De klank van veiligheid

Inmiddels weten we waar PRISM voor staat: het grootschalig surveillanceprogramma van de Amerikaanse National Security Agency (NSA). Als klokkenluider Edward Snowden gelijk blijkt te hebben, heeft de NSA rechtstreeks toegang tot de servers van diverse grote aanbieders van internetdiensten: Microsoft, Apple, Google, Skype en Facebook om bekende te noemen.

Aldus verkrijgt de Amerikaanse dienst niet alleen ontelbare gegevens van klanten van deze bedrijven, maar heeft het ook toegang tot e-mailberichten, gedownloade documenten en chatgesprekken. Zonder dat deze klanten daar iets van weten.

Inmiddels hebben de desbetreffende bedrijven niet alleen ontkend iets van de praktijken af te weten maar ze ook als ‘schandelijk’ gekwalificeerd. Zowel Microsoft als Google heeft er bij de Amerikaanse regering op aangedrongen meer openheid van zaken te geven over de verzoeken tot afgifte van data die zij met de regelmaat van de klok van allerhande overheidsinstanties krijgen. Aldus kan de samenleving deze belangrijke kwestie proberen te begrijpen en erover discussiëren, aldus een woordvoerder van Microsoft.

Maar waar exact moet deze discussie dan over gaan? Als we de reacties in de media mogen geloven heeft de gemiddelde burger toch niets te verbergen. Sterker nog, het type initiatieven als dat van de NSA wordt volgens sommigen zelfs door de samenleving uitgelokt nu burgers vrijelijk hun gegevens op het internet rondstrooien. Wat valt de overheid nog te verwijten als informatie voor het oprapen ligt? Toch is het de vraag of we hier het juiste discussieonderwerp te pakken hebben. Het gaat namelijk al lang niet meer zozeer om het verzamelen van gegevens. Velen maakt het inderdaad niet veel uit of anderen – of dat nu medeburgers, bedrijven of overheden zijn – op de hoogte zijn van hun dagelijks doen en laten. Het prangende punt is veeleer informatiemacht. Macht van instituties over wat er na het verzamelen met al die gegevens gebeurt. En daarmee de onmacht van burgers hier nog enig zicht, laat staan controle of zeggenschap op te hebben. Overheden en bedrijven hebben zich een welhaast tijdloze en mateloze heerschappij over gegevens van burgers aangemeten. Over hoe lang ze worden bewaard en waar ze vrijwel oncontroleerbaar voor mogen worden hergebruikt. De paradox van de wens de burgers veiligheid te garanderen is dat zij de veiligheid van hun persoonlijke gegevens volledig kwijt zijn. Het is deze situatie en de veranderende machtsrelatie tussen individuen en instituties die daarmee samenhangt, waar het debat over dient te gaan. Geagendeerd wordt daarmee niet alleen de relatie die burgers hebben met de instituties (bedrijven of overheden) die aan de hand van gegevens belangrijke beslissingen over hen nemen, maar uiteindelijk ook de sociale structuren in onze samenleving. De NSA is in dit opzicht slechts een illustratie van de wijze waarop de instituties met burgers omgaan. Bovendien is de huidige consternatie - voor wie het nieuws volgt - overdreven: Pulitzer Prize winnaar James Risen schreef er al in 2006 over.

We behoeven ons geen illusies te maken: ook in ons land hebben opsporingsinstanties zich een grotendeels oncontroleerbare macht aangemeten wat betreft opvragingen van persoonsgegevens op sociale media. Burgerrechten-organisatie Bits of Freedom probeert al langer cijfers over deze politie-opvragingen boven tafel te krijgen. Tot op heden zonder succes. Waar ieder jaar wel een overzicht wordt vrijgegeven van het aantal vorderingen bij aanbieders van internet en telefonie, blijft onbekend om hoeveel vorderingen bij aanbieders van sociale media het gaat. Alleen politiekorps Limburg-Zuid maakte na een Wob-verzoek bekend dat ieder jaar persoonsgegevens van veertig tot tachtig accounts worden opgevraagd.1 Soms zijn dat alleen contactgegevens, maar soms ook alle informatie over de communicatie van een gebruiker. Als het aan staatssecretaris Teeven ligt blijven de aantallen geheim. In antwoord op vragen van Tweede Kamerlid El Fassed (GroenLinks), stelde hij vorig jaar: “Publicatie van deze aantallen zou inzicht geven in de mate waarin communicatie via sociale media door de opsporingsautoriteiten gevolgd wordt. Het is niet in het belang van de opsporing om dit inzicht te verschaffen, ondermeer omdat het risico bestaat dat personen hun gedrag op deze informatie gaan afstemmen.”

