Pleidooi voor rollebollende rechters

De ‘Fourth of July’, de Amerikaanse Onafhankelijkheidsdag, is het afgelopen jaar ook in Nederland niet onopgemerkt voorbijgegaan. Dat lag niet aan president Obama, maar aan de president van het Amsterdamse gerechtshof. NRC Handelsblad berichtte die dag op de voorpagina dat deze hofpresident een tweet de wereld in had gestuurd met ondermeer de volgende inhoud: “Op straat rollebollende magistraten schaden het aanzien van de rechtspraak”.

Opmerkelijke tweet

Ook Henk en Ingrid konden op die manier begrijpen dat Tom Schalken iets heel ergs had gedaan, want die ‘tweet’ ging over het geruchtmakende interview met hem van het weekend daarvóór over zijn ervaringen als getuige in het proces-Wilders, en ook over zijn boek ‘Het eetcomplot’. Frappant trouwens dat de Amsterdamse president juist in dit geval van ‘rollebollen’ sprak. Dat staat immers, behalve voor een kinderspelletje, ook voor cohabiteren, de geslachtsdaad verrichten, pezen en wippen. Ironisch genoeg is de cirkel daarmee zo goed als rond. Schalkens proefschrift ging immers over pornografie. Op bladzij 159 van dat dikke boek, waarin ik na bijna 40 jaar tóch nog een foutje ontdekte, want volgens de inhoudsopgave had het op bladzij 160 moeten staan, maar goed: op bladzij 159 schrijft Schalken – onder verwijzing naar de intussen helaas vergeten essayist Jacques den Haan – dat de achtergrond van de verwoede pornografiebestrijdingen

“voor een groot deel is terug te voeren tot een zaak van hoogmoed, de hoogmoed van de man die zich opwerpt om de zeden van zijn buurman te beschermen. Hijzelf kan er namelijk best tegen, tegen de pornografie, maar zijn buurman niet en als die geprikkeld wordt, schijnt dat een soort natuurramp op te leveren, die ten koste van alles voorkomen moet worden. Onderzoekingen naar de autoritaire persoonlijkheid (Adorno c.s.)”, zo ging hij verder, “hebben de Amsterdamse kriminoloog Van Weringh tot zijn veronderstelling gebracht, dat pornografiebestrijding niet een incidenteel punt is, maar onderdeel uitmaakt van een kompleks van verschijnselen dat men het autoritair syndroom zou kunnen noemen: de groep die de waarden van de middenklasse beheert weet wat goed is voor anderen”.

Meningsverschillen over rechterlijke uitspraken

Is dat niet precies wat Schalken zélf begin juli is overkomen, tenminste: wanneer we ‘rollebollen’ begrijpen als ‘in de haren vliegen’ (zij het dat zoiets bij hem in letterlijke zin niet mee zal vallen)? Een president van een gerecht weet immers maar ál te goed dat rechters onderling over tal van zaken van mening plegen te verschillen. Sterker: zonder meningsverschillen geen juristen. Zo valt er, vanzelfsprekend, óók over rechterlijke uitspraken te twisten. Wij danken daar zelfs een typisch juridisch genre aan, dat Schalken zeer na aan het hart ligt: de annotatie. En rechters trekken zich kritiek ook aan. Soms gaan zij in een volgende zaak ‘om’. Wij noemen zoiets, heel beschaafd, “voortschrijdend inzicht” of “rechtsontwikkeling”. Maar dat permanente debat hoort volgens de president kennelijk niet op straat thuis. De buitenwereld mag er geen lucht van krijgen, want dat zou slecht zijn voor “het aanzien van de rechtspraak”.

Net als bij pornografie geldt dat kritiek voor rechters zelf, als insiders, niet erg is, zij kunnen er wel tegen, maar anderen raken er helemaal van in de war: het ‘autoritair syndroom’, kortom. Of, zoals de president het in een persbericht naar aanleiding van deze zelfde kwestie uitdrukte: “al helemaal onaanvaardbaar is het in beginsel wanneer rechters/raadsheren publiekelijk kritiek uiten op het werk van collega’s”. Publieke kritiek van collega’s werkt in zijn visie kennelijk ondermijnend. Waarom? Ik denk: omdat hij bang is dat op die manier duidelijk wordt dat een vonnis of arrest ook heel anders had kunnen luiden. Voor insiders is dat in veel gevallen een waarheid als een koe. Maar voor buitenstaanders rijst de vraag waarom ze dan nog gevolg moeten geven aan zo’n uitspraak. Insiders zullen – uitgaande van de integriteit van rechters – zeggen: omdat die uitspraak onder de gegeven omstandigheden op dat moment blijkbaar de best mogelijke was. We kunnen nu eenmaal niet méér verlangen dan wat mogelijk is.

