De Uitspraak: Mag de vriendin worden gedwongen tegen haar criminele vriend te getuigen?

Mag de vriendin van een crimineel worden gedwongen tegen haar vriend te getuigen? Terwijl dat niet hoeft als ze getrouwd waren?

De zaak.

In een vol café in Den Bosch wordt een man doodgeschoten. De verdachte blijkt een gedetineerde op weekendverlof, die daar met zijn vriendin zat. De man is eerder veroordeeld voor doodslag met een vuurwapen. De vrouw wordt door de rechter-commissaris opgeroepen om te getuigen, maar weigert. Zij beroept zich op het verschoningsrecht voor partners. Zij woont al 18 jaar met de verdachte samen. Het stel heeft twee kinderen, die de verdachte ook heeft erkend.

Daarop wordt zij opgesloten, of, zoals dat formeel heet, in gijzeling genomen. Totdat ze praat. In totaal zit zij 14 dagen vast. Ze blijft echter zwijgen. De rechter zegt, tot in hoogste instantie, dat dit verschoningsrecht niet voor haar is bedoeld. De wetgever heeft dat met opzet beperkt tot gehuwden en mensen in een geregistreerd partnerschap. Ook gescheiden partners kunnen er bijvoorbeeld geen beroep op doen. Dus wie niet is getrouwd en niet geregistreerd samenwoont moet gewoon getuigen. Zeker in zo’n ernstige zaak is dat een burgerplicht, die zwaarder weegt.

Wat is de rechtsvraag?

De vrouw klaagt bij het mensenrechtenhof in Straatsburg dat de wet het mensenrecht op bescherming van het gezinsleven schendt. Zij vindt dat ongeregistreerd, maar 18 jaar samenzijn en twee kinderen feitelijk gelijk staat aan het huwelijk of geregistreerd partnerschap.

Haar advocaat wijst erop dat voor de belastingen, de sociale zekerheid, het huurrecht en alimentatie Nederland ook geen verschil maakt tussen ongeregistreerde samenwoners en getrouwde of geregistreerde stellen. Haar getuigenis was ook niet nodig om bewijs in de strafzaak te krijgen. Er waren genoeg andere getuigen.

Hoe liep de strafzaak af?

De verdachte werd veroordeeld. Ook hij hield zijn mond tijdens het onderzoek. Het slachtoffer zou de vriendin hebben lastig gevallen. De politie wilde van zijn vriendin vooral weten of er sprake was van voorbedachte rade. Waarom had hij een wapen bij zich? Getuigen van de daad waren er genoeg. Het café zat vol.

Mag Nederland ongeregistreerde samenwoners dwingen tegen elkaar te getuigen?

Het Hof in Straatsburg vindt de Nederlandse wet in orde, maar het is kantje boord. Tien rechters stemmen voor de Nederlandse praktijk, zeven stemmen tegen. Nederland heeft bij deze regeling een relatief grote eigen beoordelingsvrijheid, zegt het Hof. Er is in Europa namelijk geen consensus over verschoningsrecht voor partners. Nederland heeft een duidelijke afweging gemaakt tussen het belang van strafvervolging en bescherming van het gezinsleven. Het verschoningsrecht wordt keurig toegekend, maar formeel beperkt tot gehuwde of geregistreerde stellen.

Dat samenwonen zonder samenlevingsovereenkomst maatschappelijk (en dus juridisch) feitelijk hetzelfde is als gehuwd zijn of geregistreerd samenwonen, is niet juist. Het Nederlandse parlement mag huwelijk of registratie een speciale status toekennen. Voor een verschoningsrecht geeft de doorslag of het partnerschap een ‘openbare onderneming’ is met een pakket aan rechten en plichten van contractuele aard. Anders moet de rechter straks bij iedere relatie onderzoeken uitzoeken of verschoningsrecht van toepassing is. Wie niet trouwt of registreert moet deze consequenties aanvaarden.

Lees de uitspraak van het EHRM in de zaak Van der Heijden vs. the Netherlands hier.

