Het waarom en hoe van transparante rechtspraak

‘Het natuurlijk gezag van de rechter is verdwenen, maar dat wil niet zeggen dat daarvoor niet een andere vorm van gezag teruggewonnen kan worden: gezag gebaseerd op transparantie.’ Dat zei Saskia Stuiveling, de president van de Rekenkamer in 2009. De op 17 januari 2013 gepresenteerde – en in de volgende aflevering van het NJB door Griffioen en Prins nader te bespreken – verkenning ‘Rechtspraak en transparantie’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid gaat daarop verder. Rechters moeten meer van zichzelf laten zien.

Hmmm. Ik stel me twee mopperende mannetjes voor: de een vraagt waarom en bedoelt ‘nergens voor nodig’; de ander vraagt hoe en bedoelt ‘dat kan niet’.

Waarom denken politici en commentatoren en misschien ook de beroepsbeoefenaren zelf dat de rechtspraak moet werken aan haar reputatie? Het antwoord op die vraag heeft mijns inziens te maken met een specifiek element van het imago van de rechters, namelijk dat ze ‘out of touch’ zijn. Dat element berust op een misverstand. ‘Door de mensen die ze ontmoeten en de verhalen die ze horen komen rechters veel, veel meer in aanraking met de volle omvang van de ervaringen van mensen dan welke niet-rechter dan ook.’1 Een politicus of journalist ziet zelden iets van het getob van gezinnen onder stress, kinderen die niet deugen en ondernemers die hun geld niet krijgen zoals dat dagelijks onder ogen komt van de familierechter, de politierechter of de kantonrechter. Het probleem is echter dat rechters die gevallen behandelen alsof het individuele gevallen zijn. In het wereldbeeld van politici en andere spraakmakers zijn gevallen illustraties van structurele vraagstukken. De rechter ziet het bijzondere en de politicus bespreekt het algemene van het geval.

Dat verschil in wereldbeeld is zo essentieel dat je je kunt afvragen of rechters dat imago kunnen verbeteren. De WRR meent kennelijk van wel en heeft zich niet laten afschrikken door de opmerking van Donner die over wetgeving zei dat wetten als worstjes zijn: ‘Je kunt maar beter niet zien hoe ze gemaakt zijn’. Dat zou je ook van rechtspraak kunnen zeggen. In plaats daarvan pleit de WRR ter verbetering van het imago voor ‘onderzoekbaarheid’, ‘communicatie’ en ‘bekritiseerbaarheid’. Ik wist niet onmiddellijk wat ik daarvan moest vinden totdat ik bedacht dat het zojuist genoemde verschil in wereldbeeld een indicatie geeft van wat dat dan moet betekenen.

Het eenvoudigst is het pleidooi voor onderzoekbaarheid. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan het – bij sommige strafpleiters bestaande – imago dat rechters tegenwoordig te zeer ‘prosecution-minded’ zijn. Daartoe wordt aangevoerd dat de vorderingen van officieren van justitie tot voorlopige hechtenis bijna altijd worden toegewezen, ook al wordt tegenwoordig al heel snel om drie maanden gevraagd. Het valt niet mee de juistheid van dit argument te onderzoeken omdat beslissingen omtrent de voorlopige hechtenis nauwelijks worden gemotiveerd en zelden of nooit door een hogere rechter getoetst.2 Door die beslissingen beter onderzoekbaar te maken, zou duidelijker worden of het hier bedoelde imago grond heeft.

Wat we ons bij meer communicatie moeten voorstellen, is lastiger. Volgens de WRR kan in belangrijke zaken best iets meer (dan in het vonnis of arrest) gezegd worden over de achterliggende diepere waarden en/of over de dilemma’s waarvoor de rechters hebben gestaan. Ik stel me dat als volgt voor. Als gezegd realiseren politici en media zich niet dat de rechter algemene beginselen of achterliggende belangen doorgaans buiten beschouwing laat omdat hij uitgaat van de feiten en omstandigheden van het geval en oordeelt op grond van de wet. Toch zou de rechter bij spraakmakende aangelegenheden buiten het vonnis best inzicht kunnen geven in de samenhang van die zaken met structurele vraagstukken. Als de rechter bijvoorbeeld vertelt dat hij meent te begrijpen hoe het mogelijk was dat een meervoudige zedendelinquent zo lang zijn gang kon gaan, geeft hij informatie die in een algemener debat belangrijk wordt gevonden en toont hij wel degelijk oog te hebben voor achterliggende belangen.

