Transparante rechters

De transparantie die in Den Haag als een nieuwe doelstelling wordt voorgesteld is er allang, in de rechtszaal zelf. We moeten onze transparante rechters koesteren en hun professionaliteit de ruimte geven. Op die basis kunnen we de uitdaging van mediarechtspraak beter aan.

Transparantie

In Den Haag waart een modewoord rond: transparantie. Overheidsdiensten moeten niet alleen doelmatig werken, maatschappelijk nuttig zijn of vrij van corruptie en andere ondeugden. Het openbaar bestuur moet ook een transparant bestuur zijn: doorzichtig voor de burger.
Het ideaal van de transparantie begon zijn opmars vermoedelijk in een bestuurswetenschappelijke achterkamer, maar het woord sloeg aan, het was retorisch effectief en ziedaar: de transparantie was niet meer tegen te houden. LANGUAGE IS A VIRUS (Laurie Anderson). Allicht dat ook de rechterlijke macht als een transparante organisatie te boek wil staan. Maar wat betekent dat als we bedenken dat rechters al in het openbaar hun werk verrichten?

Eerste denkrichting

Er zijn twee denkrichtingen. De commissie-Van Rooy bepleit in de nasleep van het proces tegen Geert Wilders camera’s in de regel toe te laten in de rechtszaal. Als burgers het gehele proces kunnen gadeslaan, zal hun begrip voor het werk van de rechter vanzelf toenemen. Gezagsdragers die je kunt zien, zul je eerder vertrouwen dan wanneer hun macht onzichtbaar blijft. Televisiebeelden zullen in deze optiek zelfs bijdragen aan het herstel van vertrouwen en legitimiteit, twee toverwoorden die zonder veel definitie ook de laatste jaren in het politieke discours opduiken. Nadeel van deze vorm van transparantie is dat rechters net als politici en bekende Nederlanders dan onderworpen worden aan de medialogica. Dat is een dwingend stramien dat op vele punten haaks staat op de interne logica van het klassieke rechtsgeding.

Medialogica is flitsend, hanteert eenvoudige schema’s, zet de mens centraal, is gericht op herhaling van beelden en uitvergroting van sensationele aspecten. De medialogica beoordeelt alles aan de hand van de nieuwswaarde. Rechtspleging is een traag argumentatieproces dat complexiteit aankan, van sommige persoonlijke aspecten abstraheert als ze niet relevant zijn. De logica van de rechtspraak is gericht op procedurele zuiverheid en oordeelvorming over rechtmatigheid. Als de camera’s dus worden toegelaten bij spectaculaire rechtszaken moeten er tegenwichten georganiseerd worden die de schadelijke kanten van de medialogica corrigeren. Dat zullen de rechters zelf moeten doen en daarmee wordt hun taak er niet eenvoudiger op. Misschien kan in onderhandelingen met journalisten een soort code van fatsoenlijke berichtgeving bereikt worden. Is het aldus geregisseerde juridische spektakel echter ook voor de burgers transparant? Dat veronderstelt volgens mij dat burgers als toeschouwers ook in staat zijn het schouwspel op zijn juridische merites te begrijpen en te waarderen. Zonder zulke geschoolde en begrijpende burgers zal meer openbaarheid ook niet het vertrouwen in de rechtspraak kunnen versterken, lijkt mij.

Tweede denkrichting

De tweede denkrichting is dan wellicht interessanter. De overheidsmacht is pas transparant als er aan de geïnteresseerde burger op maat uitleg wordt gegeven over beslissingen. Er moet een gesprek ontstaan tussen rechter en burger. Op de nationale schaal van de televisiedemocratie is dat moeilijk tot onmogelijk te realiseren. Het kan wel in de rechtszaal zelf. En daar gebeurt het ook al. Deze geruststellende indruk hield ik over aan de NCRV-serie De Rechtspraak die onlangs werd uitgezonden.

Daar zagen we kantonrechters oordelen in een gesprek met hardrijders en binnen een paar minuten toch ook even uitleggen hoe de procedure werkt en wat de dragende redenen zijn voor het opleggen van een boete of het ontnemen van een rijbewijs. We zagen familierechters zich over emotioneel zware conflicten buigen zoals een uitzetting uit de ouderlijke macht, goed luisterend, iedereen aan het woord latend en na afloop van de zitting werd voor de camera nog eens verteld waarom de beslissing zo en niet anders was uitgevallen. Terwijl de officieren van justitie en de advocaten soms maar wat aanrommelden, als verveelde bureaucraten, gaven de rechters blijk van een verbluffende gesprekstechniek. Je kon zien dat voor de meeste direct betrokken burgers duidelijk werd dat het weliswaar niet leuk was in de rechtszaal maar dat daar wel eerlijk, onpartijdig en rechtvaardig werd gewerkt.

