Wet en beleid van de straat

Komende week geeft de Minister van Justitie het startsein voor een rijksbreed experiment met internetconsultatie bij de voorbereiding van wetgeving. Twee jaar lang kunnen burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties online van wetsvoorstellen kennis nemen en hun ideeën hierover kenbaar maken. Doelstelling: bevorderen van transparantie in het wetgevingsproces en een bijdrage leveren aan de kwaliteit van wetgeving. Nieuw is het initiatief overigens niet. Er liepen diverse proeven en twee jaar geleden al toonde de minister zich in een brief aan de Tweede Kamer voorstander van internetconsultatie.



Het experiment is in feite ook een voorzichtige stap het wetgevingsproces open te stellen voor kritiek en te voeden met empirie. Daarmee kan het worden gezien als een poging het huidige tekort in de wijze waarop beleid en wetgeving wordt geformuleerd, gemaakt en geïmplementeerd te adresseren. Een tekort dat – zo maakt deze aflevering over het rookbeleid wel weer duidelijk – wordt gekenmerkt door een groeiend gebrek aan draagvlak in onze samenleving voor een besluit of wettelijke regeling. Een tekort dat zich eveneens uit in de kennelijke onmacht van beleidsmakers en wetgevingsjuristen voldoende rekening te houden met de complexiteit en dynamiek van de praktijk van alledag. Een onmacht die in de literatuur mede wordt verklaard vanuit de constatering dat het beleidsmakers aan de benodigde kennis ontbreekt als het gaat om het in regels verdisconteren van implementatie- en uitvoeringskwesties.

Het lijkt simpel: bouw een website, plaats er voorgenomen wetgeving op, laat belanghebbenden en burgers reageren en de basis is gelegd voor één van de trajecten in het werken aan de kwaliteit van wetgeving en meer vertrouwen vanuit de samenleving in wetgeving. Maar achter het digitale initiatief gaat een wereld aan uitdagingen schuil.[1. Zie mijn Vooraf 'Bruikbare Internetconsultatie', NJB 2006-42.] Als de wetgever andere actoren uitnodigt ideeën in te brengen en kennis, ervaring en expertise te delen, moet ze ook faciliteren dat deze actoren daadwerkelijk deze kennis en ervaring vorm en inhoud kunnen geven. Dat betekent dat de wetgever het aandurft deze actoren van meer dan uitsluitend basale input te voorzien. Kortom, op de website dient niet alleen het wetsvoorstel zelf beschikbaar te komen, maar ook de informatie die ten grondslag ligt aan de gehanteerde beleidsveronderstelling en de overwegingen die in het wetgevingsproces een rol hebben gespeeld. Een andere uitdaging ligt in de huidige realiteit van het internet zelf. Bij digitale participatie gaat het steeds minder om geïsoleerde inbreng van verschillende individuen, maar om input die samenkomt en daarmee ook elkaar beïnvloedt. Alles draait erom een gemeenschap in beweging te krijgen, onderlinge interactie te realiseren en in gezamenlijkheid nieuwe kennis te genereren. Wetgevingsconsultatie via internet zal zich uiteindelijk hebben te ontwikkelen tot een forum soortgelijk als Intellipedia in de VS of Burgerlink alhier. En dan is er nog de uitdaging dat elke burger met enige programmeerkennis tegenwoordig zelf z’n alternatieve wetgevingsconsultatie kan opzetten zodra een wetsvoorstel digitaal beschikbaar komt. Is de wetgever bereid ook deze uitkomsten mee te nemen?

Maar in feite zijn de uitdagingen nog veel fundamenteler. Wil de wetgever het potentieel van internetconsultatie daadwerkelijk ten voordele benutten, dan heeft men uiteindelijk verregaande consequenties van zowel dit instrument, als ook de wensen van de samenleving anno 2000 te onderkennen. Zo verlangt het initiatief een cultuuromslag: een wetgever die bereid is zich te laten verrassen. Die niet alleen zoekt naar draagvlak, maar ook tegenspraak wenst te ontvangen. En vervolgens bereid en in staat is te verantwoorden waarom bepaalde suggesties wel of juist niet worden overgenomen. Het vraagt daarmee ook, zoals Van Gestel vorig jaar in zijn oratie[2. Rob van Gestel, Wetgeven is vooruitzien; hier te downloaden (PDF-bestand, 307 KB).] al stelde, om een wetgevingscultuur die open staat voor het expliciteren en ter discussie stellen van de presumpties die aan een wetsvoorstel ten grondslag liggen. En wat mij betreft betekent dat dan ook dat het internetexperiment niet beperkt blijft tot consultatie van een wetsvoorstel, maar tevens het beleid zelf en de onderliggende beleidspresumptie tot voorwerp van discussie maakt. Wanneer men immers de ambitie heeft ook burgers digitaal mee te laten praten, zal de nadruk niet primair moeten liggen op hun inbreng ten aanzien van fijnmazige, complexe en regeldichte wetgeving. Juist bij burgers zal het om het meedenken en meepraten over beleidsvoornemens draaien, veel minder om een rol in het technische wetgevingsproces. Maar als we die stap zetten gaat het over heel wat meer dan kwaliteit van wetgeving en transparantie van het wetgevingsproces.

De echte uitdaging is uiteindelijk dan ook veel fundamenteler: in werkelijkheid gaat het om de vraag hoe de politiek (en dus niet zozeer de direct bij wetgeving betrokkenen) de wensen van de samenleving weet te ‘vinden’ en weet te vertalen? En andersom hoe de samenleving de politiek weet te bereiken? Hoe moet in deze tijd en samenleving een democratie worden ingericht? En welke rol kan internetconsultatie dan spelen?

Afgelopen week sprak Rein Jan Hoekstra in zijn jaarrede voor de NJV over de erosie van de wetgevingsfunctie. Wetgeving is het terrein van bestuurlijke circuits geworden. Geërodeerd tot procedureel instrument, gekenmerkt door vluchtigheid en haastwerk. De wet is niet langer van het volk, maar verworden tot instrument van bestuur en politiek, aldus Hoekstra. Hij hield een stevig pleidooi voor herstel van de heerschappij van de wet, juist ook met het oog op het belang van de democratische rechtsstaat. In dat proces van herstel is de burger in zijn ogen een belangrijke medespeler. Als aandrager van de benodigde checks en balances in het wetgevingsproces. Wat mij betreft biedt digitale consultatie hierbij zeker kansen. Maar dan moet het wel over meer dan alleen wetgeving gaan.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2009/24.

 

Bron afbeelding: erf-goed.be

Corien Prins

Naam auteur: Corien Prins
Geschreven op: 15 juni 2009

Hoogleraar Recht en Informatisering aan de Universiteit van Tilburg

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.