De Uitspraak: Mag Justitie een vordering van 6 euro automatisch verhogen tot 711 euro?

Heeft de burger wel rechtsbescherming als Justitie een tekort van 6 euro volautomatisch verhoogt tot 711 euro?

De Zaak.

Een automobiliste uit Hoogerheide rijdt begin 2012 18 km te hard op de snelweg en krijgt daarvoor een boete van 143 euro boete plus 6 euro administratiekosten, dus 149 euro. Zij betaalt daarvan alleen de boete van 143 euro – vorig jaar wees een kantonrechter namelijk een bezwaar van een andere automobilist tegen de 6 euro administratiekosten toe. Die automobilist vond dat een burger niet zou moeten betalen voor de uitvoering van de straf, maar alleen voor de straf zelf.

Justitie stelt daarop correct vast dat er slechts deels is betaald en verhoogt het boetebedrag tweemaal tot 438,12. Daarna kijkt Justitie of er een bankrekening bekend is, zodat Justitie zelf het bedrag kon afschrijven. Het bankrekeningnummer is echter niet bekend, waarna de deurwaarder wordt ingeschakeld. Die legt beslag bij de automobilist, inmiddels voor 711 euro.

Wat zegt de automobilist?

Die belde met de centrale verwerkingsinstantie van het Openbaar Ministerie en legde uit de 6 euro pas te betalen als in hoger beroep duidelijk is of dat moet. De verhogingen noemt ze absurd. (Overigens keurde het Gerechtshof die administratiekosten later inderdaad goed.)

Wat zegt Justitie?

Die verschijnt niet op de zitting, maar stuurt een brief met standaardreacties. De automobiliste had kunnen weten dat de boetes zouden worden verhoogd. Dat is haar allemaal op tijd meegedeeld. Alle verhogingen en aanmaningen zijn ‘van rechtswege’ – precies zoals het in de wet staat. Tegen de 6 euro had ze ook in beroep kunnen gaan, wat ze naliet. Kortom, het is allemaal uw eigen schuld.

Hoe oordeelt de rechter?

Die „vraagt zich af waar het CJIB, als incasserende instantie, en kennelijk in het verlengde hiervan de bevoegde officier van justitie mee bezig is” – een tekort van 6 euro verhogen tot 711 euro en dan de deurwaarder sturen. De burger kreeg een „volledig gestandaardiseerde en geautomatiseerde incassotraject over zich heen”.

De kantonrechter zegt zich „steeds vaker af te vragen” of de manier waarop Justitie boetes int niet in strijd is met het recht op een eerlijk proces uit het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat geldt ook deze zaak waar „buiten alle proporties incassomaatregelen worden toegepast”. De officier noch de incassodienst geeft „blijk van enige toetsing aan proportionaliteit en subsidiariteit”.

Over de bescherming van de burger door Justitie is de rechter sceptisch. „De vraag rijst steeds vaker: Wie waarborgt een deugdelijke rechtsbescherming van betrokkene bij de toepassing van de Wet Mulder indien de kantonrechter dit niet doet aan het einde van één van de rechtsgangen binnen deze wet? Het antwoord luidt: Niemand”.

De rechter verklaart het dwangbevel nietig en het bezwaar gegrond. Tot een dwangbevel had „in alle redelijkheid nooit besloten mogen worden”. De officier had die zes euro ook op een andere, minder kostbare manier kunnen innen. „Handhaving van wetgeving is belangrijk maar niet voor elke prijs. Dit soort zaken leidt slechts tot een afnemend vertrouwen van de burger in ‘een handhavende overheid’.

Lees de uitspraak (LJN CA 0211) hier.

Deze Uitspraak is ook te lezen op Recht en Bestuur.

