Het slachtoffer niet beknotten in zijn spreekrecht: een goed plan!

Nico Kwakman meent dat het plan van Staatssecretaris Teeven om het spreekrecht voor het slachtoffer of nabestaande inhoudelijk uit te breiden de suggestie wekt dat het slachtoffer echt iets in de melk te brokkelen zal hebben voor wat betreft de strafmaat (N. Kwakman, Het slachtoffer opleggen bij de strafoplegging: (g)een goed plan, gastpost d.d. 27 februari 2013). Dit lijkt mij toch wel mee te vallen. En de vraag is bovendien of dat zo erg is.

Slachtofferbeleid

In de brief aan de Tweede Kamer waarin de staatssecretaris van VenJ op hoofdlijnen zijn visie op het slachtofferbeleid schetst (Kamerstukken II 2012/20, 33 552, nr. 2) wordt juist expliciet niet gekozen voor de rol van volwaardige procespartij voor het slachtoffer. Het slachtoffer blijft procesdeelnemer met rechten (p. 3-4). In de plannen wordt het spreekrecht zodanig uitgebreid, dat slachtoffers en nabestaanden zonder inhoudelijke beperkingen het woord kunnen doen in de rechtszaal, dus bijvoorbeeld ook over de door hen gewenste straf (p. 5). Dit wijst erop dat het spreekrecht zich ontwikkelt van een Victim Impact Statement tot een Victim Statement of Opinion (ook al spreekrechtplus genoemd). Nergens vind ik hier echter een aanknopingspunt dat de rechter ook gehouden is de mening van het slachtoffer of nabestaande mee te wegen. Nergens vind ik hier aanleiding om te denken dat het strafproces niet een zaak van publieke verantwoordelijkheid blijft, zoals Kwakman lijkt te vrezen.

Visie Kwakman

Het schrikbeeld dat Kwakman vervolgens schetst waarbij emoties leiden tot mateloosheid en waarbij hij doet voorkomen of we op het pad terug zijn naar de tijd van heksenjacht, schandpaalmentaliteit, eigenrichting en volksgerichten is zowel stuitend als lachwekkend. Het lijkt me evident dat als een slachtoffer of een nabestaande in tien minuten op de zitting vertelt wat hij op zijn hart heeft, dit geen afbreuk doet aan een gewetensvol strafproces. In andere landen binnen en buiten Europa is reeds jaren ervaring opgedaan met zulke slachtofferrechten en er is daar niets gebleken van excessen of van verharding van de straffen onder invloed van verklaringen van slachtoffers (vgl. J. van Dijk, 'De komende emancipatie van het slachtoffer, Naar een verbeterde rechtspositie voor gedupeerden van misdrijven', in: Tijdschrift voor Herstelrecht 2009 (9), p. 26-28).

Kwakman miskent dat een misdrijf niet alleen een inbreuk op de rechtsorde is, maar ook een ernstige schending is van rechten van het slachtoffer. En dat het slachtoffer recht heeft om zijn stem te mogen laten horen tijdens de strafzaak. Dit wordt het best bereikt als het slachtoffer zijn spreekrecht mag gebruiken waarvoor hij dat wil. Dit kan betekenen dat hij in sommige gevallen uiting geeft aan zijn verontwaardiging en woede. Het ligt dan voor de hand dat hij ook iets mag zeggen over de strafmaat. Als hij dat goed geïnformeerd en voorbereid doet, zal dat niet vlug tot teleurstelling leiden. In sommige gevallen zal dit er wellicht toe leiden dat de verdediging het slachtoffer als getuige wil horen. Dit risico moet zelf door het slachtoffer worden afgewogen. Slachtoffer die een dergelijke confrontatie willen vermijden kunnen van het spreekrecht op de oude voet gebruik maken.

Rekening houden met slachtoffer?

