Markt en vergunningverlening

Onder het wat vage motto ‘privaat wat kan, publiek wat moet’, adviseerde de Commissie Dekker in 2008 om bouwplannen niet langer preventief door gemeenten te laten toetsen aan het Bouwbesluit. Daarin zijn bouwtechnische voorschriften opgenomen die de kwaliteit en veiligheid van bouwwerken betreffen.

Er zou volgens de Commissie een herijking van verantwoordelijkheden tussen overheid en private partijen moeten plaatsvinden. Deze aanbeveling is eind vorig jaar door de verantwoordelijke minister omarmd. Hij geeft aan een privaat alternatief te gaan ontwikkelen voor de gemeentelijke toetsing. Indien dit goed uitpakt, zou op den duur zelfs het publieke spoor kunnen worden geschrapt of beperkt. De minister kondigt de presentatie van een wettelijk kader aan dat per 2014 in werking moet treden. In afwachting daarvan vinden er echter wel al verschillende 'pilots' plaats, aldus de minister.

Een van die 'pilots' vindt plaats in de gemeente Eindhoven en werd recent op de website van Binnenlands Bestuur aangekondigd onder de kop ‘Eindhoven laat toetsen vergunning over aan de markt’. Daaronder gaat een genuanceerdere werkelijkheid schuil. Aanvragers van (omgevings)vergunningen krijgen de keuze wie de bouwaanvraag begeleidt en toetst aan het Bouwbesluit. Dit kan op klassieke wijze door de gemeente worden gedaan, maar het is ook mogelijk te kiezen voor een gecertificeerd adviesbureau. Wanneer wordt gekozen voor een dergelijk bureau, maakt diens oordeel over de naleving van de bouwvoorschriften deel uit van de aanvraag en toetst de gemeente alleen nog aan het bestemmingsplan, de bouwverordening en eventueel welstandseisen. De gemeente kan vervolgens de vergunning verlenen zonder zelf de bouwbesluittoets te hebben uitgevoerd. Daarmee beoogt de gemeente de verantwoordelijkheid voor deze toets bij het desbetreffende bureau te leggen.

Met allerlei negatieve marktwerkingservaringen in het achterhoofd is anno 2012 de neiging groot om bij voorbaat tegen verdere privatisering van overheidstaken te zijn, maar daarmee zou voorbij worden gegaan aan een aantal serieuze (potentiële) voordelen van de Eindhovense aanpak. Om te beginnen kan een gecertificeerde bouwbesluitspecialist vroeg in het ontwerpproces worden ingeschakeld. Daarmee kunnen eventuele fouten snel aan het licht komen en worden hersteld. De gemeente ziet de technische uitwerking van een bouwplan namelijk vaak pas voor het eerst wanneer de vergunningaanvraag wordt ingediend. Ook kan de inzet van de gecertificeerde specialist voorkomen dat bouwplannen incompleet worden ingediend, hetgeen op dit moment vaak voorkomt en tot veel tijdverlies leidt. Verdere tijdwinst kan worden behaald doordat de gemeente na binnenkomst van de aanvraag niet meer zelf aan het Bouwbesluit hoeft te toetsen, hetgeen een tijdrovende klus is. Daarbij kan de aanvrager waarschijnlijk kosten besparen op de leges – zij het dat er natuurlijk wel betaald moet worden voor de diensten van het adviesbureau – en kunnen de gemeentelijke diensten worden ontlast. Met de private toets kunnen kortom de kwaliteit en voortgang van het ontwerp- en bouwproces worden bevorderd en mogelijk kosten worden bespaard.

Toch zijn er ook vraagtekens te plaatsen bij de privatisering van de bouwbesluittoets. Achilleshiel is natuurlijk de kwaliteit van de toets, zeker nu er ook sprake zal zijn van competitie tussen aanbieders bij het binnenhalen van opdrachten met als risico een race to the bottom waar het betreft de strengheid van de toets. Daarbij moet gevaren worden op kwaliteitsborging via certificering. Daaraan moeten strenge eisen worden gesteld die een wettelijke basis behoeven. Aandacht moet daarbij worden besteed aan de vraag of een ontwerpend bureau zijn eigen ontwerp mag toetsen. Dat lijkt op voorhand niet wenselijk, maar in ieder geval zou er dan voor moeten worden gekozen om de certificerende instelling mee(r) te laten controleren. Dat laatste geldt ook wanneer het gaat om risicovolle gebouwen. Transparantie is van groot belang alsmede regelmatige controles op de kwaliteit van de certificerende instellingen, waarmee wel weer overheidsgeld is gemoeid. Daarnaast bestaat het risico dat een gemeente op den duur onvoldoende eigen expertise overhoudt, ook vanwege concurrentie met private aanbieders bij het verwerven van toetsopdrachten en daardoor teruglopende inkomsten. Dat is in de praktijk problematisch wanneer een partij kiest voor de gemeentelijke toets, maar past ook niet in het huidige wettelijke systeem dat er vanuit gaat dat de gemeente in het kader van de vergunningverlening kan toetsen aan het Bouwbesluit. De blijvende aanwezigheid van voldoende gemeentelijke expertise zou wettelijk moeten worden geborgd. Zo kan ook worden voorkomen dat een partij die afhankelijk is van de gemeentelijke toets een minder adequate behandeling krijgt dan een partij die gebruik maakt van de private toets. Verder is een mogelijk knelpunt de verdeling van aansprakelijkheid wanneer er bij de private toets iets mis gaat en er schade bij derden ontstaat. In dat geval kan behalve bij de bouwer en het gecertificeerde adviesbureau nog steeds bij de gemeente worden aangeklopt. Deze laatste is immers wettelijk verantwoordelijk voor de vergunningverlening. Hoewel de gemeente in een dergelijk geval de bouwer en/of het bureau in vrijwaring kan oproepen of daarop regres kan nemen, verdient het de voorkeur zoveel mogelijk op voorhand de aansprakelijkheid van de gemeente uit te sluiten via contractuele afspraken. Dat verhoogt ook de druk op het bureau om een strenge toets uit te voeren. In het kader van de certificering van een bureau moet het beschikken over een toereikende aansprakelijkheidsverzekering dan wel een harde eis zijn.

