In de ban van de Koran

In België werd op 6 maart 2013 een man veroordeeld omdat hij een koran kapot scheurde voor de ogen van een groepje moslims. Het is, om diverse redenen, een problematisch vonnis.

Verscheuren Koran

Ene Arne S. nam op 8 juni 2012 deel aan een betoging van het Vlaams Belang (het voormalige Vlaams Blok) tegen de komst van een extra moskee in de kuststad Oostende. Na afloop van die demonstratie verscheurde hij, in het bijzijn van een tiental moslims, een koran. Het openbaar ministerie vervolgde S. voor inbreuk op artikel 20 van de federale antiracismewet: aanzetten tot haat, discriminatie en geweld op grond van ras en etniciteit.

De advocaat van de man ging voor vrijspraak, omdat er volgens hem geen sprake was van een schending van de racismewetgeving. De Brugse correctionele rechtbank veroordeelde de beklaagde echter. Mede gezien het ongunstige strafrechtelijke verleden van de betrokkene ging het om een effectieve celstraf van vier maanden en een boete van 600 euro. De rechtbank stelde dat de feiten ernstig waren en getuigden “van een flagrant gebrek aan verdraagzaamheid en een erg bedenkelijke ingesteldheid”. Er werd hoger beroep aangetekend tegen het vonnis.

Terrorist!

Het vonnis past in een toenemende gevoeligheid in de juridische wereld in het algemeen, en in België in het bijzonder, voor wat vaak aangeduid wordt als ‘islamofobie’. Een ander opmerkelijk voorbeeld daarvan in de Belgische rechtspraak was de veroordeling van een persoon die, in dronken toestand, een zongebruinde maar autochtone snackbareigenaar had uitgescholden voor “terrorist” en hem had toegebeten dat hij moest “terugkeren naar zijn eigen land”. De rechtbank in Ieper zag hierin enkele jaren geleden een strafbaar aanzetten tot haat en discriminatie.

Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen – de instelling bevoegd voor het handhaven van de Belgische discriminatiewetgeving – reageerde destijds instemmend op de veroordeling, stellend dat de beklaagde “zich gericht [heeft] tot een man van wie hij vermoedde dat hij een allochtoon was” en dat hij “dus de bedoeling [had] deze persoon te treffen”. “Er werden al meer mensen veroordeeld voor dergelijke uitspraken, maar het blijft een sterk signaal van het gerecht”, zo luidde het.

Ook vanuit politieke hoek proberen sommigen in België de juridische gevoeligheid voor ‘islamofobie’ te vergroten. Zo dienden volksvertegenwoordigers Fauzaya Talhaoui en Bert Anciaux op 21 februari 2013 in de Senaat1 een voorstel van resolutie in, gericht op “de strijd tegen islamofobie”. Islamofobie omvat in hun optiek de ‘sterke aanwezigheid’ van een achttal elementen, waaronder: “de islam als een monolithisch, gesloten blok, statisch en niet in staat tot aanpassing aan nieuwe situaties”; “de islam als inferieur aan het Westen en (…) als barbaars, irrationeel, primitief en seksistisch” en “de islam als gewelddadig, bedreigend, steun verlenend aan terrorisme, actief en combattief betrokken in een botsing der beschavingen”.

Dergelijke ‘islamofobe’ denkbeelden, zo stellen de indieners, “zetten aan tot discriminatie en racisme en vereisen een strakke afkeuring en gerechtelijke vervolging”. De problematiek zou dan ook opgenomen moeten worden in het nationaal veiligheidsplan en de parketten zouden van de juridische vervolging ervan een prioriteit moeten maken.

Antiracismewet en Grondwet

Keren we terug naar het vonnis van de Brugse correctionele rechtbank. Daar kleven verschillende problemen aan. Om te beginnen is er het opmerkelijke feit dat de antiracismewet wordt toegepast en niet de antidiscriminatiewet.

De zaak gaat om het verscheuren van een koran in de aanwezigheid van moslims, na een demonstratie tegen een moskee. Prima facie is dus vooral het criterium ‘godsdienst’, wat opgenomen is in de antidiscriminatiewet, in het spel. Niettemin aanvaardt de rechtbank de tenlastelegging van het OM op grond van de antiracismewet. Waarom het hier primair zou gaan om etnische discriminatiegronden, zoals nationale of etnische afstamming, ras en afkomst, wordt niet verduidelijkt.

Verder slaat het vonnis geen acht op de restrictieve, grondwetsconforme interpretaties die het Grondwettelijk Hof oplegde in verband met het ‘aanzetten tot’ uit zowel de anti-discriminatie- als de antiracismewet. Het Hof stelde voor de toepassing van die bepalingen herhaaldelijk als voorwaarde dat het moet gaan om actief aansporen van derden tot haatdragende, discriminerende en gewelddadige gedragingen ten aanzien van de personen of groepen (en niet tot louter negatieve gevoelens) waar men zich op richt. Bovendien vereiste het Hof een aantoonbare, bewuste, kwade wil om aan te zetten tot het voornoemde gedrag.

Voor zover het verscheuren van een koran al íets doet (en beoogt te doen), gegeven de context van de feiten, dan is het voornamelijk ‘provoceren’ van de groep zelf. Op grond van de ingeroepen bepaling is dat echter niet strafbaar. Van het actief aanzetten van derden tot haat of geweld ten aanzien van moslims lijkt geen sprake. En louter beledigende uitingen of handelingen zijn onder de Belgische antiracisme- en antidiscriminatiewetten niet strafbaar.

