De doodstraf

Op 29 januari 2011 werd in Iran de doodstraf van de Iraans-Nederlandse Zahra Bahrami voltrokken. Onze minister van buitenlandse zaken Uri Rosenthal noemde de ophanging een barbaarse daad. De vraag of Nederland meer had kunnen doen om de executie te voorkomen blijft de gemoederen bezighouden.

Gesuggereerd wordt dat Bahrami niet ter dood is veroordeeld wegens drugsbezit maar vanwege haar betrokkenheid bij demonstraties tegen de Iraanse regering en dat de houding van de Iraanse autoriteiten ten opzichte van Nederland bij de uitvoering van het doodvonnis wellicht het gevolg is van het zogenaamde “tank incident” dat zich in november 2010 heeft afgespeeld. Omdat Nederland geen garantie wilde geven dat het vliegtuig van de Iraanse minister van buitenlandse zaken Mottaki bijgetankt kon worden op Schiphol, had deze verstek moeten laten gaan bij de conferentie van de OPCW, de VN organisatie tegen de proliferatie van chemische wapens die is gevestigd in Den Haag. Het incident is illustratief voor de internationale druk die op Iran wordt uitgeoefend. In reactie hierop laat de Iraanse regering andere landen zien dat ze geen invloed hebben op wat er in Iran gebeurt.

In zijn nieuwe boek Peculiar Institution, America’s Death Penalty in an age of abolition1 beschrijft David Garland de geschiedenis van de doodstraf, van universele straf die tot ver in de negentiende eeuw wereldwijd werd toegepast, tot de afschaffing ervan in het grootste deel van de westerse beschaving, die in schril contrast staat met de perceptie en praktijk van de doodstraf in met name het Midden-Oosten en Azië. Wat de studie van Garland fascinerend maakt is dat hij een antwoord probeert te vinden op de vraag waarom tegenwoordig de doodstraf in de westerse beschaving verboden is en beschouwd wordt als een beschamende schending van de mensenrechten en in andere delen van de wereld niet. En waarom vormen de VS een uitzondering op het westerse abolitionisme?

In de vroegmoderne tijd (1400-1700) fungeerde de doodstraf als een algemeen aanvaard en onmisbaar middel voor de demonstratie en bescherming van (absolutistische) staatmacht bij gebrek aan stabiele politieke structuren en een goed georganiseerde politiemacht of gevangenissysteem. Executies waren openbaar, gruwelijk en georkestreerd om indruk te maken op het toekijkende publiek. Naarmate de structuren van staatsmacht in de westerse wereld zich stabiliseerden werd de doodstraf als politiek instrument minder noodzakelijk. De doodstraf bleef echter onderdeel van het strafrechtelijke systeem en was als zodanig nog lange tijd algemeen geaccepteerd als straf voor de meest ernstige delicten. De tenuitvoerlegging van de doodstraf veranderde: openbare, afschrikwekkende en wrede terechtstellingen maakten plaats voor ‘humanere’ efficiënte, pijnloze en snelle executies binnen de beslotenheid van gevangenismuren. De Verlichting heeft daarbij zeker een rol gespeeld en gezorgd voor een ander rechtsbegrip in termen van bescherming van individuele vrijheid en menselijke waardigheid. Naarmate de westerse naties zich evolueerden tot liberaal–democratische welvaartstaten waarin de toepassing van geweld op burgers steeds minder gelegitimeerd werd geacht, werd de doodstraf meer en meer als een onmenselijke en onbeschaafde straf gezien en aan het eind van de twintigste eeuw is de doodstraf door alle ontwikkelde westerse landen afgeschaft, behalve in de VS. Om dit te verklaren moeten we volgens Garland in het oog houden dat liberale, humanitaire en democratische beginselen weliswaar een belangrijke rol hebben gespeeld bij de afschaffing van de doodstraf, maar dat liberalisme en democratie – vaak in een adem genoemd – verschillende historische achtergronden hebben. Het zijn met name de klassieke liberale uitgangspunten van individuele autonomie en beperking van overheidsmacht, die de motor waren achter de stromingen die gezorgd hebben voor de afschaffing van de doodstraf. Illustratief is dat de opkomst van autoritaire, antiliberale regimes in de moderne tijd van de westerse wereld gepaard gingen met een opleving en massaal gebruik van de doodstraf zoals bijvoorbeeld in Nazi-Duitsland en gedurende het Franco-regime in Spanje. Alhoewel er ook een verband bestaat tussen democratisering en afschaffing van de doodstraf, hangt het ervan af op welke waarden de democratie is gestoeld en hoe het staatsgezag is georganiseerd. Daar waar democratie is vormgegeven in een centraal staatsgezag dat garant moet staan voor mensenrechtelijke en liberale waarden en waarin er grenzen worden gesteld aan meerderheidsregels ter bescherming van minderheden, heeft dit bijgedragen aan het afschaffen van de doodstraf. In Amerika is de democratie echter sterk decentraal, lokaal en populistisch en dat is volgens Garland een van de redenen waarom de doodstraf daar tot op heden in een aantal staten nog bestaat, omdat het volk het wil. Democracy can kill!

Garland geeft een indrukwekkende en rijk gedocumenteerde beschrijving van de complexe mechanismen en politieke en culturele krachten die hebben bijgedragen tot de afschaffing en instandhouding van de doodstraf. Wij leven in een wereld waarin alle ontwikkelingsstadia van staatsmacht zich nog voordoen. De terechtstelling van Bahrami dient ogenschijnlijk twee doelen die beide te maken hebben met de demonstratie van overheidsmacht. In de eerste plaats dient de executie het aloude doel dat deze ook eeuwenlang in de westerse wereld heeft gehad, namelijk het publiekelijk elimineren van binnenlandse politieke tegenstanders. In de tweede plaats – en dat is een nieuwe dimensie die door de internationalisering is ontstaan – is de ophanging van Zahra Bahrami een daad waarmee Iran zijn soevereiniteit aan de westerse wereld demonstreert.

Het is dan ook de vraag of pragmatisch gezien een fermere opstelling van Rosenthal jegens de Iraanse autoriteiten niet juist het tegengestelde effect sorteert, als het gaat om het redden van Nederlandse levens in Iraanse cellen en of stille diplomatie niet meer zoden aan de dijk zet.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2011/341, afl. 7, p. 407.

Bron afbeelding: Alan Cleaver

 

1. The Belknap Press of Harvard University Press, Cambridge, Massachusetts, 2010. Zie voor dit thema ook Justitiële Verkenningen 2011, nr. 1, Bespiegelingen over straffen.

Taru Spronken

Naam auteur: Taru Spronken
Geschreven op: 14 februari 2011

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar straf- en strafprocesrecht Universiteit Maastricht

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.