Maatschappelijk Verantwoord Verzekeren

Het is in tijden waarin ‘mvo’ en ‘corporate governance’ gemakkelijk in de mond liggen, misschien niet verrassend dat verzekeraars stellen dat zij een maatschappelijke verantwoordelijkheid of zelfs een maatschappelijke functie hebben. Mij leek dat minder verstandig, al was het maar omdat een ‘maatschappelijke functie’ aanknopingspunt voor aansprakelijkheid kan zijn.

Dat leren de ontwikkelingen op het terrein van bancaire aansprakelijkheid namelijk. Ik doel op de zorgplicht die een bank kan hebben jegens personen die geen directe cliënt van haar zijn. Een sprekende zaak betreft speculatief beheer van het vermogen van minderjarigen door één van de ouders die het recht van vruchtgebruik op het vermogen had. Moet een bank wanneer zij met dergelijk vermogensbeheer wordt geconfronteerd ingrijpen? Ook wanneer de direct-belanghebbenden geen cliënt van haar zijn? Het bevestigende oordeel kent het volgende fundament (NJ 1999, 285 Mees Pierson/Ten Bos):

‘Het Hof heeft terecht geoordeeld dat de maatschappelijke functie van banken een bijzondere zorgplicht meebrengt, zowel jegens haar cliënten uit hoofde van de met hen bestaande contractuele verhouding, als ten opzichte van derden met wier belangen zij rekening behoort te houden op grond van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.’


Op een vergelijkbare manier wordt in NJ 2006, 289 (Safe Haven) een zorgplicht van de bank aangenomen jegens personen die geen cliënt van haar zijn: haar zorgplicht strekt kennelijk verder. Hoewel een bank, anders dan bijvoorbeeld een notaris of accountant, geen openbare functie heeft, wordt haar dus wel een maatschappelijke functie toegedicht. Dit ‘enkele’ gegeven maakt kennelijk dat bepaalde derden mogen rekenen op de zorg van een bank. Iets vergelijkbaars wordt wel gezegd over en, zoals aangegeven, zelfs ook door verzekeraars: ook zij zouden een zekere maatschappelijke functie hebben, die dan wellicht net als bij banken tot een zorgplicht jegens derden aanleiding zou kunnen geven. Onduidelijk is echter wat de factor ‘maatschappelijke functie’ impliceert. Het behoeft geen betoog dat banken en verzekeraars al snel bedacht kunnen zijn op de belangen van derden die aan de orde zijn bij het aangaan van financiële verplichtingen of bij beslissingen omtrent verzekeringsdekking (belangen van familieleden, zakenrelaties, crediteuren). Is het gegeven van een maatschappelijke functie van banken en verzekeraars echter steeds voldoende voor een zorgplicht jegens hen? Waarschijnlijk niet, maar de ‘maatschappelijke functie’ geeft bij deze afbakeningsvraag niet bepaald richting. Leuk of niet, de Hoge Raad heeft ons bij bancaire aansprakelijkheid nu eenmaal met deze afbakeningsproblematiek opgezadeld. Bij verzekeraars zijn we zover nog niet. In de rechtspraak is nog niet erkend dat zij een maatschappelijke functie hebben die reden is voor een zorgplicht en daarmee grondslag voor aansprakelijkheid jegens cliënten en zelfs derden. Maar dat is, gelet op een opmerkelijk arrest over de uitleg van een aansprakelijkheidsverzekering bedrijven (AVB), wellicht enkel een kwestie van tijd (RvdW 2012, 496 OLM/NN).

Centraal staat een eenzijdig verkeersongeval waarbij een werknemer van OLM een dwarslaesie oploopt. Het Haagse Hof neemt aan dat OLM ex art. 7:611 (goed werkgeverschap) gehouden was zorg te dragen voor een adequate verzekering. Nu deze ontbreekt, is OLM jegens de betrokken werknemer aansprakelijk voor de gemiste uitkering. Vervolgens wendt OLM zich tot Nationale Nederlanden, omdat zij meent dekking te hebben voor deze aansprakelijkheid op haar AVB. NN weigert echter uitkering, omdat dekking in de polis is beperkt tot personen- en zaakschade. Is daarvan dan geen sprake? Uiteraard lijdt het slachtoffer personenschade bij het verkeersongeval. Werkgeversaansprakelijkheid is hier echter niet gebaseerd op schending van een zorgplicht voor de veiligheid, dan zou hij aansprakelijk zijn voor het ongeval als zodanig, maar op het nalaten te zorgen voor een adequate verzekering tegen het risico van een verkeersongeval. De schade die de werknemer daardoor lijdt, is niet de directe door het ongeval veroorzaakte letselschade, maar bestaat in de gemiste uitkering. Dit is (zuivere) vermogensschade en geen personenschade. De polis is op dit punt duidelijk, zo oordeelt ook het Haagse Hof. De Hoge Raad beslist anders: hoewel sprake is van vermogensschade, bestaat daarvoor wel degelijk dekking. Volgens de Hoge Raad rechtvaardigt de functie van een AVB-polis in het maatschappelijk verkeer en de daarop gebaseerde redelijke verwachtingen van verzekerden een ruime dekkingsomvang ‘ook als de gedekte schade elders in de polisvoorwaarden is omschreven als ‘schade aan personen en schade aan zaken’’. De eerste reacties zijn bezorgd. Wansink spreekt van een ‘zwarte dag voor verzekeraars’ omdat de Hoge Raad een duidelijke polisbeperking op basis van een nogal vage notie als de functie van een AVB-polis in het maatschappelijk verkeer ter zijde schuift (AV&S 2012, p. 83). Hij vreest uiteraard dat dit in andere geschillen tussen verzekerden en verzekeraars navolging krijgt.

De Hoge Raad had inderdaad beter kunnen luisteren naar A-G Spier die hem had afgeraden dit soort vage leerstukken te omarmen. Nu het kwaad is geschied, zullen verzekeraars hun polissen ongetwijfeld nog eens tegen het licht houden en hun teksten aanscherpen om de ruimte voor rechters om dekking aan te nemen waar verzekeraars die niet wensen te geven tot een minimum te beperken. Aldus kunnen verzekeraars in de contractuele sfeer, bij de uitleg van polissen, de schade beperken. Zij moeten zich er echter op voorbereiden dat ook in de aansprakelijkheidsrechtelijke sfeer, waarbij het behalve om claims van cliënten ook om die van derden kan gaan, consequenties zullen worden verbonden aan hun maatschappelijke functie. Het is immers maar een kleine stap van de functie van een verzekeringspolis in het maatschappelijk verkeer naar de maatschappelijke functie van verzekeraars. Verzekeraars hebben het over zichzelf afgeroepen. Mooie woorden, veel meer zien de critici niet in het ook door verzekeraars omhelsde ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’, krijgen zo een wellicht hoge prijs.

Dit Vooraf verschijnt in NJB 2012/1949, afl. 34, p. 2331.

Bron afbeelding: wonderferret

Ton Hartlief

Naam auteur: Ton Hartlief
Geschreven op: 1 oktober 2012

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Maastricht

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.