En als de rechter rekening houdt met de mening van het slachtoffer, is dat dan zo erg? Het lijkt mij dat de rechter zich niet zal laten beïnvloeden door een mening van een slachtoffer die alleen of voornamelijk uit emoties bestaat. Maar, als het slachtoffer belangrijke informatie of goede argumenten naar voren brengt, waarom zou de rechter hierop dan geen acht mogen slaan?
Ik zal het nog sterker vertellen. Het slachtoffer heeft al de mogelijkheid om zijn mening over de inhoud van de strafzaak naar voren te brengen. Ook over de strafmaat. Waar het spreekrecht door de wet is beperkt (art. 51e, eerste lid, Sv) en de inhoud van de verklaring ook maar een zeer beperkte betekenis kan hebben bij de straftoemeting (HR 6 maart 2012, LJN BR1149), geldt dit niet voor een schriftelijke slachtofferverklaring. Op grond van artikel 51b lid 2 Sv heeft het slachtoffer immers het recht om stukken aan het strafdossier toe te voegen die hij relevant acht voor de beoordeling van de zaak tegen de verdachte. Een schriftelijke slachtofferverklaring is een zo’n stuk. Deze verklaring kan tot het bewijs worden gebezigd van het tenlastegelegde op de voet van art. 344, eerste lid onder 5° Sv (HR 11 oktober 2011, LJN BR2359). En voorts staat het de rechter ook vrij op de inhoud van een schriftelijke slachtofferverklaring acht te slaan voor zover in die verklaring opmerkingen over de op te leggen straf voorkomen (HR 6 november 2012, LJN BX8471). Gelet hierop lijkt het juist gewenst dat het spreekrecht formeel in lijn wordt gebracht met de mogelijkheden die nu al bij de schriftelijke slachtofferverklaring bestaan.

Spreekrecht

Daarbij komt dat ook nu al bij het spreekrecht door sommige rechters wordt toegestaan dat de spreekgerechtigde zich over meer uitlaat dan alleen de gevolgen. Dat dit tot problemen leidt, blijkt niet uit het evaluatieonderzoek van het spreekrecht (K. Lens, A. Pemberton & M. Groenhuijsen, Het spreekrecht in Nederland: een bijdrage aan het emotioneel herstel van slachtoffers? Intervict/WODC: Tilburg 2010, p. 80-81). De huidige situatie maakt de mogelijke invulling van het spreekrecht echter afhankelijk van de ruimte die een rechter hiervoor wil geven. Deze onduidelijkheid is niet wenselijk. Het is daarom inderdaad beter dat de wetgever het spreekrecht dezelfde ruimte geeft als de schriftelijke slachtofferverklaring.
Alex Sas

Mr. A.H. Sas is beleidsmedewerker juridische zaken bij Slachtofferhulp Nederland

 

Bron afbeelding: evanforester

Alex Sas

Naam auteur: Alex Sas
Geschreven op: 8 maart 2013

Alex Sas is werkzaam als beleidsadviseur bij Slachtofferhulp Nederland.

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

a.zecha schreef op :
Het is m.i in de politieke gremia inderdaad niet “strategisch” om bij de aanvang reeds uit de doeken te doen welke voordelen worden nagestreefd. Derhalve is in de gremia van de politiek en de media (evenals in het bedrijfsleven en financiële wereld) een geplogenheid geworden om “halve waarheden” aan te wenden. Reeds hierom zijn m.i. publicaties als deze nuttig voor een democratische emancipatie van burgers.
M.i. is de huidige crisis ook een vertrouwenscrisis in de kwaliteit van onze “democratie”.

De door publieke overheden gebruikte strategie van“politieke halve waarheden” is m.i. een in het oog springende factor bij de actuele vertrouwenscrisis in politici.
De bejegening van klokkenluiders hebben m.i. een maatschappelijke signaalfunctie.
Een ander signaal voor de betrouwbaarheid van de overheid is de uitvoering van de WOB.
Ondanks dat deze een meer uitgekleed democratisch recht op “openbaarheid van bestuur” biedt dan de FOIA uit de US, kost het niettemin onze politici vaak nog veel moeite om zich zonder - uit publieke middelen bekostigd - verzet zich te voegen aan de WOB en aldus de “verborgen helft” van de waarheid te openbaren.
“Aanscherpingen van wetten” komen m.i. te vaak neer op afkalven van rechten en andere zekerheden van gewone burgers.
De nationale wetgeving, bestuurlijke maatregelen en optredens om individuele burgers “in het gareel” te houden verschillen m.i. zeer aanmerkelijk van die van burgers met een “hoge” functie in politieke, financiële en (multinationale) bedrijven op de liberale markt. En deze verschillen nemen m.i. eerder toe dan af.

