuurder te vorderen. Het is een begin bij de beantwoording van opgemelde vraag.

De binitas politica en hun ambtenaren besteden vele miljoenen (miljarden?) Euro’s aan wet- en regelgeving met daarbij horende sancties om burgers op hùn talloze verantwoordelijkheden te wijzen. De binitas politica willen daartoe zelfs de sancties verhogen!

In de evolutie van het recht van politieke bestuurders wordt het steeds moeilijker om hen in rechte voor hun bestuur verantwoordelijk te maken. Het decennia lang procederen van bestuurders tegen klokkenluiders dat wordt gefinancierd met publieke gelden en uiteindelijk leidt tot schadevergoedingen aan burgers geeft m.i. een representatief voorbeeld van de feitelijke verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de binitas politica.

Over bestuurlijke verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de binitas politica is m.i. te lang gezwegen.
a.zecha
Frits Jansen schreef op :
Het gaat er niet over, maar het doet me wel denken aan de discussie of de politiek boven het recht staat. Toen ik als betrekkelijke beginner die vraag stelde in een geleerd gezelschap schrok ik dat niemand dat wist. Alleen een aanwezige Duitse jurist twijfelde geen moment dat her recht "natuurlijk" boven de politiek staat. Al hebben sommige Nederlandse politici de neiging om als ze door het EHRM terecht worden gewezen gepikeerd te reageren dat die rechters hun plaats moeten kennen en politici niet voor de voeten moeten lopen.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.