Het Nederlandse rechtsstelsel

Ter beslechting van geschillen beschikken we over een rechtsstelsel waarin rechters werkzaam zijn die aan bepaalde opleidingseisen moeten voldoen en die met inachtneming van bepaalde, met allerlei waarborgen omklede, procedures en met zeer beperkte financiële middelen in een extreem kort tijdsbestek tot beslissingen komen. Daarmee is niet gegarandeerd dat zij tot ‘het juiste antwoord’ komen, zo dat al bestaat – immers, zoals de door mij graag aangehaalde Britse kunstenaar Les Coleman het uitdrukt: “Right: the wrong way to do something wrong” (Afterthunks, Amsterdam, Boekie Woekie 2011). Maar er zijn wél heel wat drempels opgeworpen ter voorkoming van onbezonnen en onvoldragen beslissingen. En dat is al heel wat, lijkt me. In elk geval heel wat meer dan in menig ander land. Het zou een zegen zijn als ‘hogerhand’ (bewindslieden, gerechtsbesturen en de Raad voor de Rechtspraak) in de publiciteit eindelijk eens aandacht zou vragen voor die procedurele waarborgen (zoals gebondenheid aan wetten en verdragen, hoor en wederhoor, motiveringseisen, waaronder de verplichting te reageren op verweren, het inzetten van meervoudige kamers en de mogelijkheid van hoger beroep en cassatie). Juist daarmee onderscheidt rechtspraak zich immers van andere soorten besluitvorming. Waarom wordt iedere publieke uiting van individuele rechterlijke eigengereidheid dan angsthazig de kop in gedrukt? Een dergelijke angst past vooral bij het idee dat rechterlijke uitspraken een soort godsoordelen zijn en rechters zich dienovereenkomstig minst genomen als halfgoden behoren te gedragen.

Heftige reacties

Dat verklaart misschien ook de heftigheid van de reacties. Zelfs de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak vindt het, blijkens haar recente ‘rechterscode’ allemaal erg precair. Ja, wie afbreuk doet aan een godsoordeel, bezondigt zich aan blasfemie. Maar je kunt ook een heel andere benadering kiezen en aansluiting zoeken bij de titel van een bloemlezing uit het werk van Jan Leijten: Het kan ook anders. Dan is er opeens geen reden meer voor zulke heftige reacties en wordt het mogelijk te onderkennen dat rechters noodzakelijkerwijs mensen zijn en dus – net als alle andere mensen – opvattingen hebben. Krankzinnig dat je zoiets vanzelfsprekends uitdrukkelijk onder de aandacht moet brengen!

Het enige wat je van rechters kunt eisen is dat ze hun best doen en permanent bereid zijn zich te laten overtuigen. Debat is in die visie inherent aan rechtspraak. Dan ligt het – áls je het al over ondermijning van de rechtspraak wilt hebben – eerder in de rede om belemmeringen van het debat als een vorm van ondermijning aan te merken, dan het debat zélf. Voor verwijten aan rechters die “publiekelijk kritiek uiten op het werk van hun collega’s” biedt zo’n benadering geen ruimte – behalve natuurlijk als dergelijke kritiek inhoudelijk onder de maat is (zoals de boze brief die Willem Korthals Altes op 5 juli naar NRC Handelsblad stuurde, waarin hij suggesties als feiten presenteerde en en het Amsterdamse hof – zonder enig inhoudelijk argument – kennis ontzegde ten aanzien van zaken over discriminatie en het aanzetten tot haat). Wie op een inhoudelijk debat uit is, zit op dergelijke uithalen niet te wachten. Met heiligverklaring van rechters of rechterlijke colleges heeft dat niks te maken, wél met een voorliefde voor een goed en open debat.

Heiligverklaring geeft eenvoudig geen pas: bij rechtspraak hoort discussie. Dat is juist de waarde ervan, dat we de dingen proberen uit te praten en gevoelig zijn voor argumenten. Laat die rechters dus rustig rollebollen, óók op straat.

