Het Rollatorakkoord

Eerst de benaming: ‘lenteakkoord’ suggereert dat bij elk seizoen een akkoord hoort. Another season, another reason to make whoopee (Ray Charles). Lenteakkoord klinkt dan best zonnig en onschuldig, maar na de verkiezing van een nieuw parlement in september moet ernstig rekening gehouden worden met een herfstakkoord.

Dat klinkt al bewolkter en ook overigens omineus. Het wachten is dus op een vierjaargetijdenakkoord (Vivaldi-akkoord). ‘Lenteakkoord’ klinkt hoe dan ook niet als de budgettaire redding van het vaderland, maar meer als een bloemetjesjurk tot over de knie. Het lijkt dienstig, gezien de hedendaagse omloopsnelheid van regeerakkoorden, om het jaartal bij het desbetreffende seizoensakkoord te vermelden. Bij de andere twee benamingen van het 3%-tekort-akkoord had men tenminste nog het gevoel dat het over (wereld)politiek ging. Dat de akkoordgangers ‘Kunduz-akkoord’ niks vonden, valt te begrijpen. ‘Kunduz’ roept geen associaties op met koersvaste en transparante politieke besluitvaardigheid op basis van realistische scenarios en kennis van zaken, doelmatige besteding van gemeenschapsgeld of economisch zinnige overheidsinvesteringen. Ook niet met vreedzame politietaken trouwens. Maar het bezwaar tegen ‘Wandelgangenakkoord’ ontgaat mij. Dat klinkt huiselijk en vriendelijk en het beschrijft de feitelijke gang van zaken. Misschien is die aanduiding ongeschikt bevonden wegens gemis aan onderscheidingsvermogen.
Weliswaar onderscheidt een ‘wandelgangenakkoord’ zich van een ‘Catshuisterrasakkoord’, maar iets dat er niet is, onderscheidt zich van iets dat er wél is niet anders dan le néant zich van l’être onderscheidt. Misschien doet een ‘Wandelgangenakkoord’ te veel denken aan een ‘Achterkamerachterdinsdagnamiddagakkoord’. De meest accurate benaming zou trouwens iets geweest zijn in de categorie van: ‘Verlos ons van de boze Olli Rehn-akkoord’ of ‘Alles, maar niet de risée van Club Debt-akkoord’.

Dan de inhoud: ik lees enkele welgeplukte bloemen: de rollator gaat uit het basispakket, de frisdrankenbelasting wordt toch niet afgeschaft, de caviapolitie wordt omgeschoold, de doorwerkbonus verdwijnt, en ziekenhuispatiënten gaan € 7,50 liggeld per dag betalen omdat ze de kosten van thuis eten besparen. Oh ja, en de BTW gaat met 2%-punten omhoog, de loon- en inkomstenbelasting met 1 à 2% per jaar (afschaffing inflatiecorrectie), alle accijnzen gaan omhoog, de hypotheekrenteaftrek wordt beperkt, de AOW-leeftijd gaat versneld omhoog, de ambtenaren- en onderwijssalarissen gaan (minstens) twee jaar niet omhoog en de gemeenten moeten bankieren bij Financiën in plaats van bij ING, ABN en VNG. Geen echte hervormingen, behalve van het ontslagrecht.

De ziekenhuizen zullen zich gecoiffeerd voelen met de administratie en de incasso van € 7,50 per patiënt per dag. Misschien kan de OV-chipkaart er voor gebruikt worden. Inchecken als de kar met karnemelk langs uw bed komt. Niet vergeten uit te checken.

