Het slachtoffer betrekken bij de strafoplegging: (g)een goed plan?

Staatssecretaris Teeven had het goed getimed. Precies op de Europese Dag van het Slachtoffer (vrijdag 22 februari 2013) bood hij de Tweede Kamer een brief aan met een groot aantal plannen en ideeën om de positie van slachtoffers van delicten in het strafproces nog verder te versterken. Een lovenswaardig initiatief.

Spreekrecht slachtoffer

Eén van de voorstellen uit de brief heeft echter heel wat stof doen opwaaien: het voornemen van de staatssecretaris om het spreekrecht van het slachtoffer op te rekken. Het slachtoffer zal zich, als het aan Teeven ligt, in de toekomst niet alleen mogen uitlaten over de gevolgen die het delict voor hem of haar hebben gehad, maar ook over de schuld van de verdachte en de straf die moet worden opgelegd.

Dat laatste, het recht van het slachtoffer om zich uit te laten over de straf, wordt door de staatssecretaris expliciet genoemd in zijn plannen. Uit zijn mondelinge toelichting in de pers blijkt dat de rechter in zijn ogen in bepaalde gevallen ook daadwerkelijk rekening zal en moet houden met de wensen van het slachtoffer.
Dat gaat heel wat verder dan het spreekrecht (en het doel daarvan) zoals we dat op dit moment kennen.

Denkbaar zou zijn geweest dat Teeven de rechter de ruimte heeft willen bieden het slachtoffer niet meteen de mond te snoeren als hij de grenzen van zijn spreekrecht overschrijdt. Het is immers goed voorstelbaar dat het slachtoffer of nabestaande in het vuur van diens betoog over de gevolgen die het delict voor hem heeft gehad, uitroept: “Wij hebben levenslang. Ik hoop dat u ook levenslang krijgt”. Iedereen zal beseffen dat het slachtoffer daarmee de ernst van de gevolgen die het delict voor hem heeft gehad, onderstreept. Het slachtoffer zal ook zelf in redelijkheid niet verwachten of geloven dat de rechter die wens zal overnemen en de dader daadwerkelijk levenslang zal opsluiten.
Een dergelijke ‘uitbreiding’ van het spreekrecht (het slachtoffer niet meteen de mond snoeren als hij zijn boekje te buiten gaat) zal iedereen billijken. De rechter zou het slachtoffer in dat verband bijvoorbeeld kunnen voorhouden: “Ik kan u niet verbieden iets te zeggen over de op te leggen straf, maar weet wel dat de rechter zijn eigen belangenafweging maakt.”

Maar Teeven wil kennelijk nog een stapje verder gaan. Hij heeft het recht van het slachtoffer om zich uit te spreken over de strafmaat expliciet opgenomen in zijn plannen en sluit daarbij – als gezegd – niet uit dat de rechter daar in bepaalde gevallen rekening mee zal (en behoort te) houden. Die benadering geeft deze uitbreiding van het spreekrecht een heel andere lading. Daarmee wordt de suggestie gewekt dat het slachtoffer echt iets in de melk te brokkelen zal hebben wat betreft de strafmaat.

Strafrechtelijke sanctie vaststellen

Tegen die benadering moet met klem stelling worden genomen.
Het is niet voor niets dat we het vaststellen van een passende straf aan hoog gekwalificeerde en ervaren professionals overlaten. Slachtoffers van delicten, en ook al diegenen die met hen zijn begaan, worden in de eerste plaats geconfronteerd met de (soms zeer ingrijpende) gevolgen van een delict. De neiging bestaat dan om de veroorzakers van de gevolgen te willen afrekenen op wat ze hebben teweeg gebracht. Maar voor een strafrechtelijke sanctie is meer nodig dan alleen het veroorzaken van een gevolg. Wij kennen in ons strafrecht geen ‘Erfolgshaftung’. Wij worden niet bestraft vanwege het enkele veroorzaken van gevolgen. Ons strafrecht is ‘schuldstrafrecht’. Om iemand te mogen bestraffen, moet er daarnaast sprake zijn van een bepaalde mate van verwijtbaarheid, soms van opzet of schuld, van een strafrechtelijk relevant causaal verband, en ga zo maar door. En om dat allemaal te kunnen vaststellen, hebben we magistratelijke (onafhankelijke, onbevooroordeelde) professionals nodig.

