Verplichte nascholing strafrecht

Neem een uur. Als je advocaat bent, zijn dat tien turfjes. Ben je officier dan duurt één managementoverleg langer. En als rechter vermors je per zittingsdag meer tijd met wachten. Kies dan een paar gedichten uit de bundel Celinspecties van Ester Naomi Perquin (Van Oorschot 2012). Ze zijn die tijd zeker waard:

“Frederik C.

De straf hangt af van hoe je het zegt. De man in het zwart is
een stemming in pak en zijn nachtrust, zijn vrouw, zijn ontbijt,
de kwaliteit van de koffie ter plaatse: allesbepalend.

Jou rest niets dan hooguit één zin waar hij straks de vinger op legt.
Zorg dus voor het hele verhaal – ontzie jezelf niet te veel maar
schuif uit beeld, langzaam aan. In plaats van moordenaar
kies je ‘dader’. Ruimtelijker. Minder beladen.

Begrijp me goed, wanneer het nodig is: zeg het hard.
Hard als de handel in vlees, wees ferm, zeg snel hoe je sneed
en koud moest maken, handzaam als een diepvrieskip.

Alleen als het anders kan zeg je: ik deed hem de das om. Geen taal
die je zo van verzachting voorziet. Ook die man in het zwart
is jong geweest, ook hij ziet je graag iemand
beetnemen, opwarmen, aankleden.”


Perquin werkte als gevangenbewaarster en vertelt hier door de mond van Frederik. Het interessante is niet dat we lezen dat de stemming van een rechter van invloed is op de straf die hij oplegt. Al in 1989 toonde Jeff Greenberg aan dat een professionele rechter die je aan het begin van een experiment herinnert aan zijn eigen sterven door hem vragen dienaangaande te stellen, een prostituee minder snel uit voorlopige hechtenis vrijlaat dan zijn collega die je vooraf in een neutraler stemming hebt gebracht.

Nee, het interessante is dat Frederik beseft dat de rechter meer is dan een pure wetstoepasser. De feitenrechter hoort te weten dat Frederik dat weet. Misschien zijn er die menen dat Frederik ongelijk zou moeten hebben. Of dat Perquin de vinger legt op het gevaar van willekeur. Maar die missen het punt dat de terechtzitting een forum, een plaats van ontmoeting is. In die ontmoeting wil de verdachte zoals hij daar zit met twee ogen en een neus worden gezien en gehoord. Dat kost tijd. Managers willen daar nogal eens aan voorbijgaan, maar geven je vrij voor een communicatietraining.

Eén zin kan inderdaad alles uitmaken. Misschien valt het bij de feitenrechter die de verdachte aanhoort nog mee en is Frederik op dit punt te somber. ‘Verba volant, scripta manent’ – gesproken woorden vliegen, geschreven woorden blijven. Terwijl iemand die wordt gehoord zijn zojuist gedane uitspraak kan verduidelijken door te reageren op de verbaasde blik van de man of vrouw in de zwarte toga, versteent het schrift het losse zinnetje tot een contextloze zelfincriminatie. Door een zinnetje plaatst de verdachte zichzelf in de categorie ‘leugenaar en zal het dus wel hebben gedaan’. Ik vind het daarom griezelig als praktijkrechters een verdachte zonder meer houden aan een bij de politie afgelegde en aldaar opgeschreven verklaring. Natuurlijk is het aan de feitenrechter te kiezen welke woorden hij belangrijk vindt en aan welke hij geloof hecht. Maar soms lopen mij de rillingen over de rug als ik werkend aan een cassatieberoep in het proces-verbaal van de zitting één zinnetje lees waarmee het hele beroep op drijfzand komt te staan. Is het zinnetje wel goed opgeschreven? Was het geen leugen, maar een vergissing? Ik zoek bevestiging in de context, maar uiteindelijk moet ik het met dat zinnetje doen en leg ik de vinger op dat ene in gevangenissteen gegrifte zinnetje.

Op de rechtszitting wordt gesproken. Advocaten kunnen zich zorgen maken dat de verdachte te veel zegt, maar ze weten ook dat het woord van de verdachte een enkele keer aan zijn vrijspraak en vaker aan de verzachting van zijn straf kan bijdragen. Zou het niet kunnen uitmaken dan zou elke advocaat zijn cliënt altijd adviseren te zwijgen en zouden er uiteindelijk vermoedelijk meer schuldigen worden vrijgesproken. En Frederik ziet het goed: het helpt niet om – zoals Noord-Afrikaanse verdachten nogal eens doen – een kletsverhaal op te hangen terwijl er overweldigend bewijs tegen je bestaat. Natuurlijk mag de verdachte zwijgen, maar als hij dat doet heeft hij niet kunnen vertellen wat in zijn voordeel spreekt. Misschien is het overigens meer de taak van de advocaat om de rechter eraan te herinneren dat de verdachte elke ochtend zijn kind aankleedt en dat zijn ouders ondanks alles van hem houden. Die advocaat moet dan maar hopen dat de rechter niet zozeer in de schijnzekerheden van het geregelde leven is gaan geloven dat hij zich verplicht acht zich niet te laten ontroeren door de gedachte dat hijzelf in iets andere omstandigheden ook in de beklaagdenbank had kunnen zitten.

Ester Naomi Perquin herinnert de jurist eraan dat rechtspraak niet over streefcijfers, middle management en declarabele uren gaat. Ze toont de jonge juristen die ik te vaak hoor zeggen dat het rechtsbedrijf steeds meer lijkt op een complexe machine, dat de rechtszaal nog steeds een ontmoetingsplaats – een forum – is waar de een de ander probeert te begrijpen. Waar mensen met twee ogen en een neus elkaar ontmoeten, beetnemen, opwarmen. Ja, het idee dat het ook op de strafzitting in Nederland gaat om het overtuigen en overtuigd worden van de rechter – en dat recht meer is dan het vinden van het juiste laadje voor het vastgelegde zinnetje – is iets waar niet alleen lezers van gedichten maar ook beoefenaren van het recht niet vaak genoeg aan herinnerd kunnen worden.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2013/719, afl. 14, p. 873.


Bron afbeelding: Gìpics

 

Ybo Buruma

Naam auteur: Ybo Buruma
Geschreven op: 1 april 2013

Raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.