Politisering van het recht

Tijdens de behandeling van de justitie – pardon – veiligheid en justitiebegroting in de Tweede Kamer afgelopen maand werd op 25 november door de CDA kamerleden Çörüz en Omtzigt de volgende motie ingediend:

De Kamer
Gehoord de Beraadslaging
– constaterende, dat in recente zaken het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) vergaand heeft ingegrepen in nationale wetgeving;
– van mening, dat het EHRM een belangrijk instituut is voor de bescherming van essentiële mensenrechten;
– overwegende, dat landen behoefte hebben aan een duidelijke ruimte om eigen beleid te mogen maken gebaseerd op hun nationale eigenheid en daarbij de zogenoemde “margin of appreciation” nodig hebben;
– verzoekt de regering de mogelijkheden te bezien om zich vaker te voegen bij andere staten in reeds aanhangige zaken tegen die staten om zo een signaal richting het EHRM af te geven betreffende de “margin of appreciation”;
– verzoekt de regering tevens om in het hervormingsproces van de Raad van Europa duidelijk te pleiten voor een ruimere “margin of appreciation” en de Kamer over een jaar op de hoogte te stellen van de bereikte resultaten.


Nadat minister Opstelten de kamer meedeelde dat deze motie het kabinetsbeleid ondersteunde en dat de margin of appreciation die het EHRM de staten laat, wezenlijk is voor de bescherming van de grondrechten uit het Verdrag, kwamen er toch wat kritische vragen van de oppositie. Hoezo ondersteuning van beleid? Welk beleid dan? Wat vindt de minister dan belangrijk om nationaal te behouden? Is de boodschap van de motie niet eigenlijk: Europees Hof, terug in uw hok? Gaat het hier om bijvoorbeeld de stopzetting van de uitzetting van Irakese asielzoekers? Is dit nu een mooie manier om het Europese Hof te feliciteren met zijn 60ste verjaardag?

De minister deed zijn uiterste best om de kool en de geit te sparen, beloofde de zaken eens goed op een rijtje te gaan zetten en dan de kamer te rapporteren omtrent de Nederlandse ideeën over de hervorming van de Raad van Europa. Uit de handelingen blijkt dat de motie niet in stemming is gebracht maar is aangehouden. Een wijs besluit.

De motie is waarschijnlijk ingegeven door het debat dat in de NRC en de Volkskrant door Tierry Baudet en Douglas Murray is aangezwengeld onder wervende koppen als “Laten we ons bevrijden van het Europese Hof” en “Straatsburg schiet zijn doel voorbij”, geluiden die in het huidige politieke klimaat de volle aandacht krijgen. Baudet, die een promotieonderzoek doet naar nationale soevereiniteit betoogt met ferme taal dat het Europese Hof een bedreiging vormt voor de democratie door zonder democratische legitimatie nationale wetten en regelingen buiten werking te zetten. Als voorbeelden van deze indringende bemoeizucht worden genoemd het afblazen van de ontruiming van kraakpanden in Amsterdam, de bijstand van een advocaat tijdens het politieverhoor, het tegenhouden van uitzetting van Iraakse asielzoekers en het verbieden van kruisbeelden in Italiaanse scholen. De centrale stelling van Baudet is dat politisering van het recht alleen te voorkomen is, en nationale cultuur alleen behouden kan blijven, door rechters niet meer te laten toetsen aan grondrechten, zodat alleen de politieke macht zich kan uitspreken over de interpretatie van op zichzelf vage grondrechten. Uiteraard zijn de reacties niet uitgebleven en is Baudet gewezen op de feitelijke en juridische onjuistheden waarmee hij zijn betoog onderbouwt. Peters en Kappers leggen in de NRC de elementaire grondbeginselen van een democratische rechtstaat uit: toetsen aan grondrechten door een onafhankelijke rechter is geen politieke activiteit en de Straatsburgse rechter neemt heus niet onze democratie over. Onze eigen rechter in het Europese Hof Egbert Myjer heeft in Buitenhof op 5 december jl. geduldig uit de doeken gedaan dat het EHRM echt alleen maar ingrijpt als staten onder de minimumvereisten van het EVRM duiken en juist wel een ruime margin of appreciation aan de lidstaten gunt. Dat de grondrechten in het EVRM niet voor niets na de tweede wereldoorlog zijn opgenomen ter bescherming van burgers tegen de overheid en dat alle lidstaten ter onderstreping van hun commitment zich onderworpen hebben aan de jurisdictie van het Europese Hof en dus een stukje soevereiniteit hebben afgestaan, dat is hen niet door het hof afgepakt.

