NJB Vooraf: Crisis? What crisis?

De overgrote meerderheid van de redactie van het NJB is oud genoeg om te weten dat dit de titel is van een album van de Britse band Supertramp, uitgebracht in 1975. Dat deze titel mij is bijgebleven, heeft veel met de platenhoes te maken. Afgebeeld is een man in zwembroek en zonnebril in een strandstoel onder een parasol met naast zich een tafeltje met een cocktail.

Dit alles in kleur, maar dan geprojecteerd tegen de zwartwitte achtergrond van een smerige en troosteloze woonwijk en vooral (zeer) zware industrie. Een man in ontkenning, die niet lijkt te weten wat er speelt althans doet alsof er niets aan de hand is. Crisis? Welke crisis?

Dat wij in crisis verkeren, valt niet te ontkennen. Niet weten wat er speelt? Onmogelijk. Doen alsof er niets aan de hand is? Op zijn minst onverstandig. De kredietcrisis en de eurocrisis hebben ons financiële systeem in gevaar gebracht. De regering heeft banken en verzekeraars moeten redden om rust te krijgen en vertrouwen te herstellen. Draconische bezuinigingen zijn doorgevoerd, maar blijken ontoereikend. De lange termijn-effecten zijn onduidelijk. De huizenmarkt is tot stilstand gekomen en de prijzen blijven dalen, zodat steeds meer huiseigenaren ‘onder water’ komen te staan, pensioenen worden naar beneden bijgesteld terwijl de premies tegelijkertijd omhoog gaan, de economie krimpt nog steeds en de werkloosheid groeit schrikbarend. Ons poldermodel staat onder druk. Wij beginnen ons te realiseren dat we in uitzonderlijke tijden leven en dat wat kort geleden nog tot zekerheid van ons bestaan werd gerekend wellicht niet meer terugkomt. Kan het recht wél op oude voet verder?

De crisis heeft het contractenrecht in ieder geval bereikt. Zoeken op www.rechtspraak.nl op ‘6:258’ (onvoorziene omstandigheden) en ‘crisis’ levert de nodige treffers op. Centraal staat dan de vraag of een contractspartij gehouden is tot nakoming of dat zij, stellende dat de crisis een onvoorziene omstandigheid is, aanspraak kan maken op aanpassing of ontbinding van het contract ex art. 6:258 BW.

Wie ‘vroeger’ een voorbeeld zocht van een succesvol beroep op art. 6:258 kwam op de rommelzolder van het recht enkel een uitspraak van de Roermondse rechtbankpresident tegen.1 Centraal staat de verhouding tussen plaatselijke papierhandelaren en de gemeente Roermond in 1993: de gemeente laat het ophalen van oud papier over aan verenigingen die daarvoor 7,5 ct/kg subsidie krijgen. De verenigingen brengen het papier bij handelaren die hen voor ter beschikking gestelde middelen en personeel 3 ct/kg in rekening brengen. De handelaren ontvangen zelf 3 ct/kg van de fabriek. De handelaren krijgen aldus 6 ct/kg, terwijl de verenigingen 4,5 ct/kg overhouden. Omdat zowel gemeente als verenigingen daar belang bij hebben, heeft de gemeente met de handelaren afgesproken dat deze niet meer dan 3 ct in rekening zullen brengen aan de verenigingen. Wanneer begin 1993 de papierprijs keldert en de handelaren opeens 2 ct/kg moeten gaan betalen aan de fabriek, zien zij zich genoodzaakt de verenigingen 7 ct in rekening te brengen, zodat deze maar 0,5 ct per kilogram zouden overhouden. Om het systeem overeind te houden moet de gemeente de subsidie drastisch verhogen. Zij spreekt de handelaren daarom aan tot nakoming van de gemaakte afspraak. De handelaren stellen dat hun toekomst in het geding is en beroepen zich op art. 6:258. De redenering van de rechtbankpresident is voorbeeldig. Een zekere prijsdaling hoort thuis in de risicosfeer van de handelaren. Redelijkheid en billijkheid verlangen dan ook in de eerste plaats trouw aan het gegeven woord en laten afwijking daarvan slechts bij uitzondering toe. Daarvan is hier inderdaad sprake nu het om een prijswijziging van 170% in enkele maanden tijd gaat. In zo’n situatie heeft de gemeente geen recht op nakoming.

