Help! Het EHRM verdrinkt!

Een noodkreet als titel: elk ander begin doet te weinig recht aan de schaal en de urgentie van het werklastprobleem van het EHRM. Een bult van meer dan 150.000 zaken ligt in Straatsburg te wachten op een beslissing. Constructieve oplossingen hebben we nodig en de politieke wil om deze, ook als ze geld kosten, door te voeren.

Functioneren EHRM

Het goed functioneren van het EHRM is veel te belangrijk: ‘too important to fail’;1 kijk maar naar het rechtspraakoverzicht in het jaarverslag van het EHRM. Het zijn samenvattingen van arresten in steeds een enkel zinnetje, maar de daarin te vinden dwarsdoorsnede van de EHRM-rechtspraak maakt een ding glashelder: ernstige schendingen van mensenrechten komen nog steeds veel voor en worden in de nationale rechtsordes onvoldoende gerepareerd. Het opheffen van dit fundamentele tekortschieten van verdragslanden behoort hoge prioriteit te hebben. Onontkoombaar is de conclusie dat individuele rechtsbescherming, zoals het EHRM biedt, hoognodig is.

Overigens hebben we het werklastprobleem zien aankomen. De president van het EHRM sprak van de onvermijdelijke consequentie van de uitbreiding van de Raad van Europa met prille democratieën uit het voormalig communistische Oost-Europa.2 De vraag waar het dus eigenlijk om gaat, is wat de verdragslanden ervoor over hebben om de belofte aan inwoners waar te maken dat hun mensenrechten gerespecteerd worden.

Werklastprobleem EHRM

Zorgwekkend is dat juist nu het Hof alle steun nodig heeft een discussie opsteekt waarin de werklast in verband wordt gebracht met de door sommigen te ruim geachte interpretatie van bepaalde verdragsrechten. Natuurlijk moet ook die laatste discussie worden gevoerd. Er is in binnen- en buitenland niet altijd zonder grond kritiek geuit op onderdelen van de rechtspraak van het EHRM. Maar er moet tegen worden gewaarschuwd beide discussies te vermengen. Het klinkt dan al snel als: ‘eigen schuld, dikke bult’, letterlijk en figuurlijk.

De bereidheid van regeringen van de verdragslanden om het werklastprobleem op te lossen mag nooit afhankelijk gesteld van enigerlei toezegging van het EHRM het verdrag voortaan te interpreteren op de wijze die de desbetreffende regering zint. Zo ver mag het nooit komen. Als ergens niet – noch in normatieve noch in empirische zin – mag gelden ‘wiens brood men eet, diens woord men spreekt’, dan is het in de rechtspraak. In zoverre is Montesquieus idee van machtenscheiding echt geen spat verouderd.

Het scheiden van de discussie over de werklast van die over de interpretatie van verdragsrechten doet ook recht aan wat er aan de hand is. Feitelijk is het niet zo dat een groot deel van de aanhangige zaken voortvloeit uit rechtspraak waarvan de inhoud nu ter discussie wordt gesteld. Dat zullen ook de meest vehemente critici moeten erkennen. De oplossing van het werklastprobleem zit dus niet daar. Waar dan wel?

Formule voor een gezond EHRM

Zaaksaanbod – afdoeningscapaciteit = 0: zo eenvoudig is de formule voor een gezond EHRM. Ook nu het 14e protocol in werking is getreden is die situatie nog niet bereikt. Weliswaar steeg de afdoeningscapaciteit explosief. Maar nog steeds is die niet toereikend om de instroom het hoofd te bieden. Vorig jaar deed het EHRM 52.188 zaken af. Er kwamen evenwel 64.500 nieuwe zaken binnen. Het probleem lijkt tegenwoordig minder te zitten in de bulk van evident ongegronde of niet-ontvankelijke klachten. Deze kunnen enkelvoudig worden afgedaan met beperkt tijdsbeslag voor de rechters. Het echte probleem is gelegen in de zaken waarin terecht wordt geklaagd over een verdragsschending. Die laatste categorie van zaken is bewerkelijk. Dit wordt weerspiegeld in de statistiek. Het zojuist genoemde aantal afgedane zaken bestaat voor 50677 uit enkelvoudig niet-ontvankelijk verklaarde zaken of zaken die van de rol gevoerd konden worden en voor 1157 uit inhoudelijke beslissingen.3

