Verklaring Omtrent Goed Geestelijk Gedrag

We kennen ’m allemaal: de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Noodzakelijk voor het kunnen uitoefenen van tal van beroepen en functies. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ongemerkt een variant van de VOG z’n intrede doet: de Verklaring Omtrent Goed Geestelijk Gedrag. We zouden hem modern de VOG3.0 kunnen noemen.

Het is bekend: de overheid wenst ex ante zoveel mogelijk risico’s op te sporen en te voorkomen. Het is immers haar taak burgers veiligheid te bieden en proactief zorg te dragen voor een maatschappij waarin zij zich vrij voelen in hun handelen en geen bedreiging ervaren vanwege criminaliteit, terrorisme, verstoring van de openbare orde of burgers die ontsporen. Vanuit het hedendaagse Haagse denken in termen van een bondgenootschap tussen staat en samenleving, wordt vervolgens van eenieder een bijdrage gevraagd maatschappelijke risico’s te voorkomen. Zo ook van artsen en psychiaters. Vanwege een groeiend aantal potentiële risico’s wordt van hen verlangd dat ze uit voorzorg de professionele autonomie en het gekoesterde beroepsgeheim terzijde schuiven. Ze zijn direct of indirect verplicht te melden of een burger van onbesproken geestelijk gedrag is of niet.

Een belangrijke stap werd enkele jaren geleden gezet toen voor medische professionals het meldrecht bij een vermoeden van kindermishandeling werd ingevoerd. Weliswaar benadrukten overheden dat het om een meldrecht en geen meldplicht ging: de realiteit voelt voor sommige instanties toch anders. Althans voor de Riagg Rijnmond, die zich zag geconfronteerd met een subsidiekraan die door de gemeente werd dichtgedraaid toen men weigerde de Meldcode Huiselijk Geweld te ondertekenen. De Riagg liet het er niet bij zitten: de rechter doet binnenkort uitspraak in de procedure die tegen de gemeente werd aangespannen. Maar bij het melden van huiselijk geweld bleef het natuurlijk niet. Vorig jaar zomer ging de Eerste Kamer akkoord met een aanpassing van de Wet op de Jeugdzorg. Gemeenten zijn voortaan verplicht te bevorderen dat alle in hun gemeente werkzame instanties en zelfstandige professionals worden aangesloten op een zgn. Verwijsindex Risicojongeren. Via dit systeem kunnen meldingen worden doorgegeven over sociaalpsychologisch risicovol gedrag van kinderen en indirect hun ouders. De in artikel 2j limitatief opgesomde risico’s zijn ruim geformuleerd en variëren van veelvuldig schoolverzuim, via tienermoederschap tot etniciteit en omvatten ook geestelijk labiel gedrag. En ook hier blijkt de feitelijke handelingsruimte van de medische professional beperkt. Illustratief is een brief van de KNMG aan voormalig minister Rouvoet, waarin de organisatie meldt dat JGZ-artsen van hun GGD “de opdracht” krijgen om het aantal signaleringen in de verwijsindex te verhogen, “bijvoorbeeld door te eisen: ‘Op 1 december 2009 moet uw team 40% meer kinderen signaleren ... dan nu.’” En dan is er nu de oproep van de Raad van Korpschefs, bij monde van politiechef Woelders, om de geestelijke hulpverlening te verplichten medische informatie aan de politie te verstrekken, zodat de politie standaard wordt ingelicht over eventuele psychische problemen van een aanvrager van een wapenvergunning. De politie was naar eigen zeggen niet van de geestelijke problemen van de schutter in Alphen aan de Rijn op de hoogte, omdat deze problemen niet tijdens de gebruikelijke screening voor een wapenvergunning op tafel komen.