Toch is in de kamer door CDA-leden een motie ingediend die volgens minister Opstelten het beleid van ons kabinet ondersteunt en waarin de geluiden van Baudet en Murray doorklinken. Het besef dat een van de kenmerken van een rechtsstaat is dat het recht de staat bindt en dat elementaire grondrechten van burgers bescherming behoeven van een onafhankelijke rechter, zijn in de politiek naar de achtergrond gedrukt.1 De politiek bepaalt wel wat recht is. Het lijkt er bijna op dat elementaire juridische en staatsrechtelijke uitgangspunten van een rechtsstaat niet meer worden gekend of erkend. Zorgelijk is dat zelfs parlementariërs niet weten wat een regering al dan niet vermag, daar waar het de jurisdictie van het EHRM aangaat. Een ontwikkelingspsycholoog grapte onlangs op een conferentie van de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming over de toekomst van het jeugdstrafrecht dat hij niet begreep waarom er zoveel bezwaren waren tegen plannen voor een nieuwe maatregel: terbeschikkingstelling van het onderwijs. Het leek hem een fantastische maatregel voor parlementariërs. Ik ben niet zo bang voor politisering van het recht, maar meer voor de juridisering van de politiek.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2010/2280, afl. 44-45, p. 2801.

 

Bron afbeelding: adamblang

 

1. Tekenend is dat een tegenmotie van D66, GroenLinks, PvdA en Christenunie met het verzoek om ‘geen initiatieven te ontplooien die de reikwijdte of de doelstellingen van het EVRM afzwakken’ op 7 december werd verworpen.

Taru Spronken

Naam auteur: Taru Spronken
Geschreven op: 14 december 2010

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar straf- en strafprocesrecht Universiteit Maastricht

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

IFUD of Human Rights schreef op :
Steeds meer rechters leggen Internationale Verdragen terzijde in hun uitspraken, ook de nederlandse gemeenten negeren internationala verdragen met stopzetten uitkeringen met boetebeleid.
https://archive.org/details/TheImpactOfInternati …
Groot schreef op :
Gelet op de verschuivingen en veranderingen van de maatschappelijke context is het te verwachten dat het EHrvM de context betrekt bij het doen van uitspraken door rechters uit diverse landen. Het is een gegeven dat een groot deel van de volksvertegenwoordigers een juridische achtergrond heeft maar zich niet realiseert dat rechtsregels nooit strikt worden geïnterpreteerd (zie Molengraaf/waterleidingarrest) maar altijd geïnterpreteerd waarbij rekening moet worden gehouden met de maatschappelijke context die verandert. Niet (goed) opgeleide juristen (waarvan een deel in de Tweede Kamer als volksvertegenwoordigers zitten) vinden dit moeilijk te begrijpen en zo kan deze motie ook in deze context worden verklaard.
margo schreef op :
ik onderschrijf bovenstaand commentaar helemaal: als de leer van de trias politica wordt losgelaten en men kennelijk de interpretatie van wetgeving wil overlaten aan de politieke willekeur, dan is volgens mij het einde zoek.
Reinier Bakels schreef op :
De kanttekeningen van professor Spronken zijn mij uit het hart gegrepen.

Eigenlijk gaat het huidige debat om het omgekeerde: een bezwaar tegen de juridisering van de politiek. Een oude discussie. Toch schrik ik ervan dat er blijkbaar zelfs op onze universiteiten (in casu in Leiden) mensen rondlopen die niet begrijpen dat in een volwassen staatsrechtelijk systeem niet onvoorwaardelijk het beginsel van "volkssoevereiniteit" geldt. Ook de democratie is aan regels gebonden, niet alleen formele (inrichting van ons bestuur), maar ook materiële: grondrechten. Dat is een ingewikkeld rechtsfilosofisch vraagstuk. Dat de macht van de democratie niet onbeperkt kan zijn is eenvoudiger te begrijpen. Toen Donner een paar jaar geleden riep dat hier de Sharia kan worden ingevoerd als een meerderheid dat wenst was
het huis te klein - maar juridisch had Donner gelijk.

Het wreekt zich dat wij in Nederland geen constitutionele traditie hebben. Onze grondwet is in 1848 geschreven om de rol van de Koning in te perken. Rechters mogen niet toetsen aan de grondwet, en als ze dat straks misschien wel mogen, dan zal dat weinig effect geven, want onze grondwet geeft het parlement meestal het laatste woord.

