De Uitspraak: Kun je de schade van een ski ongeval afwentelen op de veroorzaker?

Kun je de financiële gevolgen van een ski ongeval afwentelen op je eigen broer die je onderuit skiede?

De Zaak.

Twee broers en een neef skiën achter elkaar een blauwe (makkelijke) piste af, in Frankrijk. Het zicht is goed. De broer die in het midden skiet moet onverwacht uitwijken voor een stuurloos jongetje op één ski en rijdt zijn broer, voor zich, onderuit. Dat leidt tot een ernstige schouderblessure en een blijvende handicap. Het slachtoffer heeft een eigen bedrijf en vindt dat de verzekeraar van zijn broer zijn inkomensschade moet betalen. Hij vindt dat zijn broer te dicht achter hem skiede, de gedragsregels op de piste schond en daarom onzorgvuldig handelde.

Welke vragen zijn relevant?

De vraag òf er te dicht achter elkaar werd geskied. Hoe de gedragsregels op de piste luiden. En hoe zwaar die wegen. Hoeveel gevaar je als skiër onder deze omstandigheden kunt verwachten en wat je dan moet accepteren.

Hoe ging het drietal meestal de helling af?

Stuk voor stuk, in wisselende volgorde met de afspraak bij de lift op elkaar te wachten. Regelmatig skieden zij onderling op enkele meters afstand. Zij waren redelijk ervaren en een week samen op de piste.

Welke regels gelden op de piste?

Een skiër moet ten alle tijde kunnen stoppen of uitwijken zonder een ander te raken. En de achteropkomende skiër moet zijn spoor zo kiezen dat hij skiërs voor zich niet in gevaar brengt. Dit zijn regels van de Franse skifederatie. De rechter accepteert deze regels als een uitwerking van de (Nederlandse) zorgvuldigheidsnorm.

Is er te dicht op elkaar geskied?

De rechtbank vindt dat gezien de regels en de omstandigheden op de piste, tussen redelijk geoefende skiërs op een makkelijke piste met goed zicht de minimumafstand tussen de 1 en 2 meter moet zijn. Of de broers dichter bij elkaar skieden wordt uit de getuigeverklaringen niet duidelijk genoeg. Dus vindt de rechtbank dat niet bewezen is dat de middelste broer gevaarlijk dichtbij heeft geskied. De rechtbank vindt dat de verzekeraar niet hoeft te betalen. De gevallen broer verliest.

Vindt het Hof dat ook?

Ja, maar om een andere reden. Het Gerechtshof vindt dat de gedragsregels op de piste niet beslissend zijn. Een enkele overtreding daarvan betekent niet dat er onzorgvuldig is gehandeld. Het drietal was niet toevallig op de piste, maar in een duidelijk onderling verband. Door het afwisselend vooraan, midden of achteraan skiën was er sprake van een sport- en spelsituatie. Volgens vaste rechtspraak gelden er dan andere regels voor aansprakelijkheid, dan wanneer je in een anonieme situatie in botsing komt.

Deelnemers aan sport of spel moeten van elkaar “tot op zekere hoogte gevaarlijke, slecht gecoördineerde, verkeerd getimede of onvoldoende doordachte handelingen of gedragingen verwachten” aldus de Hoge Raad. Botsingen worden in zekere zin uitgelokt door samen in een groepje af te dalen. Omdat het drietal vaker op enkele meters van elkaar afdaalde, moest de voorste broer dan ook rekening houden met uitwijk manoeuvres van zijn achteropkomende broer. Onvoldoende afstand als enkel feit is wel onvoorzichtig, maar juridisch niet onzorgvuldig.

Lees hier de uitspraak (LJN BW9768)

Deze Uitspraak is ook te lezen op Recht en Bestuur.

Bron afbeelding: joe shlabotnik

 

Folkert Jensma

Naam auteur: Folkert Jensma
Geschreven op: 21 september 2012

Juridisch redacteur, commentator en blogger bij NRC

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Paul Meijer schreef op :
Welke regels gelden op de piste? Een skiër moet ten alle tijde kunnen stoppen of uitwijken zonder een ander te raken. En de achteropkomende skiër moet zijn spoor zo kiezen dat hij skiërs voor zich niet in gevaar brengt. Dit zijn regels van de Franse skifederatie. De rechter accepteert deze regels als een uitwerking van de (Nederlandse) zorgvuldigheidsnorm.
Lyngbakken schreef op :
Wat mij betreft is de kern hier niet precies sport en spel, maar het woord risico-aanvaarding (dat ook bij sport en spel speelt, maar daar niet alleen).
Men ging gezamenlijk skiën, de ene keer de een voor, de andere keer de ander, maar wel bij elkaar in de buurt. Dat is riskant gedrag van beide broers. Verwijzen naar de officiële regels is dan komen met boekjeswijsheid, en dan ook nog achteraf.

Er wordt vaak gepleit om in dit soort situaties niet de schuld van van iemand, maar het risico beslissend te laten zijn, dat dan gedekt kan worden door een verzekeraar. In het gemotoriseerd verkeer werkt dat, maar dat komt doordat daar sprake is van een verplichte verzekering. Zo lang die er niet is voor skiërs, heeft het weinig zin te proberen de schade op de verzekeraar af te wentelen. Dan ben je namelijk lelijk de pineut als je door een onverzekerde medeskiër omver wordt geskied.

