Vrij-blijvende wetenschap

Vertrouwen wilde redacteur Buruma vorige week het kabinet nog wel geven. Toch is het jammer, zo concludeerde hij op deze plaats, “dat sommige maatregelen (…) wel erg aan het vorige kabinet herinneren”. Kijkend naar het wetenschapsbeleid valt dezelfde conclusie te trekken.

Vertrouwen gunnen mag, nu men bereid is extra middelen in te zetten: “Er komt 150 miljoen extra beschikbaar voor versterking van het fundamenteel onderzoek, waarvan 50 miljoen door herprioritering. Een substantieel deel zetten we in om te kunnen meedingen voor extra middelen uit het Europese onderzoeksprogramma Horizon 2020.” Maar herinneren aan het vorige kabinet doen de plannen eveneens: “Via NWO blijft 275 miljoen beschikbaar voor programmatisch onderzoek voor de topsectoren, waarbij de publiek-private samenwerking voor excellent fundamenteel onderzoek wordt voortgezet.” Ook voor dit kabinet ligt de toekomst van onze wetenschap grotendeels in handen van het topsectoren-gedachtegoed. Van deze - negen sectoren in getal, waaronder chemie, water, life sciences, energie en logistiek - moet de BV Nederland het in de toekomst hebben, zo is de gedachte. Onderzoekers, ondernemers (ook uit het MKB) en publieke partijen dienen daartoe de handen ineen te slaan en samen tot innovatie te komen. Om dit alles te financieren werden honderden miljoenen geclaimd bij NWO, KNAW en andere partijen. De zeer kritische opmerkingen van de Europese Commissie afgelopen zomer – bezorgd over de toekomst van fundamenteel onderzoek - waren kennelijk geen reden de omstreden plannen naar de prullenbak te verwijzen.

Maar laten we optimistisch blijven. Ruim 150 miljoen extra voor fundamenteel onderzoek is niet niks. Zeker niet in economisch barre tijden. De vraag is natuurlijk: waar gaat het naartoe (voorlopig lijkt dat NWO) en hoe wordt het ingezet? De enkele toevoeging dat de miljoenen beschikbaar komen voor versterking van fundamenteel onderzoek zegt immers nog niets. De overheid heeft zich immers de laatste jaren met groot enthousiasme bemoeid met zowel wat de wetenschap doet, als hoe. Het is afwachten of dit kabinet zich in het sturen van wetenschap weet te bedwingen.

Wat wij (rechts)wetenschappers geacht worden te doen is duidelijk: vooral vraaggestuurd onderzoeken. Wie kijkt naar de verdeling van middelen bij NWO over de afgelopen jaren, ziet een duidelijke verschuiving van vrij en ongebonden onderzoek naar onderzoek op thema’s waar ook bedrijven, ministeries en andere partijen de agenda van bepalen. Op dit moment is binnen het gebied Maatschappij- en Gedragswetenschappen (MAGW) de verdeling tussen die twee ongeveer 50-50, waarbij geldt dat bij het vraaggestuurde onderzoek sprake is van meefinanciering door ministeries, bedrijven, etc. Alhoewel ‘open competitie’ ook bij vraaggestuurd onderzoek uitgangspunt blijft en daarmee het onderzoek als zodanig niet vast ligt, staan de thema’s wel vast. Van echt vrije en ongebonden wetenschap is kortom geen sprake. Met de lancering van het topsectorenbeleid, is het vraaggestuurde onderzoek bovendien in de richting van de topsectoren-thema’s geduwd: binnen het vraaggestuurde onderzoek gaat nu ongeveer 60% van de NWO-middelen naar deze thema’s. Dat betekent bijvoorbeeld dat de ruimte voor programma’s waarin maatschappijgedreven onderzoeksvragen leidend zijn (zoals in het verleden de thema’s Conflict en Shifts in Governance), is afgekalfd. Om de pijn te verzachten kreeg het maatschappij- en gedragswetenschappelijk onderzoek nog wel een eigen onderzoeksagenda binnen het topsectorenbeleid (de Sociale infrastructuur agenda, met onderwerpen als sociale innovaties, verzorgingsarrangementen, veiligheid en goed bestuur). Maar in financiële zin gaat het om peanuts.

Het gevolg van de geschetste ontwikkeling is dat wetenschappers die vrij onderzoek hoog houden allemaal uit dezelfde ruif eten. Niet verrassend is de aanvraagdruk bij de (steeds beperktere) middelen voor dit type onderzoek de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen. Voor MAGW geldt dat het honoreringspercentage voor de open competitie in de periode 2007-2011 op 15% lag. En ten gevolge van het topsectorenbeleid zal de afwijzingskans wel eens boven de 85% uit kunnen komen! Valt dat nog te accepteren? Bovendien: niet alleen wat we volgens de Haagse wetmatigheden moeten doen is duidelijk. Ook hoe. Niet solistisch, maar met anderen, bij voorkeur het bedrijfsleven. En: onderzoek moet in principe te valoriseren zijn.