Al het opgemelde en meer rechtvaardigen m.i. elk streven om achter de “hele” waarheid te komen. Zoals eerder gesteld kunnen m.i. het onderhavige en andere artikelen (en reacties) de politieke emancipatie van burgers en mede daardoor de huidige kwaliteit van onze democratie verbeteren.

Begin cit.: “In de brief aan de Tweede Kamer waarin de staatssecretaris van VenJ op hoofdlijnen zijn visie op het slachtofferbeleid schetst (Kamerstukken II 2012/20, 33 552, nr. 2) wordt juist expliciet niet gekozen voor de rol van volwaardige procespartij voor het slachtoffer.” einde cit.
“In hoofdlijnen” , “zijn visie” en “volwaardig” zijn woorden die zeer flexibel, multi-interpretabel en oprekbaar zijn, althans afhankelijk van “omstandigheden” zijn en aldus argeloze burgers gemakkelijk op het verkeerde been kunnen zetten.
a.zecha

Zie ook het artikel http://njblog.nl/2013/02/27/het-slachtoffer-betrekken-bij-de-strafoplegging-geen-goed-plan/ en de reacties.
a.zecha
Nico Kwakman schreef op :
Ik ken de argumenten van Alex Sas om het spreekrecht van het slachtoffer te verruimen tot een zgn. ‘victim statement of opinion’. De meeste van die argumenten kan ik ook wel onderschrijven, sommige wat minder (zie mijn bijdrage in deze aan het project Strafvordering 2001). Maar ronduit schokkend vind ik de wijze waarop hij suggereert dat ik het bieden van (meer) ruimte voor de emoties van het slachtoffer in het strafproces zou afwijzen met een verwijzing naar het schrikbeeld van een dreigende terugkeer naar de tijden van heksenjacht, schandpaalmentaliteit, eigenrichting en volksgerichten.
Nu kan ik wel proberen nogmaals uit te leggen waarom ik het geen goed idee vind het slachtoffer te betrekken bij het vaststellen van de strafmaat. En vooral: waarom we onszelf (met een verwijzing naar het verleden) gelukkig mogen prijzen met een onafhankelijke en onbevooroordeelde strafrechter die – wat de strafoplegging betreft – met verstand van zaken, vanuit een zekere functionele distantie en op magistratelijke wijze een rationele afweging maakt aan de hand van alle relevante factoren. Maar ik vermoed dat iemand die daar (vanuit zijn terechte betrokkenheid met het lot van slachtoffers van delicten) zo door wordt getriggerd dat hij er per se iets anders in wil lezen, daar geen boodschap aan zal hebben.
Nu wil ik in dit verband de kwalificaties ‘stuitend’ en ‘lachwekkend’ ook niet meteen in de sleutel zetten van wat ik onder ‘schandpaalmentaliteit’ versta, maar de verleiding is wel groot. Om te voorkomen dat het die richting opgaat, lijkt het me verstandig de hand in eigen boezem te steken. Als ik ook maar de geringste suggestie heb gewekt dat ik het slachtoffer in het strafproces niet alle ruimte wil bieden om zijn zegje te doen – ongeacht of de strafrechter er iets mee kan – en vooral: als ik ook maar de geringste suggestie heb gewekt dat de verruiming van het spreekrecht mijns inziens zou leiden tot de terugkeer naar de tijden van heksenjacht, schandpaalmentaliteit, eigenrichting en volksgerichten, dan heb ik kennelijk iets helemaal verkeerd verwoord.
Overigens: het is geen goed idee het slachtoffer te betrekken bij de strafoplegging.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.