Recht doen met abstracte schadebegroting

Het lijkt zo simpel. Schade vergoeden betekent dat we de benadeelde zoveel mogelijk in de toestand proberen te brengen waarin hij zou hebben verkeerd indien de schadeveroorzakende gebeurtenis zou zijn uitgebleven. Dit heeft consequenties voor de schadebegroting: in beginsel geschiedt zij met inachtneming van alle omstandigheden van het concrete geval.

Concrete schadebegroting staat voorop. Iedereen begrijpt dat dit zo is. In de wet staat echter iets anders: volgens art. 6:97 BW begroot de rechter de schade namelijk op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. Naar gangbare inzichten moeten we hier lezen dat de schade in principe concreet wordt begroot, maar dat de rechter, waar nodig, van bepaalde omstandigheden van het concrete geval afstand mag nemen en dus een meer abstracte begroting mag toepassen. Dat gebeurt in de rechtspraak ook. Het bekendste terrein is dat van de zaaksbeschadiging waarbij vooral de blikschade aan een auto tot de verbeelding spreekt. Vaste rechtspraak van de Hoge Raad leert dat de schade in zo’n geval bestaat in de waardevermindering van de zaak die vervolgens wordt begroot op de naar objectieve maatstaven te bepalen herstelkosten, waarbij wordt geabstraheerd van het gegeven dat de getroffene er in geslaagd is herstel tegen lagere kosten te realiseren. Sterker nog: we abstraheren ook van de omstandigheid dat er in het geheel geen herstel heeft plaatsgehad. Ook dan ontvangt de benadeelde, uiteraard onder voorwaarde dat herstel mogelijk en verantwoord is, de objectief te bepalen herstelkosten. We zoeken de rechtvaardiging in de doelmatigheid, de efficiënte afwikkeling van veel voorkomende schades. Een recent arrest bevestigt dit (RvdW 2012, 1340). Aan de orde, niet toevallig ook weer in een geval van blikschade, is de vraag of op de objectief, namelijk in een geautomatiseerd systeem (Audatex), bepaalde herstelkosten in mindering moet worden gebracht de korting die eigenares Athlon, een leasemaatschappij, heeft weten te bedingen bij het schadeherstelbedrijf. In dit door Reaal gestarte proefproces antwoordt de Hoge Raad ontkennend. Schade aan een auto komt veel voor en en vergt daarom bij uitstek een snelle afwikkeling naar uniforme maatstaven. Zo’n afwikkeling wordt bevorderd door het hanteren van een forfaitair systeem waarover in de branche overeenstemming bestaat, zoals genoemd systeem dat in hoge mate geautomatiseerd is. Aldus kan snel na het ontstaan van de schade, en ongeacht of deze ook daadwerkelijk wordt hersteld, inzicht in de herstelkosten worden verkregen, waarmee in beginsel ook de naar objectieve maatstaven berekening van de beschadigde auto komt vast te staan. Wanneer eventueel verleende korting relevant zou zijn, zou dat een onzeker element in de schadeberekening brengen dat ook weer discussie kan uitlokken. Die zou weer afbreuk doen aan de snelle, eenvoudige en uniforme afwikkeling die juist bij dit soort zaakschades wenselijk is en in de praktijk ook wordt gehanteerd. Voor zover nuancering wenselijk is, ligt het volgens de Raad op de weg van marktpartijen om binnen de gehanteerde berekeningsstelsels eventueel aparte categorieën op te nemen.

Snelle afwikkeling van veel voorkomende schades zonder al teveel discussie mogelijk gemaakt door de rechter de vrijheid te geven van bepaalde, complicerende, omstandigheden van het geval afstand te nemen. Dat is wat we belangrijk vinden bij zaakschade en daar kennelijk ook, mede door op de rechtspraak gebaseerde afspraken in het veld, weten te realiseren. Hoe anders is het bij de, helaas ook veel te vaak voorkomende, gevallen van letsel- en overlijdensschade, waar nog altijd concrete schadebegroting, met alle discussies, vertraging in de afwikkeling en kosten van dien, hoog in het vaandel staat. Zo hoog zelfs dat het een dogma wordt dat verbetering in de weg kan zitten.

Uiteraard wordt er ook in de personenschadewereld onder aanvoering van de Letselschade Raad, Slachtofferhulp Nederland en het Personenschadeinstituut van Verzekeraars nagedacht over verbetering en versnelling van de schadefwikkeling. Daarbij komt ook normering van schadevergoeding aan bod. De laatste tijd trekt het smartengeld bijvoorbeeld weer de aandacht. Mijn indruk is dat dergelijke zelfreguleringsinitiatieven meer impact zouden hebben wanneer rechters, de Hoge Raad voorop, juist ook op het terrein van personenschade meer ruimte zouden geven aan abstracte schadebegroting.

Natuurlijk is hier al winst geboekt:
- in geval van verzorging en verpleging van een naaste heeft degene die de verzorging op zich neemt, bijvoorbeeld een ouder, recht op vergoeding van de aldus bespaarde kosten van professionele hulp (NJ 1999, 564);
- in geval van letsel moeten, ook al worden geen kosten gemaakt omdat bijvoorbeeld de partner deze klus op zich neemt, de kosten van huishoudelijke hulp door de dader worden vergoed indien de benadeelde door zijn letsel niet langer in staat is de werkzaamheden zelf te verrichten (NJ 2009, 387);
- in geval van overlijden hebben nabestaanden recht op vergoeding van vervangende huishoudelijke hulp ook in gevallen waarin feitelijk (nog) geen kosten worden gemaakt (NJ 2009, 385).

Wat de Hoge Raad hiermee bevordert, is dat belanghebbenden zonder al teveel discussie en daarmee vlot over een vergoeding kunnen beschikken die ze vervolgens ook naar eigen inzicht kunnen benutten. Deze beslissingen hebben echter betrekking op enkele nogal specifieke schadeposten, terwijl bij andere het debat onder de noemer van de concrete begroting gewoon weer losbarst. Ligt het niet voor de hand om het voorbeeld van de zaakschade nadrukkelijker te volgen en voor het brede terrein van de personenschade abstracte(re) vormen van schadebegroting te overwegen in het belang van een snelle en adequate afwikkeling? Tot nu toe is dat vloeken in de kerk in de kennelijke gedachte dat concrete schadebegroting het beste is wat slachtoffers kan overkomen. Zouden we hen juist ook geen recht doen met abstracte schadebegroting?

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2012/2463, afl. 43, p. 3007.

Bron afbeelding: sidkid

 

Ton Hartlief

Naam auteur: Ton Hartlief
Geschreven op: 4 december 2012

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Maastricht

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.