Octrooi en grenzen van leven en dood

Octrooirecht is geen onderwerp dat zich over een populariteit in het NJB mag verheugen. Alhoewel soms grote financiële belangen op het spel staan, blijft het in de beleving van velen toch het terrein van superspecialisten en staan octrooirechtelijke kwesties ver af van hetgeen ons wekelijks op deze pagina's bezighoudt.

Maar wie de ontwikkelingen volgt, weet dat octrooirecht allang niet meer het rechtsgebied is waar een bedrijf in het zuiden ogenschijnlijk primair patent op heeft. Het draait inmiddels ook om de toekomst van onze gezondheid en een aangename oude dag. Soms zelfs gaat het letterlijk om grenzen van leven en dood, zoals eind vorig jaar in de uitspraak van het Europees Hof van Justitie in de zaak Brüstle.1

Brüstle doet als hoogleraar stamceltherapie onderzoek naar embryonale stamcellen in onze hersenen. Hij ontwikkelt technieken waarbij door transplantatie van deze cellen in het zenuwstelsel bepaalde neurologische aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson behandeld kunnen worden. Simpel gezegd neemt hij uit het menselijk embryo cellen weg die nog niet 'rijp' zijn (zgn. stamcellen) en gebruikt deze voor het maken van cellen die defecte zenuwcellen kunnen vervangen. Belangrijk voor de kwestie die bij het Hof voorlag, is dat bij de therapie onontkoombaar menselijk embryo wordt vernietigd. Brüstle had van de embryo's immers alleen stamcellen nodig.

Het zal niet verrassen dat toen Brüstle een octrooi aanvroeg, dit de nodige discussie opriep. Het vernietigen van menselijk embryo stuit immers op ethische bezwaren. In het geval van Brüstle vroeg Greenpeace om nietigverklaring van het octrooi en deed daarbij een beroep op Richtlijn 98/44/EG. Deze verplicht lidstaten uitvindingen op het terrein van biotechnologie weliswaar te beschermen, maar staat ook een verbod toe als het bij het octrooi om menselijke embryo's gaat. Doelstelling van de richtlijn is het stimuleren van innovatie op het terrein van biotechnologie, door in de mogelijkheid te voorzien een octrooi te verwerven op uitvindingen met gebruik van menselijk materiaal, zoals embryo's. Ook beoogt de richtlijn vanuit interne marktdoelstelling harmonisatie tussen lidstaten. Europa moet, zo is de redenering, volwaardig mee kunnen doen bij innovatie op het terrein van medische biotechnologie. Maar deze innovatie kent bij de Uniewetgever uiteindelijk ook grenzen. Het compromis met ethische en morele bezwaren is gevonden in een octrooiverbod als de uitvinding dan wel bepaalde gebruiksvormen strijdig zijn met de openbare orde en de goede zeden. Relevant voor de onderhavige zaak is het octrooiverbod bij gebruik van menselijke embryo's voor industriële of commerciële doeleinden. Probleem is echter, dat de richtlijn geen definitie van het begrip menselijke embryo kent. En daarmee blijft onduidelijk in welk stadium van embryonale ontwikkeling de richtlijn een verbod oplegt. Is dat vanaf het moment van bevruchting, al eerder (bijvoorbeeld als een niet-bevruchte eicel is gestimuleerd tot celdeling) of is dat pas later in het ontwikkelingsproces na de bevruchting?