Angst voor kritiek

De angst voor kritiek heeft een hoge prijs. Het afgelopen jaar werden drie eminente juristen er het slachtoffer van: Tom Schalken (die ik al noemde), Peter Kop (die als ex-raadsheer van de Hoge Raad te licht bevonden werd voor plaatsvervanger in het hof Amsterdam, omdat hij in een recensie van het boek van Schalken had geschreven dat Schalken zich gelukkig niet had laten inperken in de uitoefening van het recht op vrije meningsuiting) en Diederik Aben (wiens benoeming tot lid van de Hoge Raad werd gedwarsboomd vanwege een brief waarin hij op technisch juridische gronden – tot dusver overigens onbestreden! – de vloer had aangeveegd met de beslissing om de rechters in het proces-Wilders te wraken. Een vierde, Ybo Buruma, hing zijn lidmaatschap van een democratische politieke partij ijlings aan de wilgen om het gedoe rond zijn benoeming tot lid van de Hoge Raad, die uiteindelijk wél was doorgegaan, te temperen. Wat viel hun te verwijten? Dat zij opvattingen hadden? Was het beter geweest als zij die niet hadden gehad? Bestaan zulke mensen eigenlijk, mensen zonder opvattingen? Ik ken ze niet. Zouden ze geschikter zijn geweest?

Natuurlijk, de politieke heisa was niet van de lucht . Maar politieke avonturiers en journalistiek onbenul zijn van alle tijden. Rechterlijke onafhankelijkheid is nooit hun grote liefde geweest. In het recht gaat het om de kracht van argumenten. Is dat het, wat hun tegenstaat, die kracht van argumenten? Dan hebben ze geen sterke zaak en licht het juiste antwoord voor de hand: In plaats van angsthazig in hun schulp te kruipen, zouden gerechtsbestuurders – met hun rechters – juist ferm in de bres moeten springen als rechtspraak ter discussie staat, ter versterking van het debat! Want andere wapens hebben wij niet: debat bevecht je met debat.

Reiner de Winter is blogger en auteur van o.a. De Overheid, overzicht van het Nederlandse staatsrecht (Sdu, 2e druk 1994) en Zonder standpunt ben je nergens (Sdu 2008). Dit artikel is verschenen in NJB 2012/06.

Bron afbeelding: El Ojo Inoportuno

Naam auteur: Reiner de Winter
Geschreven op: 13 februari 2012

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Hugo Arlman schreef op :
Journalistiek is er vanzelfsprekend weinig leuker dan rollebollende rechters of ministers die hun onenigheden op straat uitvechten. Mede daarom was het kabinet Den Uyl een voedingsbodem voor gouden jaren in de journalistiek. Of er iemand met publiekelijk bekvechtende rechters iets opschiet, is de vraag. Lezers en kijkers mogen alles weten maar willen ze dat ook? Bijvoorbeeld: willen ze technicalities weten achter Diederik Abens kritiek op wraking 2 in het Wilders-proces? En voegden de zieleroerselen van Tom Schalken, nog wankelend na de totale knock-out die hij als getuige over zich zelf had heengehaald, veel toe aan 'het debat' en 'de kritiek' waar Reiner de Winter zo aan hecht?
Tom Schalkens rol in het Wilders-proces - en dan doel ik niet op de artikel 12 beschikking van het Hof - droeg, zo kunnen we achteraf wel vaststellen, weinig bij aan "het aanzien van de rechtspraak". Ook zijn kritiek achteraf op de rechtbank maakte meer de indruk ontsproten te zijn aan een man die, mede door eigen toedoen, zich diepvernederd voelde dan van een raadsheer-plaatsvervanger die genietend van de distantie nog eens terugkeek. Ja, hij had nog vrijheid van meningsuiting. Maar dat ontslaat je niet van de plicht na te denken of en wanneer je daarvan gebruik maakt. In die betekenis is ook de lof voor Schalken van Peter Kop te simpel.
Leuk voor journalisten natuurlijk. Al die etentjes, ruzies en gekwetste ego's. De Rechtspraak zou er meer mee opschieten als het interne debat, de onderlinge kritiek - intercollegiale reflectie heet dat officieel voorzover ik weet -, met enige daadkracht en voortvarendheid tot wasdom komt. Dat heeft meer betekenis dan een "rollebollende" Tom Schalken.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.