Openbare orde handhaving na Haren

Binnenkort presenteert de commissie Cohen haar rapport over de rellen in het Groningse dorp Haren. Wat begon als een vrolijke en nogal naïeve uitnodiging voor een verjaardagsfeestje via een ‘openbaar Facebook-evenement’, eindigde in angst, verbijstering en flinke financiële schade. Krijgen we 8 maart duidelijkheid over aanleiding, verloop en afloop van Project X Haren? Lukt het de commissie de vragen te beantwoorden die er zijn over het politieoptreden, de rol van de burgemeester en waarom er niet tijdig werd opgeschaald naar een niveau waarmee het hoofd van de veiligheidsregio verantwoordelijkheid kon nemen?

Natuurlijk zal het optreden en wellicht falen van verantwoordelijken niet onbesproken kunnen blijven. Maar zeker zo belangrijk is een discussie over de vraag hoe het zo ver kon komen en of de bestuurlijke inrichting en verantwoordelijkheidsverdeling nog wel voldoende is aangehaakt bij de dynamiek van de huidige samenleving. Zo laat de gebeurtenis zien dat grootschalige evenementen en daarmee risico op ontsporing op willekeurig iedere plek en binnen een zeer kort tijdsbestek realiteit kunnen zijn. Denken vanuit klassieke aanknopingspunten als grote steden alsmede bekende locaties voor samenscholing voldoet niet langer als een oproep via Facebook een slapend dorp in luttele uren in vuur en vlam kan zetten. Andere aanknopingspunten zullen kortom een rol moeten spelen in het denken over veiligheidsregio’s en opschaling van capaciteit en verantwoordelijkheid. Maar hoe betrouwbaar zijn signalen vanuit de digitale wereld als het op de ingrijpende beslissing tot opschalen aankomt? Nog steeds weten we weinig over de geheimzinnige organisatie achter de website van Project X Haren.

Een ogenschijnlijk logische strategie zou zijn om de communicatie via internet en mobiele telefonie scherper te volgen. Het genereert een schat aan informatie over het doen en laten van miljoenen mensen. Geavanceerde zoeksystemen bieden volop mogelijkheden. Zo maakten in ons land vorig jaar januari al ruim 4500 mensen in overheidsdienst vanaf 700 werkplekken gebruik van het zgn. iRN-systeem – het Internet Recherche (& Onderzoek) Netwerk.1 Het systeem biedt politieambtenaren maar ook medewerkers van andere overheidsinstanties (zoals de Belastingdienst) de mogelijkheid om op internet anoniem te speuren naar informatie en communicatiepatronen. Oftewel, men kan gericht of ongericht zoeken, observeren en downloaden zonder dat bekend wordt vanaf welk ip-adres (van een computer) die acties worden verricht.

Nog maar al te vaak wordt er vanuit gegaan dat het zoeken in openbare bronnen op internet een ieder – en dus ook opsporingsinstanties – vrij staat. Ten onrechte. Diverse wettelijke regels staan aan het vrijelijk aanharken en opvegen van digitale informatie in de weg. Bekend zijn natuurlijk de auteursrechtelijke restricties op hergebruik van teksten, maar ook film- en fotomateriaal. Bij strafrechtelijke opsporing of het handhaven van de openbare orde zijn de regels onder meer te vinden in de Wet bescherming persoonsgegevens, de Wet politiegegevens en de Politiewet.

Stel dat de commissie Cohen met de aanbeveling komt dat Project X Haren aanleiding is om in het kader van het handhaven van de openbare orde veel meer dan nu het geval is, te kijken naar wat zich in de digitale wereld afspeelt. Kortom, om te voorkomen dat de samenleving en de overheid zich laat verrassen door de dynamiek van de online wereld, zal diezelfde wereld – Facebook, Twitter, etc. – scherper in de gaten gehouden moeten worden. Dat vraagt om meer blauw op de digitale straat. Een belangrijke vraag die zich dan aandient is of de grondslag van de algemene politietaak (art. 2 Politiewet) daartoe voldoende is. Wanneer de virtuele surveillant zijn speuren beperkt houdt tot wat algemeen rondneuzen zal deze grondslag nog wel te vinden zijn. Ingewikkelder wordt het als rondneuzen overgaat in uitgebreidere en slimme zoekacties. In dat geval betreft het immers meer dan een geringe inbreuk op de privacy, komen de randvoorwaarden van art. 8 EVRM in beeld en zullen de zoekacties al snel aangemerkt moeten worden als stelselmatige observatie. In dat geval is – conform de bepalingen in art. 126 Sv – een bevel van de OvJ noodzakelijk. In feite kan aansluiting worden gezocht bij de redenering die het Duitse Bundesverfassungsgericht juist deze week vijf jaar geleden (27 febr. 2008) formuleerde: toegestaan is de sozialadäquate Nutzung der Internettechnik als öffentliche Quelle ohne Einsatz von verdeckten Ermittlungsmethoden. Maar zodra speciaal speurvernuft wordt ingezet, de digitale agent het ip-adres van zijn computer afschermt of besluit zich van een andere identiteit te voorzien om binnen te komen in bronnen waar registratie nodig is (b.v. een LinkedIn- of Facebook-profiel) gaan beperkingen gelden.