Dit getal, in samenhang met de wetenschap dat van de 150.000 aanhangige zaken in zo’n 30.000 een inhoudelijke beslissing vereist is, drukt ons nog eens met de neus op het feit dat nu en met spoed naar oplossingen moet worden gezocht. Dit getal duidt erop dat de lidstaten zich niet adequaat van hun verdragsverantwoordelijkheden kwijten. Vooral de zogenaamde ‘repetitive cases’ waarin eerdere beslissingen worden herhaald omdat lidstaten daarop niet adequaat hebben gereageerd zouden niet moeten voorkomen. Het systeem van het EVRM staat of valt met de verdragstrouw van de aangesloten landen. Nemen zij onvoldoende hun verantwoordelijkheid, talmen zij met aanpassing van de nationale wetgeving als de rechtspraak van het EHRM op de noodzaak daarvan heeft gewezen, dan raakt het EHRM gemakkelijk bedolven onder een stortvloed aan klachten.

30.000 zaken die op een inhoudelijke beslissing wachten en een afdoeningscapaciteit voor deze zaken van omstreeks 1500 per jaar. Het is het failliet van het verdrag als iemand met een terechte klacht minstens 10 jaar op een beslissing zal moeten wachten. Wetenschap, politiek en praktijk zullen hun krachten moeten bundelen. Gelukkig realiseert men zich dit. Graag vestig ik hier de aandacht op een door prof. Janneke Gerards en prof. Ashley Terlouw genomen initiatief waarbij zij ook een beroep hebben gedaan op in de praktijk werkzame deskundigen. Deze week verschijnt onder hun redactie de bundel Amicus Curiae waarin meer dan dertig betrokken deskundigen hun gedachten laten gaan over mogelijke oplossingen. Met de bundel beoogt de redactie een impuls te geven aan een constructieve discussie over de problematiek van het EHRM. Hoe meer goede ideeën hoe beter. De lezers van dit blad roepen wij graag op mee te denken.

Oplossingen

De bijdragen van de andere auteurs hebben ook wij nog niet gezien. Daarom volgen hier alleen een paar voorstellen uit onze eigen bijdrage aan deze bundel. Wij menen dat incidentele en structurele maatregelen nodig zijn. Om de achterstand weg te werken zouden de verdragslanden incidenteel een groot aantal hooggekwalificeerde juristen tijdelijk ter beschikking van het Hof moeten stellen. Om structureel een goed functioneren te verzekeren zou het Hof zijn werkwijzen veel eenvoudiger zelf moeten kunnen aanpassen. Ook zou verplichte procesvertegenwoordiging moeten worden ingevoerd, vergezeld van specialisatie-eisen en contingentering van het aantal klachten dat de balie van een bepaald land mag indienen. Zo wordt de balie medeverantwoordelijk voor het zaaksaanbod. Dit kan natuurlijk alleen bij landen met een onafhankelijke balie en een behoorlijk stelsel van gefinancierde rechtshulp. Het belangrijkste is echter dat de lidstaten veel krachtiger hun verantwoordelijkheid nemen voor een EVRM-conforme inrichting van de nationale rechtsordes en dat zij elkaar hierop aanspreken. Men zou hier kunnen denken aan een boetemechanisme, zodat de financiering van het Hof langs deze weg in verband wordt gebracht met het gebruik van het individueel klachtrecht.

We wisten dat de grote uitbreiding van de Raad voor Europa het Hof voor problemen zou stellen. Nu komt het erop aan die problemen gezamenlijk – wetenschap, politiek en praktijk – met volle inzet te lijf te gaan. Daarbij moeten we ook in economisch moeilijke tijden niet bereid zijn af te doen aan de waarborgen die het EHRM biedt. Mag het garanderen van mensenrechten door het Hof iets meer kosten dan de huidige € 0,08 per inwoner per jaar?4

Geert Corstens is president van de Hoge Raad en Reindert Kuiper is wetenschappelijk medewerker bij het Kabinet President Hoge Raad. Dit artikel is verschenen in NJB 2012/10.

Bron afbeelding: adamblang

1. Als variant op de in de bankencrisis wel gehoorde kreet: ‘too big to fail’.
2. Zie de op de website van het EHRM gepubliceerde toespraak van Sir Nicolas Bratza van 27 januari 2012 bij de opening van het gerechtelijk jaar van het EHRM.
3. Zie de statistische gegevens op p. 4 en 5 van het rapport over 2011.
4. Het op p. 18 van het laatste jaarverslag van het EHRM (Annual Report 2011) genoemde budget van net geen 59 miljoen gedeeld door het op p. 155 genoemde inwonertal van ongeveer 819 miljoen.

