Standaardclausules

“Alles draait om de eenvoud”, zo dichtte Het Goede Doel in 1983. En is het inderdaad niet van een zalige eenvoud om een contract steeds lekker gelardeerd te weten met al die fraaie boiler plate clauses van Anglo-Amerikaanse snit, zoals daar zijn: de entire agreement clause1, de no agency clause, de modification clause2, de heading clause, de severability of merger clause (ook wel no nullity clause genoemd), de notification clause en what else have we?

Laten we eerlijk zijn, ze laten zien dat we erbij horen in contractenmaakland, dat we overal aan gedacht hebben, dat we verstand van zaken hebben. En die dingen zijn natuurlijk uitgebreid getest in de meest contentieuze rechtspraak van de wereld. Ze zijn vast ook niet voor niks al jarenlang grosso modo hetzelfde. En we hebben hier toch de redelijkheid en billijkheid? Baat het niet, dan schaadt het daarom zeker niet om ze gezellig te blijven op- en overschrijven van elkaar, want de rechter schiet ons wel te hulp daar waar dat nodig mocht zijn.

Gechargeerd, veel te gechargeerd gezegd, is dit (toch) zo’n beetje de toonzetting van het gedachtekoor omtrent het – massale – gebruik van dit soort standaardclausules in de modernere Nederlandse contracten. Misschien niet altijd bij de crème de la crème van de contractenmakers, maar wel bij menig echelon daaronder. Ten onrechte. Het overnemen van standaardclausules in een contract is levensgevaarlijk. Laten we eens kijken naar wat willekeurige voorbeelden van wat er fout kan gaan.

Bij een overname – je bent jurist voor de verkoper – sluit je eerst een nette Letter of Intent met daarin een geheimhoudingsbepaling, om niet het risico te lopen dat bedrijfsgeheimen via het due diligence proces op straat komen te liggen. Na de due diligence besluit de koper maar een deel van de target over te nemen. In de Share Purchase Agreement wordt natuurlijk geen geheimhoudingsbeding meer opgenomen, maar wel een entire agreement clause. En hup, weg is de Letter of Intent, inclusief geheimhoudingsplichten omtrent de geheimpjes van het niet overgenomen deel van de onderneming. Ander voorbeeld: in een procedure wil je concepten overleggen uit het onderhandelingsproces om duidelijk te maken dat een bepaalde uitleg van een beding toch echt de juiste is, terwijl de geachte wederpartij dat ergerlijk genoeg maar blijft betwisten. Dan wijst die engerd de rechter fijntjes op de entire agreement clause. Oeps. Of je wilt duidelijk maken dat, lopende een project, per mail nadere afspraken zijn gemaakt: komt de jurist van gene zijde aanzetten met de modification clause, waarin nu juist deze wijze van communicatie níet is genoemd. Chips. Dit zijn voorbeeldjes uit de duim van schrijver dezes, zodat je nog kan denken: fantasie bestaat kennelijk, maar zo’n vaart loopt het niet in de werkelijkheid.

Maar wat te denken van deze voorbeelden? Sluit je een contract voor het uitlenen van personeel aan een Deens bedrijf voor maximaal 183 dagen per jaar omdat dan geen (loon)belasting in Denemarken verschuldigd is, wijzigt de Deense belastingdienst haar standpunt en slaat ook aan voor Denemarken. Als je dat niet contractconform vindt (want je betaalt ook al belasting in Nederland), wijst de wederpartij op de standaardbepaling dat de opdrachtnemer gehouden is tot betaling van alle belastingen, zonder enige limitering. Gelukkig helpt de Hoge Raad (HR 11 november 2010, LJN BN7886 (Skare/Flexmen)). Of je bent aan het praten met je werkgever over bonussen en die verklaart dat hij je best iets moois wil geven (die goede oude tijd…). Dan wordt er parallel gepraat over een nieuw contract. Intussen krijg je je moois. Dan wordt het nieuwe contract gesloten met in art. 24 een entire agreement en een written modification clause erin. Je krijgt nog steeds je moois, maar ook ruzie omdat je vindt dat je nog meer moois moet krijgen. En ondanks het feit dat de werkgever in de procedure daarop helemaal geen beroep doet, gaat het hof opeens de genoemde bepalingen gebruiken om je je eerste moois alsnog te ontzeggen. De Hoge Raad vindt er iets getalsmatigs van (HR 30 maart 2012, LJN BU7250 (T-Mobile)). Of je maakt ruzie over een overname en je moet het hebben van de economische logica van een bepaalde uitleg. Gaat het hof opeens taalkundig te werk en beroept zich daarbij in het bijzonder op de entire agreement clause en de Hoge Raad vindt het goed (HR 19 januari 2007, LJN AZ3178 (Meyer Europe/PontMeyer).

Sinds de Hoge Raad de taalkundige uitleg binnen Haviltex is gaan faciliteren3, zijn standaardclausules in snel toenemende mate een rol gaan spelen bij uitleggeschillen. En dat is ook logisch omdat feitenrechters onderworpen zijn aan strakke productienormen en nu uitgebreide getuigenverhoren achterwege kunnen laten door gewoon naar het contract te kijken. Ten principale is er ook niks mis mee. Maar het dwingt de praktijk wel tot nadenken over iedere contractsbepaling. Strookt die wel met de wijze waarop het contract is bedoeld en wordt uitgevoerd? Daarbij moeten juist de standaardclausules met argusogen worden bezien.4 Contractenmakers moeten steeds pogen om de situatie te vermijden – en dat is ook een prachtig goed doel – dat in een volgend geschil wéér alles draait om die ene fout.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2012/1299, afl. 23, p. 1563.

 

1. Die bepaling zegt: alleen relevant is nog wat in deze overeenkomst staat, en alles wat hiervoor is gebeurd, geldt niet meer.
2. Deze bepaling regelt hoe de overeenkomst mag worden gewijzigd.
3. Zie onder meer HR 9 april 2010, LJN BK1610 (UPC), genoemde Pont Meyer en HR 20 februari 2004, LJN AO1427 (DSM/Fox).
4. Echter, ook in meer algemene zin zouden we er goed aan doen om ons bezig te houden met contract management, het constant in de gaten houden en zo nodig synchroniseren van contract en uitvoeringspraktijk.

Coen Drion

Naam auteur: Coen Drion
Geschreven op: 5 juni 2012

Advocaat-partner bij Jones Day.

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.