Folkert Jensma

Naam auteur: Folkert Jensma
Geschreven op: 14 juni 2013

Juridisch redacteur, commentator en blogger bij NRC

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Hanna Scheepers schreef op :
Zojuist gebeld met het CJIB. Er werken mensen, hoewel ze alles afschuiven op 'het systeem'. Zo had ik bij het elektronisch betalen van een boete niet in de gaten dat de voorgedrukte code van een vorige boete was. Zodoende kreeg ik het bedrag teruggestort onder de vermelding 'dubbel betaald'. Aangezien dat voor mij onduidelijk was, liet ik het daarbij. Vervolgens kreeg ik afgelopen week een aanmaning (dwz met 50% verhoging). Want ik had niet op tijd betaald.
Maar dat heb ik wel, alleen heeft 'het systeem' het weer terug gestort. Nu kan ik niet geloven dat ik de enige ben die zo'n foutje maakt. Om dan vervolgens in alle gevallen dat de code niet klopt het bedrag maar terug te storten, zonder verder onderzoek naar openstaande boetes, vind ik onzorgvuldig en onze overheid niet waardig.
Daarom gebeld en na een keuzemenu (wilt u doorverbonden worden met een medewerker) iemand gesproken. En wat zegt zo'n persoon dan? Dit zijn de regels, u heeft een fout gemaakt en wij mogen daar zo mee omgaan. Ik vind het prima om de oorspronkelijke boete te betalen. Ik heb een fout gemaakt (zonder dat ik het wist) maar het CJIB heeft in mijn ogen ook een fout gemaakt door niet eerst te controleren of er niet een openstaand bedrag tegenover stond. Maar dus ook als je een medewerker aan de lijn hebt, kan die alleen als een computer reageren. U bent fout en u moet daarom betalen. Als ik in beroep ga zijn de overheid en ik een veelvoud kwijt van de aanmanings'kosten'. Maar dat is geen argument. Want volgens de computer moet je betalen.
a.zecha schreef op :
Deze rechtszaak toont m.i. wederom een zeer creatieve binitas politica om geld bij burgers "op te halen".

Alle kleine beetjes(sic!) dragen bij om de zeer forse kostenoverschrijdingen die stelselmatige buiten "politiek haalbare” begrotingen worden gehouden (van de Staat; van de Betuwelijn, van de HSLijn, van het JSF- en Fyra-project), te kunnen financieren.

De justitie bepaalt de opsporingsprioriteiten voor de opsporingsambtenaren. Opsporing van verkeersovertredingen bracht in 2012 méér dan een miljard Euro's(!) aan boetes op. Het m.i. zeer begrijpelijk dat door justitie “bij beperkte middelen keuzes” gemaakt moeten worden.
Kennelijk is Nederland zeer veilig vermits de prioriteit voor justitie “incasso” is geworden.
a.zecha
Frits Jansen schreef op :
De geleerden hierboven gaan voorbij aan de vraag of het wel in orde is dat justitie "administratiekosten" in rekening brengt. Er zal vast al wel eens zijn uitgemaakt dat dit wel rechtmatig is, maar het blijft de vraag of het redelijk is. Om te beginnen is de vraag of het werkelijk € 6 moet kosten om een acceptgiro te sturen. Betaalt de wetsovertreder voor inefficiëntie van het CJIB, of is dit een verkapte extra boete? En als die kosten dan in rekening gebracht mogen worden, zou de wetsovertreder dan niet ook voor de verkeerscontroles en de kostbare apparatuur die daarbij wordt gebruikt moeten betalen die moesten worden ingezet om hem te betrappen? En zo ja, is een boete dan nog nodig? Is het niet voldoende als de "dader" slechts betaalt voor zijn eigen betrapping?
Jaap Hulskamp schreef op :

Piepsysteem had uitkomst kunnen bieden

Het komt vaker voor dat een bescheiden verkeersboete bij niet (tijdige) betaling oploopt tot een fors bedrag. Dit komt door het stevige incassotraject van de wet (mulder). Het idee daarachter is dat het voor de verkeersovertreder niet mag lonen om de opgelegde boete niet te betalen. Daarom wordt in geval van niet (tijdige) betaling het bedrag van de verkeersboete eerst met 50% verhoogd en daarna wordt bij niet (tijdige) betaling dit (verhoogde) bedrag met 100% verhoogd.

Tevens kan dit laatste worden gecombineerd met het nemen van verhaal op de inkomsten en bezittingen van de verkeersovertreder. En aan dit verhaal kunnen aanzienlijke (deurwaarders)kosten zijn verbonden. Zo kan een verkeersboete van pakweg € 10 leiden tot een uiteindelijke betalingsschuld van meer dan € 500. Er is een mogelijkheid om de manier waarop verhaal wordt genomen voor te leggen aan de kantonrechter. Dat is in dit geval ook gebeurd.

