Recht als luxe

Het kraakt in de rechtspleging. Dat doet het al een tijdje, maar van de aangekondigde bezuinigingen wordt nu door het kabinet echt werk gemaakt. Het gaat om het kostendekkend griffierecht en de bezuinigingen op de gefinancierde rechtsbijstand. Natuurlijk is het niet realistisch om te verwachten dat in deze tijden van schaarste onderdelen van onze samenleving buiten schot zullen blijven, maar de voorstellen die er nu liggen raken het recht op toegang tot de rechter en het recht op rechtsbijstand in het hart.

Over het kostendekkend griffierecht is in dit blad al uitgebreid gedebatteerd. Het gaat ook niet om niks. Op de rechtspraak moet € 240.000.000 worden bezuinigd. Dit soort abstracte cijfers spreken niet echt tot de verbeelding, daarom een voorbeeld. Een kleine ondernemer die een vordering wil innen van een € 600 euro moet een griffierecht van € 300 betalen als er niet goedschiks wordt betaald en dan zijn de kosten van rechtsbijstand of incasso niet meegerekend. Er is weinig fantasie voor nodig om te bedenken dat de “afwegingsprikkel” die hiervan uitgaat, leidt tot het maar laten zitten van dit soort vorderingen, zeker als er ook nog een risico in zit of de vordering zal worden toegewezen of kan worden geëxecuteerd.

Door het marktprincipe toe te passen op de rechtspraak trekt de overheid haar handen af van het garanderen van een van haar elementaire taken en wordt de civiele en bestuursrechtspraak gereduceerd tot individuele dienstverlening aan partijen die hun onderlinge problemen niet kunnen oplossen. Hiermee wordt miskend dat het maatschappelijke belang van vrije toegang tot de rechter die burgers moet beschermen als hun rechten worden aangetast, bij uitstek een publieke verantwoordelijkheid is. Uit bezuinigingsoogpunt snijdt het mes aan twee kanten. Door de hoge kosten zal het aantal procedures afnemen en dat is dan ook – uit bezuinigingsperspectief – weer meegenomen. Dat hiermee het door de grondwet en het EVRM gegarandeerde recht op toegang tot de rechter wordt gebarricadeerd, wordt op de koop toegenomen. Wie zal het geld (ervoor over) hebben om dit uit te procederen tot en met het EHRM? Was de waarborging van de toegang tot de rechter onder het vorige kabinet nog een “randvoorwaarde”, nu krijgt dat woord aldus de Leeuwardense rechter Menno Zandbergen1 een “wankele ondertoon: alsof je sommige voorwaarden alleen over het randje hoeft te duwen om ervan af te zijn”.

Maar niet alleen op de rechtspraak moet worden bezuinigd. Ook de gefinancierde rechtsbijstand ontkomt niet aan maatregelen. Al onder de vorige kabinetsperiode was een bezuiniging van € 50.000.000 ingecalculeerd voornamelijk door het verhogen van de inkomensgrenzen om in aanmerking te komen voor gefinancierde rechtsbijstand en het verlagen van de toevoegingsgelden. Dat heeft dus nog een versterkend effect op de voor de rechtspraak voorziene bezuinigingen, het gaat niet alleen om griffierechten. Ook voor veel procedures is een advocaat nodig en vaak verplicht. Het meest nijpend zijn de effecten van bezuiniging op de vergoedingen voor advocaten in het strafrecht. Sinds 1 april 2011 heeft iedere verdachte ingevolge de Salduz-jurisprudentie van het EHRM recht op consultatie van een advocaat voorafgaande het eerste politieverhoor. Het zal niet meer lang duren of er zal een regeling moeten komen dat verdachten ook tijdens hun verhoren recht hebben op bijstand van een raadsman.2 De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft echter aangekondigd dat de uitbreiding van de werkzaamheden van de advocaat niet vertaald zullen worden in een hogere vergoeding voor de rechtsbijstand. Die vergoedingen zijn nu al niet bijster hoog maar zullen als er geen extra financiering komt variëren tussen de € 10 en € 20 bruto per uur. Daar kan geen advocaat voor werken.

Hoe moet het dan wel? In de eerste plaats zou erkend moeten worden dat de rechtspleging zich niet leent voor toepassing van marktprincipes of het profijtbeginsel en dus onvermijdelijk geld kost. Als dat niet gebeurt, dan verliezen we het meest elementaire smeermiddel van onze rechtsstaat en wordt de toegang tot het recht een luxe die alleen is voorbehouden aan diegenen die ervoor kunnen betalen. Dat betekent nog niet, dat er niet gekeken moet worden naar wat de rechtspleging mag kosten, maar dat we de kosten daarvan op een andere manier moeten incalculeren. Een meer legitieme afweging in tijden van financiële nood zou zijn, om alle maatregelen en wetgeving die door de overheid worden uitgevaardigd, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid en justitie, vóór de invoering ervan te beoordelen op de kosten van de regeling voor de rechtspleging, inclusief noodzakelijke rechtsbijstand. Niet als sluitpost, maar als inherente kosten die moeten worden meegewogen bij de beantwoording van de vraag of we ons die maatregelen wel kunnen veroorloven. Een illustratief voorbeeld is de per 1 januari 2011 ingevoerde verschijningsplicht van ouders op de strafzitting van hun minderjarige kinderen. Pas nadat de regeling is ingevoerd is de financiële impact hiervan onderzocht3 en blijkt dat de uitvoeringskosten die gepaard gaan met het afdwingen van de verschijningsplicht variëren van € 9.000.000 tot € 16.000.000 per jaar en dat er minstens 24 extra rechters voor nodig zijn. Het is de vraag of die verschijningsplicht wel was ingevoerd, als die kosten tevoren bekend waren geweest. Wat in ieder geval niet kan, is de repressieve kant van de rechtshandhaving ongebreideld te laten groeien, zonder rekening te houden met wat dit aan kosten voor de rechtspleging met zich brengt. En dan heb ik het nu alleen nog over materiële kosten.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2011/727, afl. 14, p. 855.

 

Bron afbeelding: Ben Zvan

 

1. NRC 15 maart 2011.
2. Zie PG Harm Brouwer, NRC 11 maart 2011.
3. Rapport aanwezigheid verplicht, december 2010 uitgevoerd door Regioplan Beleidsonderzoek in opdracht van het WODC, bijlage bij TK 30 143, nr. 36.

Taru Spronken

Naam auteur: Taru Spronken
Geschreven op: 4 april 2011

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar straf- en strafprocesrecht Universiteit Maastricht

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.