Piraten, mariniers en bewapende beveiligers

Met verschillende fregatten draagt Nederland bij aan de NAVO-operatie Ocean Shield en de EU-operatie Atalanta om de scheepvaartroutes bij Somalië te beveiligen. Nederlandse en Antilliaanse schepen kunnen bovendien individuele bescherming vragen van mariniers van het Vessel Protection Detachment (VPD). Deze mariniers bleken hun mannetje te staan toen zij in januari 2012 een aanval op het schip de Flintstone afsloegen.

Toch was in NRC Handelsblad van 2 augustus 2012 te lezen dat Nederlandse reders ondanks een wettelijk verbod gewapende private beveiligers meenemen op schepen die in de buurt van Somalië varen. “Zolang de overheid die beveiliging niet kan leveren, doen we het zelf”, zei Martin Dorsman van de redersvereniging KVNR.

Kennelijk varen heel wat schepen zonder VPD, hetzij omdat ze het verzoek op het laatste moment intrekken dan wel omdat het verzoek wordt afgewezen omdat het te laat is binnengekomen. Of de reders uiteindelijk meer vertrouwen hebben in particulieren, de eigen bijdrage te hoog vinden (die in juli is verlaagd) of niet goed kunnen omgaan met de bureaucratie (die een zes wekentermijn nodig heeft), weet ik niet. Feit is dat schepelingen zonder eigen bescherming zich kunnen afvragen of ze na een aanval van piraten tijdig zullen worden gered. Feit is eveneens dat er voldoende, ook Nederlandse, maritieme security firma’s beschikbaar zijn om aan de wensen van de reders te voldoen.

Ik wist niet onmiddellijk op welk wettelijk verbod de krant doelde. Het probleem schuilt in de bewapening van dergelijke bedrijven. Krachtens de Wet wapens en munitie kan weliswaar een vrijstelling worden gegeven aan schepelingen voor het verbod op het voorhanden hebben van lichte vuurwapens, maar zo’n vrijstelling bestaat niet voor AK47’s en raketgranaten. Dat laatste lijkt eenvoudig te veranderen. In veel Europese staten, zoals in Duitsland, heeft men eerdere bezwaren aan de kant gezet. Waarom wil de Nederlandse overheid dat niet?

De Adviesraad Internationale Vraagstukken, en prof. mr. G. J. Knoops die op verzoek van Pieter van Vollenhovens Stichting Maatschappij Veiligheid en Politie een rapport schreef, waren voorstander van het onder voorwaarden toelaten van gewapende private security companies (PSC’s). De Adviescommissie gewapende particuliere beveiliging tegen piraterij (cie. De Wijkerslooth) ging niet zo ver en adviseerde om extra inzet voor de beveiliging voorlopig te realiseren door reservisten en door gewapende particuliere beveiligers een tijdelijke status van militair te geven.

De regering volgde de Adviescommissie die met een interessante politiek-theoretische beschouwing het geweldsmonopolie van de overheid benadrukte. Helemaal overtuigend vond ik die beschouwing echter niet. Het geweldsmonopolie kent m.i. twee pijlers. De eerste komt erop neer dat burgers geen wapens hoeven te dragen omdat de overheid iedereen beschermt, ook personen die daar niet voor kunnen betalen. In de context van de bescherming tegen piraterij lijkt me dit argument niet zwaarwegend, omdat sommige reders in de praktijk het verzoek om militaire beveiliging intrekken vanwege de hoge kosten! Misschien is de markt gewoon goedkoper. De tweede pijler is de vrees dat de acceptatie van een serieuze rol voor gewapende burgers afbreuk doet aan de integriteit van de rechtstaat. Enerzijds zijn PSC’s weliswaar niet de enigen die fouten kunnen maken - denk maar aan de Italiaanse mariniers op de Enrica Lexie die twee Indiase vissers doodschoten omdat ze hen voor piraten aanzagen - maar ze zijn wel moeilijker te controleren. Anderzijds kun je je afvragen of de PSC’s in laatste instantie het eigen (bedrijfs)belang niet zullen laten voorgaan boven het belang van de bescherming van de schepen. Tot nu toe zijn er nog geen schepen met bewapende beschermers gekidnapt nadat de bewakers waarschuwingsschoten afvuurden. Maar zal de PSC zich na een wel geslaagde overval even hard inzetten voor het lot van de bemanning als voor dat van de eigen employees? Vanwege de dubbele verantwoordelijkheid van de overheid – jegens mogelijk onschuldige vissers en jegens de te beschermen schepelingen – dwingt het geweldsmonopolie inderdaad ertoe de beveiligers aan een extra kwaliteitscontrole te onderwerpen. Ik zie echter niet waarom het daarom ook onaanvaardbaar zou zijn om gecertificeerde, gewapende particuliere teams aan boord te nemen.

Een dwingend argument tegen economische of praktische overwegingen om gewapende particulieren op zee in te zetten levert het geweldsmonopolie dus niet op. Het lijkt meer een inkleuring van de gut-feeling dat we er beter niet aan kunnen beginnen. Daarom sta ik nog even bij dat gevoel stil.

Laten we er eens vanuit gaan dat marktpartijen de bescherming inderdaad goedkoper kunnen leveren en dat die marktpartijen ook wel een kwaliteitswaarborg van de overheid kunnen krijgen. We kunnen dan best met de PSC’s in zee als we ons zouden beperken tot de vraag of het beter is dat niet een marinier maar een ex-marinier waarschuwingsschoten lost, waar geen doden bij vallen, en de would be-piraten daardoor worden afgeschrikt. Belangrijker is, of we tot hetzelfde oordeel komen als het gaat om de verontrustende vraag of het de voorkeur heeft dat een particulier een piraat in zijn speedboot doodschiet of een marinier? Die vraag is relevant omdat de jurist zich realiseert dat het doodschieten van een piraat een gevolg kan krijgen. Willen we dan een strafzaak tegen de particulier of tegen de marinier? En hoe beantwoorden we dezelfde vraag als het niet om een piraat gaat maar zoals in de Enrica Lexie om onschuldige vissers?

Ik heb geen definitief antwoord. Voorspelbaar is wel dat we met hindsight bias zullen zeggen dat we altijd al geweten hebben dat huurlingen trigger happy zijn en dat ze daarom zeker vervolgd moeten worden, terwijl “onze jongens” gewoon hun werk deden. En voor onze gemoedsrust is het in het geval van de dood van onschuldige vissers prettiger als een particulier terecht staat dan een militair.


Dit Vooraf is verschenen in NJB 2012/1680, afl. 29, p. 2023.

Bron afbeelding: Aigle Dore

 

Ybo Buruma

Naam auteur: Ybo Buruma
Geschreven op: 28 augustus 2012

Raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.