Vergoeding na medische ongevallen. Van systemen naar mensen

Het roer moet om, het systeem aangepakt, moet de SP hebben gedacht toen zij eind 2012 bij monde van Kamerlid Leijten een initiatiefwetsvoorstel Compensatiefonds Medische Fouten aankondigde. Nadat de KNMG zich enkele jaren geleden al voorstander betoonde van een zogeheten no fault-systeem, komt nu ook de Haagse politiek in beweging.

Het valt moeilijk te ontkennen dat er wat aan de hand is: medische incidenten en (wan)toestanden in ziekenhuizen halen de media, er wordt geschreven over duizenden medische missers per jaar en het beeld is dat patiënten met moeite hun eventuele recht op schadevergoeding geldend kunnen maken. Sterker nog, een substantieel aantal patiënten lijkt niet te krijgen waar zij recht op hebben (Legemaate, Wikken en wegen, oratie 2011, p. 14). De weg naar daadwerkelijke compensatie is met voetangels en klemmen bezaaid. Patiënten ondervinden problemen bij het aantonen van foutief handelen en van causaal verband tussen dat handelen en hun schade. Daarbij belanden zij meestal in een debat tussen deskundigen. In de rechtspraak zijn de verzwaarde stelplicht van de zorgverlener, de omkeringsregel en figuren als proportionele aansprakelijkheid en verlies van een kans geïntroduceerd om de lasten van claimende patiënten te verlichten. Desondanks blijft hun positie verre van eenvoudig. Bovendien laat de afwikkeling te wensen over. In 2008 constateerde Stichting de Ombudsman een waslijst aan problemen: zo verliep de communicatie na incidenten niet altijd goed, was soms sprake van onvolledige dossiers, gaven belangenbehartigers niet steeds voldoende zicht op het verloop van de zaak, oordeelden medisch adviseurs niet altijd objectief en lieten verzekeraars zich zeker ook niet altijd van hun beste kant zien (Over leven in de medische letselschadepraktijk, Hilversum 2008). Juist ook in de sfeer van medische aansprakelijkheid valt de term secundaire victimisatie: de ene ramp volgt voor getroffen patiënten op de andere.

Het systeem wordt soms inderdaad ingeruild. Zo kennen onze Zuiderburen sinds 2010 de Wet Medische Ongevallen die een tweesporensysteem heeft geïntroduceerd. Het slachtoffer van een medisch ongeval kan kiezen: de zaak in een civiele procedure aan de orde stellen of voorleggen aan het Fonds Medische Ongevallen. In het laatste geval kan eventeel ook schade worden vergoed zonder dat er aansprakelijkheid is. De schade dient dan wel het gevolg te zijn van gezondheidszorg. Het aansprakelijkheidsrecht is zo behouden gebleven, maar er is een no fault-systeem bijgekomen. De regeling beoogt de positie van patiënten te verbeteren en de druk op de relatie met de arts te verminderen en zou ook een bijdrage moeten leveren aan preventie. In zijn preadvies voor de Vereniging voor Gezondheidsrecht (VGR) tempert Vansweevelt de hoge verwachtingen, maar is hij niettemin positief over dit kersverse regime (Ontwikkelingen rond medische aansprakelijkheid, Den Haag 2013, nrs. 187 e.v.).

Dit gaan we gegeven de politieke realiteit in ons land echter niet meemaken. Minister Schippers houdt immers vast aan het huidige systeem van het aansprakelijkheidsrecht en is niet bereid een no fault-stelsel in te voeren (Kamerstukken II 2011/12, 31765, nr 52). Daarmee is het lot van het SP-voorstel ook meteen bezegeld. Diegenen die dat betreuren, moeten zich realiseren dat zij veelal te hoog gespannen verwachtingen hebben van no fault-systemen. Zij zijn geen panacee voor alle problemen van aansprakelijkheidsrecht. Ook onder een no fault-regime is vrijwel steeds het oordeel van deskundigen vereist. En ook dan ziet men, bijvoorbeeld in het kader van de causaliteit, afwijzingsgronden opduiken die men herkent van de foutaansprakelijkheid. Het is nu eenmaal niet mogelijk elke claim toe te wijzen. Dat is de ontnuchterende realiteit van al langer bestaande no fault-systemen elders in de wereld.

