De Uitspraak: Mag imam seks hebben met vrouw die hem om advies vraagt?

Mag de imam seks hebben met een vrouw die hem om advies vraagt? Dat hangt ervan af of er sprake is van een hulpverlenersrelatie. Seks met een cliënt is ontucht.

De Zaak.

Een vrouw uit de moslimgemeenschap heeft op zekere dag last van paniekaanvallen en hyperventilatie. De oorzaak zoekt zij in ‘onverwerkte kwesties’ uit haar verleden. Via haar broer en een vriendin vraagt zij de imam uit de moskee te hulp, in zijn rol als geestelijk verzorger. De man, die ze niet kent, komt om elf uur ‘s avonds en vertrekt om half drie ‘s nachts. In die tijd zijn de persoonlijke problemen van de vrouw uitgebreid gesproken. De imam en de vrouw hebben ook seks met elkaar gehad.

Wat vindt Justitie?

Het Openbaar Ministerie vindt dat de imam misbruik heeft gemaakt van zijn positie als hulpverlener en geestelijk verzorger. Ook als de vrouw met zijn avances zou hebben ingestemd is er sprake van verboden ontucht.

Wat zegt de advocaat van de imam?

Hij erkent dat zijn cliënt met de vrouw naar bed is geweest, maar dat gebeurde nadat de hulpverleningsrelatie was beëindigd. In het drie uur durende gesprek zou zich ‘een soort knip’ hebben voorgedaan. De imam zou de vrouw hebben verwezen naar professionele hulp. De seks zou vrijwillig zijn geweest. De vrouw had gelachen, was naast hem gaan zitten op de bank en liet hem begaan toen hij haar aanraakte.

Waarom is dit belangrijk?

Dit gaat over de vraag of een imam juridisch kan worden beschouwd als maatschappelijke zorgverlener. Iemand met ‘cliënten’ die aan zijn zorg zijn ‘toevertrouwd’.

Wat zegt de rechtbank?

Die stelt vast dat deze imam vaker andere moslims op het geestelijke vlak helpt, bij rouw, echtscheiding en verslavingen. Daartoe is hij ook opgeleid en zo is hij ook benaderd namens de vrouw. Dat de hulpverleningsrelatie was beëindigd en de seks daarna vrijwillig was, vindt de rechtbank ongeloofwaardig. Een hulpverlener heeft ‘over het algemeen’ psychisch overwicht over zijn client. De imam had moeten beseffen dat de vrouw geestelijk hulpbehoevend was en niet in staat was om zich te verzetten tegen zijn toenaderingen. Ook als ze dat wel had gewild. Dat het gesprek met de vrouw in tweeën viel te delen, zoals de advocaat zei, vindt de rechtbank ‘enigszins gekunsteld’. De imam had er rekening mee moeten houden dat de vrouw hulpbehoevend was. Hij had uit het feit dat ze naast hem ging zitten en zijn aanrakingen accepteerde, niet mogen concluderen dat ze er ook mee instemde.

Niet de beleving van de verdachte of de vrouw geeft de doorslag „als wel de aard van het contact”. En dat contact hield in dat de vrouw aan de hulp en zorg van de imam was toevertrouwd. Seks is dan ontucht.

Welke straf krijgt de imam?

De officier eiste achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk onder reclasseringstoezicht, met een proeftijd van drie jaar. De rechtbank veroordeelt tot 12 maanden celstraf. Het misbruik van zijn macht als hulpverlener over een vrouw in een kwetsbare situatie wordt de imam zwaar aangerekend. Omdat het feit in 2010 werd gepleegd en de imam sindsdien geen ontucht meer pleegde, is een proeftijd niet nodig.

Lees hier de uitspraak (LJ BX3178).

Deze Uitspraak is ook te lezen op Recht en Bestuur.