Elk televisieverhaal over een rechtszaak had zo de impliciete boodschap dat er wel degelijk vertrouwen is in de rechter als gezagsdrager mits de rechter maar transparant is over zijn werkwijze, zijn afwegingen en zijn beslissing. De transparantie die in Den Haag als een nieuwe doelstelling wordt voorgesteld is er allang, in de rechtszaal. We moeten onze transparante rechters koesteren en hun professionaliteit de ruimte geven. Op die basis kunnen we de uitdaging van mediarechtspraak beter aan.

Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar Rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg en medewerker van dit blad. Dit artikel verschijnt ook in NJB 2012/1817, afl. 31, p. 2193

Naam auteur: Willem Witteveen
Geschreven op: 12 september 2012

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

a.zecha schreef op :
Er van uitgaand dat de transparantie bij de rechtelijke uitspraken er "allang" is, is het opvallend dat uit Haagse politieke gremia naar de media het tegenovergestelde wordt gelekt.
Bemerkenswaard daarbij is de nieuwe wetgeving die de transparantie van het overheidsbestuur terugschroeft door de werking van de Wet Openbaarheid van Bestuur te beperken.

Het is m.i. genoegzaam bekend dat Haagse politici vaak moeite hebben met rechterlijke uitspraken die hun politieke streven en bestuurlijk handelen niet steunen. Bij diverse uitspraken van het EHRM te Straatsburg bleek zulks onmiskenbaar.
Ook gedurende (van 2003 tot 2010) de rechtszaken tegen de zogenoemde “Hofstadgroep” hebben Haagse politici zich niet onbetuigd gelaten.

Bij Haagse berichtgeving is het verhelderend om de recente evolutie van de democratie in Nederland erbij te betrekken vermits m.i. daarbij drie relevante zaken in het oog springen:
1. elke grote ingreep in het Nederlands democratisch bestel werd voorafgegaan door een langdurig en kostbaar media-"offensief". Daarbij blijken generalisaties eerder regel dan uitzondering te zijn. Van een gedegen onderbouwing van voorspelde verbeteringen was vaak geen sprake; hetgeen pas achteraf blijkt.
Op deze wijze werd de politieke annexatie van het “onderwijs”, van de "zorg" voor lichamelijk en geestelijk zieke jongeren en ouderen, alsmede van het sociale "vangnet" voor zwakkeren, invaliden en werklozen aan de burgers verkocht. De rechtspraak is m.i. voor annexatie aan de beurt.
2. het gebruik van AMvB's, dat zijn wetten die buiten een parlementaire behandeling om van kracht worden;
3. het "ongemerkt" geleidelijk en systematisch ter zijde schuiven van de trias politica die noodzakelijk is voor een goede democratie.
a.zecha
Reinier Bakels schreef op :
Iedereen zou op school iets over De Juridische Methode moeten leren, want maar weinigen begrijpen dat een rechter Het Geldend Recht toepast en niet in de eerste plaats zijn eigen mening laat gelden. Ik denk dan vooral aan politiek gevoelige processen - verkeersovertredingen zijn simpel.

Voorbeeld hoe het niet moet is het proces-Wilders, waar vooral (en opzettelijk?) dis-informatie werd verspreid. Zo schreven alle kranten van elkaar over dat het *beïnvloeden* van een getuige strafbaar zou zijn, zoals "topadvocaat" Moszkowicz beweerde (in werkelijkheid is het alleen strafbaar als een getuige onder druk wordt gezet). Moszkowicz bevestigt overigens het misverstand dat verdedigen een kwestie van tegenwerken is.

Internationaal gezien steken Nederlandse vonnissen en arresten af door onnodig ingewikkeld taalgebruik. Zelfs het Duitse BGH schrijft veel duidelijker, en heeft geen koudwatervrees om zijn eigen beslissingen samen te vatten ( "amtlicher Leitsatz").

maar als ik aan het proces-

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.