Dat het soms zelfs voor professionals lastig is, niet alleen om vast te stellen dat het ten laste gelegde feit bewezen kan worden verklaard, maar vervolgens ook om vast te stellen dat aan alle voorwaarden voor strafbaarheid is voldaan, is inmiddels wel genoegzaam bekend. Desondanks is het van groot belang niet de illusie te wekken dat het strafproces aan het slachtoffer kan worden ‘teruggegeven’. Het straf(proces)recht is een zaak van publieke verantwoordelijkheid en moet dat ook blijven. Het strafproces heeft niet alleen de functie om in het uiterste geval door middel van een krachtig signaal (de straf die wordt opgelegd) de dader en de samenleving te tonen dat bepaald gedrag niet wordt getolereerd. Het heeft ook en vooral de functie om wraak- of vergeldingsgevoelens te kanaliseren en rechtsbescherming te bieden aan degene die van een bepaald delict wordt verdacht. Daarbij wordt de behoefte om te bestraffen onderworpen aan een gewetensvol strafproces, aan tal van waarborgen om willekeur te voorkomen, aan verdedigingsrechten, aan rationele afwegingen, enzovoort, enzovoort.

Niet laten leiden door emoties

Niet dat emoties geen rol mogen spelen in het strafproces, maar voorkomen moet worden dat emoties leiden tot mateloosheid. Zo komt het bijvoorbeeld maar al te vaak voor dat ‘de samenleving’ zich, door emoties gedreven, al een vernietigend oordeel heeft gevormd over de schuld van deze of gene die bepaalde ernstige gevolgen zou hebben veroorzaakt, nog zonder dat precies duidelijk is geworden wat er is gebeurd, en nog zonder dat degenen die er verstand van hebben, zich daarover hebben uitgesproken. Gelukkig ligt, wat het straf(proces)recht betreft, de tijd van de heksenjacht en van dergelijke vormen van schandpaalmentaliteit, van eigenrichting en zelfs volksgerichten, ver achter ons. Dat hebben we te danken aan de inrichting van het straf(proces)recht zoals wij dat kennen, en aan de professionals die daarin, vanuit een zekere ‘functionele distantie’, een centrale rol spelen. Dat moet vooral zo blijven.

Publieke verantwoordelijkheid

Natuurlijk moet ook de zorg voor slachtoffers van delicten als een publieke verantwoordelijkheid worden beschouwd. Dat wordt intussen algemeen erkend en heeft ook geleid tot tal van rechten en bevoegdheden voor het slachtoffer in het strafproces. Zo is ook het spreekrecht een belangrijke verworvenheid. Dat draagt niet alleen bij tot de leedverwerking van het slachtoffer, maar het kan ook een rol spelen bij het oordeel van de rechter over de ernst van het feit (immers, de wetgever en de rechter houden, wat betreft de strafmaat, binnen bepaalde grenzen ook rekening met de gevolgen die het delict heeft veroorzaakt). Daarnaast kan de slachtofferverklaring bij de dader (en potentiële daders) leiden tot het besef dat hij het slachtoffer iets heel ergs heeft aangedaan. Dat kan er toe kan bijdragen dat hij het de volgende keer wel laat.

Maar het spreekrecht zozeer oprekken dat bij het slachtoffer de suggestie wordt gewekt dat hij inspraak heeft in de strafoplegging, dat is echt een brug te ver.
Dat leidt niet alleen tot grote teleurstelling bij slachtoffers als blijkt dat de rechter – op basis van al die factoren waarmee hij rekening moet houden – een veel lichtere straf oplegt dan het slachtoffer had voorgesteld. Dat leidt ook tot een aantasting van het gezag en het aanzien van de rechtspraak omdat de rechter in de praktijk kennelijk ‘weer eens geen rekening wenst te houden met de wensen en belangen van het slachtoffer’.
De door sommigen voorgestelde opsplitsing van het strafproces in twee fasen (een fase waarbij de schuldvraag voorop staat, en een fase waarin de strafmaat voorop staat, waarbij het slachtoffer een grotere rol wordt toebedacht in deze laatste fase) zal daar weinig aan veranderen.

Als tegenargument wordt ook wel aangevoerd dat het met die teleurstelling wel meevalt, omdat niet elk slachtoffer de dader de ergste straffen toewenst. Het ene slachtoffer is nu eenmaal wat vergevingsgezinder dan het andere. Dat mag dan zo zijn, maar dat onderstreept nog maar weer eens het gevaar van willekeur, vooral als ervan mag worden uitgegaan dat de rechter tot op zekere hoogte rekening houdt met de wensen van het slachtoffer.

