Waarheidsvinding

‘Als je veel laat zien, hoef je weinig uit te leggen’. Dit was een stelling bij mijn proefschrift die ik in een overmoedige stemming – het boek was af – had neergeschreven. Reiner de Winter maakte hiermee in zijn prachtige boekje ‘Zonder standpunt ben je nergens’ korte metten. Hij geloofde er niets van.

Volgens hem is het tegendeel waar: hoe méér je laat zien, hoe méér er is uit te leggen en hij illustreerde dit aan de hand van het schilderij van Pietro Perugino in de Sixtijnse kapel, waarop Jezus de sleutels van de kerk aan Petrus overhandigt en de door Robert Jordan geschilderde versie van dezelfde voorstelling, maar dan gezien vanuit de verte. Daarop is van een overhandiging van een sleutel niets meer te bekennen. Door in te zoomen en dus door minder te (laten) zien worden we beter in staat gesteld een zinvolle waarneming te doen.

De NJV vergadert dit jaar over de waarheid in het recht en Loth sluit zijn preadvies af met de constatering dat waarheidsvinding een perspectief veronderstelt en dat dat perspectief en de notie van wat als waarheid wordt aangenomen uiteindelijk iets is van de(proces)praktijk. Daarmee lijkt de cirkel rond en blijft het worstelen met de waarheidsvinding op het bord liggen van de rechter. Enige houvast bieden daarbij uiteraard het bewijsrecht en de processuele structuur van onze rechtspleging, maar uiteindelijk moet de bekende ‘sprong’ door de rechter worden gemaakt. In de meeste gevallen is dat niet zo problematisch, maar als het bewijs dun is, is extra voorzichtigheid geboden. Dan is het vinden van de waarheid nauw verbonden met het voordeel van de twijfel. Een recent voorbeeld van een mijns inziens risicovolle ‘sprong’ gaat over een moord zonder lijk. Op de vooravond van Koninginnedag verdween in 2009 een man uit Arnhem. Was dit vrijwillig of was er sprake van een misdrijf? Het lichaam van de man is nooit gevonden. Wel blijkt iemand, de latere verdachte, in het bezit te zijn van zijn auto waarin een bloedspoor van de verdwenen man wordt gevonden. De verdachte blijkt een vuurwapen te hebben en heeft ook de site van vermiste personen bekeken. Hij blijft zwijgen. De rechtbank Arnhem (LJN BP3749) spreekt hem op 9 februari 2011 vrij van moord of doodslag. Er is geen direct bewijs dat hij de verdwenen man om het leven heeft gebracht. Het alternatieve scenario, namelijk dat hij van de verdwijning heeft geprofiteerd en zich de auto heeft toegeëigend is ook plausibel. Het Hof Arnhem ziet dat anders en veroordeelt de verdachte op 4 mei 2012 (LJN BW4764) tot 18 jaar gevangenisstraf wegens moord. Het hof is ervan overtuigd dat het niet anders kan dan dat de verdwenen man door geweld om het leven is gebracht. Daarbij acht het Hof het van belang dat alle denkbare alternatieve scenario’s zijn onderzocht maar geen bewijs van het tegendeel hebben opgeleverd en de verdachte is blijven zwijgen en geen opheldering heeft gegeven over de belastende omstandigheden die op zijn betrokkenheid wijzen.

Het zijn voornamelijk de rechtspsychologen geweest die de afgelopen tijd de niet-juridische aspecten van de rechterlijke oordeelsvorming in lastige zaken onder de loep hebben genomen en daarom is het eigenlijk wel jammer dat zich onder de NJV-preadviseurs geen rechtspsycholoog bevindt. Want ondanks de soms wat irritante titels van hun publicaties, zoals ‘De slapende rechter’, valt er van hun bevindingen veel te leren. De meest waardevolle bijdrage van de rechtspsychologen aan het waarheidsdebat is naar mijn mening de bewustwording van de onbetrouwbaarheid van beeldvorming, hoe snel we op een dwaalspoor kunnen belanden en hoe belangrijk twijfel is. Het overgrote deel van het bewijs in strafzaken bestaat uit in processen-verbaal vastgelegde waarnemingen van opsporingsambtenaren en verhoren van getuigen en verdachten. Vooral als het erom spant moeten we ons realiseren dat bij het doen van waarnemingen en het opnemen van verklaringen daarover gemakkelijk vertekeningen kunnen ontstaan. Het is heel moeilijk open te blijven staan voor een andere perceptie van wat er zich heeft afgespeeld als een voorstelling van zaken zich eenmaal in ons brein heeft gevormd. Zien we in de op deze pagina geplaatste afbeelding een jonge vrouw, dan kunnen we moeilijk omschakelen naar de oude vrouw en vice versa. Het is een bekend plaatje, maar daarom niet minder indringend. Het laat ons zien hoe voorzichtig we moeten zijn met te menen de waarheid te hebben gevonden.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2012/1262, afl. 22, p. 1503.

Taru Spronken

Naam auteur: Taru Spronken
Geschreven op: 26 mei 2012

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar straf- en strafprocesrecht Universiteit Maastricht

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

J Th Degenkamp schreef op :
L.S.,

Het is m.i. enigszins verwarringwekkend om 'waarheid' en 'waarheidsvinding' te koppelen zoals o.a. door Loth is gedaan. Waarheid is een predicaat dat aan beweringen wordt toegekend. "A heeft B met een mes gestoken' is waar als A heeft gestoken. Maar het onderzoeken of A heeft gestoken, slaat op iets heel anders. Het gaat dan om met een zo hoog mogelijke mate van waarschijnlijkheid vast te stellen wat werkelijk gebeurd is. 'Correspondentie' of 'Coherentie' spelen daarbij geen rol. Nuttig dan bekendheid met Bayes, Jonathan Cohen's werk etc..

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.