De Uitspraak: Hoeveel bezwaarprocedures mag een burger beginnen tegen de gemeente?

Mag een burger eindeloos bezwaarprocedures aanspannen uit protest met het doel de overheid te schaden?

De Zaak.

Een pandjesbaas die ruzie heeft met de gemeente Dordrecht besluit zoveel mogelijk bezwaarschriften en brieven in te dienen.

De gemeente sloot een aantal van zijn panden wegens illegale kamerverhuur en veilde er twee om niet betaalde dwangsommen te incasseren. De man bezit 42 panden. Hij spande in een jaar 2247 procedures aan, over van alles en nog wat.

De gemeente eist dat de man om zich gedurende twee jaar niet vaker dan tien keer per maand met brieven, faxen of e mails tot de gemeente richt. Behalve als het gaat om zijn eigen zaken met de gemeente – dan blijft hij vrij in zijn correspondentie.

Waarom doet de man dat?

Op de zitting herhaalt hij wat hij in het Algemeen Dagblad zei. Hij doet het ‘gewoon om te zieken’ en de gemeente op kosten te jagen. Verder wil hij de gemeente dwingen om het verscherpte beleid tegen illegale kamerverhuur op te geven. In correspondentie met de gemeente schrijft hij de gemeente zo te dwingen om de opbrengst uit zijn geveilde panden weer uit te geven aan juristen. Ook wil hij de gemeente zoveel procedures aandoen dat hij met een beroep op de ‘Wet dwangsom bij niet tijdig beslissen’ automatisch vergoedingen zal ontvangen. En dus via een omweg schadeloos wordt gesteld voor het verlies van zijn panden.

Wat is het belang van de gemeente?

De gemeente begroot de kosten van de procedures op vier ton per jaar. „Dit terwijl de gemeente moet bezuinigen op voorzieningen als zwembaden en bibliotheken”. Behalve een verbod vordert de gemeente ook een dwangsom van 300 euro per overtreding.

Wat is de rechtsvraag?

Kan een burger in juridische zin misbruik maken van de bevoegdheid om in bezwaar te gaan bij de overheid? De rechter oordeelt dat er alleen een misbruikbepaling bestaat in het vermogensrecht (goederen en verbintenissen). Dit conflict speelt tussen een burger en een overheid: bestuursrecht dus. Tot nu toe namen rechters driemaal eerder aan dat het toch kan: een burger die misbruik maakt van een bevoegdheid jegens de overheid. Maar dan moet de burger het wel heel bont maken voordat de rechter dat mag aannemen. Immers, de overheid heeft zeer verstrekkende bevoegdheden. De burger „moet de nodige ruimte worden geboden om tegen de overheid te kunnen opkomen in een gerezen conflict met die overheid. Deze ruimte is echter niet onbegrensd.”

Wat is het oordeel?

De pandjesbaas heeft de grens overschreden. Hij wil vooral de gemeente schaden. De aandacht die hij van de gemeente vraagt is disproportioneel. Ook als wordt meegewogen dat de man 42 panden bezit, waardoor hij dus meer contact heeft met de overheid dan een ander. Ook is het aanspannen van zoveel procedures als politiek drukmiddel niet gerechtvaardigd. „Een gemeente beschikt nu eenmaal over gelimiteerde middelen”. Actie voeren door de gemeente te dwingen geld uit te geven is niet legitiem. De pandjesbaas moet zich beperken tot tien brieven of emails per maand.


Lees de uitspraak (LJN BZ4905) hier

De Uitspraak is ook te lezen op Recht en Bestuur.

Folkert Jensma

Naam auteur: Folkert Jensma
Geschreven op: 5 april 2013

Juridisch redacteur, commentator en blogger bij NRC

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Beek schreef op :
reactie op C .Blos,

Helemaal mee eens. Ben zelf ook diverse keren in aanraking gekomen met ambtenaren uit Dordrecht. Door hun eigen onvermogen in de stad de orde te handhaven, terwijl er vele opties waren dit te doen maar ze er gewoon geen geld voor wilde uittrekken, mijn horecazaak gesloten voor een incident buiten op straat (waar de politie behoort te handhaven). En in de procedures afspraken ontkennen, liegen en in een bezwaarcommisie dezelfde mensen zetten die het eerdere genomen besluit moeten toetsen. walgelijk die mensen.
a.zecha schreef op :
Mijns inziens is het op deze plaats relevant om voorbeelden in herinnering te roepen, die de regering aan burgers geeft met haar decennia lange procederen (met publieke middelen) tegen klokkenluiders die mis-“dragingen” van staatswege aan de orde stellen.
a.zecha
Sander Arts schreef op :
Maar is die man nu een pandjesbaas, of bezit hij gewoon veel panden?
C.Blos schreef op :
De meneer(pandjesbaas) gaat voor mij ook veel te ver. MAAR:
Ik wil hier uitdrukkelijk iets verklaren aangaande de gemeente Dordrecht.
Zij doen er alles aan om hun burgers te bedonderen, zoals zeggen dat een brief niet is aangekomen, iets is door hen zogenaamd verstuurd, terwijl dit absoluut niet waar is en ga zo maar door.
Dit betreft dan burgers die gewoon hun recht willen halen maar continue worden tegengewerkt/voorgelogen door de gemeente Dordrecht.
Michiel Jonker schreef op :
In deze zaak was het door de pandjesbaas openlijk geuite, destructieve, oneigenlijke doel van zijn procedures (het “zieken” van de gemeente) een belangrijke reden om een streep te kunnen trekken.