Wat mij betreft dus een wijs en praktisch oordeel van het Gerechtshof.
Inno Vermijs schreef op :
Ik heb met verbazing de uitspraak van de rechtbank en hof gelezen. Het gemak waarmee de regels van de internationale skifederatie aan de kant worden gezet, vind ik zorgelijk en levert gevaarlijke jurisprudentie op. De regels zijn heel duidelijk: degene die iemand van achteren omver skiet is schuldig: de afstand was te klein of de snelheid te groot. Blijkbaar zijn de rechters geen skiers. De voorste skier kan nooit rekening houden met manoeuvres van iemand achter zich: je hebt geen ogen in je achterhoofd. Het hof zou er goed aan doen om zich te verdiepen in uitspraken in vergelijkbare zaken in ski-landen als Oostenrijk en Zwiserland.
Robin Barout schreef op :
‘Sport en spelsituaties’ zijn een ding.
Maar in de recreatieve sfeer verricht (vermaak, ontspanning e.d.) toch van andere (betekenis)waarde dan in competitieve, elkaar om enig (‘financieel of extern moreel’) gewin beconcurrende setting.
In de recreatieve sfeer gelden m.i. hogere zorgvuldigheidsnormen voor de deelnemers dan in de competitieve sfeer. Dus mag men van vakantievierende wintersporters meer zorgvuldigheid verwachten dan van wedstrijdende skiërs, ook al skiën die wintersporters een week of twee weken lang. Per jaar. Per x-aantal jaren. Van competitiewedstrijdhoudende amateurs meer dan van recreatieve. Van tourtochtwielrenners ‘s zomers verwachten dat die beter opletten op verkeer en obstakels dan profs in een wedstrijd die risico’s op (bestaans)winst moeten nemen, terwijl gezelligheidsbridgers beter tegen hun verlies moeten kunnen dan pro’s.

Maar bovenal zou men in de rechtspraak eens de reuk moeten wegnemen dat men bij voorbaat zaken tegen commerciële verzekeraars afwijst, tenzij tenzij etc.
En gewoon in het vonnis vermeldt indien van toepassing: “u belazert de kluit.”

Vooralsnog lijkt het ons beter om maar niet te gaan wintersporten met elkander op dezelfde piste.
Sjef van Swaaij schreef op :

Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden. Zo staat het in artikel 162 van Boek 6 van ons Burgerlijk Wetboek. Volgens dit wetsartikel is een onrechtmatige daad onder meer een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt (behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond).

Wie bijvoorbeeld tijdens een party in een skybox van een voetbalstadion een andere feestganger een trap geeft tegen zijn knie waardoor botletsel ontstaat, pleegt een onrechtmatige daad en moet de schade vergoeden. Maar lang niet altijd handelt de degene die een ander een trap geeft daarmee onrechtmatig. De deelnemers aan een sport als voetballen hebben immers tot op zekere hoogte gevaarlijke gedragingen waartoe het spel uitlokt over en weer van elkaar te verwachten. Terwijl gedragingen buiten het kader van de sport door de deelnemers aan het maatschappelijk verkeer als regel niet van elkaar behoeven te worden verwacht en mede daarom veelal niet aanvaardbaar zijn. De vorige zinnen staan (in één lange zin) ruim twintig jaar geleden gewezen standaardarrest van de Hoge Raad der Nederlanden (LJ ZC0300), ons hoogste rechtscollege. De Hoge Raad overwoog tevens dat ,,niet reeds het enkele overtreden’’ van de spelregels, waaronder regels ter bescherming van de veiligheid van spelers, onrechtmatig is. En dat de overtreding van een spelregel intussen wel een factor is die meeweegt (dus: niet doorslaggevend is!) bij de beoordeling van de onrechtmatigheid.

Mark van Bommel, die nogal eens uitgelokt wordt door het voetbalspel, hoeft derhalve niet te vrezen dat hij aansprakelijk is, wanneer hij net niet tegen de bal, doch in plaats daarvan tegen de knie van een spits trapt, ook niet als Marks actie op gevaarlijk spel neerkomt. Maar een (voetbal)sporter heeft geen vrijbrief. Zo ging het in de casus die tot genoemd arrest leidde om ‘natrappen’: de scheidsrechter rapporteerde dat de aansprakelijk gestelde persoon zijn tegenstander neerlegde zonder dat de bal überhaupt in de buurt was. Dit was een ‘gemene’ overtreding, die onsportief is, ingaat tegen de geest van het spel en verontwaardiging oproept bij spelers en toeschouwers, zoals een eminente rechtsgeleerde (prof. Brunner) schreef in een belangrijk commentaar op dat arrest. Weliswaar moet een voetballer gevaarlijk spel verwachten, maar dat is wat anders dan een vuile overtreding.

Het Hof verbindt in de skicasus (vooral) aan het feit dat de skiënde broers met hun neef al gedurende een week in wisselende volgorde en geregeld met een tussenruimte van enkele meters achter elkaar afdaalden de consequentie dat het enkele onvoldoende afstand houden niet impliceert dat onrechtmatig gehandeld werd: de gewonde broer mocht niet verwachten dat voldoende afstand gehouden werd. Maar er is nog een ander, belangrijk aspect. Wie zichzelf namelijk niet houdt aan de regel wegens schending waarvan hij van een ander schadevergoeding wenst, krijgt deze van de rechter niet toegewezen. Zo handelt degene die door een ander tot schadevergoeding aangesproken wordt wegens valse concurrentie niet onrechtmatig jegens die ander, als deze hem op dezelfde wijze beconcurreert. Of neem een student die gewond raakt door een gasexplosie op een boottocht die hij mee zelf organiseerde en waarop hij zelf mee toezicht hield. Om dan de studentenvereniging aansprakelijk te stellen voor de eigen schade is als de pot die de ketel verwijt zwart te zien.
Zo bezien heeft de gewonde broer ook daarom geen recht op schadevergoeding.

Mr. J.H.M. (Sjef) van Swaaij is cassatieadvocaat, adviseur van advocaten in appèlzaken en NJB-expert.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.