Folkert Jensma

Naam auteur: Folkert Jensma
Geschreven op: 6 september 2012

Juridisch redacteur, commentator en blogger bij NRC

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Cees van Veelen schreef op :
Op de retorische vraag “Zouden er voor geestelijk verzorgers die handelen vanuit een religieus … perspectief wellicht andere normen moeten gelden?” kan ik verwijzen naar de beroepscode van de Protestantse Kerk voor predikanten en kerkelijke werkers, waar de wettelijke grenzen voluit worden onderstreept. Zoals men mij vroeger in de predikantenopleiding leerde: Er blijft altijd een tafel tussen jou en je gesprekspartner. Je gaat niet eens naast elkaar zitten, laat staan aan elkaar zitten.
Antje Hage schreef op :
En wat vindt de familie van de vrouw en de vrouw van de imam hier allemaal van? Is het normaal dat de imam zo’n verweer op formele gronden voert. En mag dit volgens de maatschappelijke groep. Zullen een vader en moeder hun kinderen aan deze zorgende imam toevertrouwen?
Niek Heering schreef op :
Ik vind het een juist vonnis, maar goochel ik op de trefwoorden “ontucht” en “dominee” dat vind ik o.a. dit: http://krant.telegraaf.nl/krant/archief/20020328/teksten/bin.ontucht.dominee.proceskosten.html en in 2008 http://www.surfwijzer.nl/rechtspraak/dominee-veroordeeld-voor-ontucht-en-kinderporno.html Over pastoor en ontucht zijn teveel zaken. Ik denk dat het OM en de rechtelijke macht met twee maten meten: een christelijke en een niet-christelijke.
Google ik op “arts” en “ontucht” en “verleegkundige” en “ontucht” dan zie ik ook minder strenge straffen geëist en gevonnist voor een soortgelijk vergrijp. De tweedeling die het OM en de rechters hanteren lijkt mij dan ook meer gebaseerd op de vraag of de verdachte een inboorling of een uitboorling is. In lijn met een onderzoek van de universiteit van Leiden meen ik. Gelijke monniken gelijke kappen graag!
Frits Jansen schreef op :
Het is niet moeilijk om als “advocatus diaboli” een geheel ander scenario te bedenken: de vrouw kreeg ontzettende zin in seks met die lieve imam die met de beste bedoelingen bij haar was gekomen, en slaagde erin om hem te verleiden door aan te geven dat ze nog dieper in de put zou raken als ook deze imam haar zou afwijzen.

Een “regels zijn regels” betoog dat seks met cliënten in een hulpverleningsrelatie “altijd” strafbaar is moet hier wijken voor een noodtoestandsverweer. Extra argument is het grondrecht van vrije partnerkeuze. De premisse dat deze seks (alleen maar) leuk was voro de imam is nergens op gebaseerd.

Dat de vrouw later spijt kreeg en toch aangifte deed doet aan het bovenstaande niets af. Druk uit haar islamitische(!) omgeving kan ook een rol hebben gespeeld.
Renee Kool schreef op :

De imam en de gewillige moslima

Het is geen alledaags gegeven dat een Marokkaanse ‘gezagsdrager’ op aangeven vanuit de eigen gemeenschap strafrechtelijk ter verantwoording wordt geroepen. De feiten logen er echter niet om: deze imam zou misbruik hebben gemaakt van een kwetsbare vrouw die hij hulp had toegezegd. Zonder enige twijfel valt dit onder artikel 249 Wetboek van Strafrecht. De Hoge Raad laat er geen twijfel over bestaan dat het verbod op seks met aan de zorg toevertrouwde personen materieel moet worden uitgelegd en niet afhankelijk is van enige ‘officiële’ status van de misbruiker. De verdachte ontkent deze status overigens niet, dat zou geen zin hebben nu er een opgenomen telefoongesprek ligt waarin hij het slachtoffer toezegt haar te zullen helpen ‘als imam van de moskee’. Duidelijk is dat het initiatief tot de seks uitgaat van de imam onder wiens invloedsfeer de vrouw nog steeds verkeerde. Het verweer dat de seks in tijd buiten het hulpverleningscontact viel en met wederzijds goedvinden plaatsvond wordt terecht verworpen: de ontucht vloeit niet voort uit het al dan niet instemmen, maar uit het miskennen van de functionele verantwoordelijkheid.

De verdediging lijkt de door de imam veronderstelde vrijwilligheid van de vrouw te gebruiken om de rechter zand in de ogen te strooien en schuwt niet de vrouw als onbetrouwbaar af te schilderen. Sterker nog: verzocht wordt haar psychiatrisch te doen onderzoeken. Deze, o zo betrouwbare imam is het slachtoffer geworden van een geestelijk labiele, onbetrouwbare vrouw. Niettemin roepen de feiten gelet op het tijdstip (’s avonds laat), de context (een de imam met een onbekende, alleen thuis zijnde vrouw), de duur (tot half drie ’ s nachts spreken) en de aard van het gesprek (handelende over ‘persoonlijke zaken’, uitmondend in ‘volle seks’) een ander beeld op. Bovendien, is de hulpvraag van de vrouw dan geen ‘persoonlijke zaak’? En is het normaal dat op initiatief van een geestelijk gezagsdrager seks plaatsvindt bij een eerste ontmoeting met een onbekende? Opnieuw is het Eva die Adam verleidt, nu in de figuur van een verwarde moslima.

