Ruzie om een mobieltje

“Ze vechten elkaar de tent uit in tientallen rechtszaken over smartphonepatenten (…)”, aldus de openingszin in NRC Handelsblad over de deal die Apple sloot met de leverancier van navigatiediensten, TomTom.1 Veel meer over het juridische hoe en waarom van de ruzie in de wereld van aanbieders van smart phones en tablets kwamen we niet te weten. De tent vechten ze elkaar inderdaad uit. Sommigen spreken zelfs over een ‘patent war’.

Deze week (20 juni) stond in de VS alsnog een hoorzitting in een procedure tussen Apple en Motorola gepland. Eerder al was de rechtszaal in andere landen, waaronder Nederland, het strijdtoneel. Hier oordeelde de Voorzieningenrechter vorig jaar dat Samsung niet langer de Galaxy S II mocht verkopen, waarna het bedrijf het inbreukmakende onderdeel aanpaste.2 Inmiddels lijkt het een gewoonte dat iedere nieuwe versie van deze apparaten gepaard gaat met een aanklacht, zoals de zoveelste eis van Apple, eerder deze maand in de VS, illustreert. En het lijkt er niet op dat de bedrijven binnen afzienbare tijd hun ruzie bijleggen. Pogingen van een Amerikaanse rechter, begin mei, om de topmannen van Apple en Samsung tot een overeenkomst te laten komen, mislukten. Uit documenten van de Europese Commissie blijkt dat ook gesprekken van eind 2011 over een cross-licentie overeenkomst niets opleverden. Overigens heeft ook Apple in het stof moeten bijten: in Duitsland moest het na een geschil met Motorola, een applicatie in de webdienst iCloud uitschakelen.

Het gaat te ver op deze plaats alle juridische details te bespreken. Het punt dat ik hier wil maken is dat het octrooirecht steeds minder opgewassen lijkt tegen de gevechten die miljardenbedrijven als Apple, Motorola en Samsung via de inzet van dit recht met elkaar uitvechten. Bovendien gaat het octrooisysteem, dat met een verleningsprocedure werkt, gebukt onder enorme aantallen aanvragen. Tekenend is dat een andere concurrent van Apple, Google, vorig jaar augustus aankondigde Motorola te willen overnemen om de enkele reden dat het daarmee de duizenden octrooien (naar verluidt 17.000 plus de nog 7.000 lopende aanvragen) van het bedrijf verwerft.

Waar wringt de schoen? Allereerst lijkt geen enkele speler meer bereid tot compromissen, wat de zwakke plekken in het systeem van zelfregulering dat in samenhang met het formele octrooirecht functioneert, zichtbaar maakt. Illustratief is de octrooipositie van de aanbieders van de Android-toestellen, zoals Samsung en Motorola. Deze bedrijven hebben octrooirechten op vindingen die essentieel zijn voor de werking van mobiele apparaten met zogenaamde 2g- en 3g-verbindingen. Gezien dit essentiële karakter zijn deze applicaties inmiddels door het standaardisatieorgaan waarin de mobiele aanbieders samenwerken aangemerkt als gestandaardiseerde technologie voor mobiele communicatie. Daarmee zijn ze tegelijk ook een zgn. ‘essentieel octrooi’ geworden, wat betekent dat de octrooihouder omwille van het belang van de toegankelijkheid van de gestandaardiseerde technologie bereid moet zijn aan iedere partij die daarom verzoekt een licentie te verlenen op eerlijke, redelijke en niet discriminatoire voorwaarden (zgn. FRAND-licentie). In juridische zin gaat het hier om een verbintenisrechtelijke verplichting aan de betrokken leden van het standaardisatieorgaan ten opzichte van elkaar. Zowel Apple als Samsung zijn lid van het standaardisatieorgaan. Gegeven hun bekoelde relatie is een belangrijke vraag of het enkele feit dat sprake is van een essentieel octrooi impliceert dat Apple van het standaardisatieorgaan automatisch een licentie op de gestandaardiseerde technologie van Samsung verkrijgt. Niet verassend nam Apple vorig jaar bij de Haagse rechtbank dit standpunt in. De Voorzieningenrechter oordeelde echter dat de betrokken leden (en dus Apple) er weliswaar op mogen vertrouwen dat hen een FRAND-licentie zal worden aangeboden, maar dat dit, gegeven het karakter van de verplichting, niet betekent dat zij bij afwezigheid van een licentie de standaard zonder meer mogen toepassen. Kortom, eerst moeten de licentievoorwaarden worden uitonderhandeld. Het gevecht richt zich daarmee onder meer op de interpretatie van de bovengenoemde ‘eerlijke, redelijke en niet discriminatoire voorwaarden’, waaronder de hoogte van de vergoeding die Apple voor de licentie heeft te betalen. Al met al een sfeer waarin de samenwerking om tot standaardisatie te komen er niet beter op wordt, de eindgebruikers de dupe zijn en is het steeds vaker de rechter is die in complexe vormen van zelfregulering z’n weg moet weten te vinden.

