Het gespleten rechtsgevoel

Hindsight bias, base rate fallacy, tunnelvisie, juristen blijken, net als mensen, aan diverse denkaandoeningen te lijden. Wij schijnen inmiddels ook een gespleten rechtsgevoel te hebben.1

Strafwaardigheid van een gedraging

Uit onderzoek, waarbij proefpersonen aan de hand van fictieve casus gevraagd werd te oordelen over de strafwaardigheid van een gedraging, blijkt dat één hersengebied straf koppelt aan de intentie van de dader, terwijl een geheel ander gebied de strafwaardigheid koppelt aan de schade die de gedraging veroorzaakt. De twee systemen zijn fysiek gescheiden en lichten ook apart in een MRI scan op.2

Fictieve casus vergiftiging

Een voorbeeld van de casus die de onderzoekers hun proefpersonen voorlegden: A vergiftigt opzettelijk (en met succes) de salade van B, omdat zij concurrenten zijn in een hardloopcompetitie. Beide systemen -intentie en schade- signaleren dat zoiets straf verdient en uiteraard vindt vrijwel iedere proefpersoon dat dit moreel verwerpelijk, strafwaardig gedrag is. Tot zover niets nieuws.

Toch blijkt het rechtsgevoel als gevolg van deze tweedeling niet altijd één consistent geheel. Als beide systemen een verschillende uitkomst geven treden er bijzonderheden op. Allereerst blijken wij geneigd om ongevallen te straffen.3 Wie per ongeluk de salade van zijn concurrent vergiftigt (A strooit, niet wetend dat B daarvoor allergisch is, maanzaad op zijn salade) verdient volgens een aanzienlijk deel van de proefpersonen toch straf, zelfs indien zij menen dat er geen sprake is van morele verwijtbaarheid.

Er is nog een eigenaardigheid. Proefpersonen meenden, op zich niet verrassend, dat een kwade intentie strafbaar was. Probeerde A de salade van B te vergiftigen met maanzaad, maar verscheen B niettemin kiplekker aan de start omdat B toch niet allergisch bleek voor maanzaad, maar voor hazelnoten, dan verdiende A straf. Dit is min of meer wat strafjuristen een strafbare poging noemen.4 Kreeg men echter de casus voorgelegd waarbij A wederom probeert de salade van B te vergiftigen door er maanzaad over te strooien, B wederom niet allergisch blijkt voor maanzaad maar voor hazelnoten, maar B toch overlijdt omdat de kok per ongeluk hazelnoten in de salade strooit, dan bleek een aanzienlijk kleiner deel van de proefpersonen van mening dat A gestraft diende te worden.5
Psycholoog Cushman stelt dat hier een soort kortsluiting optreedt in onze twee straftoemetingssystemen. Het systeem dat intenties straft schreeuwt om vergelding, maar, anders dan wanneer helemaal geen kwalijk gevolg intreedt, geeft ons causale systeem in dit geval een tegengesteld signaal. Het gevolg van deze interfererende signalen is, dat er al met al geen straf uit rolt.

Als wij collectief zo gespleten zijn, dan zou dit te zien moeten zijn in de rechtspraktijk. Of maakt ons rechtssysteem dit soort inconsistenties juist onmogelijk?

Casus te heet badwater

Een zaak die de eerste suggestie wekt, al is niets met zekerheid te zeggen, als de betrokkenen niet permanent in een MRI scanner liggen, is LJN BV 9549.6 De casus is als volgt. Een lichamelijk en verstandelijk gehandicapte bewoner van een zorginstelling wordt door een begeleider in bad gedaan. Zij zit een paar minuten in bad, maar verstijft onverwacht. De begeleider ontdekt dat het water veel te heet is. Hij laat snel het water weg lopen en koelt de vrouw met lauw water. Zij blijkt tweedegraads brandwonden te hebben. De begeleider waarschuwt een leidinggevende en een collega en verzorgt samen met dezen de verwondingen. De vrouw wordt opgehaald door haar moeder, die met haar naar de huisarts en de dermatoloog gaat. De begeleider biecht later die dag de toedracht van het ongeval op.

Vonnis 

De begeleider wordt vervolgd wegens het (voorwaardelijk) opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Hem wordt verweten dat hij de watertemperatuur niet heeft gecontroleerd voordat hij de patiënte in bad zette.