Interessanter lijkt me de vraag hoe er moet worden omgegaan met querulanten die niet openlijk toegeven waar ze mee bezig zijn. Met andere woorden: wanneer mag een burger als een querulant (in casu misbruiker van het procesrecht) worden beschouwd en behandeld, puur op basis van procesrechtelijke handelingen met doelen waarvan niet kan worden BEWEZEN dat ze niet legitiem zijn?

Op zich ben ik het eens met Barkhuysen (#1) dat het in het contact tussen burger en overheid de voorkeur verdient “om alleen de rechter de bevoegdheid te geven om – in het kader van een verzoekschriftprocedure – de antimisbruikregeling te activeren. Het recht op antwoord van de overheid en het maken van bezwaar is immers te belangrijk om primair door de overheid zelf te kunnen worden beperkt.”

Maar daarmee is het probleem nog niet opgelost. Het risico dat bestuursrechters zich te veel met (de beleving van) het bestuur identificeren en te weinig met (de beleving van) burgers, is niet denkbeeldig. Er zijn in Nederland bijvoorbeeld bestuursrechters die het goedkeuren dat een overheid een strafmaatregel treft vanwege de (volgens de rechter) “cynische toon” van een kritische uiting – iets wat je eerder bij rechters van een dictatoriaal geregeerd land zou verwachten.

Daarom zijn er duidelijke, wettelijk vastgelegde, limitatieve criteria nodig, zodat burgers weten hoever ze kunnen gaan zonder het risico te lopen dat hun procesrecht hun wordt afgenomen. Dit is ook in overeenstemming met de geest van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens, waarin het belang van “kenbare regels” wordt benadrukt. Anders raken we te makkelijk overgeleverd aan willekeur die alleen nog gebaseerd is op de “beleving” van overheidsfunctionarissen en bestuursrechters die tot hetzelfde circuit /netwerk behoren.
Reinier Bakels schreef op :
De samenvatting van Jensma mist een essentieel punt. Inderdaad staat de bepaling over misbruik van bevoegdheid in het Burgerlijk Wetboek (art. 3:13 lid 1 BW: “Degene aan wie een bevoegdheid toekomt, kan haar niet inroepen, voor zover hij haar misbruikt.”) Maar twee artikelen verderop staat een schakelbepaling: “De artikelen 11-14 vinden buiten het vermogensrecht toepassing, voor zover de aard van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet.” Dus concludeert de rechter terecht dat ook in het bestuursrecht misbruik van recht mogelijk is. Alleen moet hij dan nog wel de vraag beantwoorden of er inderdaad sprake is van misbruik van recht. Plichtmatig overweeg de rechter dat die niet te lichtvaardig mag worden aangenomen, gezien de asymmetrische verhouding tussen burger en overheid. Maar dat daar in casu wel degelijk sprake van is. Overigens had het oordeel ook zonder deze wettelijke basis hetzelfde kunnen zijn, want de onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) verlangt geen expliciete wettelijke basis. Onrechtmatig is ook “een doen of nalaten in strijd [...] met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.” Daar kan niet alleen een verbod maar zelfs een schadevergoedingsverplichting aan worden gekoppeld, een opsteker voor de ongetwijfeld hard door bezuinigingen getroffen gemeente.

“Misbruik van bevoegdheid” klinkt heel stijf. Duitsers spreken duidelijker over een “Schikaneverbot”: § 226 BGB: “Die Ausübung eines Rechts ist unzulässig, wenn sie nur den Zweck haben kann, einem anderen Schaden zuzufügen.”
J.v.Loveren schreef op :
Wie op deze wijze de wettelijke mogelijkheden die worden geboden misbruikt is gewoon verkeerd bezig. De wet is er niet om er zelf alleen maar beter van te worden of de gemeente eindeloos dwars te zitten. Natuurlijk begrijpt ook hier de pandjesbaas wel dat 2247 procedures over van alles en nog wat als onzinnig moet worden beschouwd.
Hiervoor is het recht niet bedoeld en wordt het aantal procedures terecht terug gebracht naar het normale aantal procedures per jaar. ‘De burger „moet de nodige ruimte worden geboden om tegen de overheid te kunnen opkomen in een gerezen conflict met die overheid. Deze ruimte is echter niet onbegrensd.” Met dit geciteerde deel uit ‘Recht en bestuur’, ben ik het volkomen eens.

