De Uitspraak: Kun je een actiegroep een terreinbezetting verbieden?

Kun je een actiegroep verbieden je terrein te blokkeren of je klanten te hinderen? Of horen acties erbij, als je omstreden activiteiten ontplooit?

De Zaak.

Actiegroep Greenpeace blokkeert half september tijdelijk de benzineverkoop van Shell. Actievoerders reizen langs 72 benzinestations en maken de vulpistolen onklaar met fietssloten en tiewraps. De politie en brandweer maken die kort daarna weer los. Het is een protest tegen olieboringen door Shell in de noordpoolgebieden. Shell vraagt de rechter in kort geding om een verbod op toekomstige acties.

Wat wordt precies geëist?

Op straffe van een dwangsom van 1 miljoen euro mag Greenpeace niet meer op de terreinen van de benzinepompen, in kantoren, gebouwen of op terreinen van Shell acties voeren die „de ongestoorde bedrijfsuitoefening verstoren dan wel bemoeilijken”. Het bedrijf zegt dat de olieboringen in het Noordpoolgebied legaal zijn en dat alle vergunningen in orde zijn. Dat Greenpeace daar anders over denkt „geeft haar niet het recht inbreuk te maken” op onze belangen, zegt het bedrijf.

Hoe verweert Greenpeace zich?

De actiegroep zegt dat haar acties moeten worden gezien als een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid. Wat Shell doet op de Noordpool is schadelijk. Om dat standpunt breed bekend te maken zijn publieke acties nodig.

Is de actie geoorloofd?

Daarover is de rechter kort. Het enkele feit dat een actie hinder oplevert maakt een actie niet onrechtmatig. Tegelijk is het recht op indringend actievoeren niet onbegrensd. Dat moet worden afgewogen tegen de belangen van de ondernemer, bijvoorbeeld het voorkomen van omzetverlies.

Welke grenzen zijn er dan?

1. Acties die schade berokkenen mogen pas als eerst is geprobeerd met minder vergaande acties hetzelfde doel te bereiken. Dat heet subsidiariteit.

2. Acties moeten in verhouding staan tot het doel. Er mag nadeel worden toegebracht, maar dat mag niet substantieel zijn. Een actie mag dus niet langer duren dan nodig is om het doel te bereiken. Naarmate anderen dan Shell er meer nadeel van ondervinden moet deze korter duren. Proportionaliteit dus. Verder moet Shell er rekening mee houden dat bij omstreden bedrijfsactiviteiten er acties zullen komen „om haar op andere gedachten te brengen”.

3. Actievoerders moeten maatregelen nemen om de veiligheid te waarborgen. Ze moeten dus op de plek van de actie aanwezig blijven en zich bekend maken.

4. De actievoerders moeten onnodige schade helpen voorkomen. Dus het bedrijf vertellen wat er gebeurt, met welke middelen en hoe lang het duurt.

Heeft Greenpeace zich daar aan gehouden?

Ja, althans, de rechter verbiedt de milieuorganisatie in de toekomst actie te voeren tegen Shell als het zich niet aan deze maatstaven houdt. Er moet bij het begin van de actie aan de terreinbeheerder een brief worden gegeven waarin doel, werkwijze, duur, veiligheidsmaatregelen en naam en telefoonnummer van de actieleiding is opgeschreven. Het publiek verhinderen te tanken mag niet langer dan een uur duren. Als Greenpeace kantoren of bedrijventerreinen wil hinderen, dan mag dat niet langer dan twee uur. Duurt het toch langer dan moet de actiegroep 25000 euro betalen voor elk uur „of gedeelte daarvan” dat het langer duurt.

Lees de uitspraak (LJN BX9310) hier

Deze Uitspraak is ook te lezen op Recht en Bestuur.

