Een politiek proces

Enige zorg omtrent het vertrouwen in de rechter – dat roept het onfortuinlijke proces Wilders wel op. Natuurlijk zijn er mensen die om verschillende redenen al hun aarzelingen hadden bij de wijsheid van de vervolging. Maar de laatste week werd pas echt duidelijk wat er op het spel staat bij een politiek proces. Want dat is het.

Dat het proces Wilders een politiek proces is, werd onvoldoende onder ogen gezien. En dat verklaart m.i. veel van wat er is misgegaan. Een zaak kan om zeer verschillende redenen als ‘politieke (straf)zaak’ worden omschreven. Ik beperk me hier tot het belangrijkste onderscheid. Er zijn processen die gaan over een gedraging met een politiek oogmerk ten aanzien van welke gedraging de strafrechter een oordeel moet vellen. Er zijn ook processen waarin een heersend regime de tegenstander wil criminaliseren. In de eerste categorie staat de vrije gedraging van de verdachte voorop. In de tweede categorie staat de wil om te veroordelen voorop. De vraag in welke categorie een proces valt kan niet alleen tot discussie leiden, maar is ook inzet voor de achterliggende vraag of het proces wel eerlijk wordt gevoerd. In het proces Wilders is een voor verdachte belangrijke gedraging aan het oordeel van de rechter onderworpen. Het is dus juist te spreken van een (categorie I) politiek proces. Dat betekent nog niet dat het gaat om een (categorie II) politiek proces. Het is immers een rechtstatelijke vraag die door een onafhankelijke rechter kan worden beantwoord of door Wilders uitgesproken teksten strafbaar zijn. Er mag in de rechtsstaat geen dubbele standaard ten aanzien van de vrijheid van meningsuiting bestaan: veroordeel je de Arabisch-Europese Liga voor een tekening (LJN: BN4204), dan moet minstens in rechte duidelijk worden waarom Wilders’ opmerkingen anders moeten worden beoordeeld.

Vast staat dat het OM er alles aan doet om de indruk van een (categorie II) politiek proces tegen te spreken. Dat gaat zover dat de vraag rijst of het OM wel voldoende recht heeft gedaan aan de vervolgingsopdracht van het Hof. Dat het OM vrijspraak mag requireren na een vervolgingsopdracht, heeft ermee te maken dat ter zitting feiten naar boven kunnen komen die daartoe nopen (anders moet het OM via de bewilligingsprocedure van art. 246 lid 3 Sv het Hof toestemming vragen alsnog te seponeren). Daarvan was i.c. geen sprake aangezien verdachte zweeg en er nauwelijks iets nieuws boven tafel kwam. Nee, een showproces van de zijde van de vervolgende overheid kunnen we dit zeker niet noemen.

Ook de rechters probeerden de indruk van een politiek proces in die zin verre van zich te houden. Terecht lieten zij daarom ook de camera’s toe tijdens de hele zitting. Iedereen moest zien dat dit een gewoon proces was. Ze miskenden evenwel dat er vanuit het perspectief van Wilders en velen met hem wel degelijk een (categorie I) politiek proces gaande was. De tv-kijkers zagen een rechter die zijn verbazing over Wilders’ zwijgen niet maskeerde maar een wat provocerende vraag stelde om de verdachte tot nadere omlijning van zijn zwijgen te verleiden. Iets doodgewoons in een normale strafzaak, maar nu een ‘bewijs’ voor de verdediging dat de rechters Wilders niet serieus namen. Ze zagen een rechter die zei dat hij zich kon voorstellen dat iemand niet naar Wilders’ film Fitna wilde kijken – niet meer dan een illustratie hoe lastig het is om inlevend te zijn jegens slachtoffers en tegelijk onpartijdig te blijven. En uiteindelijk was er de kwestie inzake het verzoek getuige-deskundige Jansen, een geestverwant van Wilders, te horen. Een van de Hofraadsheren die opdracht tot vervolging hadden gegeven zou bij een etentje (vergeefs) geprobeerd hebben deze Jansen te beïnvloeden. Alleen al vanwege de onschuldpresumptie mogen we niet voetstoots aannemen dat de raadsheer dit echt heeft gedaan, maar dat had moeten worden uitgezocht. Kennelijk meenden de rechters het antwoord te kunnen meenemen bij de uitspraak. Nog afgezien van de technisch correcte beslissing van de wrakingskamer dat de aanwezigheid van de getuige in de zittingszaal al doorslaggevend had moeten zijn, getuigde dit van miskenning van het politieke karakter van het proces. Door de weigering herleefde de schijn van de mogelijkheid van een categorie II politiek proces: een rechterlijke macht die de schijn wekt uit te zijn op veroordeling van iemand met andere opvattingen.

Intussen werd een echt politieke verdediging gevoerd: ‘het juridische is ondergeschikt aan het politieke, de verdediging moet offensief zijn en niet alleen in de rechtszaal maar ook in de publiciteit gevoerd worden’.1 De raadsman deed het uitstekend in de praatprogramma’s en de verdachte zelf zei in Nieuwsuur: ‘Als ik niet zou worden vrijgesproken dan hebben denk ik miljoenen mensen terecht geen vertrouwen meer in de rechterlijke macht in Nederland’. Een paar dagen later meldt de NCRV dat een derde van de bevolking niet gelooft dat de rechters onafhankelijk zijn. Het is met de houding van de bevolking ten opzichte van de rechtspraak hetzelfde als met die over minderheden: er kan wantrouwen en haat worden geoogst, maar er is discussie mogelijk of het Wilders is die het wantrouwen en de haat heeft gezaaid.

Het proces Wilders is een politiek proces. In een rechtstaat kan en moet dat toch een eerlijk proces zijn, terwijl er twee grote tegengestelde groepen zijn in de bevolking die menen dat de schijn een andere is. De partijen procederen in en buiten de rechtszaal op een wijze waardoor aan het oog wordt onttrokken dat de inzet een rechtsstatelijke rechtsvraag is. Rechters: u hebt het zwaar! Weest beducht. Zijt sterk. Ze slaan u gade.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2010/1930, afl. 37, p. 2401.

Bron afbeelding: ANS-online

 

1. Jan Fermon en Ties Prakken, Politieke verdediging, Wolf 2010: 107.

Ybo Buruma

Naam auteur: Ybo Buruma
Geschreven op: 25 oktober 2010

Raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

J. Kessel schreef op :
Ik zie het politieke aan dit strafproces anders. Ik zou als burger wel eens willen weten of de Minister van Justitie een aanwijzing ex. artikel 128 Wet op de rechterlijke organisatie heeft gegeven aan het College van procureurs-generaal. De inhoud van die aanwijzing of verklaring kan veelzeggend zijn. Dat de Kamer hierover niet is ingelicht zegt nog niets, aangezien de minister hiertoe niet altijd verplicht is.
Wat de houding van het OM betreft wijs ik op een drietal verdragen die Nederland verplichten om op te treden tegen discriminatie en haatzaaien. Dit optreden kan desnoods volkenrechtelijk worden afgedwongen. Ik neem aan dat het OM het zover laat komen?
Op 22 november 2010 komen een aantal strafzaken in verband met discriminatie op zitting in Amsterdam. Is de houding van het OM dan hetzelfde als bij verdachte Wilders? Dit alles maakt het OM in lopende discriminatiezaken voorlopig volstrekt ongeloofwaardig.
Jammer verder dat er zoveel capaciteit moet worden besteed aan een verdachte die zijn uitlatingen niet eens wenst te bevestigen of te ontkennen.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.