Al met al kan meer markt dus bijdragen aan betere vergunningverlening, maar dat vergt wel dat de wetgever – met inachtneming van ervaringen in 'pilots' zoals de Eindhovense – de randvoorwaarden goed regelt zoals hiervoor geschetst.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2012/1099, afl. 19, p. 1317.

Tom Barkhuysen

Naam auteur: Tom Barkhuysen
Geschreven op: 9 mei 2012

Advocaat-partner bij Stibbe en hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Ad van Zetten schreef op :
In het stuk - en daarmee ook bij de reacties - wordt vergeten dat er nog een doel is bij certificering van het bouw- en woningtoezicht: BWT krijgt daarmee tijd om te controleren op de bouwplaats. Het gebrek daaraan is voor nogal wat bouwwerken fataal gebleken sinds Maastricht. Ik ben daarom niet bang voor het weglopen van de kennis bij gemeenten. Verder: een ontwerpend bureau toetst zijn eigen ontwerp niet: het gecertificeerd bureau dient een aanvraag in waarvoor zij instaan dat die voldoet aan het Bouwbesluit. Daarmee wordt veel tijdwinst geboekt (eeuwige klacht van aanvragers: waarom duurt het zo lang) met meer voordelen zoals ze ook zijn beschreven.
Dit onderwerp komt rechtstreeks uit de Toekomstvisie op de Bouwregelgeving uit 2002 waaraan ik zelf heb mogen meeschrijven vanuit mijn toenmalige broodwinning.
Rogier van der Molen schreef op :
Ik heb een vraag voor de heer Barkhuysen, aangaande de overdracht van aansprakelijkheid:

Kom je met de contractuele regeling van overdracht van aansprakelijkheid voor schade (en letsel) niet in strijd met de twee wegenleer, omdat de wettelijke verantwoordelijkheid reeds bestuursrechtelijk is geregeld? (vergelijk de planschade overeenkomst die aanvanklijk ook niet mocht; later wel).

Rogier van der Molen (gemeente jurist)
RBteZ schreef op :
Het begrip "marktwerking" wordt vaak verkeerd gebruikt (gevolg van, eh, te ver doorgeslagen marktwerking in het onderwijs!) Als het goed is gaat marktwerking over het voorkomen van machtsposities (monopolies) De geprivatiseerde(!) NS is het ultieme voorbeeld van verkeerde marktwerking: deze monopolist demonstreert dagelijks z'n hekel aan reizigers.

Natuurlijk kunnen private bedrijven een rol spelen bij de beoordeling van vergunningsaanvragen, maar de aanvrager is even natuurlijk NIET de klant - want dan zou geen vergunning meer kunnen worden geweigerd. DUS moet de toetsing formeel bij de overheid blijven - die wel private bedrijven kan inschakelen. Al is het lastig als de overheid als *klant* een monopolie heeft. Wellicht zou de uitvoerende macht dan niet zelf de tarieven moeten bepalen.
a.zecha schreef op :
Zeer veel theoretische planmatige schoonklinkende woorden, voortkomend uit een bijna dogmatische beleden/toegepaste vrije-markt-ideologie, hebben in de praktijk van de laatste decennia modale burgers reeds veel financiële, economische en andere ellende gebracht; zoals de toegenomen totale premiën-, heffingen- en belastingendruk en verslechteringen van sociale voorzieningen.

Mooie - door de media- en PR-industrie ingebrachte - imago”s en woorden ten spijt daalt het vertrouwen van modale burgers in commerciële, financiële en politieke bestuurders.
Mijns inziens zeer terecht
a.zecha

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.