Ruim baan voor belangenorganisaties

Belangenorganisaties vervullen een belangrijke rol in de samenleving en in het – waartoe ik mij hier beperk – bestuursrechtelijke rechtsbedrijf. Zij bieden een platform voor belangenarticulatie aan burgers en bedrijven. Daarmee zijn zij een bruikbaar aanspreekpunt voor bestuur en wetgever. Een rol die des te belangrijker is nu er steeds minder organisatie van belangen plaatsvindt via politieke partijen.

De kwaliteit van besluitvorming en regelgeving is gebaat bij betrokkenheid van belangenorganisaties. Bovendien kan via deze organisaties de stem van burgers en bedrijven op effectieve wijze worden gehoord. Ook in het kader van de rechtsbescherming zijn belangenorganisaties belangrijk. In veel gevallen nemen zij het voortouw in procedures en zorgen zij dat de kwaliteit van besluitvorming en regelgeving door de rechter wordt getoetst. Daarbij hebben de organisaties meestal veel verstand van zaken. Verder kan zo in meer algemene zin een rechterlijk oordeel worden verkregen over een kwestie, zonder dat er een serie individuele zaken aanhangig hoeft te worden gemaakt. Geen overbodige luxe, mede gelet op de dreigende verhoging van griffierechten.

Natuurlijk heeft de toenemende activiteit van belangenorganisaties ook schaduwkanten. Het risico bestaat dat zij te weinig oog hebben voor andere belangen dan die waarvoor zij staan en kan er soms getwijfeld worden aan hun legitimatie. Daarmee moeten en kunnen bestuurders en politici echter rekening houden. Zij moeten een bredere belangenafweging borgen. Verder zijn er ook belangenorganisaties die het niet te doen is om het leveren van een constructieve bijdrage maar om het strooien van zand in de machine. Juist vanwege hun kennis van zaken en ervaring zijn ze daarin vaak ook nog eens heel effectief. Dat zou echter evenmin een reden mogen zijn voor het diskwalificeren van belangenorganisaties. Immers, dergelijk optreden komt eveneens voor bij individuele burgers en bedrijven. Oplossingen voor dit soort obstructie zouden dan ook niet specifiek moeten worden gericht op belangenorganisaties. Toch zijn er de afgelopen jaren in het bestuursrecht pogingen gedaan om juist hun rol terug te dringen.

Een voorbeeld van dat laatste bieden de Afdelingsuitspraken van het najaar van 2008 (LJN BF3913, LJN BF3912, LJN BF3911 en LJN BG1156). Daarin wordt de drempel voor de ontvankelijkheid van belangenorganisaties verhoogd. Er worden zwaardere eisen gesteld aan het onderscheidend vermogen van statutaire doelstellingen. Verder wordt strenger de hand gehouden aan de eis van feitelijke werkzaamheden. Daaronder kan niet meer worden begrepen het louter in rechte opkomen tegen een besluit. Uiteindelijk heeft deze nieuwe lijn de positie van belangenorganisaties gelukkig niet wezenlijk beperkt. Daarbij speelt een rol dat met name veelprocederende belangenorganisaties zich in de vormgeving van hun statuten en het ontplooien van feitelijke werkzaamheden vrij eenvoudig wisten te plooien naar de nieuwe eisen. Een hernieuwde poging om deze ontvankelijkheidseisen te verzwaren is ondernomen in een Voorzittersuitspraak van de Afdeling. Daarin wordt geëist dat een organisatie in haar statuten precies vermeldt welke dier- en plantensoorten zij bescherming wenst te bieden (31 maart 2011, LJN BQ0258). Terecht heeft de Afdeling in de bodemprocedure een streep gezet door deze eis, die ook het bizarre gevolg zou hebben gehad dat er gedetailleerde soortenlijsten in de statuten moeten worden opgenomen (15 februari 2012, LJN BV5109). Het is wenselijk dat wordt afgezien van dergelijke pogingen om organisaties buiten de deur te houden.

