De politierechtbank of: waar blijft de rechter?

Volgende week vergadert de NJV over het legaliteitsbeginsel. In de preadviezen is veel aandacht voor de relatie tussen de wetgever en de rechter, die al lang niet meer voldoet aan het klassieke uitgangspunt van scheiding der machten. Hoe er ook tegen die verhouding wordt aangekeken: de rol van de rechter is voor de verwezenlijking van de beschermende waarden van het legaliteitsbeginsel cruciaal.

Maar wat nu, als de rechter er niet meer aan te pas komt? In de slipstream van het concept wetsvoorstel Rechtsbijstand en politieverhoor dat op 18 april jl. is gepresenteerd worden de contouren zichtbaar van een strafproces waarin de berechting voor een aanzienlijk deel van de verdachten de facto niet meer door de rechter plaatsvindt. De aanleiding voor de wetswijziging is de Salduz-jurisprudentie van het EHRM. De rechtbijstand in de fase van het politieverhoor moet eerder kunnen dan nu in de wet is vastgelegd. Mooi, dat er nu werk van wordt gemaakt om het Nederlandse strafproces meer in lijn te brengen met basale beginselen van een eerlijk proces. Wat aan rechtsbescherming in de fase van het politieverhoor wordt gewonnen, lijkt echter gecompenseerd te moeten worden met maatregelen die vooral in het teken van efficiency staan en dat betekent meestal minder rechtsbescherming. En passant wordt namelijk in het wetsvoorstel nog een paar andere voorstellen gedaan die in combinatie met elkaar ervoor moeten zorgen dat een van de speerpunten van de huidige regering wordt gerealiseerd: de snellere afdoening van zogenaamde “standaardzaken”. We hebben het dan over misdrijven die voor de politierechter komen en die zo’n 70% van alle strafzaken uitmaken. Om deze supersnel af te doen wordt voorgesteld dat verdachten in alle misdrijfzaken kunnen worden opgehouden voor onderzoek en verhoor. Nu kan dat alleen bij heterdaad en daarbuiten bij misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is. Doordat er bij vrijheidsbeneming ruimte moet zijn voor consultatie van een advocaat wordt de termijn voor het ophouden voor onderzoek en verhoor voor misdrijven van 6 uur opgehoogd naar 9 uur (nachtelijke uren meegerekend van 15 naar 18 uur). De taak van de (hulp)OvJ wordt na de aanhouding geïntensiveerd in die zin dat de onmiddellijke voorgeleiding, die in de praktijk was verwaterd, nu wel plaatsvindt. De (hulp)OvJ beoordeelt dan de rechtmatigheid van de aanhouding en neemt een beslissing of de verdachte van zijn vrijheid kan worden benomen voor verhoor en nader onderzoek. En daarna moet het snel gaan. Tegen de afloop van de verhoortermijn neemt de OvJ ten aanzien van verdachten die niet in verzekering kunnen worden gesteld en waarvoor zijns inziens genoeg bewijs is, meteen een beslissing over de afdoening van de zaak middels een strafbeschikking. Datzelfde gebeurt ook zoveel mogelijk binnen de IVS-termijn van drie dagen voor de verdachten die wel in verzekering worden gesteld. De rechtmatigheidstoets van de inverzekeringstelling door de RC wordt afgeschaft en vervangen door een regeling waarbij iedere verdachte op elk moment van zijn vrijheidsbeneming invrijheidsstelling kan vragen. Dat moet ook in het weekend kunnen. Voor de zaken die niet binnen 90 uur na aanhouding zijn afgedaan, moet de OvJ beslissen over voorgeleiding aan de RC als verdere vrijheidsbeneming (verlenging inverzekeringstelling en bewaring) geboden is. Dat zal dus alleen gebeuren in de zaken waar meer onderzoek nodig is of waarin een gevangenisstraf te verwachten is.

