De smartengeldpraktijk: rechtsvergelijkend bezien

Lees hier de scriptie 'De smartengeldpraktijk: rechtsvergelijkend bezien' van Kadjel Kharag (masterscriptie Privaatrecht, Erasmus Universiteit Rotterdam, begeleider R.J.P. Kottenhagen).

Het zwaartepunt van de smartengelddiscussie lijkt zich verplaatst te hebben van de vraag of er in wezen een recht op immateriële schadevergoeding behoort te bestaan naar de vraag of de huidige Nederlandse benadering ten aanzien van de vaststelling van smartengeld wel zo rechtvaardig is, gezien de grote stroom aan smartengeldjurisprudentie. Wanneer men de Nederlandse wijze van vaststelling van smartengeld onderwerpt aan evaluatie, komt allereerst naar voren dat er sprake lijkt te zijn van een zekere stagnatie in de ontwikkeling van smartengeldbedragen.

In haar scriptie geeft Kadjel Kharag een mogelijke verklaring voor deze stagnatie: die is gelegen in de Nederlandse benadering waarbij door vergelijking met gevallen uit het verleden, huidige en toekomstige factoren buiten beeld worden gelaten. Bovendien komt naar voren dat de bestaande wijze van coördinatie van rechtspraak in gevallen van toekenning van smartengeld, de eenheid van smartengeldrechtspraak onvoldoende waarborgt. Uit de gepubliceerde rechtspraak kan namelijk worden afgeleid dat min of meer gelijke gevallen niet altijd gelijk worden behandeld. De Hoge Raad noch de hoven hebben zich tot op heden duidelijk uitgesproken over de wenselijke wijze van vaststelling van de omvang van smartengeld. Tevens hebben zij zich ook niet uitgelaten over wenselijke niveaus van smartengeld in verschillende typen gevallen.

Door het gebrek aan richting bij de vaststelling van smartengeld door de wetgever en de rechter, kan gezegd worden dat de eis van rechtsgelijkheid, rechtszekerheid en daarmee de eis van rechtseenheid in het gedrang komt. Tevens lijkt het gebrek aan rechtszekerheid te leiden tot inefficiëntie van de buitengerechtelijke schadeafwikkeling. Wanneer men echter een blik over de grens werpt, dan kan gezegd worden dat in Engeland de coördinatie van smartengeldrechtspraak vorm heeft gekregen door de komst van de JSB-richtlijn. De vele voordelen die uit deze gestandaardiseerde methode van vaststelling van smartengeld voortvloeien, voedt de wenselijkheid om elementen of wellicht de gehele Engelse methode van vaststelling in het Nederlandse systeem over te nemen. De Engelse methode realiseert en waarborgt volgens Kharag het beginsel van rechtseenheid en daarmee de beginselen van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Deze rechtsbeginselen worden gerealiseerd en gewaarborgd door de voorspelbaarheid van een mogelijke rechterlijke uitspraak, overzichtelijkheid en toegankelijkheid van de JSB-richtlijn, alsmede doordat het Court of Appeal als controle-instantie het smartengeldniveau in het oog houdt.

Naam auteur: Redactie
Geschreven op: 29 augustus 2011

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

jerry kharag schreef op :
Ik ben eens met de stelling dat het Nederlandse systeem van toekenning van smartegeld aan vernieuwing toe is.
Een goede analyse en vergelijkend onderzoek van de schrijfster van de sriptie over smartegeld.
Misschien een aansporing voor de wetgevers in het land om werk van te maken.en het stelsel aan te passen aan het Engelse systeem
Prociat..

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.