Spreekrecht van slachtoffers in het strafproces

Donderdag 28 maart 2013 licht staatssecretaris Teeven in de 2e kamer zijn visie op slachtoffers, zoals neergelegd in het visiedocument 'Recht doen aan slachtoffers' toe. De emancipatie van slachtoffers wordt daarmee voortgezet en dat is een goede zaak. Wel is er zorg over de verdere invulling van de rol van slachtoffers in het strafproces.

Visie 'Recht doen aan slachtoffers'

Enerzijds geeft de staatssecretaris weliswaar en terecht aan dat het vervolgingsprimaat bij het openbaar ministerie blijft liggen (anders zou er echt sprake zijn van een revolutie). Anderzijds lijkt voor slachtoffers een wel zeer prominente rol in het strafproces te worden ingeruimd.

Op het NJBlog hebben Nico Kwakman (op 27 februari 2013) en Alex Sas (op 8 maart 2013) zich al over het visie document uitgelaten. Kwakman schrijft dat hij het kan billijken als Teeven de rechter de ruimte wil bieden het slachtoffer niet meteen de mond te snoeren als hij de grenzen van het spreekrecht overschrijdt, maar verder moet het toch niet gaan. In ieder geval zou niet de indruk moeten ontstaan dat het slachtoffer een rol heeft bij de strafoplegging (een wel heel beknopte samenvatting). Sassen reageert (even kort samengevat) dat een spreekrechtplus (een 'Victim Statement of Opinion') tegemoet komt aan het recht van het slachtoffer om zijn stem te laten horen tijdens de strafzaak en dat recht moet niet afhankelijk zijn van de willekeur van de rechter.

De rollen van slachtoffers en verdachten

Een (bekende) variant op vorengaande standpunten is ook nog mogelijk en verdient in het algemeen overleg aandacht. Tegen verdere uitbreiding van de rol van het slachtoffer in het strafproces wordt over het algemeen vaak ingebracht dat, zolang de rechter nog niet geoordeeld heeft, uitgegaan moet worden van de onschuld van de verdachte. In het visiedocument wordt dit argument enigszins omzeild. Ook als nog niet vast staat of de verdachte ook de dader is, kan wel al duidelijk zijn wie het slachtoffer is. En zo is dat. Daarnaast wordt in het visiedocument een alinea besteed aan het begrip 'vermeende slachtoffers', een bijzondere constructie waarmee de juridische wereld zich zou hebben vervreemd van de gewone wereld. Immers, zo valt te lezen, wij spreken toch ook niet over vermeende patiënten als de diagnose van de arts nog niet heeft plaatsgehad. Los van de retoriek, het feit dat de wereld gelukkig niet zwart wit is en ook niet altijd kan worden gevat in oneliners, wringt hier wel de schoen. De discussie over rollen van slachtoffers en verdachten en de verhouding daartussen (wie verdient nu de meeste bescherming in het strafproces?) is niet geholpen met verdere complicering. Het is van belang de focus in het strafproces op de verdachte te houden, dat is al moeilijk genoeg. Het vergroten van de rol van het slachtoffer in deze fase zal discussies vertroebelen en ook verhoudingen in de rechtszaal verder op scherp zetten. Met het gescheiden houden van de verschillende rollen en belangen, zal ook het slachtoffer uiteindelijk het meest gediend zijn.

Er moet zorg voor worden gedragen, dat iedereen krijgt wat hij verdient, maar wel op het juiste moment. Het slachtoffer krijgt de ruimte die hij nodig heeft, zodra vaststaat dat het feit waarvoor de verdachte wordt vervolgd, bewezen kan worden; het feit strafbaar is en ook de verdachte strafbaar is. Daarna kan het slachtoffer zich in een volgende fase uitlaten over het feit, de gevolgen, de gewenste genoegdoening (voor zover in een strafzaak mogelijk) en straf. Een proces in twee fases verdient nader onderzoek. Niet omdat strafrechtadvocaten leven in een juridische cocon, maar vooral omdat het onnodige discussies op het verkeerde moment voorkomt.

Naam auteur: Jan Leliveld
Geschreven op: 26 maart 2013

Advocaat bij Van Doorne Amsterdam

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Alex Sas schreef op :
P.s. https://www.socialevraagstukken.nl/site/2013/04/05/het-slachtoffer-moet-het-recht-krijgen-om-iets-te-zeggen-over-de-strafmaat/
Alex Sas schreef op :
Ik heb niks te veel gezegd. Dezelfde argumenten blijven op tafel komen.

De feitelijke kern van de zaak is dat niemand heeft beweerd dat de verdachte geen verdachte blijft tot aan een (onherroepelijke) veroordeling. Maar het is een grote denkfout om hieraan het idee te koppelen dat een slachtoffer pas een "echt" slachtoffer is, die de daarbij horende rechten mag uitoefenen, als er een bewezenverklaring is. Voor zover u niet gevoelig bent voor het argument dat dit secundaire victimisatie van slachtoffers met zich mee kan brengen, speel ik hier desnoods ook nog de formele kaart dat uw redenering in strijd is met het EU Kaderbesluit slachtofferzorg en de nieuwe EU Richtlijn slachtofferzorg. Slachtoffers hebben vanaf hun aangifte rechten, die onafhankelijk zijn van een eventuele verdachte.

De vraag is voorts wat het probleem is dat een slachtoffer zijn mening geeft over de strafzaak voor er een bewezenverklaring is. Zowel de officier en de verdediging geven ook hun mening voor er een bewezenverklaring is, dus waarom het slachtoffer niet?