Deze Uitspraak is ook te lezen op Recht en Bestuur.

 

Folkert Jensma

Naam auteur: Folkert Jensma
Geschreven op: 3 mei 2012

Juridisch redacteur, commentator en blogger bij NRC

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Robert Hijmans schreef op :
Met hoeveel maten kun je meten? Eenzelfde relatie wordt fiscaal anders beoordeeld.
De formulering is ook belangrijk. De kop luidt: Mag de vriendin worden gedwongen tegen haar criminele vriend te getuigen? Het wordt al anders als je zegt: Mag een vrouw gedwongen worden te getuigen tegen de vader van haar kinderen? Die relatie is van een hogere orde dan een neef in de derde lijn.
Wat bezielt een RC om iemand 13 dagen in gijzeling te houden? Welke waarde heeft zo’n getuigenis? Op zich petje af als je dan niet zwicht.
Een dader moet echter op de juiste manier gestraft (kunnen) worden. Hopelijk is de vriendin ook die mening toegedaan. Heeft ze wel de juiste bescherming toegezegd gekregen?
Kortom we weten te weinig om een oordeel te vellen.
Eén ding is zeker: “Voortaan maar even naar de Burgerlijke Stand als je je vriend een moord ziet plegen.” heeft meer iets van een mislukte grap.
Bovendien kun je je achteraf nog verschonen door een truc toe te passen? Telt niet de situatie tijdens het misdrijf?
yf meurs schreef op :
De illustratie maakt het kader beperkt. Interessanter is het als het een ambtenaar betreft en of het als zodanig mogelijk is de betreffende perso(nen) te vervolgen voor strafbare feiten binnen de sfeer van openbaar bestuur.
Reinier Bakels schreef op :
Het lijkt mij dat niet formeel maar materieel moet worden geoordeeld of er een relatie is. Zodat in beginsel ook iemand die formeel een relatie heeft gedwongen zou kunnen worden om te getuigen als wordt vastgesteld dat materieel evident geen relatie (meer) bestaat. Stel je voor dat we schijnhuwelijken krijgen van mensen die onder hun getuigplicht uit willen komen. Een homohuwelijk van een zware jongen met zijn criminele maat (al is die zo hetero als wat)
F Huitema schreef op :
Elke Nederlander wordt geacht de wet te kennen. Maar dat de gevolgen inzake verschoningsrecht van de keuze van dit stel om hun partnerschap niet te registreren, “voorzienbaar” waren zoals Fernhout stelt, voert wat al te ver. De keren dat ik bij een notaris wat folders over huwelijken meenam, stond daar niets in over verschoningsrecht. Als warm voorstander van het instituut “huwelijk” vind ik onderscheid tussen gehuwden en niet gehuwden lovenswaardig, maar de strikte familierechtelijke interpretatie sluit niet aan op de Nederlandse rechtspraktijk die aanmerkelijk minder zwart/wit is.
Fokke Fernhout schreef op :

Een goede wetgever heeft oog voor de problemen die kunnen ontstaan wanneer de waarheidsvinding in botsing komt met geheimhoudingsplichten, eigenbelang en sociale dilemma’s. Door van alle getuigen een verklaring te eisen zou immers een advocaat kunnen worden gedwongen zijn cliënt te verraden, een arts zijn patiënt, een moeder haar kinderen en een verdachte zichzelf. In de Nederlandse context van het getuigenbewijs heeft de aandacht voor deze problematiek zijn uitwerking gekregen in het verschoningsrecht: het recht van een getuige géén antwoord te geven op de gestelde vragen.

De aanzet voor de huidige regeling is al vroeg in de 19de eeuw gegeven. De wetgever van destijds had een realistisch beeld van de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen (die niet hoog werd ingeschat) en het nut van het strafrecht (dat nog echt als een uiterste middel werd gezien) en had wellicht daarom een open oog voor de problemen die een getuige kan ondervinden. Daarom werd zowel in het Burgerlijk Wetboek als in het Wetboek van Strafvordering van 1838 het verschoningsrecht royaal toegekend.