Bron afbeelding: Greenpeace München

Folkert Jensma

Naam auteur: Folkert Jensma
Geschreven op: 8 november 2012

Juridisch redacteur, commentator en blogger bij NRC

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

a.zecha schreef op :
De formulering van de uitspraak is m.i. dusdanig dat het de algemene, de vele specifieke en zeer ingrijpende ecologische belangen voor mens, dier en milieue - die zowel in tijd en gebiedsomvang van de nu reeds uit de historie bekende olie-rampen - niet aan de orde zijn gekomen, althans feitelijk de “bedrijfsbelangen” van Shell bij deze uitspraak kennelijk voorgaan. .
a.zecha
Jo Jansen schreef op :
Wat ik als leek zo vreemd vind, is dat Greenpeace de Shell aanpakt. Zij werken legaal met vergunningen. Moet je dan niet actievoeren tegen de vergunning-gevers?
Ron van Middendorp schreef op :
Wat ´de wet´ dus eigenlijk stelt is dat actievoerders het bedrijf en haar klanten pijn mogen doen, maar niet te lang en niet te veel. Dit roept bij mij vraagtekens op…

Stel dat een bedrijf – laten we zeggen: SHELL, BP, Monsanto – zich aantoonbaar of verondersteld schuldig maakt aan grootschalige – onherstelbare – vernietiging/vervuiling van bronnen die zij niet bezitten. Stel tevens dat de klanten van dit bedrijf dit gedrag willens en wetens toelaten. Is het dan niet meer dan normaal dat actievoerders grijpen naar middelen die impact hebben?

Dit soort wetten zie ik als middel van de gevestigde orde om stevig in het zadel te blijven zitten en hun wangedrag rechtsgeldig te laten zijn. Wil men hier tegen in verweer komen, rest dus niets anders dan de wet die de boosdoener beschermt te overtreden.
Tom Barkhuysen schreef op :
Een wijs en praktisch oordeel

De Voorzieningenrechter is in deze zaak tot een wijs en praktisch oordeel gekomen. Terecht erkent hij het fundamentele belang van de demonstratievrijheid, ook als het gaat om protesten tegen private ondernemingen. Tegelijk heeft hij voldoende oog voor de belangen van de betrokken onderneming. Deze laatste mag niet met onevenredige schade worden geconfronteerd. Dit resulteert in het oordeel dat een algeheel verbod op het in de toekomst blokkeren van benzinestations, zoals Shell dat vorderde, voor de rechter een brug te ver is. Tegelijk stelt de rechter aan dergelijke (toekomstige) acties terecht stevige randvoorwaarden zowel in materiële als in procedurele zin. Deze randvoorwaarden sporen met de grondrechtelijke jurisprudentie van nationale en Europese rechters. Daarbij is van belang dat de rechter benadrukt dat uiteindelijk elke actie op basis van de concrete feiten en omstandigheden op rechtmatigheid moet worden beoordeeld. Daarom kan er op voorhand voor toekomstige acties alleen een aantal buitengrenzen worden aangegeven waarmee kan worden bepaald welke acties in ieder geval onrechtmatig zijn. Dergelijke buitengrenzen lagen al besloten in eerdere jurisprudentie, maar het is heel praktisch dat de rechter in deze zaak bereid is geweest ze zo te expliciteren. Uiteindelijk hebben beide partijen daar baat bij. Greenpeace weet binnen welke grenzen zij met een zekere waarschijnlijkheid veilig kan opereren. Shell heeft op haar beurt een stok achter de deur om Greenpeace binnen deze grenzen te houden op basis van de dwangsomregeling waarin de uitspraak van de rechter ook voorziet. Ten slotte zou de uitspraak nieuwe rechterlijke procedures kunnen voorkomen, waarmee tevens het belang van de vaak toch al zwaar belaste voorzieningenrechter zou zijn gediend.

Tom Barkhuysen is hoogleraar staats- en bestuursrecht in Leiden en advocaat te Amsterdam en redacteur van het NJB.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.