Een ander gevaar voor de positie van de belangenorganisaties vloeit voort uit jurisprudentie van de civiele rechter in procedures over de rechtmatigheid van regelgeving. Als bekend, kan er vanwege artikel 8:2 Awb bij de bestuursrechter niet rechtstreeks worden opgekomen tegen algemeen verbindende voorschriften. De rechtmatigheid daarvan kan daardoor bij de burgerlijke rechter worden betwist. Belangenorganisaties kunnen dat doen op de voet van de collectieve en algemeen belang actie van artikel 3:305a BW. In een procedure van de Stichting Privacy First tegen het biometrisch paspoort verklaarde de rechtbank (sector civiel) deze organisatie echter niet ontvankelijk. Dit omdat de rechtmatigheid van de Paspoortwet ook indirect bij de bestuursrechter zou kunnen worden getoetst in een zaak van een individuele burger tegen het besluit tot weigering van een paspoort vanwege het niet afgeven van vingerafdrukken (2 februari 2011, LJN BP2860). Daarbij lijkt een belangrijke rol te hebben gespeeld het voorkomen van de betrokkenheid van twee soorten rechters met het risico van ‘rechtsoneenheid’. Hoewel op zich een legitiem belang, kunnen er serieuze vraagtekens bij dat oordeel worden geplaatst omdat het in lijkt te gaan tegen de bedoelingen van de wetgever. Bovendien is het gevolg daarvan dat de mogelijkheden van belangenorganisaties om te procederen tegen regelgeving ernstig in het gedrang komen. Zij kunnen immers niet zelf bij de bestuursrechter een procedure entameren. Verder is het onwaarschijnlijk dat zij als belanghebbende zouden worden toegelaten tot de procedure van de betrokken individuele burger. Daarbij laat deze paspoortzaak ook goed zien wat het gevolg is van het terugdringen van de rol van belangenorganisaties. Nu zijn er in het hele land diverse procedures gevoerd met alle rechtsonzekerheid van dien en wordt thans nog gewacht op het hoger beroep (bijv. LJN BP8841, LJN BT7650, LJN BR7082, en LJN BR4658). Bovendien blijkt dat de deskundige inbreng van de genoemde belangenorganisatie een toegevoegde waarde zou hebben gehad. Het is dan ook te hopen dat de uitspraak van de rechtbank in hogere instantie(s) wordt gecorrigeerd. Een alternatief daarvoor zou kunnen zijn het mogelijk maken van direct beroep tegen algemeen verbindende voorschriften (waaronder formele wetgeving) bij de bestuursrechter via het wijzigen van artikel 8:2 Awb. Deze optie heeft de voorkeur omdat daarmee het genoemde gevaar van ‘rechtsoneenheid’ zou kunnen worden weggenomen met behoud van de positie van belangenorganisaties.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2012/646, afl. 11, p. 725

Tom Barkhuysen

Naam auteur: Tom Barkhuysen
Geschreven op: 13 maart 2012

Advocaat-partner bij Stibbe en hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

a.zecha schreef op :
Een drietal “feitelijke” vaststellingen
Belangen-organisaties zijn voor een deel zichtbaar en slechts voor dat deel vatbaar voor regulatie.
Belangen-netwerken ontrekken zich grotendeels aan het zicht en zijn deswege minder vatbaar voor regelgeving en in de praktijk vaak bepalend.
De door de staat en/of door anderen gesubsidieerde belangenorganisaties zullen zich niet onttrekken om de belangen van hun grote financiers (al dan iet buiten zicht) te behartigen.

En een “politieke” mening.
Een minimale democratische rechtsstaat heeft m.i. de minimale en primaire taak om de anti-democratische asymmetrische belangenbehartigingen tussen individuele burgers; tussen grotere machtsconcentraties onderling; èn tussen individuele burgers en grotere machtsconcentraties pro-actief te signaleren, te voorkomen en te corrigeren.
Verwaarlozing en of ondermijning van het voorgaande zal m.i. op termijn leiden tot al dan niet chronisch verlies van betrouwbaarheid, vertrouwen, onrust, veiligheid........ en leiden tot oorlogen.
a.zecha

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.