Zo ver hoeft het ook niet te komen. In hun recente VGR-preadvies bepleiten Akkermans en Smeehuijzen juist dat er minder naar het vergoedingssysteem zelf wordt gekeken maar meer naar de context waarin het moet functioneren (Ontwikkelingen rond medische aansprakelijkheid, Den Haag 2013, p. 32 e.v.). Het gaat patiënten bijvoorbeeld lang niet altijd (meteen) om geld. Zij hechten ook belang aan informatie en open communicatie, erkenning, genoegdoening en maatregelen ter voorkoming van herhaling in de toekomst. Een slechte score op punten als deze in de fase kort na het incident kan ertoe leiden dat een claim wordt ingediend die anders wellicht achterwege was gebleven. In ieder geval zet die score de verdere afwikkeling onder druk. De verhoudingen zijn meteen verzuurd. Deze ‘oneigenlijke motieven’ en verstoorde relaties dragen sterk bij aan de slechte naam van het medische aansprakelijkheidsrecht. Daarom zou energie moeten worden gestoken in verbetering van de opvang en bejegening door zorgverlener en instelling in de eerste fase na het incident, in bemiddeling en in de mogelijkheid om een oordeel te krijgen van een deskundige met een neutrale agenda (retrospective second opinion). Verder verwachten Akkermans en Smeehuijzen heil van een beter bekendgemaakte en nageleefde ‘Gedragscode openheid medische incidenten; betere afwikkeling medische aansprakelijkheid’ (GOMA) en van enkele elementen uit het Wetsvoorstel cliëntenrechten zorg (Wcz): verbetering van het klachtrecht en invoering van de geschilleninstantie die over claims tot 25.000 euro zou moeten gaan beslissen. Weliswaar is de Wcz recentelijk gesneuveld, maar precies deze onderdelen zullen volgens de VWS-Agenda ‘Van systemen naar mensen’ nog dit jaar in een afgeslankt wetsvoorstel aan de Tweede Kamer worden voorgelegd. Het klinkt misschien niet zo daadkrachtig en zelfs wat soft, maar het is een mooi motto. Beter dan ons verliezen in grote wetgevingsoperaties of stelselherzieningen kunnen we ons concentreren op gerichte maatregelen die het huidige systeem beter laten functioneren opdat getroffenen krijgen wat zij verdienen. En dat is meer dan financiële compensatie. Liever dan het systeem stellen we de mensen centraal.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2013/604, afl. 12, p. 735.

 

Bron afbeelding: an untrained eye

Ton Hartlief

Naam auteur: Ton Hartlief
Geschreven op: 19 maart 2013

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Maastricht

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

a.zecha schreef op :
Het artikel handelt over "medische ongevallen" en over "schade-vergoedingen" aan patiënten wie het overkomen is.
De partijvertegenwoordigers in regering en Staten Generaal hebben tezamen met de media en machtige verzekeringsmaatschappijen hun aandacht toegespitst gehouden op de bescherming van patiënten tegen artsen. Op zich een zeer loffelijk streven.

Hieraan wordt m.i. veel afbreuk gedaan door de mediastilte over chicanerende machtige schadeverzekeringsmaatschappijen en de schaarse overheidsmaatregelen om de door schade getroffen patiënten te beschermen tegen deze verzekeringsmaatschappijen.

Machtsverhoudingen in de wereld van het dier bepalen de “pikorde”. De schijn wordt gewekt dat dit ook het geval is in onze rechtsstaat.
a.zecha

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.