Symbolic speech

Zelfs los van het voorgaande is het merkwaardig om het verscheuren van een boek als een strafbaar feit te kwalificeren. Althans, voor zover het gaat om iemands persoonlijke eigendom. Juridisch gezien mag je een boek dat tot je eigen bezit behoort, verscheuren, verbranden of zelfs opeten. Dat het hier gaat om een boek dat anderen als heilig beschouwen, verandert de zaak in strafrechtelijk opzicht in beginsel niet. Alleen in regio’s waar de scheiding tussen kerk en staat onvoldoende ernstig genomen wordt, wordt het beschadigen van heilige boeken beschouwd als een legitieme grond voor juridische vervolging. Temeer omdat het hier gaat om een vorm van symbolic speech, beschermd niet enkel onder iemands eigendomsrecht, maar eveneens door de expressievrijheid.

Wat als de koran iemand anders toebehoorde? Hoewel het vonnis op dit punt het zwijgen bewaart, vermeldden de media dat de beklaagde claimde dat het boek naar zijn hoofd werd gegooid door de aanwezige moslims. Zelfs in dat (bevreemdende) geval kan de beklaagde hooguit beschadiging van andermans goederen verweten worden, en niet zozeer aanzetten tot haat of geweld op grond van ras of etniciteit. Bovendien rijst in die hypothese de vraag of iemand die zijn eigendom naar een ander gooit, daarmee de beschadiging ervan niet zelf uitlokt.

Veranderen de context van de zaak en de persoon van de beklaagde niets aan dit alles? Het ging immers om een Vlaams Belanger, die deelnam aan een betoging van de partij tegen een moskee. Hoewel dit moreel gezien wellicht een verschil maakt, lijkt dat in juridisch opzicht niet het geval. Alle voorgaande redeneringen gelden ongeacht de politieke achtergronden van de beklaagde. De Grondwet is er ook voor Vlaams Belangers.

Het zou ook vrijwel ondenkbaar zijn dat het verscheuren van andere heilige boeken dan de Koran tot eenzelfde juridische reactie zou leiden. De vervolging lijkt in dat opzicht mede ingegeven door angst voor een reactie van de islamitische gemeenschap zelf. Als echter íets aangemerkt kan worden als ‘islamofobie’ dan is het dat wel.

Jogchum Vrielink is postdoctoraal onderzoeker aan de KU Leuven (Instituut voor Constitutioneel Recht) en coördinator van het Centrum voor Discriminatierecht (Steunpunt Gelijkekansenbeleid). Een versie van deze tekst verschijnt ook, in print, in de (Vlaamse) Juristenkrant.


Bron afbeelding: modenadude

 

1. De Belgische (federale) ‘Eerste Kamer’

Jogchum Vrielink

Naam auteur: Jogchum Vrielink
Geschreven op: 23 april 2013

Verbonden aan het Centre interdisciplinaire de recherches en droit constitutionnel et administratif (CIRC) van de Université Saint-Louis (Brussel)

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Arne S. schreef op :
de zaak komt in beroep voor op 24 juni. Volgende week maandag in Gent in het hof van beroep dus...
a.zecha schreef op :
Indien rechtsgelijkheid en gelijkberechtiging effectief in praktijk worden gebracht zal m.i. de Brugse rechter een gelijke strafmaat toepassen indien de verdachte een Belgische (allochtone moslim) burger "met een ongunstig strafrechterlijk verleden en deelnemer van een politieke moslimorganisatie" betreft, die de vlag met de Vlaamse Leeuw voor een groep flaminganten verscheurt.
Zou de Brugse rechter dan “in de ban van flaminganten”zijn?
a.zecha
Frits Jansen schreef op :
het gaat hier om de bescherming van immateriële waarden, en die hebben altijd iets irrationeels. Belediging is (in bepaalde gevallen) verboden, ook al leidt zij niet tot economische schade, maar alleen tot een aantasting van een persoon in zijn gevoelens. Welke gevoelens moeten (en mogen!) gerespecteerd worden? Naar mijn gevoel zijn daar zeker ook religieuze gevoelens bij. Dat die irrationeel, en voor ongelovigen onbegrijpelijk zijn maakt hen niet wezenlijk irrationeler dan belediging. Met scheiding van kerk en staat heeft dit niets te maken.

Een belangrijke reden om kwetsende uitingen toch toe te staan is dat het mogelijk moet zijn om kritiek uit te oefenen, om een maatschappelijk debat te voeren. het is echter maar zeer de vraag of het verscheuren van een boek een bijdrage levert aan het debat. Dat er nogal wat mensen zijn die bezwaren hebben tegen de islam weten we al lang.

Vanwege de sentimenten rond de islam is het nuttig om je de vraag te stellen of de conclusies dezelfde zouden zijn geweest als iemand de gevoelens van boeddhisten willens en wetens met voeten had getreden. Ik vind bepaalde boeddhistische regels volstrekt onzinnig, maar toch houd ik mij er aan, uit puur respect. Zo verlangen Boeddhisten dat je boeddhabeeldjes met respect behandelt. Ook al zijn ze van gips of plastic.

Zijn we het eens dat het hier om normoverschrijdend gedrag gaat, dan rest de vraag of het strafrecht hier een rol heeft. Wat je hier wilt is dat z'n man respect heeft voor gevoelens van bepaalde religieuze groeperingen. Maar respect kun je niet afdwingen (al denkt de politie soms van wel!) zodat het strafrecht hier faalt.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.