iOverheid

De computer en de ICT hebben ons veranderd. We voelen ons verweesd als we ons mobieltje kwijt zijn. We googelen ons een ongeluk. En we vinden het heerlijk. Dat gemak! Dat heerlijke veilige gevoel dat je vanuit de bush nog je ouders kunt bellen! We zijn echter niet alleen zelf veranderd. De overheid is dat ook.

Allerlei diensten die vroeger niets met elkaar te maken hadden, houden elkaar voortdurend en automatisch op de hoogte. Het biometrisch paspoort, het Elektronisch Patiënten Dossier, het Digitale Klantdossier voor burgers die een uitkering aanvragen – ze zijn geweldig om dingen op te zoeken.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) heeft hierover een rapport uitgebracht: iOverheid. De nieuwe overheid draait op de informatiestromen die door de ICT mogelijk zijn geworden. De tijd is voorbij dat een computer een hulpmiddel was zoals een typemachine of een archiefkast. Informatie en informatietechnologie bepalen steeds meer het beleid en de aard van het werk. Zonder biometrisch paspoort en grensoverschrijdende gegevensuitwisseling geen grensbewaking. De Verwijsindex Risicojongeren en het Elektronisch Kinddossier sturen het werk van de jeugdzorg. En ik vraag me af hoe lang niet-digitale belastingheffing nog mogelijk is. Dat alles wisten we eigenlijk wel. De WRR toont echter aan dat deze ontwikkelingen dwars door de vertrouwde overheidskaders heenlopen. Dezelfde problemen worden steeds opnieuw bediscussieerd. Het biometrisch paspoort en het Elektronisch Patiënten Dossier roepen deels dezelfde vragen op als de OV-chipkaart. En bovendien ontstaan nieuwe problemen omdat de verschillende systemen met elkaar een kluwen aan informatiestromen oplevert. Gegevens die in een context van ordehandhaving worden vergaard, duiken via de Verwijsindex Risicojongeren op in een context van hulpverlening aan jeugdigen en onderwijs. Zo ontstaat ‘function creep’, zo ontstaat het vervagen van grenzen tussen overheid en samenleving en die tussen overheidsinstanties.

We lopen in Nederland achter. Misschien komt dat doordat de Nederlandse bevolking zich veel minder dan bijvoorbeeld de Duitse druk maakt over privacy. Alleen al het noemen van het P-woord leidt bij ons tot gapen en doorzappen. Ten onrechte. Minstens zo erg is dat zowel de overheid als de bevolking de ogen hebben gesloten voor andere cumulatieve effecten van de informatisering. Niemand heeft zich druk gemaakt over hetgeen Richard Clarke te vertellen heeft over de Cyberwars die sedert 2007 hebben gewoed.1 Wist u dat in Syrië, Estland en Georgië het internetverkeer deels is lamgelegd van buitenaf, om van de ‘logische bommen’ van Chinese makelij die in 2009 in het Amerikaanse elektriciteits-netwerk werden aangetroffen nog maar niet te spreken? Het design van Internet, de vrijwillige afhankelijkheid ervan en de zwakke punten in software en hardware hebben die Cyberwars mogelijk gemaakt. De WRR gaat op de technische kwetsbaarheid nu net niet zo uitgebreid in, maar de vervlechting van de kwetsbaarheden is een extra argument om overtuigd te raken van de urgentie van een overkoepelende visie op de iOverheid.2

Volgens de WRR lopen de bestaande structuur en de huidige verantwoordelijkheden van de overheid op dit moment uit de pas met de informatiewerkelijkheid. De Raad biedt een denkraam van krachten en beginselen aan dat moet helpen enig zicht op het complexe geheel te krijgen. ‘Stuwende krachten’ als effectiviteit en efficiency zorgen voor steeds verder gaande informatisering, net als de wens om met behulp van de ICT de veiligheid te bevorderen. Er zijn natuurlijk domeinen waar allang de les is geleerd dat informatisering ook extra werk tot gevolg heeft en extra kwetsbaarheden. ‘Verankerende beginselen’ als keuzevrijheid en privacy worden door sommigen wel heel absoluut gemaakt. Maar ook die woorden hebben een nieuwe betekenis gekregen. Veel jonge Facebookgebruikers zorgen er wel voor dat niet iedereen hun diepste intimiteiten kunnen waarnemen – intimiteiten die ze best met een geselecteerde groep vrienden of lotgenoten willen delen. Privacy wordt nog steeds belangrijk gevonden, maar heeft een nieuwe kleur gekregen. En dan zijn er nog de ‘procesmatige beginselen’, transparantie en accountability. Dankzij de ICT verwachten we van de overheid nu ook meer informatie dan vroeger. Die transparantie bracht Wikileaks voort. We roepen die overheid ook eerder ter verantwoording. Soms met de grofkorreligheid van de ‘reaguurders’, maar dat is de nieuwe tijd.

De iOverheid is kwetsbaar. En de burger in de iSamenleving is dat ook. Tot nu toe werden incidenten afgedaan als individuele fout of pech. Door het WRR-rapport wordt duidelijk dat er meer aan de hand is. De overheid heeft een verantwoordelijkheid met betrekking tot wat er op dit vlak in de samenleving gebeurt. Daarom wordt door de EU Commissaris voor Justitie, Viviane Reding, gewerkt aan een recht op vergetelheid: de gedachte dat mensen meer controle moeten hebben over het beeld dat van hen kan worden gemaakt op grond van oude gegevens. De bewijslast ven behoorlijke gegevensverwerking moet komen te liggen bij de mensen die de gegevens verwerken. Om te voorkomen dat een ongelukkige uitspraak op Facebook eeuwigheidswaarde krijgt.3 De overheid heeft ook verantwoordelijkheden met betrekking tot de eigen, ambtelijke dataverzamelingen. Het recht op kennisneming, verbetering en verwijdering stelt nu in de praktijk bijzonder weinig voor. De urgentie om daarin verandering te brengen is door de kluwen aan gegevensstromen veel groter dan voorheen. Gegevens raken namelijk buiten de context waarin ze oorspronkelijk waren opgeslagen. Het gevaar van gebruik van ogenschijnlijk correcte, maar verouderde of anderszins onjuiste gegevens vergt wellicht ook hogere eisen aan controle voorafgaand aan het gebruik van vernetwerkte gegevens. Terecht roept de WRR de overheid op er blijk van te geven zich te realiseren een iOverheid te zijn.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2011/670, afl. 13, p. 791.

 

1. R.A. Clarke and R.A. Knake, Cyber War, Ecco Press 2010.
2. Daarover recent De nationale cyber security strategie, Govcert.nl.
3. Zie ook mijn 'Recht op vergetelheid', opgenomen in de begeleidende bundel D. Broeders, C. Cuijpers en J.E.J. Prins (red.), De staat van informatie, WRR/Amsterdam University Press 2011.

Ybo Buruma

Naam auteur: Ybo Buruma
Geschreven op: 28 maart 2011

Raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.