Het komt echter zelden voor dat de kantonrechter de manier van het nemen van verhaal afkeurt. Dit maakt de uitspraak van deze kantonrechter al opmerkelijk. Nog opmerkelijker is dat deze kantonrechter de inning van de verkeersboete in strijd acht met het recht op een eerlijk proces uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dit, omdat de Hoge Raad in 2006 heeft bepaald dat dit Verdrag niet van toepassing is bij de inning van een verkeersboete. Deze kantonrechter heeft ook duidelijk moeite met de gangbare praktijk waarbij de inning van verkeersboetes volledig is geautomatiseerd. Dit betekent dat er geen moeite wordt gedaan om de inning in overeenstemming te brengen met bijzondere omstandigheden van de verkeersovertreder.

En die zijn er in dit geval. De verkeersovertreder heeft enkel de bij de verkeersboete opgelegde administratiekosten niet tijdig betaald omdat er indertijd twijfel was of deze betaald moesten worden. Inmiddels is duidelijk geworden dat deze kosten bij elke verkeersboete moeten worden betaald, maar toen was het voor deze verkeersovertreder al te laat omdat hij in het incassotraject was beland.

Tijdens dit traject had rekening gehouden kunnen worden met het feit dat deze overtreder indertijd een redelijk motief had om de administratiekosten nog niet te betalen en had hij anders behandeld kunnen worden dan de verkeersovertreders die zonder motief niet betalen. De manier waarop dit zou kunnen gebeuren is het inbouwen van een piepsysteem bij automatische incasso van verkeersboetes.

Dit piepsysteem had ook iets anders kunnen blootleggen. De wet voorziet in verhogingen en het nemen van verhaal indien de verkeersboete niet (tijdig) wordt betaald. Maar de wet noemt echter niet uitdrukkelijk de bevoegdheid om deze verhogingen en het verhaal toe te passen op het niet (tijdig) betalen van de administratiekosten. In de incassopraktijk worden tot nu toe de administratiekosten automatisch meegenomen indien de verkeersboete niet (tijdig) wordt betaald. Maar het is maar de vraag of dit zonder uitdrukkelijke wettelijke grondslag is toegestaan.

Jaap Hulskamp is universitair docent en deskundige verkeersrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en NJB-expert.

Tom Barkhuysen schreef op :

Individuele gerechtigheid dankzij de kantonrechter maar hoe zit het met algemeen belang?

Met de materiele uitkomst van deze procedure in het individuele geval kan alleen maar worden ingestemd. Voor een betalingstekort van zes euro, waarvoor ook nog eens een plausibele verklaring werd gegeven, is een incasso van meer dan 700 euro inderdaad disproportioneel. Hulde dus voor de kantonrechter die op deze wijze het rigide systeem van de Wet Mulder en de dito opstelling van de officier van justitie ter discussie stelt.
Toch wringt er iets. Betrokkene heeft namelijk niet op de voorgeschreven manier bezwaar gemaakt tegen de oplegging van zes euro aan administratiekosten. Dat had wel gekund en dan had in dat kader de principiele uitspraak van het gerechtshof over de rechtmatigheid van de oplegging daarvan kunnen worden afgewacht. Normaalgesproken is een dergelijk verzuim niet meer te herstellen in het kader van een verzetsprocedure als hier aan de orde. En daar bestaan ook goede redenen voor, waarvan de rechtszekerheid de belangrijkste is. Verder is er ook los daarvan een algemeen belang gemoeid met het rigide systeem van de Wet Mulder met veel ‘ automatische’ beslissingen van rechtswege in het incassotraject. Zou daarin niet zijn voorzien dan zou het systeem vanwege een onhanteerbare werklast vastlopen en zou bovendien de betalingsdiscipline ernstig in het gedrang komen. Van dat rigide systeem zouden we daarom niet te snel afstand moeten willen doen.
Tegelijk zouden het CJIB en het OM naar aanleiding van concrete bezwaren in individuele gevallen veel meer bereid moeten zijn disproportionele uitkomsten van dat systeem te corrigeren. Dat hebben ze in deze zaak ten onrechte niet gedaan en daarom heeft de kantonrechter ze terecht gecorrigeerd.

Tom Barkhuysen is hoogleraar Staats- en bestuursrecht, advocaat en redacteur van het NJB.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.