Mijn favoriete maatregel is de afschaffing van de belastingvrije vergoeding van de kosten van woon-werkverkeer van werknemers, een en ander om hen aan te moedigen dichter bij hun werk te gaan wonen. Zowel de timing als de onderbouwing zijn geestig. Net nu de woningmarkt volstrekt muurvast zit, verdere economische krimp voorspeld wordt, de hypotheekrenteaftrek verder beperkt wordt, verdere huizenprijsdalingen voorspeld zijn en steeds meer mensen (dus) met een steeds grotere restschuld zitten waardoor ze helemaal niet kunnen verhuizen zonder failliet te gaan, worden zij ‘aangemoedigd’ om te verhuizen door hun nettoloon (verder) te verkleinen. Zoals de Utrechtse hoogleraar Piet Vroon placht te vragen: “Is het beleid of is er over nagedacht?” Bovendien is de afschaffing van de aftrekbaarheid van verwervingskosten van werknemers destijds verdedigd met het argument dat als kosten zakelijk zijn, de werkgever ze wel vergoedt, en dat zulks uiteraard onbelast kan. Dat hebben de werkgevers gedaan, geheel conform de wens van de wetgever. Nu gaat diezelfde wetgever haaks op zijn eigen argumentatie de vergoeding van noodzakelijke woon-werkverkeerkosten wél belasten. Daarmee wordt terechte en destijds toegezegde onbelaste vergoeding van praktisch onvermijdelijke kosten gefrustreerd met het argument dat de werknemer die kosten maar had moeten vermijden. Ordinaire belastingverhoging dus, met soms zeer onredelijke individuele gevolgen bij een uit fiscaal oogpunt volstrekt willekeurig bepaalde groep. De Tilburgse hoogleraar Jan van Dijck had een kernachtige samenvatting van zulk belastingbeleid: hoe maak ik vijanden voor het leven?

Zulke overheidsdubbelhartigheid ziet men helaas vaker. Het is bijvoorbeeld structureel onmogelijk om meer dan ongeveer 2,5% rendement op spaargeld te halen (dat is reëel hoogstens circa 1% rendement boven inflatie), maar de overheid belast u in box 3 alsof u er structureel minstens 4% op zou behalen (daarmee is uw werkelijke rendement na belasting nihil). Tegelijkertijd dwingt diezelfde overheid uw pensioenfonds om uw pensioen te korten en uw pensioenpremie te verhogen omdat diezelfde overheid een beleggingsrendement van 4% geheel onrealistisch acht en uw pensioenfonds daarom verplicht tot een veel lagere rekenrente dan 4%. Dat is meten met twee maten.

Terug naar het rollatorakkoord: aan de bovenkant worden ontslagbonussen boven de € 531.000 naar 75% belast, gaan de norminkomens van medisch specialisten omlaag, en moeten werkgevers die hun werknemers meer dan € 150.000 brutosalaris betalen, 16% extra belasting over dat meerdere betalen. Onduidelijk is of die werkgevers dat mogen verhalen op die werknemers. Toevallig heeft het CPB net bekendgemaakt dat in 2010 in Nederland 48.000 werknemers meer dan € 150.000 salaris verdienden, van wie 1.000 ambtenaren, onder wie net niet premier Rutte (€ 144.000 in 2010).
Ten slotte nog iets om ons het gevoel te geven dat er een schuldige gestraft wordt; het ‘net goed’-gevoel, door een Brit eens omschreven als a wheel clamp on a Rolls Royce feeling: de bankenbelasting wordt verdubbeld. Helaas weerhoudt niets de banken ervan om die belasting in haar geheel aan zijn klanten – u en mij – door te berekenen in hun tarieven.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2012/1214, afl. 21, p. 1443.

Naam auteur: Peter Wattel
Geschreven op: 25 mei 2012

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar Europees belastingrecht Universiteit van Amsterdam

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

a.zecha schreef op :
Het “Rollatorakkoord” is m.i. een artikel dat in kort bestek belangrijke feitelijke informatie verstrekt; bovendien in een luchtige toonzetting kritisch is en niet van humor is gespeend.
Met plezier de boodschap gelezen en over maatregelen op maat nadenkend om komende herfststormen en koude winters zonder rollator door te komen.
a.zecha

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.