Verder wijs ik er nogmaals op dat spreekgerechtigden, als de betreffende rechter het toestaat, nu al bijvoorbeeld een gewenste bestraffing ter sprake brengen. Dit blijkt in de praktijk overigens geen problemen op te leveren. Dit neemt niet weg dat als het slachtoffer zich over de inhoud van de zaak uitlaat, of over de gewenste straf, dit wellicht aanleiding kan zijn om hem (als getuige) te willen ondervragen. Dit gebeurt nu niet of nauwelijks, maar gelet op art. 6 EVRM zal dat recht zeker bestaan indien een slachtoffer van spreekrecht plus gebruik maakt. Want hoor en wederhoor is een groot goed en niet alleen in de zittingszaal.
a.zecha schreef op :
Aan de feitelijke kern van de zaak wordt m.i. voorbij gegaan.
De relatie "dader-misdrijf-slachtoffer" staat m.i. feitelijk in verdenking/centraal zowel in het politioneel en justitieel onderzoek alsook gedurende het strafproces. .

Pas na een rechterlijke uitspraak kan in onze rechtsstaat eventueel terecht gesproken worden van een dader en zijn/haar slachtoffer.

Vóór de uitspraak kan m.i. het slachtoffer een recht krijgen om te worden gehoord mits deze dan ook gehoord mag worden door de rechter, het OM, de verdediging en de verdachte dader.
Hoor en wederhoor is ook in onze rechtsstaat en in de rechtszaal m.i. een groot goed.
a.zecha
Alex Sas schreef op :
Dezelfde argumenten blijven maar op tafel komen.
Er is geen enkele aanleiding om te denken dat slachtoffers gefrustreerd zouden raken van een spreekrecht plus. Uit onderzoek blijkt niet van frustratie of secundaire victimisatie van slachtoffers die zich hebben uitgelaten over meer dan de gevolgen van het misdrijf (zie: K. Lens, A. Pemberton & M. Groenhuijsen, Het spreekrecht in Nederland: een bijdrage aan het emotioneel herstel van slachtoffers? Intervict/WODC: Tilburg 2010). Dit zal, zeker met een goede voorbereiding, bij geformaliseerd spreekrecht plus niet anders worden.
Spreekrecht is geen vorm van genoegdoening of therapie. Het is het minste waar slachtoffers of nabestaanden recht op hebben om zich gehoord te voelen in de strafprocedure (vgl.: https://www.socialevraagstukken.nl/site/2012/05/22/spreekrecht-ouders-is-wel-het-minste/). Het misdrijf is immers allereerst een vergaande inbreuk op hun rechten. Zij hebben er daarom recht op om deel uit te maken van de strafrechtelijke procedure tegen de verdachte (procedurele rechtvaardigheid.). Overigens lijkt het me daarom ook juist dat het slachtoffer genoegdoening krijgt, doordat de verdachte wordt gestraft en de schade van het slachtoffer wordt vergoed.
Adriaan Hoelen schreef op :
Het komt mij voor dat je nodeloze frustraties vermijdt, als eerst de schuld van de verdachte vastgesteld wordt, en het slachtoffer zich bewust wordt dat het spreekrecht niet bedoeld is om zijn particuliere genoegdoening te eisen.
Het is goed als het slachtoffer zich mag uitspreken. Het is ook goed, als het van meet af aan duidelijk is dat de rechtzaal niet geschikt is voor een psychotherapeutisch groepsgesprek, hoe nuttig en nodig dit laatste ook moge zijn.
De mate waarin een al dan niet "vermeend" slachtoffer zich benadeeld of aangetast voelt door de verdachte mag in een rechtstaat niet bepalend zijn voor de eventuele strafoplegging. Een al te vrije interpretatie van het spreekrecht van verdachte zal gemakkelijk een illusie creëren dat het slachtoffer de strafmaat mee mag bepalen. Het succes van het spreekrecht staat en valt dus met goede instructie voor de verdachte inzake wat deze naar voren kan brengen, en goede timing voor de uitvoering van het spreekrecht.
Alex Sas schreef op :
Het is een grote misvatting om, als spiegelbeeld van de onschuldpresumptie t.a.v. de verdachte, het slachtoffer als vermoedelijk slachtoffer te beschouwen tot het strafbare feit bewezen is verklaard. Vanaf het moment van aangifte dient het slachtoffer als slachtoffer te worden beschouwd met de daarbij behorende rechten.
Het spreekrecht is een belangrijk recht van slachtoffers waardoor zij zich gehoord en erkend voelen (procedurele rechtvaardigheid). Aan deze functie zou sterk afbreuk worden gedaan als het slachtoffer tijdens een eerste fase van het strafproces zou worden buitengesloten en pas in een tweede fase, na de bewezenverklaring, als "echt" slachtoffer zou worden erkend, om dan van het spreekrecht gebruik te mogen maken. Deze gang van zaken zou ook op gespannen voet staan met de correcte bejegening van een slachtoffer die voortvloeit uit art. 1 EU-Kaderbesluit slachtofferzorg en met art. 1 van de nieuwe EU-richtlijn slachtofferzorg.
Bovendien is het in dit verband niet onbelangrijk dat - zoals eerder gezegd - ook nu slachtoffers of nabestaanden al wordt toegestaan over meer te spreken dan de gevolgen van het misdrijf, zonder dat het tot problemen leidt. Allicht dat hierbij een rol speelt dat in 80% van de zaken de verdachte bekent en in meer dan 90% van de zaken een veroordeling plaatsvindt.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.