Project X Haren heeft ons geleerd dat de dynamiek van de digitale wereld niet uit het oog verloren mag worden bij het handhaven van de openbare orde. Langs klassieke lijnen denken voldoet niet langer en het is zeker niet onredelijk dat van de overheid wordt gevraagd het been bij te trekken als het gaat om houding en aanpak. Meer blauw op de digitale straat is dan een optie. Maar wel wettelijk gelegitimeerd en scherp ingekaderd. De grootste uitdaging zal zijn deze kaders in de onzekere realiteit van een gedigitaliseerde samenleving scherp in acht te blijven nemen. De online wereld is voor opsporingsdoeleinden immers net een snoepjestrommel: met alle vrijelijk uitgestalde informatie is de verleiding soms wel heel groot er niet toch stiekem iets uit te nemen. Dat zal zeker zo zijn wanneer, zoals in Haren, de ernst van de situatie van het ene op het andere moment kan omslaan. Maar er is lang niet altijd reden om stevige – digitale - middelen in te zetten. Sinds Haren toonden meerdere ‘Facebook-aankondigingen’ immers dat feestjes ook gewoon leuk kunnen blijven.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2013/433, afl. 9, p. 531.

Bron afbeelding: Shovelling Son


1. Zie forensischinstituut.nl

 

Corien Prins

Naam auteur: Corien Prins
Geschreven op: 26 februari 2013

Hoogleraar Recht en Informatisering aan de Universiteit van Tilburg

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Oom agent surft volautomatisch mee « 2-Blog schreef op :
[...] let daar dan op? Corien Prins, hoogleraar recht en technologie in Tilburg, stelde deze vraag in het Nederlands Juristenblad. Onlangs kwam het rapport over de Facebookrellen in Haren uit. Het openbaar bestuur was niet alleen [...]
Fred ‘Big Head’ Teeven surft u volautomatisch de ‘Volks-gevangenis’ en een ‘SBS- Reality Showtje’ in. | Steven Brown: "I have seen another world. Sometimes I think it was just my imagination." schreef op :
[...] Prins, hoogleraar recht en technologie in Tilburg, stelde deze vraag in het Nederlands Juristenblad. Onlangs kwam het rapport over de Facebookrellen in Haren uit. Het openbaar bestuur was niet alleen [...]
Edwin schreef op :
In het artikel wordt ondermeer gesproken over de beperking door het auteursrecht maar als ik art. 22 auteurswet bekijk dan zit hier behoorlijk (gelegaliseerde) ruimte in voor de overheid om wel op te treden het internet.

Artikel 22
1.In het belang van de openbare veiligheid alsmede ter opsporing van strafbare feiten mogen afbeeldingen van welke aard ook door of vanwege de justitie worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt.
2.Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd het overnemen ervan ten behoeve van de openbare veiligheid of om het goede verloop van een bestuurlijke, parlementaire of gerechtelijke procedure of de berichtgeving daarover te waarborgen.

En ik ben wel benieuwd hoe het nu zit met de interpretatie van de WPG t.a.v. politiegegevens. Want een politiegegeven is volgens de WPG: "elk persoonsgegeven dat in het kader van de uitoefening van de politietaak wordt verwerkt". Is het twitterbericht van jantje12 een echt persoonsgevens als een opsporingsambtenaar dat registreert in de politiesystemen? Want jantje12 is natuurlijk niet een bestaand persoon9tot het moment dat het gekoppeld wordt aan een echt persoon).
a.zecha schreef op :
Een m.i. wat “ongemakkelijke” bemerking naar aanleiding van het onderhavige artikel.
De gebeurtenis in Haren is m.i. een incident. Het kreeg door berichtgeving en uitspraken in de media angstverwekkende vormen. I.e. het werd een angstwekkende “hype” die “Hollandse nuchterheid” als sneeuw voor de zon deed smelten.
Mijns inziens is de vrees gerechtvaardigd dat het aantal inbreuken op de privacy van burgers van overheidswege nog verder zal toenemen om de machtsuitoefening over burgers (i.e. onze “veiligheid”) zeker te stellen. Onze overheid zal niet vergeten zijn hoe burgers in “Arabische” landen hun overheden verjoegen.
a.zecha
Wouter Jong schreef op :
en in vervolg daarop: juist door lieden die online een rol hebben gespeeld in de online opruiing, moet ook duidelijk worden waar de grenzen liggen op het vlak van opsporingsbevoegdheden, -middelen en privacy. Dat geeft ook het gereedschap om online een potentieel feestje van een potentiele rel te onderscheiden.
Wouter Jong schreef op :
Helemaal eens. Ook in lijn met wat Ritzo ten Cate recent opmerkte op een congres op de Politieacademie. Juist het blootleggen van de online wereld zou meer inzicht moeten geven. Een kort verslag staat op http://www.burgemeesters.nl/node/3721.

disclaimer: werk als adviseur crisisbeheersing voor het Ned. Genootschap van Burgemeesters en was in die hoedanigheid ook betrokken in de voorbereiding en nasleep van de Facebookrellen.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.