Naam auteur: Geert Corstens & Reindert Kuiper
Geschreven op: 11 maart 2012

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

groot schreef op :
De rechter is niet gehouden het oordeel van een ingeschakelde deskundige te volgen (want de rechter dient het oordeel uit te spreken). Dit is ook zo in de wet verankerd. Zie ook het betoog van dhr Slijk:Die afwijzing zal de rechter meestal niet baseren op grond van eigen deskundigheid. De rechter is in de eerste plaats rechtsgeleerde en hij zal er niet snel op vertrouwen dat zijn eigen deskundigheid op een ander terrein voldoende zal zijn om een geschil te beslechten. Zelfs als de betrokken rechter affiniteit heeft met de materie zal hij niet (kunnen) vertrouwen op zijn ervaring, omdat hij er niet zeker van kan zijn dat zijn eigen wetenschap toereikend is. En er zijn voldoende uitspraken in hoger beroep, waarin rechters die hun eigen deskundigheid overschatten, werden teruggefloten, om rechters te stimuleren hun niet-juridische kennis met grote terughoudendheid te gebruiken .

Uit: de rol van de deskundige door B Slijk
http://www.ictconflict.nl/Default.aspx?tabid=456

Daarom zit er niets anders op dat ook de zittende en staande magistratuur zichzelf gaat bijscholen en in specifieke terreinen zich gaat specialiseren. Enkele advocaten zijn hier al toe overgegaan (niet zijnde strafrecht, civielrecht etc maar specifieke domeinen bijvoorbeeld ICT, octrooirecht, fiscaal, medisch, et cetera). Dat zou in de opleiding verankerd moeten worden. Dit leidt tot snellere besluitvorming en minder fouten in het dossier. Dit kan ook leiden tot het verminderen van de stapels bij hogere rechters en ook bij het Europese Hof rechten van de Mens.
Groot schreef op :
Hier een aantal voorbeelden waaruit dit blijkt, zie google Studenten concipiëren uitspraken, en stellen vonnissen op. Ze versturen ongetekend deze vonnissen naar partijen. Als men zo studenten voorbereid op juridische taken in Nederland, dan is het ergste te vrezen. Ook rechters erkennen, dat door werkdruk studenten worden ingezet, dat gebeurt bij alle vormen van rechtspraak. We zullen over een aantal jaren zien hoe het Europese Hof hier over denkt. Het gaat hier om het geen toegang verlenen tot de rechtspraak en dat is een grondrecht conform Europese verdragsregels.



1. Stages bij de Rechtbank 's-Gravenhage - www.rechtspraak.nl
www.rechtspraak.nl › ... › 's-Gravenhage › Over de rechtbank
Door stage te lopen bij de rechtbank doe je veel kennis op die je tijdens je studie ...Naast deze administratieve taken ga je ook concept uitspraken schrijven in zaken ... Derechter behandelt ook conflicten tussen overheidsorganen onderling.