En wat moeten we ons voorstellen bij bekritiseerbaarheid? Terecht benadrukt de WRR dat het rechterlijk oordeel definitief moet zijn. Ten aanzien van de feitenvaststelling in strafzaken levert dat soms een probleem op, omdat de rechter niet meer geacht wordt onfeilbaar te zijn. Op dat vlak valt het pleidooi toch iets van bekritiseerbaarheid te ontwikkelen te begrijpen. Dat is overigens voor het strafrecht gebeurd met de pas in werking getreden herzieningswet waardoor in uitzonderingsgevallen een afgesloten zaak toch kritisch wordt onderzocht door de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad. Ten aanzien van de rechtsvorming aarzel ik vanwege de finaliteit van het oordeel of bekritiseerbaarheid in dat verband een gelukkige term is. De WRR vindt het van belang de beweegredenen van het oordeel inzichtelijker te maken. Vermoedelijk is de gedachte dat daardoor degenen die de uitkomst van het rechterlijk oordeel niet wenselijk vinden toch hun vertrouwen in de rechter behouden. Vaak zijn de achterliggende beginselen en belangen evenwel nogal wiedes. Iedereen snapt dat het arrest ‘Stop het gezwel dat islam heet’ gaat over de spanning tussen vrijheid van meningsuiting en bescherming van geloofsgroepen tegen belediging. Het idee dat de rechter dat dan toch moet uitleggen, kan ik slechts begrijpen als dat betekent dat aan hem het vermogen wordt toegeschreven de juiste toon te vinden om ook degene die het eigenlijk met de uitkomst van dat arrest niet eens is te laten beseffen dat hij deel uitmaakt van een rechtsgemeenschap. De rechter heeft kennelijk het imago dat hij boze mensen geduldig van hun ongelijk kan overtuigen. Dat is een imago dat rechters moeten proberen te behouden.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2013/137, afl. 3, p. 149.

Bron afbeelding: infomatique

 

1. Penny Darbyshire, Sitting in Judgment; the Working Lives of Judges (Oxford: Hart 2011), p. 448.
2. Zie echter Lonneke Stevens, Voorlopige hechtenis en vrijheidsstraf, NJB 2010/1208, afl. 24, p. 1520-1525

Ybo Buruma

Naam auteur: Ybo Buruma
Geschreven op: 17 januari 2013

Raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

a.zecha schreef op :
Een enkele bemerking vooraf wil ik uitgesproken hebben.
Een op termijn toegebrachte schade aan het kwaliteitsniveau van rechters is m.i. de vervanging van goed opgeleide rechters door minder goed of korter opgeleide rechters om bezuinigings-, reorganisatie- of partijpolitieke motieven.
Het beroep van rechter zal mogelijk minder aantrekkelijk worden voor studenten en afgestudeerden die de lat hoog (kunnen) stellen.

In het artikel passeren items de revue, die uitgangspunten voor oplossingen voor het imagoprobleem van onze rechtsspraak zouden kunnen bieden.
Het item "imago" keert vaak terug; de verbeelding, het beeld van rechtspraak en van rechters. De items worden als abstracties gepresenteerd. Vermits een abstractie velerlei onopgemerkte ongein (zoals b.v. generalisaties) kan bevatten maken politici en media er vaak gebruik van.

Indien tussen de oren van burgers de imago's ontstaan - die politici en media in hun voordeel kunnen aanwenden - is het m.i. onnozel om van politici of media een oplossing voor des rechters imagoproblemen te verwachten
Ruime toegang tot juiste, volledige en verstaanbare informatie kan m.i. een effectieve weg zijn om schadetoebrenging aan het imago van de rechtspraak en rechters tegen te gaan. En de terechte boosheid van burgers over de straffeloosheid van de veroorzakers van de crisis die vooral burgers hard treffen.
Rechters krijgen m.i. kansen om als gezagsdragers van hoop op rechtvaardigheid en “eerlijkheid” het vertrouwen van burgers te winnen

Tot slot een (herhaald) voorstel om de algemene toegankelijkheid van het domein van de rechtspraak voor burgers te verruimen. Opdat niet-ingewijden, die zich willen en kunnen vertrouwd maken met het taalgebruik, de wereld van wet- en regelgeving, de wereld van rechtsspraak, etc., etc.. Of belang stellen in één of meerdere aspecten van de juridische wereld. Hierdoor ontstaan m.i. meer mogelijkheden voor niet-ingewijden om zich tot op een gewenste hoogte vertrouwd te raken met de onbekende wereld van wet- en regelgeving. van het OM, van advocaten, van rechters, etc.
In de loop van een aantal decennia hebben niet-zieke en zieke burgers zich vertrouwd gemaakt met wat er in de wereld van medici omgaat. Aanvankelijk vonden artsen het knap lastig om met “partiëel ïngewijden” om te gaan; maar in de loop van de tijd waarderen meer partijen de voordelen van deze "medisch emancipatie".
a.zecha

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.