De meerwaarde van methodologie

Het pleidooi van Van Gestel, Giesen en Van Boom (NJB 2012/2032, afl. 29) om binnen de juridische gemeenschap meer aandacht te gaan schenken aan methodologie en empirisch onderzoek is zeer gerechtvaardigd en komt zeker niet te vroeg. Er worden, in vooralsnog grote lijnen, ambities kenbaar gemaakt met als doelen zowel een betere rechtspraktijk als een betere voorbereiding daarop. Maar voor het opstellen en uitwerken van een dergelijk werkplan en het creëren van voldoende draagvlak daarvoor binnen de professie is een goed doordachte en precieze probleemanalyse een eerste vereiste en daarnaast eenduidigheid van begripsomschrijvingen. Hanteert iedereen de term methodologie wel op dezelfde wijze?

Methodologie

De aanduiding ‘methodologie’ – pas op dat het geen toverformule wordt! – omvat twee verschillende toepassingsterreinen, namelijk praktijkgericht en theorie-gericht onderzoek. Zoals de Nijmeegse methodoloog Verschuren steeds benadrukt, omvat een probleemanalyse eerst het formuleren van de doelstellingen: we willen een kwalitatief goede juridische praktijk realiseren respectievelijk ver-antwoord wetenschappelijk onderzoek verrichten. Uit de doelstelling volgt de vraagstelling van het onderzoek die steeds als een open vraag wordt geformuleerd.1 Dat zouden kunnen zijn: “Welke tekortkomingen kent het huidige systeem van rechtshulp en geschilbeslechting?” en “Welk type wetenschappelijk onderzoek draagt bij aan verbetering van de rechtspraktijk en hoe zou dat moeten worden vormgegeven?”.

Praktijkjurist

De praktijkjurist is continu een probleemoplosser of dat nu gaat om een concrete juridische vraag of casuspositie dan wel meer abstract het ontwikkelen van wetgeving. Inherent aan de discipline is de neiging om die oplossingen langs de weg van formalismen te zoeken. Voorbeeld: de vele kwesties rond het inschakelen van deskundigen in rechte en het gebruik van hun rapportages vragen gedragsregels, registers, wetgeving etc. Maar zijn de problemen zo nu echt voorbij? Voor een juiste response op de vraag of opdracht is het essentieel om het vraagstuk in kwestie eerst precies te begrijpen. Maar dat impliceert het gericht en zorgvuldig doen van onderzoek naar feiten, het interpreteren hiervan en het trekken van conclusies. Op grond daarvan wordt uiteindelijk de beslissing genomen, gebaseerd op het rationele keuzemodel; de jurist als verstandige beslisser. Maar de afgelopen decennia hebben cognitief en sociaal-psychologisch onderzoek dit ideaalconcept stevig onderuit gehaald.2 Dwaalwegen en valkuilen zijn duidelijk getoond, betere wegen voor speurwerk aangegeven. Nu er superieure en verfijndere methoden voor onderzoek naar feiten bestaan, kunnen de advocaat, de officier van justitie en de rechter daar niet langer omheen. Alle tumult rond de reeks strafrechtelijke dwalingen onderstreept dit punt. Hier is dus nodig een goede methodologie voor praktijkgericht onderzoek in multidisciplinair verband verder vorm en inhoud te geven en te onderwijzen.

Multidisciplinair onderzoek

Waar de juridische wetenschap zich steeds met het beïnvloeden en beoordelen van menselijk gedrag bezighoudt, is ook theoriegericht onderzoek nodig en dit is het andere ontwikkelingsterrein: de juiste methodologie voor dit type onderzoek. Dat vraagt inderdaad wel multidisciplinair onderzoek, maar niet het kopiëren van methoden uit andere vakgebieden. Er moet een eigen aanpak komen.

Er is wat betreft de geschetste problematiek dus nog veel werk te doen. Nogmaals: we zijn beslist nog niet voorbij de fase van probleemanalyse. Het gaat in essentie om twee gerelateerde vragen: hoe kom je aan betrouwbare kennis en hoe pas je die op de juiste wijze toe? Een voldoende kritische massa van gemotiveerde en ter zake kundige wetenschappers en een stimulerend kader, zoals bepleit door de auteurs, zijn dan van levensbelang voor het ontwikkelen van zowel een praktijk- als theoriegerichte methodologie en een empirisch onderbouwde rechtsbeoefening.

Prof.dr.dr. R.W.M. Giard is hoogleraar methodologie en aansprakelijkheid bij de Erasmus School of Law, EUR. Dit artikel is gepubliceerd in NJB 2012, afl. 37.

 

1. P.J.M. Verschuren, De probleemstelling voor een onderzoek, Utrecht: Uitgeverij het Spec-trum, 2011.
2. D. Kahneman, Ons feilbare denken, Amsterdam: Uitgeverij Business Contact, 2011.

Naam auteur: Raimond W.M. Giard
Geschreven op: 24 oktober 2012

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.