2. Werken bij - www.rechtspraak.nl
www.rechtspraak.nl › ... › Amsterdam › Over het gerechtshof
Naar de rechter · Uw situatie ... Het gerechtshof voert een stagebeleid dat het inzetten van stagiaires zeer wenselijk acht. ... concipiëren van uitspraken;; bewaken van de procedures ter terechtzitting. ... Open sollicitaties voor een stageplaats worden volgens dezelfde procedure behandeld als overige open sollicitaties.
Groot schreef op :
Voor wat betreft het overschrijden van regels door overheden, w.o. lagere overheden het volgende: toetsing (bezwaar) vindt vaak plaats op diverse beleidsterreinen die niet gekend worden door juristen van desbetreffende lagere overheden. De wisseling in beleid en het niet kennen van domeinspecifieke beleidsterreinen heeft gevolgen voor het niet juist oordelen van een jurist van een dossier in een bezwaar, met als gevolg een stuwing van dossiers richting rechters die hetzelfde probleem hebben. Dit gegeven leidt ook tot vertraging: hoe minder kennis en deskundigheid, hoe minder snel en hoe meer fouten er worden gemaakt. Die kunnen dan gaan richting Europees Hof Rechten van de Mens (alhoewel het hier gaat om veel oostbloklanden dossiers, landen die al sowieso veel problemen hebben met het organiseren van een goede rechtsgang) is het ook zo dat Nederland als 'beschaafd en ontwikkeld land'toch wel eens goed naar zich zelf moet gaan kijken voor wat betreft het niet laten behandelen door dossiers door stagiairs, het niet ondertekenen van vonnissen door rechters om maar iets te noemen. Deze schending is het geen toegang verlenen tot een rechter, en dat komt ook bij het Europese hof Rechten van de Mens aan de orde in een ongelofelijk hoeveelheid dossiers. Wellicht kunnen en advocaten en rechters met dit gegeven hier een voordeel aan doen, voordat het europese hof hier na enkele jaren uitspraak over gaat doen. Er zijn al te veel slachtoffers gevallen door dit onprofessioneel en niet integer handelen.
Groot schreef op :
Nog eenvoudiger: het niveau van advocaten en van rechters verbeteren. Het feit dat er veel zaken op onvoldoende kwalitatieve wijze wordt afgedaan, staat ook in verband met het gegeven dat rechters en advocaten nauwelijks notie hebben van context en domein. Specifieke deskundigheid ontbreekt (bijv medisch/economisch/ict om iets te noemen) als ook onderzoeksvaardigheden (het met het vingertje nalopen van een dossier is not done). Een advocaat en een rechter dienen beter opgeleid te worden tot betrouwbare analyse van een dossier (het onderzoek dient uiteraard altijd toetsend te zijn maar de interpretatie is vaak het grootste probleem bij zowel rechters als advocaten door het ontbreken van specifieke kennis van een domein en context van betrokken partijen).
a.zecha schreef op :
De auteurs vragen de "verdragslanden" en hun "regeringen" dat zij de Europese verdragen over mensenrechten die door hen zijn geratificeerd, willen nakomen.
(Vergelijk: Belgie vraagt herhaaldelijk om nakoming van het geratificeerd Scheldeverdrag.)
Mijn regering geeft in feite een "double Dutch" antwoord: "ja maar ……..".
"Ja" indien het EHRM het regeringsoptreden niet veroordeelt; "maar neen" wanneer het Nederlands regeringsoptreden als in strijd met het EVRM wordt veroordeeld.
Onze nationale wetgeving staat boven (ueber) de Europese mensenrechten en met een duas politica hebben wij met AMvB's sinds 1940 ervaring opgedaan.
a.zecha
C.M.L. Hofland schreef op :
De werkdruk en het belang van het EHRM blijven toch wel mijn aandacht vragen en nu heb ik de mogelijkheid om daar naar mijn gevoel eens werkelijk op te kunnen reageren.
Nu ben ik niet als rechtskundige aan te merken en als leek probeer ik toch een wat zinvolle bijdrage te leveren aan een mogelijke oplossing van het probleem.
De scheiding van machten is, naar ik meen, heus een “sta in de weg” voor de nationale rechter om ook discretionaire bevoegdheden van wellicht vooral lagere overheden in volle omvang te kunnen toetsen. Het gevolg daarvan is evenwel dat het bestreden besluit, hoewel in voorkomend geval rechtmatig, voor de burger toch resulteert in het zijn van het slachtoffer op grond van bij voorbeeld zijn EVRM-rechten.
Verdere juridisering, zoals verplichte procesvertegenwoordiging, is volgens mij dan ook niet de werkelijke oplossing; daarmee zou m.i. ook onnodig geweld worden gedaan aan juist de mogelijkheid die de burger zelf nog ter beschikking staat wanneer die burger in het nationale juridische circus “om het leven is gekomen”.
Ik denk dan ook heus dat een oplossing zou kunnen zijn voor wellicht vooral de burgerlijke en ook de bestuurlijke rechter, wanneer het inroepen van verdragsbepalingen expliciet door de burger niet nodig zou zijn en de rechter die bepalingen zelf in de procedure zou toepassen; dat gaat misschien dan ten koste van niet-lijdelijkheid van de rechter (en ook autonomie van pp) , maar het doel heiligt in dat geval m.i. alleszins de middelen en die rechterlijke ingreep is of hoeft voor de burger ook absoluut niet nadelig te zijn. Integendeel, wanneer de rechter een bestreden besluit al niet op gronden van rechtmatigheid en een (marginale) toets van doel- en beleidsmatigheid kan aantasten doch daar in redelijkheid wel gronden voor zouden bestaan, dan kan hij met deze mogelijkheid wellicht wel de gang naar het EVRM voorkomen door de burger op een veel gemakkelijkere wijze schadeloos te stellen, hetzij door een meer uitgebreide en meer aanvaardbare vorm van nadeelcompensatie, hetzij door toekenning van schadevergoeding als zodanig (materieel en immaterieel). M.i. zou het nationale recht dan ook veel meer effectief zijn.
Zelf ben ik nu relatief nauw verbonden aan twee ingediende verzoeken bij het EHRM, waarbij ik mij in redelijkheid afvraag waarom die gang naar het EHRM in feite überhaupt noodzakelijk is. Echter, als gezegd, wanneer de burger heus geen andere mogelijkheid meer ter beschikking staat omdat hij zo onbegrijpelijk onredelijk behandeld wordt door de nationale veelal lagere autonome overheid (in dezen in beide gevallen een en dezelfde gemeente) en de rechter in die procedures voor de burger kennelijk geen werkelijke rol van betekenis kan spelen in het kader van effectieve rechtsbescherming, dan moet die weg naar het EHRM maar plaats vinden! Ik ben er echter van overtuigd dat met bij voorbeeld een mogelijkheid van adequaat bestuurlijk toezicht en/of een heus afschrikkende sanctionering van ondeugdelijk overheidsoptreden, of misschien eerder nog een ruimere mogelijkheid voor de rechter om nadeel voor de burger - ingeval die werkelijk slachtoffer is - te compenseren, die weg naar het EHRM in heel veel gevallen niet (meer) nodig is of nodig zou moeten zijn.
Daar wil ik het dan ook bij laten.
C.M.L. Hofland schreef op :
Ik wil nog even reageren op de vraag:"Wat te doen met het EHRM".