Het is de taal van het klassieke contractenrecht. Pacta sunt servanda, trouw aan het gegeven woord. En slechts bij uitzondering rechterlijk ingrijpen. Wie de rechtspraak naar aanleiding van de actuele crises bekijkt, ziet die benadering nog altijd terug. De meeste uitspraken betreffen onroerend goed-transacties en projectontwikkeling: partijen krijgen financiering niet rond, zijn niet in staat tot afnemen of tot uitvoering van het project. Als ik goed zie, wordt in deze gevallen een beroep op art. 6:258 steeds afgewezen.2 Rode draad: schommelingen, mindere tijden horen er bij. Ook hevige verslechtering van de economie is geen uitzonderlijke situatie, de (krediet)crisis is niet exceptioneel, geen onvoorziene omstandigheid.3 De les is hard: beter dan achteraf zijn nood klagen bij de rechter, had men bij voorbaat zijn contractuele positie versterkt (financieringsvoorbehoud, ontbindende voorwaarde, heronderhandelingsclausule). In andere gevallen is (onverkorte) nakoming van bonus- of afvloeiingsregelingen aan de orde: daar lijkt art. 6:258 in crisistijd iets meer ruimte te krijgen.4 Deze lijn lijkt mij meer recht te doen aan de actuele situatie dan hameren op het aambeeld van ‘afspraak is afspraak’. Dan geven we immers steeds het voordeel van de twijfel aan degene die in een tijd waarin geen van beide partijen werkelijk rekening hield met het crisisscenario van vandaag het ‘slimste’ heeft gecontracteerd. Ik zeg niet dat aanpassing van afspraken ongeacht aard der overeenkomst of hoedanigheid van partijen aan de orde moet zijn, maar verdeling van crisislasten over partijen langs die weg verdient serieuze aandacht. Het is niet moeilijk te voorspellen dat de rechtspraak de komende jaren niet alleen met vastgoedproblemen te maken krijgt, maar ook met geschillen over huur, ontslagvergoedingen en afvloeiingsregelingen en over kredietovereenkomsten. Het contractenrecht kan dan niet doen alsof er niets aan de hand is. Rechters die de ontstane crisis dan niet uitzonderlijk noemen, doen alsof het ‘business as usual’ is en het gegeven woord heilig verklaren, zouden ‘in de spiegel’ van de hoes van het vierde studioalbum van Supertramp moeten kijken. Crisis? What crisis?

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2013/1603, afl. 27, p. 1765.


Bron afbeelding: Oscar Vieyo

 

1. Pres.Rb.Roermond 1 juli 1993, KG 1993, 317.
2. Rb. Arnhem 24 oktober 2008, BG3630, Rb. Zwolle Lelystad 18 maart 2009, BI2304, Rb. Zutphen 30 september 2009, BK3761, Rb. Amsterdam 11 februari 2010, BM0526, Rb. Rotterdam 5 oktober 2010, BT7320, Rb. Arnhem 21 november 2012, BY6596, Rb. Amsterdam 5 december 2012, BY7459, Rb. Amsterdam 24 april 2013, CA2158.
3. Zo ook Rb. Dordrecht 14 juli 2010, BN1443 (opzegging van een kredietovereenkomst).
4. Rb. Arnhem 10 december 2012, BY8265. In Hof Amsterdam 28 september 2010, BO0843 lijkt de crisis wel een onvoorziene omstandigheid, maar moet de afspraak toch worden nageleefd.

Ton Hartlief

Naam auteur: Ton Hartlief
Geschreven op: 1 juli 2013

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Maastricht

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

a.zecha schreef op :
Begin cit.: "Niet weten war er speelt? Onmogelijk." einde cit.
In een rechtsstaat die zich democratisch noemt zou zoiets inderdaad onmogelijk zijn vermits "A democracy requires accountability, and accountability requires transparency" (uit de Freedom of Information Act van de US).
De informatie verstrekking aan burgers door de partijvertegenwoordigers die in de Staten Generaal en de regering zetelen is grosso modo zeer onbetrouwbaar.en selectief gebleken.

Om er achter te komen wat er speelt moet een burger de moeite en de tijd te nemen om verder te kijken dan zijn neus lang is en de tijd nemen om zindelijk te (leren) denken. Dan valt de onzindelijkheid van het denken (demagogie) en de vrijblijvendheid op van de partijvertegenwoordigers die hun mond open doen. Dan wordt de kans om te "weten wat er speelt" m.i. groter.
M.i. is daarnaast een nationale onvolwassen vertrouwen in imago's en woorden (van leiders, autoriteiten, deskundigen, wetenschappers en andere mensen) een ongeziene en/of ontkende factor bij de huidige crisis.
a.zecha
Frits Jansen schreef op :
Hartlief - die ik tot mijn leermeesters mag rekenen - is een briljant civilist. Maar laat ook deze schoenmaker zich bij zijn leest houden, want van economie weet hij minder. De zogenaamde €-crisis is namelijk in feite een schuldencrisis, en geen aparte crisis, zoals Hartlief suggereert. Zo dreigt deze column nog een eurosceptische lading te krijgen, wat vast niet de bedoeling was.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.