Wat van een VOG3.0 te vinden? Mijn antwoord zult u hier niet aantreffen. Wel een suggestie om via een heel ander redeneerpatroon tot een antwoord te komen. Uiteenlopende beoordelingsmaatstaven en beginselen vallen voor of tegen de VOG3.0 in te brengen: veiligheid, efficiënte handhaving, privacy, beroepsgeheim, vertrouwen in de arts-patiëntrelatie, etc. Mocht het voorstel van de politie tot politieke besluitvorming noodzaken, dan zal deze waarschijnlijk conform een redelijk vast patroon plaatsvinden: de beginselen worden één voor één onder de loep genomen en min of meer plichtmatig in het licht van relevante wettelijke criteria geanalyseerd en getoetst. Om ze vervolgens – als waren zij volstrekt gelijksoortig – in één ‘overall’ beoordeling tegen elkaar af te wegen. De ontwikkelingen van de afgelopen jaren tonen dat in die afweging de beginselen die waarborgen bieden (privacy, keuzevrijheid, autonomie) veelal het onderspit delven, omdat beginselen als veiligheid en efficiëntie het plan welhaast als vanzelf ondersteunen. Tegen veiligheid kan toch niemand zijn?

Maar zo simpel liggen de zaken natuurlijk niet. Bij een VOG3.0 gaat het om een strijd tussen ongelijksoortige belangen, die niet zomaar tegen elkaar kunnen worden afgewogen. Veel zou er in de politieke en maatschappelijke discussie zijn te winnen wanneer er ook aandacht is voor de normatieve waarden die op het spel staan. Daarbij gaat het dan niet zozeer om wat de beginselen begripsmatig inhouden, maar welke betekenis zij hebben in het debat. Het WRR-rapport iOverheid presenteert hiervoor een kader, in een poging de besluitvorming minder vaak ten prooi te laten vallen aan nogal retorische referenties aan individuele en sterk uiteenlopende criteria. Het debat zou veel vruchtbaarder gevoerd kunnen worden wanneer wordt onderkend welke werking de verschillende beginselen hebben. De raad onderscheidt een drietal clusters. Stuwende beginselen, zoals veiligheid, effectiviteit en efficiëntie. Aangeduid als stuwend, omdat ze de ontwikkelingen welhaast als vanzelf voortdrijven. Verankerende beginselen, zoals privacy en keuzevrijheid. Verankerend omdat ze waarborgen aan burgers bieden. En ten slotte procesmatige beginselen, zoals transparantie en accountability. Procesmatig omdat het hier in feite om spelregels voor een zorgvuldig en publiekelijk te verantwoorden proces gaat. Ik laat aan u over om aan de hand van deze clustering van het WRR-rapport eens een poging te wagen uw keuze voor of tegen VOG3.0. te onderbouwen. U zult duidelijker zien wat de principiële tegenstellingen zijn en hoe daarmee wordt omgegaan.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2011/912, afl. 18, p. 1173.

 

Bron afbeelding: Wikimedia Commons

Corien Prins

Naam auteur: Corien Prins
Geschreven op: 2 mei 2011

Hoogleraar Recht en Informatisering aan de Universiteit van Tilburg

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

DARK WATERS: een advocaat neemt het op tegen een groot, vervuilend chemiebedrijf

AfbeeldingNJB mag twee vrijkaarten weggeven voor de film Dark waters (vanaf 23 januari in het filmhuis). 

’Het waargebeurde verhaal van advocaat Rob Bilott (Mark Ruffalo) die net partner is geworden bij een prestigieus advocaten kantoor. Als bedrijfsadvocaat voor diverse grote chemie bedrijven, heeft hij reeds zijn sporen verdiend en daarmee zijn toekomst veilig gesteld. Wanneer hij op zijn werk benaderd wordt door een boer uit West Virginia, die beweert dat er giftig afval wordt geloosd op zijn land wat de oogst verpest en het vee doodt, raakt hij verstrengeld in een persoonlijk conflict. In de hoop de waarheid boven water te krijgen, dient Bilott uiteindelijk een klacht in tegen chemieconcern DuPont. Hij begrijpt dat er gevochten moet worden voor de gerechtigheid voor een gemeenschap die al jaren wordt blootgesteld aan dodelijke chemicaliën Het is het begin van een 15 jaar durend gevecht.’’

Mail ons voor vrijkaarten

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.