Het is jammer dat de rechtbank meent zo uitgebreid in te moeten gaan op dit verleidingsverweer. De overweging dat ‘zo er al sprake zou zijn geweest van non-verbale uitingen’ (lachen, naast verdachte plaatsnemen, het hem toestaan haar borsten aan te raken) laat immers ruimte voor het beeld dat de imam weliswaar over de schreef is gegaan, maar daartoe mogelijk is aangezet door de vrouw. De toevoeging dat ‘de beleving van de verdachte en/of aangeefster in dit kader niet zozeer van doorslaggevend is als wel de aard van het contact’ is dan ook overbodig: de beleving van geen van beiden is relevant voor de strafbaarheid en kan hooguit spelen bij de straftoemeting. Intussen laten deze goed bedoelde overwegingen ruimte voor twijfel over de strafwaardigheid van het handelen in het licht van een mogelijk aandeel van de vrouw. Dat leidt de aandacht af van waar het werkelijk omgaat: het markeren van de grenzen van het hulpverleningsgesprek aan deze imam en aan alle andere ‘hulpverleners’.

Renee Kool is universitair hoofddocent strafrecht in Utrecht en NJB-expert.

Aart Hendriks schreef op :

Seks met een cliënt: nooit toegestaan

‘Het mag niet, het mag nooit; Seksuele intimidatie door hulpverleners in de gezondheidszorg.’ Aldus de titel van een uit 1998 stammende brochure van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Ook het Wetboek van Strafrecht, de beroepscodes van diverse beroepsgroepen en de rechtspraak laten over seks met een cliënt aan duidelijkheid niets te wensen over: dit is nooit toegestaan.

Waarom dit verbod op seks met cliënten? Een cliënt moet kunnen vertrouwen op de professionaliteit van een hulpverlener. Het delen van seksuele intimiteiten is onverenigbaar met een professionele behandelrelatie; de hulpverlener dringt dan verder door tot de privé-sfeer van de cliënt dan vanuit hulpverleningsperspectief verantwoord is. Van professionals wordt verwacht dat zij hun grenzen kennen en daarnaar handelen, en de belangen van de cliënt altijd voorop stellen. Dat laatste impliceert dat er geen misbruik wordt gemaakt van de kwetsbaarheid van de cliënt, al helemaal niet voor het eigen seksuele gerief. Indien een hulpverlener en een cliënt zich toch (al dan niet seksueel) tot elkaar aangetrokken voelen, dan dient de hulpverlener de behandelrelatie te beëindigen, voor de cliënt een andere hulpverlener te zoeken en – aldus veel beroepscodes – een ‘afkoelingsperiode’ in acht te nemen alvorens eventueel toe te geven aan zijn gevoelens.

De imam heeft deze regels met voeten getreden. Sterker, door een cliënte tijdens het kennismakingsbezoek ’s avonds om 23.00 uur te bezoeken laadt hij ernstig de verdenking op zich bepaalde (bij)bedoelingen te hebben gehad, waaraan hij niet van plan was weerstand wilde bieden, laat staan een afkoelingsperiode te willen betrachten. Aldus heeft hij ernstig misbruik gemaakt van de positie waarin de vrouw zich bevond.

De imam is geenszins de enige die in strijd handelt met het verbod op seks met cliënten. De Inspectie en, in mindere mate, het openbaar ministerie hebben hieraan de handen vol. In de praktijk wordt hard opgetreden tegen overtreding van deze norm, gesteld dat het slachtoffer aangifte doet en de bewijsvoering rond komt.

Zouden er voor geestelijk verzorgers die handelen vanuit een religieus – in dit geval moslim – perspectief wellicht andere normen moeten gelden? Daarvoor bestaan geen goede redenen. Ook hier geldt, in de woorden van het Wetboek van Strafrecht, dat er sprake is van een cliënt die aan de zorg van een hulpverlener is toevertrouwd. Daarmee wordt evenmin inbreuk gemaakt op de scheiding tussen kerk en staat. De godsdienstvrijheid is immers geen vrijbrief ter bescherming van onoorbare praktijken. Zie reeds de uitspraak van de Hoge Raad over een de facto seksclub (31 oktober 1986, NJ 1987, 173).

In de onderhavige zaak beriep de imam zich op instemming van de vrouw en de afwezigheid van een behandelrelatie. Volgens de verschillende beroepscodes en vaste straf- en tuchtrechtspraak is dat alles irrelevant. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Hoge Raad van 22 maart 2011 (NJ 2011, 143, LJN BP2630).

De conclusie luidt daarmee dat de Rechtbank Arnhem de imam terecht wegens ontucht heeft veroordeeld. Ook voor imams geldt dat seksueel contact met cliënten nooit is toegestaan.

Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht in Leiden en NJB-expert.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.