Politiek of juridisch, wie snapt het verschil nog?

Deze en vorige week werden in de Eerste Kamer twee piketpaaltjes geslagen in de strijd over wat ik maar gemakshalve een terughoudend of een bemoeizuchtig EHRM zal noemen. (Baudet et al: het EHRM moet zich beperken tot echt grove schendingen, Barkhuysen et al: Nederland moet niet in zijn eentje mensenrechten willen herschrijven.)

Eerste piketpaal

De eerste piketpaal was de stemming over de (gewijzigde) motie Franken c.s., ingediend bij het beleidsdebat over de toekomst, rol en bevoegdheden van de EHRM.1 Dat de Kamer deze motie vrijwel unaniem steunde2 is geen verrassing, immers in lijn met de eerder aanvaarde motie Bemelmans-Videc.3 Wel opmerkelijk is de kanttekening die de VVD-fractie bij haar steun voor de motie plaatste, dat zij ‘de passage over de margin of appreciation zo uitleggen dat er een duidelijke margin of appreciation dient te zijn’.4 Deze kanttekening is pikant in het licht van het meteen daarop volgende wetgevingsdebat over een wetsvoorstel dat in een aantal sociale verzekeringsregelingen het woonlandbeginsel introduceert, dat is de regel dat in het buitenland te betalen uitkeringen worden aangepast aan het aldaar verondersteld lagere levenspeil. Dit debat en de stemming over het wetsvoorstel een week later is de tweede piketpaal.

Tweede piketpaal

De Vaste Kamercommissie van SZW was er niet gerust op dat deze regel bij de rechter zou standhouden en had zich daarover laten voorlichten door een aantal ‘prominente deskundigen’, zoals SP-woordvoerder Elzinga het uitdrukte. Hieruit was naar voren gekomen dat, in de woorden van GL-woordvoerder Strik, het wetsvoorstel ‘deels zeker in strijd (is) met het associatierecht en deels zeer waarschijnlijk in strijd met het Europese en het internationale recht’. Namens het CDA betoonde woordvoerder Terpstra zich ongelukkig over het feit dat de voorliggende ‘politieke vraag wordt versmald tot de vraag of dit juridisch wel mag van Europa’. Dat is ‘een vorm van juridisering van de samenleving waar niet iedereen gelukkig mee is’. En het is ‘niet gunstig voor de kijk van de burger op Europa als wij steeds zeggen: het mag niet van Europa’, aldus Terpstra.

Debat

Het debat verliep verder niet verrassend. Minister Kamp mocht de Kamer nog eens uitleggen waarom het wetsvoorstel juridisch houdbaar is en hij was daar – uiteraard – niet ongerust over. Wel interessant – en ook een tikkeltje omineus – is het antwoord op een vraag van de SP-fractie hoe de minister de expertise van door de Kamer geraadpleegde externe adviseurs weegt. Ik noem deze reactie omineus vanwege het op één lijn stellen van deskundigen van buiten met deskundigheid binnen het departement waar, onzichtbaar voor de buitenwereld, wel eens wat aan onwelgevallige opvattingen pleegt te worden geschaafd. Ik citeer de minister. “Natuurlijk erken ik die (de deskundigheid van externen, MW) maar het is in de juridisch wereld niet zo dat hij gelijk heeft als hij expertise heeft. Er zijn ook anderen met expertise die graag bereid zijn om jou te vertellen waarom die anderen het helemaal verkeerd hebben. Iedereen moet er gewoon zelf voor zorgen dat men daar met argumenten op reageert. Dat is precies wat ik heb gedaan. Naast het respect dat ik heb voor de expertise van de adviseurs die de Eerste Kamer heeft ingeschakeld, heb ik ook respect voor de eigen deskundigheid waarover ik kan beschikken; dan spreek ik ook over de mensen waar ik mee mag werken. Wij hebben ook deskundigheid. Wij hebben zowel ons eigen verhaal onderbouwd als ook gereageerd op wat daartegenin is opgeworpen. Mochten wij op bepaalde punten aanvulling van onze eigen deskundigheid wenselijk achten, dan zijn wij nooit onbereidwillig om daartoe over te gaan”. Was getekend minister Kamp.

De VVD, Kamps eigen partij, had (bewust?) niet aan de beraadslagingen meegedaan en het is daarom tot het moment van de stemming gissen hoe deze partij het wetsvoorstel zal wegen. Maar als het voorbehoud bij de steun aan de motie Franken-c.s. een voorbode is voor haar stemgedrag, gaat het wetsvoorstel het wel halen. En daarna is de rechter aan zet, want er zal over de legitimiteit van deze regel ongetwijfeld geprocedeerd gaan worden. Van de regeringsfracties uit de Eerste Kamer heeft hij dan twee niet mis te verstane boodschappen meegekregen. Eén, respecteer de margin of appreciation van de lidstaten c.q. uw eigen parlement, en twee houd er rekening mee dat het niet gunstig is voor de kijk van de burger op Europa, als wij steeds zeggen: het mag niet van Europa. Wordt vervolgd.

Mies Westerveld is hoogleraar sociaal verzekeringsrecht aan de UvA en was van 2003 tot 2011 lid van de Eerste Kamer.

Bron afbeelding: Oberazzi

 

1. EK 2011-2012, 32735 C: “verzoekt de regering zich (…) te blijven inzetten voor de mensenrechten conform haar verplichtingen die voortvloeien uit het EVRM en de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.”
2. Alleen de PVV stemde tegen de motie, echter zonder stemverklaring, zodat het speculeren blijft naar de beweegredenen hiervoor.
3. EK 2010-2012 32500 V / 32502 B, aanvaard op 10 mei 2011.
4. Dit en de hierna volgende citaten zijn ontleend aan het ongecorrigeerde stenografisch verslag van de vergadering van 20 maart 2012.

Naam auteur: Mies Westerveld
Geschreven op: 26 maart 2012

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.