Hoe anders ligt dat bijvoorbeeld in de VS, en in Duitsland. De roep om toetsing van Obama's zorgwet door het Federale Hooggerechtshof is voor Amerikanen geen reden te roepen dat dit Hof "een bedreiging vormt voor de democratie" en zijn plaats moet kennen.

In de eerste helft van de vorige eeuw hebben in Duitsland een aantal akelige staatkundige experimenten plaatsgevonden - om het maar voorzichtig te zeggen. Dat heeft in 1949 geleid tot een grondwet die keihard wordt getoetst door een apart constitutioneel hof, het Bundesverfassungsgericht. Hoewel er wel gemopperd wordt dat dat Hof zich bijvoorbeeld anti-Europees zou opstellen, zullen Duitsers het wel uit hun hoofd laten om het gezag van dit Hof te betwijfelen, en om zelfs maar te denken dat dit beslissingen neemt die tegen het "gesundes Volksempfinden" indruisen.

In de huidige discussie is vooral van belang dat de inrichting en werkwijze van het Bundesverfassungsgericht er speciaal op gericht is om de juridisering van de politiek te begrenzen. Zo bestaat een deel van de rechters uit (juridisch geschoolde) ex-politici. De rechters worden voor twaalf jaar benoemd, zonder mogelijkheid van tweede termijn. Ze hoeven zich dus niet populair te maken om herkozen te worden. En - misschien het belangrijkste - er is daar het leerstuk van Parlamentsvorbehalt ontwikkeld: bepaalde beslissingen zijn aan democratisch gelegitimeerde organen voorbehouden. Wat in de praktijk bijvoorbeeld inhoudt dat wetten wel kunnen worden afgekeurd als ze bijvoorbeeld discriminerend zijn, maar dat het vervolgens aan het parlement wordt overgelaten om met een betere regeling te komen (doorgaans op een bepaalde termijn).

Tenslotte: het is een akelig misverstand dat bijv. het EVRM (uit 1950, de hoogtijdagen van het "nie wieder" gevoel) aan "modernisering" toe zou zijn. Echte universele grondrechten verander je niet zomaar. het woord "universeel" zegt het al: rechtvaardigheid is iets anders dan "volgens de regels" Ook dat lijken die Leidse rechtsfilosofen niet te begrijpen. Maar de Amerikaanse Constitution kan bijvoorbeeld niet veranderd worden - slechts amendments zijn mogelijk, en dat is bepaald geen routine. In vakliteratuur staat de Consititution ook niet bij "wetgeving" in de registers,, maar onder een apart kopje. De eerste twintig artikelen van de Duitse grondwet kunnen qua strekking nooit veranderd worden (zie art. 79(3) GG). Een discussie zoals Fortuyn entameerde over art. 1 van onze grondwet zou daar helemaal niet kunnen (of als oproep tot revolutie moeten worden opgevat - ook een te vermijden "rechtsmiddel").

Tenslotte: ik vind de discussie die die rechtse Leidse denktank heeft ge-entameerd ook een blamage voor de juridische wetenschap (zoals bekend woedt in vakkringen een discussie hoe wetenschappelijk de juridische discipline is). Men lijkt helemaal te vergeten dat "de juridische benadering" in de eerste plaats bedoeld is om zekerheid te verkrijgen. Omdat niet alles in regels kan worden gevat is een subjectief oordeel van een rechter soms onvermijdelijk, maar dat moet dan toch op z'n minst navolgbaar zijn. men moet er van uit kunnen gaan dat een andere rechter hoogstwaarschijnlijk een soortgelijke beslissing had genomen. Beroepsjuristen hebben een wat scheef beeld van de werkelijkheid: zij zouden zich bezig (en verdienen hun geld) aan het topje van de ijsberg waar de subjectiviteit (helaas) een grote rol speelt. Dat is echter geen excuus voor academici om naar believen met persoonlijke meningen te gaan strooien. Al rukt ook op universiteiten de commercie op, en met populaire nonsens scoor je beter dan met verantwoorde saaiheid. Populisme heet dat.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Wilt U ook abonnee worden van het NJB?

U profiteert dan van de volgende voordelen:

  • Wekelijks het NJB in de bus
  • Toegang tot Navigator
  • Toegang tot het PDF archief
Wilt U ook abonnee worden van het NJB?

Abonneren

Wilt U de nieuwsbrief van het NJB ontvangen?

Blijf op de hoogte van actuele juridische ontwikkelingen en discussies: meld U hier aan voor onze wekelijkse nieuwsbrief.

Aanmelden

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.