Laat ik duidelijk zijn. Natuurlijk ben ik geen tegenstander van onderzoek dat relevant is voor onze samenleving (wie is dat wel?). Wel heb ik er problemen mee wanneer deze relevantie op voorhand altijd duidelijk moet zijn. Een tegenstander van vraaggestuurd onderzoek ben ik ook niet, zeker niet als het aansluiting zoekt bij de grote uitdagingen van onze huidige samenleving. Zorgen ga ik mij echter maken als wetenschap wordt geketend en niemand meer oog lijkt te hebben voor het gecumuleerde effect van alle maatregelen op de wetenschappelijke autonomie. Als (rechts)wetenschappers min of meer worden gedwongen tot het verrichten van een bepaald type onderzoek willen ze nog onderzoeksfinanciering verwerven. Als de gezonde balans zoek raakt tussen themagebonden onderzoek en klassiek disciplinair onderzoek. Wanneer de verwevenheid tussen 2e en 1e geldstroommiddelen perverse effecten aanneemt en in profileringsplannen van universiteiten een aantal populaire thema’s opvallend vaak blijkt terug te komen. Als de rol van rechtsgeleerd onderzoek voor velen in Den Haag beperkt blijft tot een dienende, bij voorkeur dienend aan de iconen van onze topsectoren. En ik maak mij zorgen wanneer in de sturing op internationale wetenschapsreputatie het eigen achterland wordt verwaarloosd. We moeten er voor waken dat het rechtswetenschappelijk onderzoek verwordt tot niet meer dan de optelsom van keuzes op het niveau van individuele financierende gremia. Wellicht is het tijd om een voorbeeld aan de geesteswetenschappen te nemen. Daar kwam men na consultatie van het veld in het rapport Duurzame Geesteswetenschappen in ieder geval weer tot een zelfbepaalde koers voor de toekomst van het eigen wetenschapsgebied.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2012/2237, afl. 40, p. 2811.

 

Corien Prins

Naam auteur: Corien Prins
Geschreven op: 13 november 2012

Hoogleraar Recht en Informatisering aan de Universiteit van Tilburg

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

a.zecha schreef op :
Ik deel de visie en de vrees van de auteur dat vrij en autonoom fundamenteel onderzoek in Nederland wenselijk (een vrome wens) is. Vermits het partijpolitieke staatsbestuur evenals haar partners op de liberale markt de facto handelen dat er daarmee voor hen geen directe winst is te behalen bestaat er mijns inziens geen reden tot bijstelling van opgemelde visie.
Voordelen voor Nederlandse burgers komen nauwelijks aan bod; tenzij tevens een winst voor het staatsbestuur en haar partners op de vrije markt evident is.

Ten aanzien van de betrouwbaarheid van de Nederlandse overheid hoeven er mijnerzijds niet veel woorden aan vuil gemaakt te worden, vermits historie en feiten voor zich spreken.
a.zecha
Reinier Bakels schreef op :
Universiteiten hebben een aparte rol op het gebied van fundamenteel onderzoek. Dat geldt net zo goed voor natuurwetenschappers als voor juristen.Wat is fundamenteel onderzoek? Je zou het per definitie gelijk kunnen stellen aan onderzoek dat zo ver van toepassing af staat dat dit niet op commerciële basis kan plaatsvinden. In economische termen is het dan een "publiek goed". Zulk onderzoek is niettemin van wezenlijk belang als fundament. Nadruk op "valorisatie" en op contractonderzoek betekent dat universiteiten commerciële consultants voor de voeten gaan lopen, en het gevaar bestaat dat het fundament verwaarloosd worden.

Natuurlijk gebeurt er ook veel juridisch onderzoek buiten universiteiten: door beleidsambtenaren, door een wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad, en door advocaten in complexe zaken. Maar dat is allemaal op direct resultaat gericht. Een universiteit kan en moet het fundament onder zulk onderzoek leggen, bijv. op rechtsfilosofisch, rechtsvergelijkend of rechtseconomisch gebied.

Zelf deed ik onderzoek naar ongerijmdheden in de jurisprudentie van de Kamers van Beroep van het Europees Octrooibureau. Advocaten komen daar niet aan toe: zij moeten deze jurisprudentie volgen in het belang van hun cliënten, al leiden die ongerijmdheden wel tot onzekerheid, en zelfs tot uitspraken die tegen de wet ingaan.

Eigenlijk geldt hetzelfde voor fundamenteel onderzoek voor juristen als voor natuurwetenschappers. Ook al verwacht je van ingenieurs bij uitstek aandacht voor toepassingen, ook zij kunnen niet zonder fundamentele wetenschap, en geleerden van naam zoals Robbert Dijkgraaf hebben al alarm geslagen dat met het "topsectorenbeleid" het fundamentele onderzoek in het gedrang komt.

In de klassieke continentaal-Europese "Universität" is de professor een soort rechter, met "academische vrijheid" die bij onze oosterburen zelfs in de grondwet is vastgelegd. Daarom draagt een professor ook een toga. Natuurlijk, de "academische vrijheid" zal niet snel worden aangetast door een politicus of bestuurder die gaat bepalen wat correcte wetenschap c.q. correcte uitkomsten van wetenschap zijn. Maar die vrijheid staat (net als de persvrijheid trouwens) wel onder druk onder invloed van de commercie. Juist voor universiteiten is de verleiding groot om "commercieel-wetenschappelijk" onderzoek te doen: onderzoek dat een politieke mening bevestigt met een "academische" goedkeuring.

Met het BaMa beleid verandert de klassieke "Universität" in een "university", in Angelsaksische landen een benaming voor zowat elke school voor tertiar onderwijs. Misschien wordt het tijd om het wetenschappelijk onderzoek af te splitsen, bijv. in instituten naar het model van de Duitse Max Planck Gesellschaft. Dan kan een "law school" een puur commerciële aangelegenheid worden, met docenten die geen wetenschappers zijn maar trainers.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.