Het Weens Koopverdrag, een winkeldochter?

Er zijn van die gebieden in ons recht waar de meesten van ons - de ware specialisten natuurlijk daargelaten - niet vaak en vooral ongaarne komen; je zou ze onze juridische winkeldochters kunnen noemen. Het Weens Koopverdrag is zo’n exemplaar. En het interessante en fascinerende is dat we een collectief mechanisme in stand weten te houden op grond waarvan deze dochter, hoewel reeds zo’n 33 jaren oud, maar niet een populairder plekje in onze winkel kan krijgen.

Massaal sluiten contractenmakers het Weens Koopverdrag uit,1 misschien bijna even massaal procederen en beslissen we liever naar gewoon Nederlands recht of schikken we zo’n zaak, ook als het Weens Koopverdrag wel van toepassing is, met als gevolg dat er maar zeer weinig zaken bij onze hoogste rechters terecht komen.2 Hetgeen betekent dat er nauwelijks rechtsontwikkeling plaatsvindt en dat het onbekende almaar even onbemind dreigt te blijven.

Behept als wij mensen nu eenmaal zijn met die welhaast onbedwingbare neiging tot projectie, zou vast menigeen geneigd zijn te denken3 dat de stilte rond het Weens Koopverdrag overal net zo oorverdovend is als bij ons. Die doet dan de waarheid bepaald geweld aan. Met name wie kennisneemt van het werk van de CISG Advisory Council – een internationale expertgroep die sinds een jaar of dertien operationeel is4 – kan niet anders dan tot de conclusie komen dat het Weens Koopverdrag springlevend is en zich bij wijze van spreken iedere dag verder ontwikkelt.5 Inmiddels zijn 13 zogeheten Opinions door dit college opgesteld, op tal van belangrijke terreinen en vraagstukken, variërend van hoe om te gaan met elektronische communicatie onder het verdrag (Opinion 1 uit 2003) tot de meest recente loot aan de stam: Opinion 13 Inclusion of Standard Terms, over de toepasselijkheid en gelding van algemene voorwaarden, vastgesteld op 20 januari 2013. En er bevinden zich nog ten minste 5 nieuwe Opinions in de planning.6

Het is instructief om eens te neuzen in dit meest recente document over een gebied dat zich ook naar nationaal Nederlands recht in een brede belangstelling mag verheugen. Wat de vorm betreft valt allereerst op dat in deze Opinion, gelijk in alle eerdere Opinions, sprake is van in aanzienlijke mate van detail uitgewerkte 'regels' (in de vorm van artikelen), compleet met uitgebreide toelichtingen, veelal voorzien van veel rechtsvergelijking. Het gaat dus om voor de praktijk prima behapbaar en direct toepasbaar werk. Kijkend naar de inhoud, dan springt meteen één opvallend element in het oog: volgens deze Opinion valt de toepasselijkheidskwestie van algemene voorwaarden zonder (zichtbare) twijfel onder de bepalingen van het Weens Koopverdrag. Dat de Hoge Raad daar anders over denkt,7 wordt wel gesignaleerd in de Opinion, maar heeft kennelijk niet veel gewicht in de schaal gelegd. Voorts gelden, kort gezegd, de volgende regels. Een redelijke mogelijkheid tot kennisneming van algemene voorwaarden kan reeds worden aangenomen bij verwijzing naar een website. Toepasselijkheid zal ook het geval zijn als de voorwaarden bijgesloten zijn bij of gedrukt zijn op de achterzijde van een relevant document of wanneer zij voor de onderhandelaars fysiek of elektronisch beschikbaar waren. Verstrekking is niet nodig wanneer de voorwaarden golden op basis van eerdere overeenkomsten. Algemene voorwaarden gelden echter nadrukkelijk niet indien het contract al is gesloten. Verrassende of ongewone bedingen gelden niet, tenzij duidelijk overeengekomen.8 Onderhandelde bepalingen gaan voor niet-onderhandelde. Indien een bepaling onduidelijk is, dan geldt contra proferentem. En, als opvallende uitsmijter:9 bij de battle of forms gelden de bepalingen van beide sets voor zover zij gelijkluidend zijn, tenzij er sprake is geweest van een duidelijk bezwaar van een der partijen hiertegen.

Wat mij betreft een verfrissende serie subregels voor de internationale koop. In hoeverre de diverse nationale rechters in de landen waar het verdrag geldt, zich hierdoor zullen laten inspireren (er bestaat geen hoogste internationale rechter onder het verdrag), laat zich nog bezien. Tot nu toe lijkt de invloed van de CISG Advisory Council niet heel groot, zeker niet bij ons, maar dat komt waarschijnlijk eerder door de niet zeer grote bekendheid die het werk van deze experts geniet dan door de kwaliteit van hun werk. Het blijft natuurlijk soft law, maar dan wel van de goede soort, en de Opinions getuigen bijvoorbeeld van interessante compromissen tussen de Civil en de Common Law, zodat zij ook daarom interessant en overtuigend zullen kunnen zijn. Het Weens Koopverdrag: van winkeldochter naar interessante koopwaar!

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2013/1857, afl. 30, p. 2049.

 

1. Een beetje provocerend zou je kunnen zeggen dat dit uitsluiten, althans voor zover voor leveranciers wordt opgetreden, behoort tot de grotere categorieën beroepsfouten van juristen, omdat het Weens Koopverdrag op ten minste drie belangrijke punten gunstiger is voor leveranciers dan ons nationale kooprecht: op het gebied van het overmachtsbegrip, op het terrein van de ontbinding, alsmede ter zake van een aantal vervaltermijnen.
2. De Hoge Raad oordeelde in de afgelopen vijf jaren over maar een zo’n zaak: HR 16 december 2010, ECLI:NL:HR:BN1407, en die werd afgedaan met art. 81 RO.
3. Voor zover we (dat wil zeggen: de niet-experts) überhaupt al denken over het Weens Koopverdrag.
4. De CISG Advisory Council is een privé-initiatief van de Londense Queen Mary University en de Pace University uit New York.
5. Een blik op de voortreffelijke website van de Pace University (www.cisg.law.pace.edu) leert hoe(zeer) het Weens Koopverdrag in allerlei rechtsstelsels toepassing vindt.
6. Over Interest, Declarations under art. 95/96, Opting Out, Set-Off en Conformity of Goods and Public Law Regulations.
7. HR 28 januari 2005, NJ 2006/517 (Vergo/Grootscholten).
8. Voor wie ervan overtuigd was dat deze regel van Holleman/De Klerk onder het huidige BW niet meer gold, kan dit een bepaald verrassende revival zijn.
9. Opvallend omdat men tot nu toe ervan uitging dat onder het Weens Koopverdrag de zogeheten last shot rule geldt.


Coen Drion

Naam auteur: Coen Drion
Geschreven op: 3 september 2013

Advocaat-partner bij Jones Day.

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

jet schreef op :
Leuk

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.