Nieuw buitenlandbeleid voor de digitale wereld

Vorige maand waarschuwde Harvard-hoogleraar en voormalig IMF-topeconoom Kenneth Rogoff in het Financiële Dagblad voor de opvallende gelijkenissen tussen de huidige financiële en economische crisis en een toekomstige ‘cyber crisis’. Volgens Rogoff zijn wereldleiders momenteel even naïef over de risico’s die aan ontwikkelingen in de digitale wereld kleven, als ze dat eerder waren over ontwikkelingen in de financiële wereld.

Hij somt de volgende gelijkenissen op: 1) zowel financiële stabiliteit als cyberveiligheid zijn uiterst complexe kwesties met een speelveld van uiteenlopende belangen, grote dynamiek en een telkens veranderende context waar overheden en bedrijven nauwelijks greep op krijgen. 2) In beide werelden kent het systeem van belonen perverse effecten en is de balans tussen winst en verlies ver te zoeken (snelle winsten voor een beperkte groep tegenover potentieel grote verliezen in de zin van maatschappelijke en economische risico’s als het mis gaat). 3) Beide sectoren zijn uiterst gevoelig voor besmetting als het fout gaat. Ook in ons land lieten voorvallen zien hoe verknoopt bedrijven en overheden in de digitale wereld zijn geraakt en hoe afhankelijk ze daarmee van elkaar zijn voor continuïteit en stabiliteit. Als er om wat voor reden dan ook (een hack bij DigiNotar en KPN of een brand bij Vodafone) één uitvalt, voelen honderden bedrijven en organisaties en duizenden burgers en consumenten de consequenties. Met grote economische schade als gevolg. 4) Ook in de ICT-sector is de moraliteit soms ver te zoeken of claimt men “to hold the moral high ground, just as finance did until five years ago”, aldus Rogoff. Hij sluit af met de stelling dat in beide werelden het grootste risico ligt in de combinatie van arrogantie in de sector met volstrekte onkunde en gebrek aan realiteitszin bij overheden.

Een treffende uitwerking van dit laatste risico is te vinden in een recent artikel van de Canadese hoogleraar Deibert in Global Governance. Met talloze voorbeelden toont hij aan dat Westerse landen vanuit een ongekend optimisme over wat digitale technologie zoal vermag de wereld hebben veranderd. Maar in hun enthousiasme en preoccupatie met de inzet van technologie voor nationaal veiligheidsbeleid verloren ze een andere ontwikkeling uit het oog: de verschuivende mondiale machtsverhoudingen in de digitale wereld. Als het op de grote beslissingen over de inrichting van deze wereld aankomt, heeft China het ook hier steeds meer voor het zeggen. Bovendien zijn bij het Westen met het negeren van mondiale ontwikkelingen ook de afgeleide risico’s van de eigen nationale beleidsinitiatieven aan de aandacht ontsnapt. Inmiddels liggen de voorbeelden voor het oprapen van innovatieve controle- en observatiesystemen die in eerste instantie in Duitsland, Canada, het VK en de VS werden ontwikkeld voor allerhande legitieme nationale beleidsdoeleinden (terrorisme- en criminaliteitsbestrijding, handhaven van beleid, etc.) maar vervolgens door de makers ervan werden doorgeleverd aan landen die ze inzetten voor heel wat minder democratische doeleinden.1 Zonder dat de ontwikkelaars een strobreed in de weg werd gelegd. Zo wordt het in de VS ontwikkelde filterprogramma Smartfilter ingezet door Iran en Tunesië en gebruikt de overheid van Yemen Websense om het doen en laten van haar burgers te observeren.

Ook de Nederlandse politiek heeft geen oog voor grote mondiale tendensen. En als ze zich profileert in de internationale arena is dat vanuit een blijmoedig streven naar meer internetvrijheid, zonder tevens kritisch naar de eigen rol in het onderdrukken van diezelfde vrijheid te kijken. December vorig jaar toonde dit kabinet zich met veel publiciteit en internationaal ministerieel (Rosenthal schoof aan met ambtsgenoot Clinton) machtsvertoon een voorvechter van internetvrijheid als mensenrecht. Tegelijkertijd stimuleert de Haagse politiek de ontwikkeling van observatie- en detectiesystemen voor beleidstoepassing op eigen bodem. Maar wie garandeert dat niet ook deze Nederlandse systemen elders (lees: in minder democratische landen) zullen worden gebruikt? Waar is het politieke debat over de afgeleide risico’s op mondiaal niveau van eigen nationale beleidsinitiatieven?

Politici laten zich inmiddels graag voorstaan op aandacht voor privacy. Een enkele politieke partij had in het verkiezingsprogramma ook nog aandacht voor cyberveiligheid. Maar veel verder dan wat gemeenplaatsen kwam het niet. Voor alle partijen houdt de digitale wereld bij de grenzen van ‘Nederland’ op. Geen ambities voor het buitenlandbeleid in die wereld. Om de rode en groene knop uit het verkiezingsdebat nog maar even van stal te halen: welke kleur zouden Rutte of Samsom hebben ingedrukt als het aankomt op grenzen stellen aan digital optimisme of digitale arrogantie, kijkend naar de lessen die ze trekken uit de financieel-economische crisis? Of nog een stapje verder: kiezen ze voor rood of groen als de knop voor deelname aan een cyberoorlog staat? Wie denkt dat deze laatste een hypothetische vraag is, hoeft maar even buiten de landsgrenzen te kijken. De VS deinsden er niet voor terug opzettelijk een uiterst gevaarlijk virus (Stuxnet) te ontwikkelen om het nucleaire programma van Iran te saboteren. Maar daarmee brachten ze de wereld vanuit de door Rogoff geschetste arrogantie wel een stapje dichter bij een cybercrisis. Want: “How can we be sure that they won’t escape and infect a much broader class of systems, or be adopted for other uses, or that future rogue states or terrorists won’t find a way to turn them on their creators?”. Antwoorden liggen helaas niet voor het oprapen. Maar dat mag het nieuw te vormen kabinet er niet van weerhouden eindelijk werk te maken van serieus buitenlandbeleid voor de digitale wereld. Zeker nu wij ons als klein landje vast maar weer al te graag profileren met het grote mondiale thema van de mensenrechten.


Dit Vooraf is verschenen in NJB 2012/1859, afl. 16, p. 2225.

 

1. Zie http://opennet.net/west-censoring-east-the-use-western-technologies-middle-east-censors-2010-2011

Corien Prins

Naam auteur: Corien Prins
Geschreven op: 18 september 2012

Hoogleraar Recht en Informatisering aan de Universiteit van Tilburg

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.