Als we dit schaakbord overzien, hoe staan we er dan voor? Er is natuurlijk niets op tegen dat strafzaken sneller worden afgewikkeld. Als rechtsbijstand in een vroege fase kan worden gegarandeerd, dan zitten aan een snelle afdoening voor alle betrokkenen zeker positieve kanten. De kern van het probleem zit hem echter in de uitbreiding van de mogelijkheden tot vrijheidsbeneming. Zowel de transactie als de strafbeschikking gaan uit van een zekere mate van consensualiteit. De mogelijkheid om vrijwel alle verdachten tot 18 uur van hun vrijheid te beroven is een niet te onderschatten dwangmiddel de verdachte “een handje te helpen” in de richting die de politie op wil, ook al heeft de verdachte een andere lezing van de feiten. Bij het merendeel van deze “standaardzaken” moeten verdachten zelf voor rechtsbijstand gaan betalen, dus de meesten zullen het op het politiebureau zonder advocaat moeten doen. Maar ook in de gevallen waarin wel een recht op consultatiebijstand wordt voorzien, moeten verdachten in en razend tempo beslissingen nemen: ingaan op een deal of niet? Externe controle van wat er op het politiebureau gebeurt en hoe de zaken worden afgedaan is er nauwelijks. De rechter komt er niet meer aan te pas. In de VS en Duitsland, waar met plea bargaining of het Strafbefehl ook veel strafzaken worden afgedaan, is er op het eind nog een rechterlijke controle van de (vrijwiligheid van de) uiteindelijke deal c.q. de rechtmatigheid en proportionaliteit van de afdoening. Die ontbreekt in Nederland waar alleen het piepsysteem van verzet bestaat. Het beeld dat hierbij opdoemt is dat wat Packer in 1968 beschreef als de lopende band van het Crime Control Model1: “an assembly-line conveyor belt down which moves an endless stream of cases, never stopping, carrying the cases to workers who stand at fixed stations and who perform on each case as it comes by the same small but essential operation that brings it one step closer to being a finished product, or, to exchange the metaphor for the reality, a closed file”. Het politiebureau als detentie-, verhoor- , onderzoek- en berechtingscentrum ineen. Hoezo, scheiding der machten? Wie toetst er nog aan het legaliteitsbeginsel? En wat blijft er nog over van de functie van de openbare terechtzitting waar “justice can seen be done”?

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2011/1126, afl. 22, p. 1431.

 

1. H.L. Packer, Two Models of the Criminal Process, in: The Limits of the Criminal Sanction, Stanford University Press, 1968.

Taru Spronken

Naam auteur: Taru Spronken
Geschreven op: 30 mei 2011

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar straf- en strafprocesrecht Universiteit Maastricht

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

a.zecha schreef op :
De titelvraag en artikel uit 2011 ernstig nemend kan in 2012 m.i. in kort bestek erop worden gereageerd met het navolgende.

De weg naar een Haagse politiestaat wordt nu versneld aangelegd door post-VOC marktkooplieden. Zij worden gesteund door een meerderheid van (navelstarende?) volgelingen onder de verschoten vlag van Haagse democratie.

Dat is m.i. grotendeels mogelijk geworden sinds 1940 de opeenvolgende scharen nationale bewindslieden zich kunnen beroepen op decretoire wetgeving (de talloze geproduceerde AMvB's, die de wetgevende en bestuurlijke staatsmachten gezamenlijk en in nauwe samenspraak met liberale marktkooplieden samenstellen) en waaraan de hardwerkende en niet-werkende Nederlandse modale burgers zich onderwerpen. De laatstgenoemden lijken (nog) vrede te hebben met het ruimen van de schade die uit het beleid van deze bewindslieden voortkomen, terwijl de boven-modale burgers (nog) niet monddood blijken te zijn!

In het licht van het opgemelde zal m.i. de feitelijke vereende twee staatsmachten (de binitas politica) pogen de (nog) onafhankelijke democratische rechterlijke staatsmacht als een koekoeksjong uit het democratische nest te gooien. En indien dat niet snel genoeg gebeurt deze links en rechts passeren om de facto een gidsstatus te bekomen van een (dictatoriaal bestuurde) politiestaat. Een politiestaat waarover politieke en marktmachten heersen en waar hardwerkende (modale) burgerslaven goed genoeg zijn om de (lege) staatskas te vullen.
a.zecha

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.