Problematisch is ook dat het octrooirecht wordt gegijzeld in het machtsspel van ICT-giganten. Octrooien blijven om strategische redenen jaren op de plank, wat volgens velen innovatie remt. Bedrijven verspijkeren miljoenen aan juridische procedures, veelal gelijktijdig in diverse landen vanwege het ontbreken van uniforme regels. Een factor van betekenis is hier dat het recht zich inmiddels uitstrekt tot vindingen die essentieel zijn voor gebruiksgemak en daarmee tot elementen die bij de ‘identiteit’ van een product behoren. Illustratief is Apple’s octrooi op de techniek om het apparaat te deblokkeren via de bekende beweging over het scherm (slide-to-unlock). Apple heeft ook in juridisch opzicht de toon gezet door een octrooistrategie te hanteren die is gericht op het verwerven van rechten voor de ‘zachtere’ kanten van technologie: faciliteiten voor de interactie – via het aanraken van het scherm – tussen apparaat en gebruiker. Het bedrijf heeft aldus welhaast een monopolie verworven op de hedendaagse manier waarop we communicatieapparatuur gebruiken.

Jaren geleden werd over het auteursrecht gezegd: ‘copyright is dead’. Dood is het octrooirecht zeker niet. Maar ook hier zagen technologische ontwikkelingen aan de poten van het systeem. Inmiddels lijkt het auteursrecht schoorvoetend op te krabbelen. Het octrooirecht daarentegen staat nog maar aan het begin van een moeizaam traject van noodzakelijke vernieuwing. Hopelijk resulteert dat uiteindelijk in meer ruimte voor publieke belangen.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2012/1413, afl. 25, p. 1705.

 

1. NRC Handelsblad 12 juni 2012, p. 21.
2. Rb. ’s-Gravenhage 14 oktober 2011, B9 10282 (Samsung/Apple).

Corien Prins

Naam auteur: Corien Prins
Geschreven op: 18 juni 2012

Hoogleraar Recht en Informatisering aan de Universiteit van Tilburg

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Frits Jansen schreef op :
"Patent wars" zijn al zo oud als de weg naar Kralingen. Allerlei industriële pioniers raakten in bittere juridische gevechten verzeild die de innovatie (=brede toepassing) van hun vindingen ernstig vertraagde: James Watt eind 18de eeuw, en de gebroeders Wright die begin vorige eeuw het vliegtuig uitvonden. Na een succesvolle lobby voor versterking van wereldwijde octrooibescherming van geneesmiddelen een kleine 20 jaar geleden is de innovatie in die sector duidelijk teruggelopen.

Het politiek geïnspireerde begrip "industriële eigendom" suggereert een juridische logica. In werkelijkheid is octrooibeleid puur economische politiek.

In 1869 schafte onze wetgever de toenmalige octrooiwet af: hopeloos ouderwets! Pas in 1910 kwam er een nieuwe octrooiwet, onder internationale druk. In de tussentijd kwam de industrialisatie van ons land lekker op gang zonder de last van octrooien, denk aan Philips. Ook de Zwitsers hadden in die tijd geen octrooien.

Octrooien zijn vooral lucratief voor octrooigemachtigden en advocaten. De lezers van het NJB.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.