Ten slotte. De NSA heeft PRISM opgezet om de veiligheid van burgers te dienen. Veiligheid blijkt een welhaast vanzelfsprekende motivatie voor de stortvloed aan initiatieven voor het observeren van burgers en wettelijke regelingen die deze initiatieven legitimeren. Wie is er immers tegen veiligheid? Juist vanwege het ogenschijnlijk ontbreken van tegenstanders, wordt het argument van veiligheid nauwelijks kritisch bevraagd. Ook nu weer lijken voorstanders van PRISM er redelijk eenvoudig mee weg te komen. Maar door die dominante positie in het maatschappelijke en politieke debat krijgt het argument van veiligheid steeds meer last van onaangename trekjes. Trekjes van heimelijkheid en zelfs superioriteit. En dat terwijl veiligheid een warm woord zou moeten zijn. Althans voor degenen die het wordt geboden. Veiligheid in de zin van geborgenheid. Een toevluchtsoord voor rust en je door medemensen gedragen te weten. In de discussie over PRISM toonde het woord zich echter wederom van een totaal andere kant. Veiligheid werd in alles een woord van macht. Daarmee roept het steeds vaker associaties op die het tot een hard en koud woord maken. Als we proberen de noodzaak tot veiligheid weer eens vanuit de wens tot geborgenheid op te vatten. Als we veiligheid verbinden met de wens tot maatvoering bij de instrumenten die we inzetten om dat belang te dienen. Zou dat niet een veel productiever vertrekpunt voor discussie zijn?

PS Inmiddels hebben Facebook en Microsoft openbaar gemaakt dat zij tegen de 10 000 resp. 5 000 à 7 000 verzoeken om gegevensverstrekking hebben ontvangen van de NSA.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2013/1489, afl. 25, p. 1623.


1. https://www.bof.nl/live/wp-content/uploads/20120217-bevragingen-sociale-netwerken.pdf.

 

Corien Prins

Naam auteur: Corien Prins
Geschreven op: 18 juni 2013

Hoogleraar Recht en Informatisering aan de Universiteit van Tilburg

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Kaspar Mengelberg schreef op :
Graag wijs ik op het artikel 'The Criminal N.S.A.' in de New York Times van 27 juni 2013: http://www.nytimes.com/2013/06/28/opinion/the-criminal-nsa.html?pagewanted=all&_r=0&pagewanted=print
a.zecha schreef op :
Vastgesteld kan worden dat in een informatie maatschappij kennis en informatie beiden naast macht ook een inkomen vertegenwoordigen.
Informatie over onze persoonlijke levensfeer wordt door nationale en door Europese wetten beveiligd. Althans in de wetteksten en de jurisprudentie van het EHRM. Dat deelnemers aan de liberale markt, nationale regeringen en andere instellingen sturingsmacht / -invloed over personen / bevolkingsgroepen willen bezitten is m.i. een moeilijk te ontkennen gegeven. Dat zij zichzelf wel goed zullen beschermen is m.i. plausibel.
Om binnen onze nationale grenzen een voorbeeld te vermelden: interessant is de recente vaststelling (juni 2013) van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) dat de beveiliging van (psychische, medische en sociale) gegevens van zorgontvangers een tweedeling kent. De gegevens van VIP's en BN'ers blijken wel goed beschermd te zijn, maar die van anderen niet.
In 2007 en 2008 werd deze falende beveiliging reeds vastgesteld; toen zou de VWS minister ook hebben toegezegd maatregelen te nemen.

