Leerlingenprotesten

De recente leerlingenprotesten vormden een opmerkelijke confrontatie tussen de uitingen van spontaan ongenoegen bij de leerlingen enerzijds en krampachtigheid bij bestuurders en politici anderzijds. In deze confrontatie werd aan de demonstratievrijheid van leerlingen geweld aangedaan.



De protesten vonden plaats terwijl het parlementaire onderzoek gaande is naar de vraag hoe het mogelijk was dat achtereenvolgende coalities decennia lang ertoe hebben bijgedragen dat de vrijheid van onderwijs tot een schim werd omgetoverd. Scholen lijken tot no-go area's voor het intellect verworden te zijn waar nog slechts managers zich kunnen ontplooien. Minister Plasterk moet met een financiële injectie het lerarendom oppeppen, omdat de scholen steeds meer met niet bevoegde en niet-academisch gevormde leraren moeten werken. Leraren bekennen dat zij zich in de maatschappelijke pikorde onderaan voelen staan. En het studiehuis biedt weinig ruimte voor het ontplooien van professionele ambities, anders dan die van bij voorbeeld het roosters maken.

Tegen deze achtergrond is het niet vreemd dat leerlingen in verzet komen. Dit verzet kreeg vorm door een spontane SMS-oproep om de straat op te gaan. Natuurlijk waren er relletjes en natuurlijk was er soms heel heftig politieoptreden. En zoals altijd: de TV-beelden van de politie die charges met de lange wapenstok tegen leerlingen uitvoerde vormden aanleiding voor nog meer onrust bij de volgende acties. De laatste actie op het Museumplein verliep echter – mede dankzij een beheerst politrieoptreden – rustig en in Leeuwarden haalden leerlingen uit protest huisvuil op. In Oosterhout werd een demonstratieve schoolmarathon van 1040 minuten gehouden. Dat er ook bij scholierenprotesten wel wat misgaat hoeft geen wonder te heten. Een mooie relativering vormde het commentaar van het LAKS: 'een ei hoort erbij'. Mismoedig stemde het TV-beeld van een scholiertje dat door een reusachtige motoragent in de kraag gevat werd en bekeurd werd omdat hij een ei tegen de gevel van de Tweede Kamer gegooid zou hebben. Een beeld dat wat mij betreft niet zou misstaan op de kaft van het parlementaire onderzoek naar de onderwijsvernieuwing.

Staatssecretaris Van Bijsterveld had inmiddels bekend gemaakt dat de uitvoering van de gewraakte 1040 urennorm wat afgezwakt werd en de Tweede Kamer besloot om geen gehoor te geven aan de eis van de leerlingen verenigd in het LAKS om tot een vermindering tot 960 uur te komen. Deze discussie over de urennormen illustreert de armoede in ons onderwijs. Scholen worden met repressieve middelen gedwongen de urennorm als prestatienorm te halen, waarbij het slechts een bijkomstigheid lijkt te zijn dat leerlingen het slachtoffer worden van de 'ophokplicht': schooluren zonder inhoud. Wellicht is het verstandig om deze laatste episode van het politieke schooldebat ook maar toe te voegen aan het parlementaire onderzoek.

De reactie van bestuurders en politici op de spontane acties van leerlingen vraagt aandacht. Enerzijds viel op dat de intenties van de leerlingen bij het actievoeren vrij breed werden weggezet als infantiel: ze wisten niet waar het om ging en leerlingen zijn lui en willen rellen. Dit ondanks het feit dat het LAKS professioneel de eis stelde: géén loze uren en beter onderwijs. Bestuurders en politici tekenden het juridische kader strak: scholieren hebben géén stakingsrecht en schoolplichtambtenaren moeten onverbiddelijk beboetend optreden, zodat de ouders de rekening gepresenteerd krijgen. Scholen mochten klassikaal aangifte doen van afwezigheid zodat de administratieve lasten beperkt gehouden konden worden. Zelfs werd gedreigd met taakstraffen voor de leerlingen die de straat op gingen. Met al deze repressie werd het leerlingenprotest bestuurlijk ontdaan van zijn democratische waarde. De protesterende leerlingen werden in de hoek gezet als puberale relschoppers die slechts de wapenstok, het waterkanon en de taakstraf verdienen. De eindbalans van de protestweek liet echter een ander beeld zien. De meeste leerlingen hebben zich netjes gedragen en hun politiek bewustzijn is ondanks de repressie opgebloeid.

De dreiging met repressie en de ontkenning van het stakingsrecht voor leerlingen vormt een flagrante inbreuk op de demonstratievrijheid van leerlingen. Toegegeven kan worden dat er kennelijk geen juridische regeling is voor het stakingsrecht van scholieren. Als werknemers een zelfs internationaal-rechtelijk gewaarborgd recht op staking hebben, dan zou eenzelfde recht voor leerlingen erkend moeten worden. Het mag natuurlijk geen rommeltje worden en een eenvoudige SMS oproep is niet voldoende, maar het volledig ontkennen van dit stakingsrecht is niet evenredig. De praktijk heeft ook getoond dat na een wat ongeregeld begin de leerlingenprotesten goed gekanaliseerd zijn. Ook bij werkstakingen vervullen ongeorganiseerde acties soms waardevolle impulsen.

Het stakingsrecht loopt naadloos over in de vrijheid van demonstratie, of internationaal-rechtelijk geformuleerd: het recht op manifestatie. Met de strafdreigingen die politici en bestuurders uitten werd de demonstratievrijheid van leerlingen ongenuanceerd beperkt. Het inzetten van de Leerplichtwet als juridisch wapen tegen deze demonstratievrijheid is oneigenlijk. Het overhaast eenzijdig juridiseren van de vraag of leerlingen mogen staken en demonstreren is maatschappelijk gezien onverstandig, omdat dit slechts escalerend werkt.

Leerlingen hebben demonstratievrijheid en beperkingen van die vrijheid moeten getoetst worden aan artikel 9 van de Grondwet (bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden) en artikel 11 van het EVRM (pdf bestand) dat voorop stelt dat de beperkingen bij wet voorzien moeten zijn en noodzakelijk moeten zijn in een democratische samenleving. Bij een inhoudelijke toets aan het EVRM springt de clausulering: noodzakelijk in een democratische samenleving in het oog. Naar mijn mening schuilt hierin de kern van de afweging. De leerlingenprotesten zijn – zeker gelet op de context van het parlementaire onderzoek naar de ontsporingen van de onderwijsvernieuwing – hoogst noodzakelijk in onze democratische samenleving. De getoonde repressie tegen de demonstratievrijheid van leerlingen vormt een nodeloze aantasting van onze democratie. Deze boodschap kan natuurlijk ook anders geformuleerd worden: politici en bestuurders moeten met passende bescheidenheid de hand in eigen boezem steken en leerlingen en hun protesten serieus nemen.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2007/44.

 

Bron afbeelding: Nationaal Archief

Naam auteur: Alex Brenninkmeijer
Geschreven op: 4 december 2007

Hoogleraar Institutionele aspecten van de rechtsstaat aan de Universiteit Utrecht

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.