De begeleider kan zich niet meer herinneren of hij de watertemperatuur tevoren gecontroleerd heeft. Hij stelt echter dat de thermostaatkraan waarschijnlijk defect was en dat als gevolg van dit defect het water heter is geworden nadat hij de patiënte in bad had gezet. Een eventueel defect is echter niet meer te achterhalen, omdat de kraan enige weken na het ongeval is vervangen. Een andere kraan in de instelling bleek enige weken na het ongeval in elk geval wel defect.

De begeleider wordt vrijgesproken, omdat de rechter niet kan uitsluiten dat de kraan defect was. Er kan dus niet worden vastgesteld dat hij de patiënte in te heet badwater heeft gezet. Maar hij komt er toch niet zonder kleerscheuren vanaf. De rechtbank veroordeelt hem voor het in hulpeloze toestand laten van het slachtoffer. De rechtbank zegt daarover het volgende.

"De verdachte heeft vervolgens hulp ingeroepen, maar hierbij verzuimd aan te geven dat het badwater waarin de vrouw zat, te heet was. De verdachte heeft de moeder van de vrouw gewaarschuwd, maar heeft ook tegenover haar niet aangegeven wat er gebeurd is. Pas later die middag heeft de verdachte zijn begeleidster geïnformeerd en haar verteld wat er die ochtend werkelijk is gebeurd. De moeder van de vrouw is met haar dochter naar de huisarts gegaan, die haar heeft doorverwezen naar een dermatoloog. Het is derhalve niet aan verdachte, maar aan de moeder te danken dat uiteindelijk medische zorg is ingeroepen."

Vrijspraak

De vrijspraak voor (voorwaardelijk) opzettelijke zware mishandeling lijkt weinig problematisch voor het rechtsgevoel. Al lijkt het erop dat de begeleider vergeten is het water te controleren, vast staat dat de begeleider met de beste bedoelingen heeft gehandeld en het is goed mogelijk dat de schade veroorzaakt is door een defecte kraan. Juristen komen hier ook aan hun trekken omdat twijfel over de toedracht in dit geval in het voordeel van de verdachte werkt. Ook de veroordeling wegens het verzwijgen van de oorzaak valt wel te billijken. De begeleider heeft nu eenmaal gezwegen, waar hij had moeten spreken.

Indien wij echter abstraheren van de juridische finesses zien wij hier het patroon van de vergiftigde salades. De begeleider wordt vrijgesproken van het niet nakomen van een zorgplicht, omdat de daarbij opgetreden schade (mogelijk) door een andere oorzaak is ingetreden, maar veroordeeld voor het niet nakomen van een zorgplicht, waaruit geen schade is voortgekomen.

Verschil tussen beide casus

Toch zal dit vonnis voor het rechtsgevoel van de meesten van ons niet apert onjuist zijn. Het verschil in behandeling is juridisch volledig verklaarbaar. De delictsomschrijving van zware mishandeling eist het toebrengen van zwaar letsel, het achterlaten van iemand in hulpeloze toestand niet.

Maar had het OM voor de kraan niet subsidiair een poging tot zware mishandeling ten laste moeten leggen? Als men meent te kunnen aantonen dat de begeleider een zorgplicht heeft geschonden die, als hij tot ernstige brandwonden leidt, een zware mishandeling oplevert, dan is het zonder dat gevolg toch op z’n minst een poging? Of kreeg het brein van de Officier van Justitie kortsluiting bij de gedachte dat één maal vergeten het badwater te controleren een strafbare poging tot zware mishandeling oplevert?

 

1. Cushman, F. 'Should the law depend on luck?' in: Future Science: Essays from the cutting edge, (2011) ed. Max Brockman.
2. Young, L., F. Cushman, M. Hauser, Saxe, R., The neural basis of the interaction between theory of mind and moral judgment (2007) Proc Natl Acad Sci U S A., doi:10.1073/pnas.0701408104
3. Cushman, F.A., A. Dreber, Y. Wang, J. Costa Accidental outcomes guide punishment in a ‘trembling hand’ game (2009) PLOS One 4(8): e6699. doi:10.1371/journal.pone.0006699
4. Al is het naar Nederlands recht niet uit te sluiten dat een dergelijke poging niet strafbaar is omdat het middel absoluut ondeugdelijk is.
5. Cushman, F.A. 'Crime and Punishment: Distinguishing the roles of causal and intentional analyses in moral judgment' (2008) in Cognition 108(2): 353-380 Een volledig mislukte poging is dus strafbaar, maar als het gewenste gevolg toch intreedt door een andere oorzaak is de poging ineens niet meer strafbaar.
6. In april 2012 op dit blog besproken door Folkert Jensma

Naam auteur: Rinie Hoogendoorn
Geschreven op: 6 november 2012

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.