Inmiddels denkt de wetgever dat alle heil van het strafrecht moet komen en staat met name het verschoningsrecht van advocaten, notarissen en artsen op de tocht, maar dat was – ook al lijkt dat op het eerste gezicht anders te liggen – niet de eigenlijke inzet van de procedure die leidde tot de zaak Van der Heijden v. Nederland. De casus is eenvoudig: een vrouw die al 18 jaar met haar vriend samenwoonde en met hem twee kinderen had, werd opgeroepen om te getuigen in een moordzaak waarin die vriend de verdachte was. Zij weigerde en werd uiteindelijk dertien dagen gegijzeld. Wanneer zij en haar vriend getrouwd waren geweest of een geregistreerd partnerschap hadden gesloten, was dit niet gebeurd. In dat geval had zij zich immers op het verschoningsrecht voor (ex-)echtgenoten en (ex-)partners kunnen beroepen.

Bij het EHRM werd aangevoerd dat een ongerechtvaardigde inbreuk werd gemaakt op haar door het EVRM beschermde privéleven en dat er een ongeoorloofd onderscheid werd gemaakt tussen ‘hokkers’ en paren die wel een formele status aan hun relatie hadden gegeven. Dat lijkt een indringende en inhoudelijke vraag te zijn, maar dat is maar in beperkte mate het geval. De achterliggende kwestie is namelijk of de wetgever die het verschoningsrecht regelt, daarvoor scherpe onderscheidingen mag gebruiken. Op het moment dat dat gebeurt, ontstaat immers altijd een spanningsveld tussen de materiële grondslag van de regeling en de uitwerking daarvan in de wet.

De Nederlandse wetgever heeft wisselend voor een strakke en een ruim omschreven regeling gekozen. Het verschoningsrecht voor de vertrouwensberoepen is bijvoorbeeld toegekend aan hen die ‘uit hoofde van hun werkzaamheden tot geheimhouding verplicht zijn’ (wat veel ruimte voor discussie laat), terwijl voor het verschoningsrecht van familieleden gebruik wordt gemaakt van de onderscheidingen uit het personen- en familierecht. Dat komt daardoor onder anderen toe aan de bloed- en aanverwanten van de verdachte in de zijlijn tot de derde graad ingesloten. Over wie daaronder vallen, valt nauwelijks te discussiëren, maar er ontstaat wel meteen een probleem dat parallel loopt aan het probleem van de zaak van Van der Heijden: waarom heeft de naar Canada geëmigreerde neef wél een verschoningsrecht en de buurvrouw die de verdachte van jongsaf aan heeft opgevoed niet?

Het antwoord is niet moeilijk: omdat de wetgever grenzen moet trekken en dat het liefst zo doet dat er over die grenzen zo min mogelijk discussie ontstaat. Zo is dat ook gegaan bij de samenwoners. Wie een relatie heeft, kan die relatie op een formele manier vormgeven, met alle aangename (fiscale faciliteiten, verschoningsrecht) en minder aangename (alimentatieplicht, beperkte bijstand) consequenties van dien. Dat creëert duidelijkheid zonder mogelijkheden af te sluiten. Wie niettemin kiest voor het zigeunerhuwelijk (ook al een keer aan de orde geweest), hokken of een LAT-relatie, zal de voorzienbare gevolgen van die keuze moeten aanvaarden.

Gelukkig heeft het EHRM de wetgever de vrijheid gelaten de grenzen scherp te trekken. De Hoge Raad overwoog al dat de Nederlandse regeling duidelijk en werkbaar is en daarom gerechtvaardigd. Dat is inderdaad een hoog goed, dat zeker niet mag worden opgeofferd aan wie zichzelf willens en wetens slachtoffer maakt van een regeling met voorspelbare gevolgen. Voortaan maar even naar de Burgerlijke Stand als je je vriend een moord ziet plegen.

Fokke Fernhout is universitair hoofddocent metajuridica in Maastricht en NJB-expert.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.