Voorlichting

Een andere oplossing die Teeven aanreikt om teleurstellingen te voorkomen, is: goede voorlichting. Het slachtoffer zal in dat verband duidelijk moeten worden gemaakt dat de rechter een eigen belangenafweging maakt, die heel anders kan uitvallen dan het slachtoffer had gehoopt. Maar of dat toereikend zal zijn en of daarmee ook alle andere nadelen van het voorstel worden opgevangen? De vraag stellen is hem beantwoorden.
Misschien moet het verder versterken van het spreekrecht van het slachtoffer wel gezocht worden buiten het strafproces om. In het ‘herstelrecht’ en/of in ‘mediation’. Maar dat is een ander onderwerp.

Mr. dr. Nico Kwakman is universitair docent straf(proces)recht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Deze opinie is ook te lezen op www.socialevraagstukken.nl. Zie ook de opinie van Kwakman over dit onderwerp die recentelijk werd gepubliceerd op www.rug.nl.

 

Bron afbeelding: yoshiffles

Naam auteur: Nico Kwakman
Geschreven op: 27 februari 2013

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

a.zecha schreef op :
De hoge straftoemetingen in diverse Staten van de US lijken voor sommige partijpolitici navolgingswaardig. Althans er werden vanuit de politiek en media pogingen ondernomen om strafrechters wettelijk te dwingen hoge straffen op te leggen door een wet "minimumstraffen" aangenomen te krijgen voor zaken die m.i. door media en politiek een hype-status bereiken.
Daarmee zou m.i. een begin gemaakt zijn om de straftoemeting uit handen te trekken van onafhankelijke strafrechters en afhankelijk te maken van media- en politieke wanen van de dag.

Vervolgens wordt nu het voornemen bekend om slachtoffers - die invoelbaar en voorzienbaar verdrietig, boos zijn en meer geneigd zijn de strafmaat te verhogen - bij de straftoemeting in te zetten; althans wettelijk het recht te geven om aan de straftoemeting deel te nemen.
Een niet gering bijkomend politieke voordeel daarbij is m.i. stemmenwinst, i.e.meer politieke macht om zaken - al dan niet totaal - naar je hand te zetten zoals de na-oorlogse Nederlandse historie.laat zien
Opgemelde politieke manoevre roept overigens associaties op aan de vele miljoenen EURO's verslindende (weggehaald uit het "zorg-budget") politieke pogingen om zeer gevoelige persoonlijke gegevens van elke burger die een arts bezoekt op een onvoldoende veilige wijze in een nationale databank te verzamelen, op te slaan en te beheren en die m.i. (om meerdere redenen) terecht mislukten. Vervolgens werd dit "informatie-verzamel-project" door onze politici over de hoofden van regionale patiënten heen en met medewerking van artsen en verzekeraars onder een andere naam (regionale Landelijke SteunPunten) alsnog doorgedrukt en die in het gunstigste geval wordt de gevoelige informatie van patiënten op een even "veilige" wijze verzameld, opgeslagen en beheerd.
a.zecha
Frits Jansen schreef op :
Schrijver vat keurig de gangbare opvattingen onder strafrechtsgeleerden samen, maar miskent de populistische politieke dimensie. Die er - kort gezegd - op neer komt dat we in een verdomd onveilig land leven en alleen verbetering mogelijk is als die halfzachte D66-rechters nu eens ophouden begrip te tonen voor slachtoffers, en de daders keihard aanpakken. met zulke opvattingen probeert de VVD kiezers te weerhouden op de PVV te stemmen.

Het is niet makkelijk om populisme met feiten te bestrijden, maar het zou "de man in de straat" toch moeten kunnen worden uitgelegd dat zware straffen ons land *onveiliger* maken. Van criminologen leerde ik dat de recidive schrikbarend is, o.a. omdat de gevangenis van gelegenheidsdieven beroepscriminelen maakt, door hun leven te ontwrichten en door hen in contact te brengen met ervarener "collega's".

Intussen moet je wel vaststellen dat de bepaling van de strafmaat een zwakke plek is in het strafrecht. De Juridische Methode streeft naar rationele oordelen, maar het blijft nattevingerwerk om vast te stellen hoe lang een veroordeelde moet brommen. Met OM-richtlijnen kan weliswaar enige uniformiteit worden bereikt, maar een werkelijke ratio geeft ook dat niet.
Taxpres schreef op :
lijkt me niet

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.