Een andere vaststelling is m.i. de versobering van kennis ("bezuiniging") die voor jongere en oudere kinderen in feite op een indirecte wijze nog steeds voortgang vindt. Onder meer door oudere kinderen extra te belasten met hoge sociale (!) studie schulden bij het studeren. Een vondst die er mede voor zorgt dat op de liberale arbeidsmarkt de door werkgevers aangeboden lonen laag zullen blijven vermits afgestudeerden vanwege de hoge studieschulden in een dwangpositie verkeren.
a.zecha
rob schreef op :
Laten wij vooral niet vergeten dat de combinatie van informatie veel macht geeft, ongecontroleerde macht misbruik oproept en een democratische rechtsstaat kwetsbaar is. Met dit laatste bedoel ik dat de mogelijkheid bestaat dat een partij/dictator met een aansprekend verhaal democratisch gekozen wordt en later informatie gaat gebruiken om andersdenkenden en minderheden (waartoe iedereen kan behoren) te belemmeren. Zo is het ook gegaan met de NSDAP van Hitler 80 jaar geleden. Wat zou hij een schat aan informatie en mogelijkheden hebben gehad als hij nu zou leven!
Reinier Bakels schreef op :
Prins stelt de juiste vraag: "Maar waar exact moet deze discussie dan over gaan?"

Eén onderwerp is de vraag of er wel voldoende afstand wordt gehouden tussen veiligheid en opsporing. Opsporing mag alleen als er een verdachte is, veiligheidsdiensten kunnen ook zonder verdachte hun gang gaan. het wordt link als informatie die voor veiligheidsdoeleinden is verzameld vervolgens in strafprocessen wordt gebruikt.

Een andere vraag is of geheimhouding wel zo nodig is, en niet veeleer het gemak van de autoriteiten dient. Teeven vreest dat boeven hun gedrag aanpassen als ze weten dat en hoe ze in de gaten worden gehouden. Maar zijn het niet slechts de sukkels onder terroristen en criminelen die onbeschermd communiceren? Als geheimhouding werkelijk om deze reden nodig zou zijn kan de politie ook maar beter niet meer in uniform surveilleren.

Privacy gaat eigenlijk niet over het gevaar van concrete schade. We doen de WC op het haakje als we een bruine trui gaan breien, niet uit vrees voor schade, maar omdat we domweg niet zo willen worden gezien. Toch is er een reëel risico op concrete schade, namelijk als iemand ten onrechte wordt verdacht. En de kans daarop neemt evenredig toe naarmate er meer inlichtingen worden verzameld. Soms worden mensen volkomen ten onrechte verdacht, zoals die keurige mevrouw die een jaar of wat geleden in P&W vertelde dat ze midden in de nacht met grof geweld door de ME van haar bed was gelicht omdat vanaf haar mobieltje "een bekend politicus" zou zijn bedreigd. Maar het kan ook dat bijv. activisten ten onrechte de aandacht trekken van veiligheidsdiensten. Politieke oppositie kan als hinderlijk worden ervaren maar is doorgaans volkomen rechtmatig.

Aparte aandacht verdienen de "peilmijders": mensen kunnen zich naar verluid ook verdacht maken door geen mobieltjes te gebruiken en niet actief te zijn op sociale media. Ik hoorde het verhaal van een actiegroep die via hun (afgeluisterde) mobieltjes afspraken maakten met woorden als "OK, dan zie we elkaar op dezelfde plaats als de vorige keer". Voor de afluisteraars was het duidelijk: als die geen terroristen waren wisten ze het niet meer.
a.zecha schreef op :
Het onderhavig artikel gaat over de “klank” van veiligheid. In mijn korte reactie heb ik meer aandacht voor de “menselijke” maat die aansluit bij het in het artikel aan de orde gesteld punt: “Het prangende punt is veeleer informatiemacht.”

Van het vroegste begin van het menselijke historie af vormen het verzamelen van informatie en informatieverzamelingen de basis van gerichte menselijke activiteiten en handelingen.
Met eenvoudige woorden gezegd: zonder leren en zonder kennis is een mens onmachtig in een wereld waar kennis macht betekent. Door de hele historie heen zijn mensen dom gehouden omdat het een zeer effectief middel is om over hen te heersen en om hen voor eigen doeleinden te kunnen gebruiken.
Dat “verantwoordelijke” mensen die achter de overheid en overheden schuil gaan dat niet weten en niet gebruiken is m.i. een sprookje dat veler behoefte bevredigt. Hetzelfde kan gezegd worden van “verantwoordelijke” mensen die achter verzekeringsmaatschappijen, bedrijven, banken en multinationals schuil gaan.
a.zecha
‘De klank van veiligheid’ ← BijzonderStrafrecht.nl schreef op :
[...] De klank van veiligheid door Corien Prins (NJBlog.nl) [...]

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.