Het Hof heeft met de uitspraak noch de ontwikkeling van het octrooirecht noch de gezondheidszorg een dienst bewezen. Op het eerste oog waagt het Hof zich niet aan een oordeel over morele dilemma's en daarmee vraagstukken over leven en dood in de gezondheidszorg. Het betreft hier een in vele lidstaten gevoelig maatschappelijk thema, dat door een grote verscheidenheid in waarden en tradities wordt gekenmerkt, aldus het Hof. Ook stelt het vast dat met de prejudiciële verwijzing slechts wordt gevraagd om een juridisch en niet een moreel oordeel. Voor dat juridisch oordeel hecht het Hof uiteindelijk sterke betekenis aan het belang van de menselijke waardigheid. Tegelijkertijd maakt het niet expliciet welke van de vigerende visies op menselijke waardigheid het daarbij hanteert.2 Zonder dus menselijke waardigheid nader te duiden in het licht van het gebruik van menselijke embryo's, stelt het Hof "dat de Uniewetgever heeft bedoeld elke mogelijkheid van octrooieerbaarheid uit te sluiten wanneer de eerbiediging van de menselijke waardigheid daardoor zou kunnen worden aangetast." Daaruit volgt, aldus het Hof, dat het begrip 'menselijke embryo' in de zin van de richtlijn ruim moet worden opgevat en wel zodanig dat het alle ontwikkelingsstadia omvat als eenmaal een proces tot ontwikkeling van een mens in gang is gezet. Ondanks de ogenschijnlijk ethisch neutrale houding maakt het Hof echter wel degelijk een keuze in het morele debat. Door namelijk met een beroep op het interne marktkarakter van de richtlijn te wijzen op de noodzaak voor een uniforme uitleg van het begrip embryo en vervolgens bij de inkleuring van die uniforme uitleg te kiezen voor een heel specifieke - namelijk beperkende - visie op menselijke waardigheid (en daarmee een ruime uitleg van het begrip embryo), laat het Hof het belang van embryonaal leven zwaarder wegen dan dat van het leven van mensen met slopende aandoeningen die door stamceltechniek zouden kunnen worden geholpen. Via de keuze voor juist deze visie op menselijke waardigheid geeft het Hof dus wel degelijk een moreel oordeel. En met deze visie en dit oordeel doet het de deur dicht voor de velen in onze vergrijzende samenleving die worden getroffen door ziekten als Alzheimer en Parkinson. Bovendien, door te weigeren te onderkennen dat het in het octrooirecht heden ten dage niet alleen om het juridisch dogmatische gaat, maar steeds vaker ook om ethische implicaties en moraliteit, heeft het Hof ook het debat over de ontwikkeling van het octrooirecht geen dienst bewezen.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2012/821, afl. 14, p. 925.

Bron afbeelding: delphwynd

1. HvJ EU 18 oktober 2011, zaak C-34/10 (Olivier Brüstle tegen Greenpeace e.V.).
2. Zie over de verschillende visies op menselijke waardigheid en een uitgebreide bespreking van deze uitspraak: H. Somsen, 'Brüstle: embryonale fout met grote gevolgen', in: NtER januari 2012, nr. 1, pp. 33-39.

Corien Prins

Naam auteur: Corien Prins
Geschreven op: 5 april 2012

Hoogleraar Recht en Informatisering aan de Universiteit van Tilburg

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

RBteZ schreef op :
Hieraan gerelateerd het volgende. Er wordt al heel lang gewerkt aan een gemeenschappelijk Europees gerechtshof voor octrooien. Op het eerste gezicht moet dat er "gewoon" komen, om de reden dat het absurd lijkt dat Europees Octrooien wel centraal worden verleend, maar men vervolgens per land over de geldigheid kan twisten. De rechters kijken wel naar elkaars beslissingen, maar hoeven die niet te volgen.

Momenteel is alleen de interpretatie van de biotechnologierichtlijn centraal geregeld - dat is inherent aan een Europese richtlijn. Met softwareoctrooien is dezelfde "truc" van een Europese richtlijn geprobeerd, maar mislukt.

De Verenigde Staten laten zien hoe het niet moet. Daar is in 1982 een gerechtshof opgericht dat alle octrooizaken in beroep behandelt, het Court of Appeals for the Federal Circuit. Gezien het complexe, specialistische karakter van het octrooirecht kwamen er vooral rechters in die *houden* van octrooirecht, wat tot een enorme - en onverantwoorde uitbreiding van het octrooirecht leidde. De uitwassen van de "patent wars" halen ook hier de kranten. Minder bekend is dat het U.S. Supreme Court de afgelopen jaren een paar keer heeft ingegrepen, opmerkelijk, want ze nemen maar ongeveer één op de honderd zaken aan.

Het octrooirecht is te belangrijk om aan octrooifreaks over te laten!

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.