Men dient op redelijke, respectvolle en maar ook vooral op rationele wijze gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheden die een ieder worden geboden.
Het zieken van een gemeente of door eindeloze procedures tot slinkse schadevergoedingen te komen zijn in deze vorm ook schadelijk voor de rest van de gemeenschap.
Tom Barkhuysen schreef op :

Misbruik van bestuurs(proces)recht vraagt om een proportionele reactie

Na de Zutphense bestuursrechter in 2004 (LJN AR8495) en 2008 heeft nu de civiele voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam het aangedurfd om een beroep op misbruik van bevoegdheid c.q. misbruik van procesrecht in een bestuursrechtelijke rechtsverhouding toe te wijzen. De Zutphense rechtbank werd overigens in de laatstgenoemde zaak gecorrigeerd door de Centrale Raad van Beroep die meende dat de wet geen ruimte zou laten om bij misbruik niet te beslissen op aanvragen en bezwaarschriften (LJN BL4270). Het College van beroep voor het bedrijfsleven – een andere hoogste bestuursrechter – ziet wel ruimte voor een beroep op misbruik van procesrecht, maar honoreerde dit niet eerder omdat het misbruik daarvoor niet ernstig genoeg zou zijn (LJN BD5035, BD5032). Van weer een andere hoogste bestuursrechter – de Afdeling bestuursrechtspraak – is mij geen vergelijkbare jurisprudentie bekend. En nu is het dus de civiele rechter die de handschoen weer opneemt.

Het gebruik van de figuur van misbruik van procesrecht om querulanten als de Dordtse pandjesbaas te stoppen is daarmee in ieder geval niet onomstreden. Daarvan is de rechter in de Dordtse zaak zich ook bewust. Hij motiveert zijn uitspraak zorgvuldig en geeft daarbij ook aan dat terughoudend moet worden omgegaan met het honoreren van een beroep op misbruik van procesrecht in de verhouding burger-overheid. En terecht. Hiermee wordt immers afbreuk gedaan aan fundamentele wettelijke rechten van de burger ten opzichte van de overheid die eenzijdig in zijn rechtspositie kan ingrijpen. Burgers moet daarom de nodige ruimte worden geboden om in een conflict tegen de overheid op te kunnen komen. Deze ruimte is echter niet onbegrensd blijkens de uitspraak. Daar waar alleen gebruik wordt gemaakt van het bestuur(proces)srecht om de overheid “te zieken” en dat bovendien een onevenredige belasting oplevert voor die overheid kan er een streep worden getrokken. Ook dat is terecht. Tegelijk laat de uitspraak – ook als gevolg van de voorzichtige vordering van de gemeente – nog de nodige ruimte voor verdere belasting van het ambtelijk apparaat. Om te beginnen moeten de nog lopende zaken (en dat zijn er heel wat) worden afgehandeld. Verder blijft er ruimte voor tien andere verzoeken en bezwaarschriften per maand alsmede het gebruikmaken van rechtsmiddelen tegen besluiten van de gemeente die aan de betrokkene zijn gericht. Dat had nog een tandje strenger gekund, hetgeen mogelijk ook geldt voor de hoogte van de dwangsom (300 euro per overtreding).

Misbruik van bestuurs(proces)recht is trouwens een relatief hot topic. In de praktijk bestaat namelijk in ieder geval de indruk dat het een wijdverbreid fenomeen zou zijn. Motieven daarvoor zijn dan het de voet dwars zetten van de overheid, zoals in de Dordtse zaak, maar ook het verdienen van geld. Dit laatste als gevolg van het feit dat de overheid bij een verzoekenbombardement vaak door de bomen het bos niet meer ziet, termijnen laat lopen en daardoor dwangsommen gaat verbeuren. Als gevolg daarvan gaan er stemmen op om in de Algemene wet bestuursrecht een antimisbruikregeling op te nemen (vgl. Willems-Dijkstra & Van der Leek, Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrecht 2013/7). Anderen pleiten er voor daar niet te voortvarend mee te zijn en eerst ervaring daarmee op te doen in wetten waar dat met name van belang zou zijn, zoals de Wet openbaarheid van bestuur en in aanvulling daarop de civiele antimisbruikbepaling te gebruiken die de rechter in de Dordtse zaak toepaste (Daalder, Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrecht 2013/8). Dat laatste lijkt mij verstandig omdat daarmee ook meer greep kan worden gekregen op het criterium dat geldt om misbruik van bevoegdheid aan te nemen. Dat is immers nog bepaald onduidelijk. Hoe bont moet een burger het maken om met recht misbruik tegengeworpen te krijgen? Het is te hopen dat ook minder bonte gevallen dan de Dordtse casus kwalificeren. Als het dan toch tot een wettelijke regeling in de Algemene wet bestuursrecht zou komen, dan zou mijn voorkeur er naar uitgaan om alleen de rechter de bevoegdheid te geven om – in het kader van een verzoekschriftprocedure – de antimisbruikregeling te activeren. Het recht op antwoord van de overheid en het maken van bezwaar is immers te belangrijk om primair door de overheid zelf te kunnen worden beperkt. Daarmee zou een proportioneel antwoord kunnen worden gegeven bij misbruik van bestuurs(proces)recht.

Tom Barkhuysen is Leids hoogleraar staats- en bestuursrecht, advocaat en redacteur bij het NJB.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.