Om de druk van het EHRM af te nemen denk ik dat er een aantal mogelijkheden zijn, ingewikkelde en meer simpele. Graag concentreer ik even op simpele oplossingen. Ik neem aan dat wanneer een burger een EHRM procedure opstart, de tegenpartij (gemeente etc.) daarvan ook op de hoogte wordt gesteld. Nu kan de zaak in juridisch opzicht met puur juridisch deskundigen worden opgelost, wat wellicht nog een heel lange tijd in beslag zal nemen. Maar een ander voorstel/idee is om ervaren, al dan niet gepensioneerde bestuurders, reeds bij het EHRM aangekaarte zaken (second opinion of iets dergelijks) te laten beoordelen of er niet een misschien heel simpele en aanvaardbare oplossing mogelijk is; noem het maar een vorm van bestuurlijk toezicht om te helpen de achterstand bij het EHRM weg te nemen.

Het is maar een idee.
C.M.L. Hofland schreef op :
Ik denk dat een hele hoop zaken die nu bij he EHRM terecht worden aangekaart door de burger, voorkomen kunnen worden wanneer met name de lagere overheden (zoals gemeenten), die hun besluiten niet alleen hoeven baseren op rechtmatigheid, maar ook (als "vluchtroute?" ) op doelmatigheid en/of beleidsmatigheid, strenger worden aangepakt wanneer besluiten worden genomen die redelijkerwijs getuigen van absolute (onnodige, soms weerzinwekkende) ondeskundigheid/onprofessionaliteit.
Maar ook denk ik dat soms, of misschien wel vaker, de onprofessionele uitkomst van een gerechtelijke procedure de EHRM gang onnodig in gang doet zetten.
Kortom: wie doet er nu eens werkelijk wat aan de professionaliteit van onze overheid die daarmee in vele gevallen de gang naar het EHRM overbodig maakt en is het verder niet ook een idee om eens te overdenken dat wanneer de verdragsrechten (o.a. EVRM) niet steeds door een rechter in een te behandelen zaak rechtstreeks worden meegenomen, dit dan via de omweg van maatstaven van redelijkheid en billijkheid te laten plaats vinden?
Mihai Martoiu Ticu » Wat te doen met EHRM? schreef op :
[...] = [];}Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) verdrinkt onder 150.000 wachtende zaken, schrijven Geert Corstens & Reindert Kuiper op het [...]
Mihai Martoiu Ticu schreef op :
Volgens mij bestaat er een eenvoudige oplossing. Elke lidstaat zou een extra hof moeten bouwen en financieren. Dit hof functioneert als een tussenlaag tussen het nationale recht en het Europees hof. Het functioneert volgens het Europees verdrag, precies zoals het Europees hof. Het moet zoveel mogelijk onafhankelijk van de gast-staat zijn. Eventueel zou de staat buitenlandse rechters moeten inhuren voor dit hof. Pas als de verliezende partij het oneens is met de uitspraak van dit hof, kan men bij het Europees hof doorprocederen. Zo simpel is het.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.